Siemens EX877LX36E, tekst van de handleiding
Kookplaat · Siemens · 49 pagina's in het Nederlands · pdf: 56 pagina's, 6,8 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Deze handleiding geldt ook voor: EX807LX36E.
Storingen op pagina 49
Pagina 49
Vanaf de titel; het begin van pagina 49 staat in de pdf.
3Wat te doen bij storingen?
In de regel gaat het bij storingen om kleinigheden ie gemakkelijk op te lossen zijn. Neem alstublieft de aanwijzingen in de tabel in acht voor u de servicedienst belt.
Waarschuwing. Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
| Storing / Indicatie | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet | Stekker is niet in het stopcontact gestoken | Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet |
| Stroomuitval | Controleer of andere keukenapparaten functioneren | |
| Zekering defect | Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | |
| De symboolverlichting functioneert niet. | De regeleenheid is defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
| De ventilatie werkt niet. | De metalen vetfilter is niet correct geplaatst. | Metalen vetfilter correct inbrengen. "Reinigen" op pagina 42 |
| De sensor voor de filterherkenning werkt niet. | Contact opnemen met de servicedienst. | |
| De metalen vetfilter is verzadigd. | Metalen vetfilter reinigen. "Reinigen" op pagina 42 | |
| De actieve koolfilter is verzadigd. | Actieve koolfilter vervangen. "Reinigen" op pagina 42 | |
| / | De verzadigingsindicatie brandt, hoewel de filter werd gereinigd of vervangen. | Verzadigingsindicatie terugzetten. "Verzadigingsindicaties terugzetten" op pagina 45 |
| Geen indicatie | De stroomtoevoer is onderbroken. | Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er kortsluiting bij de stoomtoevoer is opgetreden. |
| Het apparaat is niet aangesloten volgens het schakelschema. | Zorg ervoor dat het apparaat volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| Storing in het elektronisch systeem. | Kan de storing niet worden verholpen, neem dan contact op met de technische servicedienst. | |
| De indicaties knipperen | Het bedieningspaneel is vochtig of het wordt afgedekt door een voorwerp. | Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De elektronica is oververhit, waardoor de betreffende kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Raak vervolgens een willekeurig symbool van de kookplaat aan. | |
| De elektronica is oververhit, waardoor alle kookzones zijn uitgeschakeld. | ||
| + kookstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in de buurt van het bedieningspaneel. De elektronica dreigt oververhit te raken. | Neem de pan weg. De foutindicatie verdwijnt kort daarna. U kunt doorgaan met koken. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in de buurt van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica is de kookzone uitgeschakeld. | Neem de pan weg en wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en uitgeschakeld ter beveiliging van het werkblad. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is en schakel de kookzone opnieuw in. |
| De functie Instellingsoverdracht kan niet worden geactiveerd. | Controleer de foutindicatie door een willekeurig bedieningsvlak aan te raken. U kunt koken zoals u gewend bent, zonder de functie Instellingenoverdracht te gebruiken. Neem contact op met de technische servicedienst. | |
| De FlexPlus-kookzone kan niet worden geactiveerd | Controleer de foutindicatie door een willekeurig bedieningsvlak aan te raken. U kunt de overige kookzones gebruiken zoals u gewend bent. Neem contact op met de technische servicedienst. | |
| Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel. | ||
Pagina 50
nl Wat te doen bij storingen?
