Siemens CS856GPB0, tekst van de handleiding
Pagina's 26–39 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 14–25verder op pagina 40 →
Pagina 26
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaillen oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 27 |
| Glazen kapje van de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 33 |
| Telescoopsysteem | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Opmerking: Voor een grondige reiniging het uittreksysteem verwijderen. → "Rekjes", Pagina 33 |
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. Gebruik op stoompannen van RVS geen RVS-sponsjes. Verontreinigingen op stoompannen vormen door levensmiddelen die zetmeel bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater. |
| Watertank | • Warm zeepsop | Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met schoon water grondig naspoelen. Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Braadthermometer | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Pagina 27
Reinigingsfunctie nl
17.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 25
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 25
- 2. Drogen met een zachte doek.
17.3 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen
Achterwand, plafond en zijwanden van de binnenruimte zijn zelfreinigend en hebben een ruw oppervlak.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte met de reinigingsfunctie reinigen.
- Als op het display een verzoek tot reiniging verschijnt, de binnenruimte met de reinigingsfunctie reinigen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- Gebruik de reinigingsfunctie. → " Reinigingsfunctie ", Pagina 27
18 Reinigingsfunctie
Gebruik regelmatig de reinigingsfunctie zodat het reinigingsvermogen van de zelfreinigende oppervlakken behouden blijft en er geen schade ontstaat.
De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
De volgende oppervlakken zijn zelfreinigend:
- Achterwand
- Plafond
- Zijwanden
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte met de reinigingsfunctie reinigen.
- Als op het display een verzoek tot reiniging verschijnt, de binnenruimte met de reinigingsfunctie reinigen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
18.1 Reinigingsadvies
Het apparaat registreert het type en de duur van de werking van het apparaat en adviseert indien nodig om de reinigingsfunctie te gebruiken.
Als u het apparaat inschakelt, verschijnt een aanwijzing op het display om de reinigingsfunctie te gebruiken. Start zo snel mogelijk de reinigingsfunctie.
U kunt uw apparaat zoals gebruikelijk gebruiken. Het reinigingsadvies verschijnt echter zo lang op het display tot u de reinigingsfunctie volledig hebt uitgevoerd. Opmerking: Is het apparaat voortijdig verontreinigd, bijv. door vethoudend gevogelte of vlees, of als er donkere vlekken op de zelfreinigende oppervlakken ontstaan, wacht dan niet met de reinigingsfunctie tot de aanwijzing op het display verschijnt. Hoe vaker u de reinigingsfunctie gebruikt, hoe langer het reinigingsvermogen van de zelfreinigende oppervlakken behouden blijft.
18.2 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
LET OP!
Ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken beschadigt de oppervlakken.
- Geen ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken gebruiken. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulp gebruiken.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
Pagina 28
nl Reinigingsondersteuning humidClean
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 33
- 3. Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte doek verwijderen:
- van de bodem van de binnenruimte
- van de apparaatdeur binnen
- van de glazen afdekplaat van de ovenlamp Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
18.3 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Vereiste: → "Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden", Pagina 27.
- 1. Op drukken.
- 2. In het modusmenu de " Reinigingsfunctie" selecteren.
- Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur van 1 uur kan niet worden gewijzigd.
- 3. De werking met starten.
Opmerking: Open de apparaatdeur niet tijdens de reinigingsfunctie. Het reinigingsresultaat zou niet meer kloppen en de werking wordt afgebroken.
- De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af.
- Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een signaal en op het display verschijnt een aanwijzing.
- 4. Het apparaat met uitschakelen.
- 5. → "Apparaat na de reinigingsfunctie uitvegen", Pagina 28.
18.4 Apparaat na de reinigingsfunctie uitvegen
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. De binnenruimte met een vochtige doek uitvegen. Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 3. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 33
19 Reinigingsondersteuning humidClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
19.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 3. Op drukken.
- Er verschijnt een verwarmingsmethode en een temperatuur.
- 4. De verwarmingsmethode onderwarmte met de draaiknop instellen.
- 5. Op de temperatuur drukken.
- 6. De temperatuur met de draaiknop op 80 °C instellen.
- 7. Op drukken.
- 8. De tijdsduur met de draaiknop op 4 minuten instellen.
