Siemens EX877LX36E, tekst van de handleiding
Pagina's 28–43 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 11–27verder op pagina 44 →
Pagina 28
nl Kookhulpfuncties
Tips voor het koken met de kookfuncties
- Functie Verwarmen/Warmhouden:
Diepvriesproducten in porties, bijv. spinazie.Het diepvriesproduct in de pan doen. De aangegeven hoeveelheid water toevoegen. De pan afdekken en stand 1 / 70 ºC kiezen. Af en toe omroeren.
- Functie Zachtjes koken: deze functie is geschikt voor het klaarmaken van levensmiddelen bij lage temperaturen en voor het indikken van sauzen en eenpansgerechten. Stand 2 / 90 °C kiezen.
- Functie Koken: deze functie maakt het mogelijk om water te koken met een gesloten deksel, zonder dat het overkookt. Dankzij de temperatuurcontrole kunt u efficiënt koken. Stand 3 / 100 °C kiezen.
- Functie Koken in de snelkookpan: de aanbevelingen van de fabrikant in acht nemen. Na het geluidssignaal gedurende de aanbevolen tijd verder koken. Stand 4 / 120 °C kiezen.
- Functie Frituren met veel olie in de pan: de olie verwarmen met gesloten deksel. De deksel na het geluidssignaal afnemen en het gerecht toevoegen (voor zover er in de tabel Aanbevolen gerechten niets anders vermeld staat). Stand 5 / 170 °C kiezen.
Aanwijzingen
- Houd tijdens het koken altijd de deksel op de pan. Uitzondering: “Frituren met olie in de pan”, Temperatuurstand 5/170 ºC.
- Klinkt er geen signaal, ga dan na of er een deksel op de pan ligt.
- Olie nooit warm maken wanneer er geen toezicht is. Gebruik alleen olie of vet die geschikt zijn om te frituren. Gebruik geen mengsel van verschillende frituurvetten, zoals olie en reuzel. Mengsels van heet vet kunnen gaan schuimen.
- Bent u, bijv. na het koken van aardappels, niet tevreden met het resultaat, gebruik de volgende keer dan meer water maar houdt dezelfde temperatuur aan.
Kookpunt instellen
Het punt waarop het water begint te koken hangt af van hoe hoog uw woonplaats zich boven zeeniveau bevindt. Kookt het water te hard of te zacht, dan kan het kookpunt worden ingesteld. Hierbij gaat u als volgt te werk:
- Zie het hoofdstuk "Basisinstellingen"voor de keuze van de basisinstelling
- De basisinstelling is standaard ingesteld op 3. Ligt uw woonplaats op een hoogte tussen de 200 en 400 m boven zeeniveau, dan hoeft het kookpunt niet te worden ingesteld. Kies anders de instelling die in de volgende tabel voor de betreffende hoogte vermeld staat:
| Hoogte | Instelwaarde |
|---|---|
| 0 - 100 m. | |
| 100 - 200 m. | |
| 200 - 400 m. | * |
| 400 - 600 m. | |
| 600 - 800 m. | |
| 800 - 1000 m. | |
| 1000 - 1200 m. | |
| 1200 - 1400 m. | |
| Boven 1400 m. | |
| * Basisinstelling |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Aanwijzing: De temperatuurstand 3/100 ºC is voldoende om efficiënt te koken, ook als het water hierbij niet al te erg kookt. Het kookpunt kan echter gewijzigd worden. Is het bijv. wenselijk dat het water sterker kookt, dan kan er een geringere hoogte worden gekozen.
De draadloze temperatuursensor verbinden met het bedieningspaneel
Om de draadloze temperatuursensor met het bedieningspaneel te verbinden, handelt u als volgt:
- 1. De basisinstelling kiezen, zie het hoofdstuk "Basisinstellingen"
De indicatie van een van de kookzones en de indicatie zijn verlicht. De instelbereiken worden uitgeschakeld.
- 2. Kies de kookzone waarvan de indicatie oplicht. Er klinkt een signaal. De indicatie knippert.
- 3. Binnen 30 seconden op het symbool van de draadloze temperatuursensor drukken.