| De kookzone is lange tijd en zonder onderbreking in gebruik geweest. | De automatische veiligheidsuitschakeling is geactiveerd. Zie het hoofdstuk | |
| De temperatuursensor is oververhit geraakt en de kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de temperatuursensor voldoende afgekoeld is en activeer de functie opnieuw. | |
| De temperatuursensor is oververhit, waardoor alle kookzones zijn uitgeschakeld. | Wordt de temperatuursensor niet gebruikt, neem hem dan van de pan af en bewaar hem niet in de buurt van andere kookzones of warmtebronnen. De kookzones weer inschakelen. | |
| De batterij van de temperatuursensor is leeg. | Batterij 3V CR2032 vervangen. Zie het hoofdstuk "Batterij vervangen" | |
| De temperatuursensor heeft geen verbinding meer. | De functie uit- en vervolgens weer inschakelen. | |
| De temperatuursensor is kapot/defect. | Neem contact op met de technische servicedienst. | |
| De indicatie van de temperatuursensor is niet verlicht | De temperatuursensor reageert niet en de indicatie licht niet op. | Batterij 3V CR2032 vervangen. Zie het hoofdstuk "Batterij vervangen" Blijft het probleem bestaan, houdt de knop van de temperatuursensor dan 8 minuten ingedrukt en verbindt hem opnieuw met de kookplaat. Is het probleem hiermee nog niet verholpen, neem dan contact op met de technische servicedienst. |
| De indicatie van de temperatuursensor knippert twee keer. | De batterij van de temperatuursensor is bijna leeg. De volgende bereiding kan worden afgebroken omdat de batterij leeg is. | Batterij 3V CR2032 vervangen. Zie het hoofdstuk "Batterij vervangen" |
| De indicatie van de temperatuursensor knippert drie keer. | De temperatuursensor heeft geen verbinding meer. | Houd het symbool van de temperatuursensor 8 seconden lang ingedrukt en verbindt de sensor opnieuw met de kookplaat. |
| De bedrijfsspanning is buiten het normale bedrijfsgebied onjuist. | Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. | |
| De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten | Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Zorg ervoor dat hij volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| De demo-modus is geactiveerd | Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Wacht 30 seconden en sluit de kookplaat opnieuw aan. Raak in de volgende 3 minuten een willekeurig bedieningsvlak aan. De demomodus is gedeactiveerd. | |
| Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
--------
Aanwijzingen
- Wanneer in de indicatie verschijnt, moet u het sensorveld van de bijbehorende kookzone ingedrukt houden om de storingscode te kunnen aflezen.
- Staat de storingscode niet vermeld in de tabel, haal de stekker van de kookplaat dan uit het stopcontact, wacht 30 seconden en sluit de kookplaat vervolgens opnieuw aan. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet meer over naar de standby-modus.
Pagina 51
Servicedienst nl
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef wanneer u contact opneemt met de servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op.
Het typeplaatje met de nummers vindt u:
- Op de apparaatpas.
- Aan de onderkant van de kookplaat.
( 1U )' = 1U
Het E-nummer is ook te vinden op het glaskeramiek van de kookplaat. U kunt de index van de klantendienst (KI) en het FD-nummer controleren door naar de basisinstellingen te gaan. Zie hiervoor hoofdstuk "Basisinstellingen".
Houd er rekening mee dat een bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 52
nl Testgerechten
Testgerechten ■ Steelpan Ø 16 cm, 1,2 l voor kookzones van Ø 14,5 cm
- Kookpan Ø 16 cm, 1,7 l voor kookzones van Deze tabel is gemaakt voor testinstituten, om het testen Ø 14,5 cm van onze toestellen te vergemakkelijken. ■ Kookpan Ø 22 cm, 4,2 l voor kookzones van Ø 18 cm
De gegevens van de tabel verwijzen naar ons Koekenpan Ø 24 cm, voor kookzones van Ø 18 cm toebehoren van Schulte-Ufer (pannenset van 4 stuks ■ voor inductieplaat HZ390042 met de volgende afmetingen:
| Voorverwarmen | Bereiden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Testgerechten | Vormen | Kookstand | Tijdsduur (Min:sec) | Deksel | Kookstand | Deksel | |
| Chocolade smelten | |||||||
| Couverture (bijv. merk Dr. Oetker, pure chocolade 55 % cacao,150 g) | Steelpan Ø 16 cm | - | - | - | 1.5 | Nee | |
| Linzenschotel opwarmen en warmhouden | |||||||
| Linzenschotel* Begintemperatuur 20 °C | |||||||
| Hoeveelheid: 450 g | Kookpan Ø 16 cm | 9 | 1:30 (zonder roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Hoeveelheid: 800 g | Kookpan Ø 22 cm | 9 | 2:30 (zonder roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Linzenschotel uit blik Bijv. linzenterrine met worstjes van Erasco. Begintemperatuur 20 °C | |||||||
| Hoeveelheid: 500 g | Kookpan Ø 16 cm | 9 | ca. 1:30 (na ca. 1 min. roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Hoeveelheid: 1 kg | Kookpan Ø 22 cm | 9 | ca. 2:30 (na ca. 1 min. roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Bechamelsaus maken | |||||||
| Temperatuur van de melk: 7 ºC Ingrediënten: 40 g boter, 40 g bloem, 0,5 l melk (3,5 % vetgehalte) en een snufje zout | |||||||
| 1. Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het geheel verwarmen. | Steelpan Ø 16 cm | 2 | ca. 6:00 | Nee | - | - | |
| 2. De melk bij de roux van bloem voegen en deze onder voortdurend roeren aan de kook brengen. | 7 | ca. 6:30 | Nee | - | - | ||