- 9. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel verschijnt een instructietekst.
- 10. Het apparaat met uitschakelen en de binnenruimte ca. 20 minuten laten afkoelen.
19.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vervolgens met schoon water afnemen en droogwrijven met een zachte doek, ook onder de deurafdichting.
- 4. Om de binnenruimte te laten drogen, de deur van het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca. 1 uur openen.
Pagina 29
Ontkalken nl
20 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van de keren dat er stoom is gebruikt en van de waterhardheid. Zodra de stoomfunctie nog 5 of minder keer kan worden gebruikt, wordt dit op het apparaat aangegeven. Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen werking met stoom meer instellen.
Het ontkalken bestaat uit meerdere stappen en duurt ca. 70-95 minuten:
- Ontkalken (ca. 55-70 minuten)
- Eerste spoelcyclus (ca. 9-12 minuten)
- Tweede spoelcyclus (ca. 9-12 minuten)
Vanwege hygiënische redenen u het ontkalken helemaal voltooien.
Als het ontkalken wordt onderbroken, kunt u geen werking meer instellen. Om ervoor te zorgen dat het apparaat opnieuw klaar is voor gebruik voert u 2 spoelcycli uit.
20.1 Ontkalken voorbereiden
LET OP!
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.
- Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
- 1. De ontkalkingsoplossing mengen: ‒ 200 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel
‒ 400 ml water
- 2. Het bedieningspaneel openen.
- 3. De watertank verwijderen en vullen met de ontkalkingsoplossing.
- 4. De met de ontkalkingsoplossing gevulde watertank inschuiven.
- 5. Het bedieningspaneel sluiten.
20.2 Ontkalken instellen
Vereiste: → "Ontkalken voorbereiden", Pagina 29
- 1. Op drukken.
- 2. In het modusmenu "Ontkalken" selecteren.
- Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 3. De werking met starten.
- Het ontkalken start en de tijdsduur loopt af.
- Als het eerste deel van het ontkalken is beëindigd, weerklinkt een signaal. Het apparaat vraagt u 2 keer om te spoelen.
- 4. Om het apparaat te spoelen, voor elke spoelcyclus: ‒ Het bedieningspaneel openen en de watertank verwijderen.
‒ De watertank grondig spoelen en met water vullen.
‒ De watertank inzetten en het bedieningspaneel sluiten.
‒ Het spoelen met starten.
- Wanneer er een spoelcyclus beëindigd is, klinkt er een signaal.
- 5. Als de tweede spoelcyclus is beëindigd:
‒ De watertank leegmaken en drogen.
→ "Watertank legen", Pagina 18 ‒ Het apparaat met uitschakelen.
- Het ontkalken is afgerond en het apparaat is klaar voor gebruik.
21 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, na het gebruik de ovenruimte drogen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
21.1 Binnenruimte drogen
U kunt de ovenruimte met de hand drogen of de droogfunctie gebruiken.
- 1. Het apparaat laten afkoelen.
- 2. Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
- 3. Water in de binnenruimte opvegen.
- 4. De binnenruimte drogen.
‒ Om de binnenruimte met de hand te drogen, de deur van het apparaat 1 uur geopend laten.
‒
Om de droogfunctie te gebruiken, de droogfunctie instellen.
→ "Drogen instellen", Pagina 29
Drogen instellen
- 1. Het apparaat laten afkoelen.
- 2. Grove verontreiniging in de binnenruimte verwijderen en vocht van de bodem afnemen.
- 3. Op drukken.
- 4. In het modusmenu op drogen drukken.
De tijdsduur is op 10:00 min en kan niet worden veranderd.
- 5. Op drukken om de droogfunctie te starten.
- Het apparaat begint te drogen en de tijdsduur loopt af.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Op het display verschijnt een instructietekst. ‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Het apparaat met uitschakelen.
Pagina 30
nl Apparaatdeur
22 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
22.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
| apparaatdeur helemaal De blokkeerhendel op het nier opklappen. | opengeklapt. linker en rechter schar- |
| Blokkeerhendel opgeklapt | Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen. |
| Blokkeerhendel dichtgeklapt | De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
- De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke ondergrond leggen.
Condenswaterreservoir demonteren Opmerkingen
- Het condenswaterreservoir telkens na het stomen of voor elke demontage uitvegen.