Na enkele seconden verschijnt het resultaat van de verbinding van de temperatuursensor met het bedieningspaneel op het display van de kookzone.
| Resultaat | |
|---|---|
| • | Foutloze verbinding |
| • | Foutieve verbinding: vanwege een overdrachtsfout. |
| • | Foutieve verbinding: vanwege een fout van de temperatuursensor. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
- Zodra de temperatuursensor foutloos verbonden is met het bedieningspaneel zijn de kookfuncties beschikbaar.
- Een niet-correcte verbinding als gevolg van een storing van de temperatuursensor kan zich voordoen vanwege de volgende redenen:
- Bluetooth-communicatiefout.
- Het symbool op de temperatuursensor is niet binnen 30 seconden nadat de kookzone gekozen is ingedrukt.
- De batterij van de temperatuursensor is leeg.
Draadloze temperatuursensor resetten en de verbindingsprocedure opnieuw uitvoeren.
- Bij een verkeerde verbinding vanwege een overdrachtsfout de verbindingsprocedure opnieuw uitvoeren.
Is de verbinding nog steeds foutief , neem dan contact op met de technische servicedienst.
Pagina 29
Kookhulpfuncties nl
Draadloze temperatuursensor resetten
- 1. Symbool gedurende ca. 8-10 seconden aanraken.
Gedurende deze periode licht de LED-indicatie van de temperatuursensor drie maal op. Bij de derde keer oplichten van de LED start het resetten. Op dat moment de vinger van het symbool afnemen. Zodra de LED gedoofd is, is de draadloze temperatuursensor gereset.
- 2. Verbindingsprocedure vanaf punt 2 herhalen.
Zo stelt u in
- 1. Zie hoofdstuk "Voorbereiding en verzorging van de draadloze temperatuursensor" voor het bevestigen van de temperatuursensor aan de pan
- 2. Een pan met voldoende vloeistof op de gewenste kookzone plaatsen en altijd een deksel erop doen.
- 3. Op het symbool van de draadloze temperatuursensor drukken. Op het bedieningspaneel licht de indicatie voor alle kookplaten op.
- 4. De kookzone kiezen waarop de pan met de temperatuursensor staat.
- 5. Kies de juiste temperatuurstand uit de tabel.
De functie is geactiveerd.
Het temperatuursymbool knippert tot het water of de olie de gewenste temperatuur heeft bereikt om het product toe te voegen.Dan klinkt er een signaal en het temperatuursymbool houdt op met knipperen.
- 6. De deksel na het geluidssignaal afnemen en het voedsel toevoegen. Tijdens de bereiding de pan gesloten houden.
Aanwijzing: Bij de functie “Frituren met veel olie in de pan” de pan niet afdekken.
Kookfuncties uitschakelen
De kookzone kiezen en in het instelbereik op zetten. De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie verschijnt.
Aanwijzing: Ca. 10 seconden wachten voordat u de kookfuncties opnieuw activeert.
Pagina 30
nl Kookhulpfuncties
Aanbevolen gerechten
De volgende tabel bevat een keur aan gerechten en is op levensmiddelen gesorteerd. De temperatuur en bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de toestand en de kwaliteit van de levensmiddelen.
