naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens CN838GRB6, tekst van de handleiding

Pagina's 2–14 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 15 →

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

nl Veiligheid

Inhoudsopgave

GEBRUIKERSHANDLEIDING

29.1 Algemene montage-instructies......................... 51

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.

Gebruik het apparaat uitsluitend:

om voedsel en dranken te bereiden.

tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.

Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Pagina 3

Veiligheid nl

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.

Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.

1.4 Veiliger gebruik

Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.

→ "Accessoires", Pagina 13

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

Accessoires of vormen worden zeer heet.

In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.

Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De telescooprails worden heet bij het gebruik van het apparaat.

Pagina 4

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Gevaar:

magnetisme!

In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

1.5 Magnetron

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.

Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.

Pagina 5

Veiligheid nl

Spijsolie kan vlam vatten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.

Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.

De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.

De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.

Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.

Pagina 6

nl Veiligheid

Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Het apparaat werkt met hoogspanning.

WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!

Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.

→ "Reiniging en onderhoud", Pagina 32

Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.

Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij.

1.6 Stoom

Houd deze instructie aan wanneer een een stoomfunctie gebruikt.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt kan het water in de tank sterk worden verhit.

Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.

Tijdens het uitnemen van de accessoires kan hete vloeistof over de rand stromen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.

1.7 Braadthermometer

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.

Pagina 7

Materiële schade vermijden nl

2 Materiële schade vermijden

2.1 Algemeen

LET OP!

Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.

Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.

Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.

Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.

Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.

Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.

Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.

2.2 Magnetron

Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.

LET OP!

Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.

Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst veroorzaken vonken.

Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.

Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.

Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit barsten als gevolg van overbelasting.

Pagina 8

nl Milieubescherming en besparing

2.3 Stoom

Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie gebruikt.

LET OP!

Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.

Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.

Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.

Opmerking:

Het apparaat verbruikt:

in netwerkgebonden standby max. 2 W in niet netwerkgebonden gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in niet netwerkgebonden gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W

Pagina 9

Uw apparaat leren kennen nl

4 Uw apparaat leren kennen

4.1 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

1Knoppen
De toetsen links en rechts van het bedieningspaneel hebben een drukpunt. De toetsen dienen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens touchvelden.
2Draaiknop
U kunt de draaiknop onbeperkt naar rechts of naar links draaien.
Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.
3Touch-display
Op de touchdisplays ziet u actuele keuzemogelijkheden. Om een functie te kiezen, direct op het betreffende veld drukken. Afhankelijk van de keuze veranderen de tekstvelden.
4Touch-velden
Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

4.2 Knoppen

Met de toetsen links en rechts op het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.

KnopFunctieGebruik
Aan/UitApparaat in- of uitschakelen.
MenuFunctiekeuze-menu openen
InformatieAanwijzingen laten weergeven Kinderslot activeren en deactiveren
KinderslotKinderslot activeren en deactiveren
TijdfunctiesKort indrukken: werking starten of onderbreken. Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken.
Snel voorverwarmenSnel voorverwarmen in- en uitschakelen
Start/StopWerking starten, stoppen of afbreken
Paneel openenBedieningspaneel openen om de watertank te verwijderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

4.3 Draaiknop

Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven.

Wanneer u bij instelwaarden, bijv. de temperatuur, de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan. Draai indien nodig de waarde met de draaiknop opnieuw terug.

Bij lijsten, bijv. de verwarmingsfuncties, begint na de laatste waarde opnieuw de eerste.

4.4 Display

Het display toont u de actuele instelwaarden. De waarde die u op het display kunt wijzigen, is in kleur gemarkeerd.

Statusregel

De statusregel bevindt zich boven in het display. In de statusregel worden de tijd en ingestelde tijdsfuncties weergegeven.

Voortgangslijn

De lijn ligt op het display onder de gemarkeerde waarde.

Aan de hand van de voortgangslijn ziet u hoever het apparaat al is opgewarmd of de tijdsduur afgelopen is. De lijn vult zich van links naar rechts.

Bij de magnetronfunctie verschijnt de opwarmingslijn niet.

Tijdsafloop

De tijdsafloop of de duur van de actuele functie kunt u rechtsboven in de statusregel zien.

Pagina 10

nl Uw apparaat leren kennen

Als u een duur hebt ingesteld en de duur wordt gewist, dan neemt de tijdsafloop de reeds verstreken tijdsduur van het apparaat over. Zo kunt u controleren hoelang het programma al loopt.

Bij de magnetronfunctie verschijnt de opwarmingslijn niet.

Temperatuurindicatie

De opwarmingscontrole en de restwarmte-indicatie tonen u de temperatuur in de binnenruimte.

Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte. Met de toets kunt u de actuele temperatuur opvragen.

Symbolen

Op het display kunnen verschillende symbolen verschijnen.

Na het starten van de werking geeft de opwarmingscontrole de temperatuurstijging in de binnenruimte weer. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het plaatsen van het gerecht bereikt zodra alle balken gevuld zijn.

Bij instelstanden verschijnt de opwarmingscontrole niet, bijv. bij grillstanden.

Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft het display de restwarmte in de binnenruimte weer. De restwarmte-indicatie gaat uit bij ca. 60°C.