- Condenswaterreservoir niet in de vaatwasmachine reinigen
Vereiste: De deur van het apparaat moet gedemonteerd zijn.
- 1. Op het linker drukvlak drukken tot de haak losklikt.
- 2. Op het rechter drukvlak drukken tot de haak losklikt.
- 3. Het condenswaterreservoir naar voren kantelen tot de onderste bevestigingshaken loskomen.
- 4. Het condenswaterreservoir met beide handen schuin naar boven uittrekken .
Condenswaterreservoir inbouwen
- 1. Het condenswaterreservoir met beide handen schuin plaatsen .
Pagina 31
Apparaatdeur nl
- 2. De haken van het condenswaterreservoir links en rechts in de spleet vastklikken .
- 3. Het condenswaterreservoir aandrukken tot de haken rechts, links en onderaan vastklikken.
- Het condenswaterreservoir is horizontaal ingebouwd.
22.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.
- 2. De apparaatdeur helemaal openen.
- 3. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
- De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 4. Sluit de apparaatdeur.
22.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier opklappen .
- De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
- 4. De deurafdekking links en rechts van buiten drukken , tot deze losklikt.
- 5. De deurafdekking verwijderen .
- 6. De binnenruit er uit trekken vlakke ondergrond leggen.
- 7. De tussenruit er uit trekken vlakke ondergrond leggen.
en voorzichtig op een
en voorzichtig op een
Pagina 32
nl Apparaatdeur
- 8. De apparaatdeur openen en de deurafdichting verwijderen.
- 9. Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen verwijderen.
‒ Open de deur van het apparaat.
‒ De condensstrip naar boven klappen en uitnemen.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 11. De condensstrip met een doek en warm zeepsop reinigen.
- 12. De apparaatdeur reinigen.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 25
- 13. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
22.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De condensstrip loodrecht in de houder plaatsen en naar onderen draaien.
- 3. De tussenruit in de linker en rechter houder schuiven.
- 4. De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker en rechter houder zit.
- 5. De apparaatdeur openen en de deurafdichting inhangen.
Pagina 33
Rekjes nl
- 6. De binnenruit in de linker houder schuiven.
- 7. De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de linker en rechter houder zit.
- 8. De deurafdekking aanbrengen en aandrukken, tot deze hoorbaar vastklikt.
- 9. De apparaatdeur helemaal openen.
- 10. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
- De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 11. Sluit de apparaatdeur.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
23 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden verwijderd.
23.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 2. Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
- 3. Het rekje reinigen.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 25
23.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
- De rekjes passen alleen links of rechts.
- Let er bij beide telescooprails op dat deze naar voren uitgeschoven kunnen worden.
- 1. Het rekje in het midden van de achterste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken .
- 2. Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en vervolgens naar beneden duwen .
3
4
Pagina 34
nl Storingen verhelpen
24 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
24.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Fout van het elektronische systeem 1. Koppel het apparaat kort van het elektriciteitsnet door de zekering uit te schakelen. 2. Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen. → "Basisinstellingen", Pagina 24 | |
| Op het display verschijnt "Sprache Deutsch". | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de opties voor het eerste gebruik in. → "Eerste keer in gebruik nemen", Pagina 13 |
| Werking start niet of wordt onderbroken. | Storing ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 36 |
| Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen. → "Informatie weergeven", Pagina 14 | |
| Apparaat warmt niet op, op het display verschijnt "Demomodus is ingeschakeld. | Apparaat bevindt zich in de demomodus. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Schakel de demomodus binnen 3 minuten in de → "Basisinstellingen", Pagina 24 uit. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer. • Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik. | |
| Het apparaat start niet en op het display verschijnt "Binnenruimte te heet". | De binnenruimte is te heet voor het gekozen gerecht of de verwarmingsmethode. ▶ Binnenruimte laten afkoelen en opnieuw starten. |
| Als het apparaat uitgeschakeld is, verschijnt de actuele tijd niet. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 24 |
| Bedieningspaneel kan niet worden geo- | Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
pend.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
- Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Pagina 35
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Bedieningspaneel kan niet worden geopend. | Storing 1. Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 36 2. Als er water in de watertank is, leeg dan de watertank: ‒ Apparaatdeur openen. ‒ Rechts en links onder het afschermstuk grijpen. ‒ Afschermstuk er langzaam uittrekken en naar boven schuiven. |