| 3. Wanneer de bechamelsaus begint te koken, nog 2 minuten onder voortdurend roeren op de kookzone laten staan. | - | - | - | 2 | Nee | ||
| *Recept volgens DIN 44550 **Recept volgens DIN EN 60350-2 | |||||||
Pagina 53
Testgerechten nl
| Voorverwarmen | Bereiden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Testgerechten | Vormen | Kookstand | Tijdsduur (Min:sec) | Deksel | Kookstand | Deksel | |
| Rijstepap koken | |||||||
| Rijstepap, afgedekt gekookt Temperatuur van de melk: 7 ºC De melk opwarmen tot deze begint op te komen.Aambevolen kookstand instellen en rijst, suiker en zout aan de melk toevoegen. Bereidingstijd, inclusief voorverwarmen, ca. 45 min. | |||||||
| Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk, (3,5 % vetgehalte) en 1 g zout | Kookpan Ø 16 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 3 (na 10 min. roeren) | Ja | |
| Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk (3,5 % vetgehalte) en 1,5 g zout | Kookpan Ø 22 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 3 (na 10 min. roeren) | Ja | |
| Rijstepap, onafgedekt gekookt Temperatuur van de melk: 7 ºC Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder voortdurend roeren opwarmen. Aanbevolen kookstand kiezen wanneer de melk een temperatuur van ca. 90 ºC heeft bereikt, en op een kleine stand ongeveer 50 min. laten sudderen. | |||||||
| Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk, (3,5 % vetgehalte) en 1 g zout | Kookpan Ø 16 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 3 | Nee | |
| Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk (3,5 % vetgehalte) en 1,5 g zout | Kookpan Ø 22 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 2.5 | Nee | |
| Rijst koken | |||||||
| Watertemperatuur 20 °C | |||||||
| Ingrediënten: 125 g rijst met lange korrel, 300 g water en een snufje zout | Kookpan Ø 16 cm | 9 | ca. 2:30 | Ja | 2 | Ja | |
| Ingrediënten: 250 g rijst met lange korrel, 600 g water en een snufje zout | Kookpan Ø 22 cm | 9 | ca. 2:30 | Ja | 2.5 | Ja | |
| Varkenslende braden | |||||||
| Begintemperatuur van de lende: 7 °C | |||||||
| Hoeveelheid: 3 varkenslendenen (totaalgewicht ong. 300 g, 1 cm dik) en 15 ml zonnebloemolie | Braadpan Ø 24 cm | 9 | ca. 1:30 | Nee | 7 | Nee | |
| Pannenkoeken maken | |||||||
| Hoeveelheid: 55 ml beslag per pannenkoek | Braadpan Ø 24 cm | 9 | ca. 1:30 | Nee | 7 | Nee | |
| Frituren van diepvriesfrites | |||||||
| Hoeveelheid: 2 l zonnebloemolie, per portie: 200 g diepvriesfrites (bijv. McCain 123 Frites Original) | Kookpan Ø 22 cm | 9 | Tot de olietemperatuur 180 °C bereikt | Nee | 9 | Nee | |
| *Recept volgens DIN 44550 **Recept volgens DIN EN 60350-2 | |||||||
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
nl
Inhoudsopgave
8 Gebruik volgens de voorschriften . . . . . . . . . . . 4
Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . 5
Oorzaken van schade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
7 Milieubescherming. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Energie besparen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Milieuvriendelijk afvoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Koken met inductie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Voordelen bij koken met inductie. . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Pannen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Het apparaat leren kennen . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Uw nieuwe apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11 Speciale accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11 Het bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12 Restwarmte-indicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13 Kooksensor-functie (optioneel). . . . . . . . . . . . . . . . . .13 Gebruiksmogelijkheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13
Voor het eerste gebruik. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Eerste gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
1 Apparaat bedienen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Kookplaat in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . .14 Kookzone instellen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14 Ventilatie in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15 Intensief-stand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16 Automatische start . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16 Automatische modus met sensorregeling . . . . . . . . . 16
Naloop-functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16 Kookadvies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17
Flex zone. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Tips voor het gebruik van pannen . . . . . . . . . . . . . . .19 Als een afzonderlijke kookzone . . . . . . . . . . . . . . . . .19 Als twee onafhankelijke kookplaten . . . . . . . . . . . . . .19
Move-functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20 Deactiveren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20
Tijdfuncties. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Programmering van de bereidingstijd . . . . . . . . . . . . 21
De kookwekker . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22 Stopwatch-functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