SymboolNaamGebruik
Home Connect• Thuisnetwerk en Home Connectserver verbonden
• Aantal lijnen toont signaalsterkte van het thuisnetwerk → "Home Connect ", Pagina 28
ThuisnetwerkThuisnetwerk niet verbonden → "Home Connect ", Pagina 28
Home Connect-serverHome Connect-server niet verbonden → "Home Connect ", Pagina 28
Start op afstandStart op afstand geactiveerd → "Home Connect ", Pagina 28
Diagnose op afstandDiagnose op afstand geactiveerd → "Home Connect ", Pagina 28

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

4.5 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Rekjes

U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.

→ "Accessoires", Pagina 13

Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.

De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust. De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.

→ "Rekjes", Pagina 37

Zelfreinigende oppervlakken

De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.

Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.

→ "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 34

Verlichting

Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.

Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.

Koelventilator

De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.

Pagina 11

Functies nl

LET OP!

De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.

De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.

Apparaatdeur

Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de apparaatdeur sluit, dient u de werking met voort te zetten.

Watertank

De watertank hebt u nodig voor de stoommethoden.

De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel. → "Watertank vullen", Pagina 19

1 Tankdeksel

2

Opening voor het vullen en leegmaken

Handgreep voor het verwijderen en inschuiven van de watertank

3

5 Functies

Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat.

Om het menu te openen op drukken.

FunctieGebruik
Verwar-mingsmethodenFijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten kiezen.
→ "Verwarmingsmethoden", Pagina 11
GerechtenGeprogrammeerde, aanbevolen instellingen voor verschillende gerechten gebruiken.
→ "Gerechten", Pagina 26
MagnetronMet magnetron sneller bereiden, verhitten of ontdooien.
→ "Magnetron", Pagina 21
MagnetroncombinatieOm de bereidingstijd te verkorten, magnetron op een verwarmingsmethode instellen.
→ "Magnetroncombinatie", Pagina 23

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

5.1 Verwarmingsmethoden

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.

Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.

FunctieGebruik
StoomMet stoommethoden gerechten behoedzaam bereiden.
→ " Stoom", Pagina 19
DroogfunctieAltijd gebruiken na de bereiding met stoom of met de magnetron.
→ "Drogen", Pagina 35
OntkalkenHierdoor verwijdert u de kalk uit de verdamper.
→ "Ontkalken", Pagina 35
BasisinstellingenBasisinstellingen aanpassen. Basisinstellingen → Pagina 31
Home ConnectDe oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand bedienen.
→ "Home Connect ", Pagina 28

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.

Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.

Pagina 12

nl Functies

SymboolVerwarmingsmethodenTemperatuurbereikGebruik en werkwijze Eventuele extra functies
4D hete lucht30 - 275 °COp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onderwarmte30 - 300 °CTraditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven.
Hetelucht Eco30 - 275 °CGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 - 275 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Boven- en onderwarmte Eco30 - 300 °CGekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250 °C.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen30 - 300 °CGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, grootGrillstanden: 1 = zwak
2 = gemiddeld 3 = sterk
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, kleinGrillstanden: 1 = zwak
2 = gemiddeld 3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand30 - 275 °CPizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Intensieve hitte30 - 300 °CGerechten met een knapperige bodem bereiden. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen.
Langzaam garen70 - 120 °CKort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen.
Onderwarmte30 - 250 °CGerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.
Drogen30 - 150 °CKruiden, fruit of groente drogen.
Warm houden60 - 100 °CGegaarde gerechten warmhouden.
Servies voorverwarmen30 - 70 °CServies voorverwarmen.
CoolStart-functie30 - 275 °CVoor een snelle bereiding van diepvriesproducten op hoogte 1. De temperatuur is afhankelijk van de opgaven van de fabrikant. Gebruik de hoogste temperatuur die op de verpakking staat aangegeven.
De bereidingstijd is zoals aangegeven of korter.
Het heeft geen zin om voor te verwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Pagina 13

Accessoires nl

5.2 Stoommethoden

Hier vindt u een overzicht van de stoommethoden en het gebruik ervan.

SymboolVerwarmingsmethodeTemperatuurGebruik
Regenereren80 - 180 °CBordgerechten en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen. Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit.
Deeg laten rijzen30 - 50 °CGistdeeg en zuurdeeg laten rijzen.
Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

5.3 Magnetronvermogen

Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.

De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal watt dat door het apparaat wordt gebruikt.

Magnetronvermogen in wattMaximale duur in uurGebruik
90 W1:30Gevoelige gerechten ontdooien.
180 W1:30Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360 W1:30Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen.
600 W1:30Gerechten verwarmen en bereiden.
max0:30Verwarmen van vloeistoffen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Opmerkingen

6 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.

Pagina 14

nl Accessoires

AccessoiresGebruik
Rooster• Bakvormen
• Ovenschalen
• Vormen
• Vlees, bijv. braad- of grillstukken
• Diepvriesgerechten
Braadslede• Vochtig gebak
• Gebak
• Brood
• Grote braadstukken
• Diepvriesgerechten
• Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.
Bakplaat• Plaatgebak
• Klein gebak

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren

Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies geschikt.

Magnetrontoebehoren

Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meegeleverde rooster geschikt.

Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.

Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht. → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 21

6.2 Vergrendelingsfunctie

De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.

U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.

6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven

Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.

Rooster

Schuif het rooster met de kromming naar onderen erin. De tekst "microwave" moet vooraan bij de ovendeur zijn.

3.

Plaat bijv. braadslede of bakplaatDe plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met telescooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of plaatDe accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Opmerking: De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.

← begin van de handleidingverder op pagina 15 →Inhoud