| Heel sterke stoomontwikkeling bij het stomen. | Apparaat wordt automatisch gekalibreerd. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat kan bij te korte bereidingstijden niet automatisch worden gekalibreerd. Als er meermaals heel veel damp ontstaat, kalibreer het apparaat dan opnieuw. 1. Zet het apparaat terug naar de fabrieksinstelling. → "Basisinstellingen", Pagina 24 2. Herhaal de kalibratie. → "Voor het eerste gebruik", Pagina 12 | |
| Tijdens de bereiding komt er stoom vrij door de ontluchtingssleuven | Ontsnappende stoom is normaal. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Er verschijnt een melding om te ontkalken, zonder dat eerst de teller wordt weergegeven. | Ingestelde waterhardheid is te laag. 1. Ontkalk het apparaat. → "Ontkalken", Pagina 29 2. Controleer de waterhardheid en stel deze in de basisinstellingen in. → "Basisinstellingen", Pagina 24 |
| Er verschijnt een melding om te spoelen. | Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld. ▶ Spoel het apparaat twee keer. → "Ontkalken", Pagina 29 |
| Op het display verschijnt "Watertank vullen", hoewel de watertank gevuld is. | Watertank is niet vergrendeld. ▶ Plaats de watertank correct, zodat hij in de houder vastklikt. → "Watertank vullen", Pagina 16 |
| Watertank is gevallen. Door schokken zijn onderdelen in de watertank losgekomen. De watertank wordt lek. ▶ Bestel een nieuwe watertank. | |
| Storing ▶ Gebruik geen gedemineraliseerd of gefilterd water. → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 12 | |
| Sensor is defect. ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 36 | |
| Toetsen knipperen. | Er is condenswater ontstaan achter het bedieningspaneel. Geen handeling vereist. Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet meer. |
| Er klinken plop-geluiden bij de bereiding met stoom. | Koud/warm-effect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Het apparaat bromt tijdens het gebruik en na het uitschakelen. | Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat bromt of klikt bij het openen van het bedieningspaneel. | Het uitschuiven van het bedieningspaneel veroorzaakt geluid tijdens het gebruik. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | LED-lampje is defect. Opmerking: Verwijder de glazen afdekplaat niet. ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 36 |
Pagina 36
nl Afvoeren
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Maximale gebruiksduur bereikt. | Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwijzing op het display. Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-instellingen. 1. Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat eerst uit met . 2. Vervolgens het apparaat met inschakelen en de gewenste functie instellen. Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instellen. |
| Melding met "D" of "E" verschijnt in het display, bijv. D0111 of E0111. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit en weer in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 36 |
| Bereidingsresultaat is niet bevredigend. | Instellingen waren niet geschikt. Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept, hoeveelheid en levensmiddel afhankelijk. ▶ Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in. Tip: Veel informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u op onze homepage siemens-home.bsh-group.com . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
25 Afvoeren
25.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
26 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
26.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent. Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Pagina 37
Zo lukt het nl
27 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
27.1 Algemene aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
27.2 Aanwijzingen voor het bakken
- Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn donkere bakvormen van metaal het beste geschikt.
- Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
- Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede bereidt, schuif deze er dan op niveau 1 in.
- De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Bakt u op één niveau, gebruik dan inschuifhoogte 1.
| Bakken op 2 niveaus | Hoogte |
|---|---|
| Braadslede Bakplaat | 3 1 |
| Twee roosters met vormen erop | 3 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Gebruik de verwarmingsmethode 4D hete lucht.
Opmerkingen
- Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Bereiden met stoom is slechts op één niveau mogelijk.
27.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij braden, stoven en grillen
- Het insteladvies geldt voor braadproducten op koelkasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar gevogelte.
- Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant van het vel naar beneden op de vorm.
- Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½ tot ⅔ van de aangegeven tijd.
- Met de braadthermometer kunt u exact bereiden.
Houd de belangrijke informatie aan voor het juiste gebruik. → Pagina 19
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meerdere stukken tegelijkertijd.
- Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker mals.
- Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
- Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de braadslede met opgelegd rooster een niveau onder de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot ½ liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
- Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn voor de oven.