PowerBoost-functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22 Deactiveren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
ShortBoost functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Advies voor het gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23 Activeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23 Deactiveren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Warmhoudfunctie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Activeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23 Deactiveren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Overname van instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Activeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
Kookhulpfuncties. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Functies van de kookhulp. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25 Geschikte pannen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25 Sensoren en speciale accessoires. . . . . . . . . . . . . . .26 Functies en kookstanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26 Aanbevolen gerechten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30 Voorbereiding en verzorging van de draadloze temperatuursensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .34 Conformiteitsverklaring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .36
Kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
Kinderslot activeren en deactiveren . . . . . . . . . . . . . .36 Automatisch kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .36
Wrijfbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Automatische veiligheidsuitschakeling. . . . . . 37
Basisinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Zo komt u bij de basisinstellingen: . . . . . . . . . . . . . . .40
Weergave van het energieverbruik. . . . . . . . . . 40
Kookgerei-test . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Power-Manager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Schoonmaakmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42 Onderdelen die dienen te worden gereinigd . . . . . . .43 Kookplaatomlijsting (alleen bij apparaten die hiervan zijn voorzien) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43 Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43 Ventilatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43 Overloopreservoir schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . .46 Draadloze temperatuursensor . . . . . . . . . . . . . . . . . .46
Pagina 4
nl Gebruik volgens de voorschriften
Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ). . . 47
3 Wat te doen bij storingen? . . . . . . . . . . . . . . . . 49
4 Servicedienst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
E-nummer en FD-nummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .51
Testgerechten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Produktinfo
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.siemens-home.bsh-group.com en in de onlineshop: www.siemens-home.bsh-group.com/eshops
8Gebruik volgens de voorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren. Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Het kookproces moet regelmatig worden gecontroleerd. Een kort kookproces moet continu in de gaten worden gehouden.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Dek de kookplaat niet af. Dit kan leiden tot ongevallen, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal.
Gebruik uitsluitend beveiligingsvoorzieningen of kindertralies die door ons zijn goedgekeurd. Ongeschikte beveiligingsvoorzieningen of kindertralies kunnen tot ongevallen leiden. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Pagina 5
Belangrijke veiligheidsvoorschriften nl
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15 aar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Bij gebruik van de kookfuncties moet de ingestelde kookzone overeenstemmen met de kookzone waarop de pan met de temperatuursensor staat.
Heeft u een pacemaker of soortgelijk medisch hulpmiddel geïmplanteerd, dan dient u speciale voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij het gebruiken of in de buurt komen van inductiekookplaten als die in werking zijn. Raadpleeg uw arts of de fabrikant van het hulpmiddel, om er zeker van te zijn dat het voldoet aan de geldige regelgeving en informeer omtrent mogelijke incompatibiliteit.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Er mag geen gevaarlijk of explosief materiaal of stoom worden weggezogen.
Houd er rekening mee dat er geen kleine deeltjes of vloeistof in het apparaat komen. Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening.
Waarschuwing – Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsmateriaal is gevaarlijk voor kinderen. Kinderen nooit met verpakkingsmateriaal laten spelen.
Waarschuwing – Levensgevaar!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging.
Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen, wanneer de luchtafvoer plaatsvindt in een ruimte met een vuurbron die gebruikmaakt van de aanwezige lucht.
Vuurbronnen die de lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die op gas, olie, hout of kolen worden gestookt, geisers, warmwatertoestellen) trekken de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte en voeren de gassen via een afvoer (bijv.
schoorsteen) af naar buiten.