- Plaats de vorm op het rooster.
- Vormen van glas zijn het meest geschikt.
- Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Braden in open vormen
- Gebruik een hoge braadvorm.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
- Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
- Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Pagina 38
nl Zo lukt het
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
- Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en vergelijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker mals.
- Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
- Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de braadslede minstens één niveau onder het rooster in de binnenruimte.
Opmerkingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
27.4 Stomen
Gerechten voorzichtig bereiden. Het product blijft bijzonder mals.
In tegenstelling tot bereiding met stoom, krijgt het vlees geen korst.
- Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
- De stoombak met gaatjes, maat XL, is het meest geschikt. Om afdruipende vloeistof op te vangen, schuift u de braadslede een niveau lager er onder in de binnenruimte.
U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op het rooster plaatsen.
- Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
- U hoeft het voedsel niet te keren.
- Als smaakvariatie kunt u vlees, gevogelte of vis vóór het stomen aanbraden. Verkort de bereidingsduur.
- Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig.
- Wanneer u meerdere stukken gebruikt die even zwaar zijn, dan verlengt het apparaat de opwarmtijd.
De bereidingsduur blijft gelijk.
- In het belangrijkste deel van de gebruikershandleiding vindt u informatie, hoe u de stoomfunctie instelt.
→ " Stoom", Pagina 16
Groente op verschillende niveaus
Op 2 niveaus kunt u uitstekend meerdere gerechten of hele menu's bereiden, bijv. broccoli en aardappelen.
Rijst of graan
- Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhouding toe.
Zo betekent bijvoorbeeld: 1:1,5 = per 100 g rijst 150 ml vloeistof toevoegen.
27.5 Bereiding van diepvriesproducten
- Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten.
- IJs verwijderen.
- Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
27.6 Bereiding van kant-en-klare voedingsproducten
- Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
27.7 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 9 | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cake, fijn | Langwerpige bakvorm | 1 | 150 - 170 | - | 60 - 80 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 170 - 180 | - | 60 - 80 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 170 - 180 | - | 60 - 80 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150 - 170 ¹ | - | 30 - 50 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 1. 150-160 2. 150-160 | Gering uit | 1. 10 2. 25 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Giet aan het begin ca. 100 ml vloeistof in de vorm. De watertank moet tijdens het gebruik worden nagevuld.
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Pagina 39
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 9 | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150 - 160 | - | 50 - 60 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 160 - 180 | - | 60 - 80 | |
| Gebak van gistdeeg met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 180 - 200 | - | 30 - 45 | |
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 170 - 190 | - | 15 - 30 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160 - 170 | - | 30 - 40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160 - 180 | Gemiddeld | 25 - 35 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140 - 160 | - | 15 - 30 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 130 - 150 | - | 20 - 35 | |
| Brood, op de plaat 750 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 ¹ 2. 180 - 190 | - | 1. 10 - 15 2. 25 - 35 | |
| Brood, op de plaat 750 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 2. 180 - 190 | Sterk uit | 1. 10-15 2. 25-35 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 ¹ 2. 180 - 190 | - | 1. 10 - 15 2. 40 - 50 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 2. 180 - 190 | Sterk uit | 1. 10-15 2. 45-55 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Langwerpige bakvorm | 1 | 200 - 210 | - | 35 - 45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 2 | 220 - 230 | Sterk | 20-30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180 - 200 | - | 25 - 35 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 200 - 220 | Gemiddeld | 20 - 30 | |
| Pizza, vers | Bakplaat | 1 | 200 - 220 | - | 20 - 30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 180 - 200 | - | 35 - 45 | |
| Pizza, vers, dunne bodem, in pizzavorm | Pizzaplaat | 1 | 210 - 230 | - | 20 - 30 | |
| Quiche | Taartvorm , Zwart blik | 1 | 190 - 210 | - | 30 - 45 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 260 - 280 ¹ | - | 10 - 20 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 280 - 300 ¹ | - | 8 - 18 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 200 - 220 ¹ | Gemiddeld | 15 - 25 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | Ovenschaal | 1 | 200 - 220 | - | 35 - 55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Giet aan het begin ca. 100 ml vloeistof in de vorm. De watertank moet tijdens het gebruik worden nagevuld.
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.