In combinatie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de ruimtes ernaast lucht onttrokken - zonder voldoende luchttoevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte.
Pagina 6
nl Belangrijke veiligheidsvoorschriften
- Zorg daarom altijd voor voldoende ventilatie.
- Een ventilatiekast in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen.
U kunt het apparaat alleen dan zonder risico gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de verbranding benodigde lucht door niet afsluitbare openingen, bijv. in deuren, ramen, in combinatie met een ventilatiekast in de muur of andere technische voorzieningen, kan worden toegevoerd.
Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesysteem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatregelen op het gebied van de luchttoevoer.
Indien de afzuiging alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk.
Waarschuwing – Risico van brand!
- Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
- Risico De kookzones van brand! worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
- Risico Het van apparaat brand! wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
- Risico De kookplaat van brand! schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Risico De vetafzettingen van brand! in het vetfilter kunnen ontbranden.
Vetfilter minstens één keer in de maand reinigen.
Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. Risico van brand!
- De vetafzettingen in de filters kunnen ontbranden.
Apparaat schoonmaken zoals beschreven. Neem de reinigingsperiodes in acht.
Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
- Risico Als van de ventilatie brand! is ingeschakeld, kunnen de vetafzettingen in het vetfilter ontbranden. In de buurt van het apparaat nooit werken met een open vlam (bijv. flamberen). Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen) installeren wanneer er een afgesloten, niet verwijderbare afscherming aanwezig is. Er mogen geen vonken wegspringen.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
- De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Risico De kookzone van verbranding! warmt op, maar de indicatie functioneert niet Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Risico Voorwerpen van verbranding! van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat.
- Gevaar De filterafdekking voor verbranding! van metaal wordt op de kookplaat heel snel heet. De filterafdekking nooit op de kookplaat leggen.Geen pannen op de filterafdekking plaatsen of er andere voorwerpen op leggen.
- Brandgevaar! Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat.
- Risico Tijdens van verbranding! het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Gevaar Het apparaat voor verbranding! wordt heet tijdens het gebruik. Als er hete vloeistof in het apparaat terechtkomt, het apparaat minstens twee uur laten afkoelen alvorens de filterafdekking, de metalen vetfilter, het reservoir, het overloopreservoir of de behuizingsafdekking te verwijderen.
Pagina 7
Belangrijke veiligheidsvoorschriften nl
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- Kans Binnendringend op een elektrische vocht schoka!n een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Kans Een op defect een elektrische toestel kan schok! een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Kans Scheuren op een elektrische of barsten schok! in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Waarschuwing – Elektromagnetische gevaren!
- Dit apparaat voldoet aan de reglementeringen inzake de veiligheid en de elektromagnetische compatibiliteit. Personen met een pacemaker of een geïmplanteerde insulinepomp mogen echter niet in de buurt komen van het apparaat om het te bedienen. Het is onmogelijk om te garanderen dat 100% van deze mechanismen die op de markt zijn voldoen aan de geldige regelgeving omtrent elektromagnetische compatibiliteit en dat er zich geen interferenties voordoen die de juiste werking in gevaar brengen. Ook is het mogelijk dat personen met andere soorten mechanismen, zoals hoorapparaten, enige vorm van hinder kunnen ondervinden.
- Gevaar De draadloze door magnetisme! temperatuursensor is magnetisch. De magnetische componenten kunnen schade toebrengen aan elektronische implantaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Dragers van elektronische implantaten dienen daarom de temperatuursensor niet mee te nemen in hun kleding en m.b.t. hun pacemaker of een soortgelijk medisch apparaat een minimale afstand van 10 cm in acht te nemen.
Waarschuwing – Risico van letsel!
- Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen. Risico ■ Wanneer van letsel! er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn. Risico ■ Kookgerei van letsel! en kookplaten worden erg heet. Nooit met uw handen boven de hete kookplaat of heet kookgerei komen.
Gevaar ■ De draadloze voor letsel! kooksensor is met een batterij uitgerust die kan worden beschadigd als deze aan hoge temperaturen wordt blootgesteld. De sensor van het kookgerei nemen en uit de buurt van elke warmtebron bewaren.
Risico ■ Wanneer van letsel! de pan wordt verwijderd kan de temperatuursensor zeer heet zijn. Bij het afnemen keukenhandschoenen dragen of een vaatdoek gebruiken.
Risico ■ Het van gebruik letsel! van ongeschikte wokpannen kan tot ongelukken leiden. Gebruik alleen de wokpan die als extra accessoire verkrijgbaar is bij de fabrikant.
Waarschuwing – Storingsgevaar!
Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over een ventilator. Bevindt zich onder de kookplaat een lade, bewaar daar dan geen kleine of scherpe voorwerpen, geen papier en geen theedoeken. Deze kunnen aangezogen worden en de ventilator beschadigen of de koeling belemmeren.
Tussen de inhoud van de lade en de ventilator-ingang moet een minimale afstand van 2 cm worden aangehouden.
Pagina 8
nl Oorzaken van schade
Oorzaken van schade
Attentie!
- Gevaar van beschadiging door harde en puntige voorwerpen. Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
- Gevaar van beschadiging door het leegkoken van pannen. Pannen nooit leeg laten koken.
- Gevaar van beschadiging door hete kook- of bakpannen. Hete kook- of bakpannen nooit op het bedieningspaneel, de displays, de kookplaatomlijsting of de filterafdekking plaatsen.
- Gevaar van beschadiging door aluminiumfolie of vormen van kunststof. Aluminiumfolie en vormen van kunststof nooit op een hete kookzone leggen. Geen beschermingsfolie voor het fornuis gebruiken.
- Gevaar van beschadiging. Breukgevaar van de filterafdekking. Filterafdekking voorzichtig afnemen. Filterafdekking niet laten vallen.
- Beschadiging van het oppervlak, verkleuring en vlekken door ongeschikte reinigingsmiddelen. Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor dit soort kookplaten.
- Beschadiging van het oppervlak en verkleuring door slijtage van de pan. Til de pannen op, ze mogen niet worden verschoven.
- Beschadiging van het oppervlak en vlekken door ingebrand voedsel. Overgelopen etensresten direct met een schraper verwijderen.
- Beschadiging van het oppervlak door zout, suiker en zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak.
- Beschadiging van het oppervlak door ruwe panbodems. Het kookgerei voor gebruik controleren.
- Oppervlaktebeschadiging of vorming van blaasjes door suiker en sterk suikerhoudende gerechten. Overgelopen etenswaar onmiddellijk met een schraper verwijderen.
7Milieubescherming
In dit hoofdstuk krijgt u informatie over de besparing van energie en de afvoer van het apparaat.
Energie besparen
- Sluit de pannen altijd af met een passend deksel.
Koken zonder deksel vraagt aanzienlijk meer energie. Gebruik een glazen deksel, zodat u in de pan kunt kijken zonder het deksel te hoeven optillen.
- Gebruik pannen met egale bodems. Door niet-egale bodems wordt het energieverbruik hoger.
- De diameter van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookzone. Houd er rekening mee dat fabrikanten van kookgerei vaak de bovenste diameter van de pan aangeven. Deze is meestal groter dan de diameter van de pannenbodem.
- Gebruik voor kleine hoeveelheden een kleine pan.
Een grote pan die maar weinig gevuld is, heeft veel energie nodig.
- Gebruik weinig water bij het koken. Hiermee bespaart u energie. Bij groente blijven vitamines en mineralen behouden.
- Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand.
Hiermee bespaart u energie.
- Zorg tijdens het koken voor voldoende toevoer van lucht, zodat de ventilatie efficiënt en stil werkt.
- Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kookdamp aan. Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig is. Een lagere ventilatiestand betekent minder energieverbruik.
- Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ventilatiestand. Wanneer er in de keuken al kookdamp is ontstaan, dient de ventilatie langer te worden ingezet.
- Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodig is.
- Filters dienen binnen de aangegeven periodes te worden gereinigd of vervangen, om de effectiviteit van de ventilatie te verhogen en het risico van brand tegen te gaan.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 9: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 10
nl Koken met inductie
Geen pan of ongeschikte afmeting
Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit.
Lege pannen of pannen met een dunne bodem
Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst.
Herkenning van de pan
Elke kookzone heeft een ondergrens voor de herkenning van de pan. Deze is afhankelijk van de ferromagnetische diameter en het materiaal van de bodem. Daarom dient u altijd de kookzone te gebruiken die het beste past bij de diameter van de pannenbodem.
Verder lezen op pagina 11Inhoud