| Vlees | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Schnitzel, on/gepaneerd | Braadsensor | 4 | 6 - 10 |
| Filet | Braadsensor | 4 | 6 - 10 |
| Koteletten* | Braadsensor | 3 | 10 - 15 |
| Cordon bleu, schnitzel* | Braadsensor | 4 | 10 - 15 |
| Steak, rare (3 cm dik) | Braadsensor | 5 | 6 - 8 |
| Steak, medium of well done (3 cm dik) | Braadsensor | 4 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte (2 cm dik)* | Braadsensor | 3 | 10 - 20 |
| Worstjes, gekookt of rauw* | Braadsensor | 3 | 8 - 20 |
| Hamburgers, vleesballetjes, gevulde vleesballetjes* | Braadsensor | 3 | 6 - 30 |
| Leverkaas | Braadsensor | 2 | 6 - 9 |
| Reepjes vlees in gebonden saus, gyros | Braadsensor | 4 | 7 - 12 |
| Gehakt | Braadsensor | 4 | 6 - 10 |
| Spek | Braadsensor | 2 | 5 - 8 |
| Functie Zachtjes koken | |||
| Worstjes | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 10 - 20 |
| Functie Koken | |||
| Vleesballetjes | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 20 - 30 |
| Kip | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 60 - 90 |
| Kalfsvlees gekookt of gestoofd | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 60 - 90 |
| Functie Koken in de snelkookpan | |||
| Kip, kalfsvlees*** | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 15 - 25 |
| Functie Frituren met veel olie | |||
| Kipstukken en gehaktballetjes** | Kookfuncties | 5 / 170 ºC | 10 - 15 |
| * Herhaaldelijk keren. ** De olie verwarmen met gesloten deksel. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie). *** Product aan het begin toevoegen. | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| Vis | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Hele vis bakken, bijv. forel | Braadsensor | 3 | 10 - 20 |
| Visfilet, on/gepaneerd | Braadsensor | 3 - 4 | 10 - 20 |
| Garnalen, krab | Braadsensor | 4 | 4 - 8 |
| Functie Zachtjes koken | |||
| Vis stoven, bijv. stokvis | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
* De olie warm maken met gesloten deksel. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie).
Pagina 31
Kookhulpfuncties nl
| Vis | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Frituren met veel olie | |||
| Vis, in bierdeeg of gepaneerd* | Kookfuncties | 5 / 170 ºC | 10 - 15 |
| * De olie warm maken met gesloten deksel. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie). | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
| Eiergerechten | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Pannenkoek* | Braadsensor | 5 | - |
| Omelet* | Braadsensor | 2 | 3 - 6 |
| Spiegelei | Braadsensor | 2 - 4 | 2 - 6 |
| Roerei | Braadsensor | 2 | 4 - 9 |
| Kaiserschmarrn (pannenkoek) | Braadsensor | 3 | 10 - 15 |
| Wentelteefjes | Braadsensor | 3 | 4 - 8 |
| Functie Koken | |||
| Eieren koken** | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 5 - 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
* Totale tijdsduur per portie. Na elkaar bakken.
** Product aan het begin toevoegen.
| Groente en peulvruchten | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Knoflook, uien | Braadsensor | 1 - 2 | 2 - 10 |
| Courgettes, aubergines | Braadsensor | 3 | 4 - 12 |
| Paprika, groene asperges | Braadsensor | 3 | 4 - 15 |
| In olie gestoven groente, bijv. courgette, groene paprika | Braadsensor | 1 | 10 - 20 |
| Paddestoelen | Braadsensor | 4 | 10 - 15 |
| Groente glaceren | Braadsensor | 3 | 6 - 10 |
| Functie Koken | |||
| Groente vers, bijv. broccoli | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 10 - 20 |
| Groente vers, bijv. spruitjes | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 30 - 40 |
| Kikkererwten* | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 60 - 90 |
| Erwten | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 15 - 20 |
| Linzenschotel* | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 45 - 60 |
| Functie Koken in de snelkookpan* | |||
| Groente, bijv. groene bonen | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 3 - 6 |
| Kikkererwten, bonen | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 25 - 35 |
| Linzenschotel | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 10 - 20 |
| Functie Frituren met veel olie | |||
| Groente en paddestoelen, gepaneerd of in bierdeeg** | Kookfuncties | 5 / 170 ºC | 4 - 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
* Product aan het begin toevoegen.
** De olie verwarmen met gesloten deksel. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie).
Pagina 32
nl Kookhulpfuncties
| Aardappels | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Gebakken aardappels (van gekookte aardappels) | Braadsensor | 5 | 6 - 12 |
| Gebakken aardappels (van ongekookte aardappels) | Braadsensor | 4 | 15 - 25 |
| Aardappelkoekjes* | Braadsensor | 5 | 2,5 - 3,5 |
| Zwitserse rösti | Braadsensor | 1 | 50 - 55 |
| Geglaceerde aardappels | Braadsensor | 3 | 15 - 20 |
| Functie Zachtjes koken | |||
| Aardappelballetjes | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 30 - 40 |
| Functie Koken | |||
| Aardappels** | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 30 - 45 |
| Functie Koken in de snelkookpan | |||
| Aardappels** | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 10 - 12 |
| * Totale tijdsduur per portie. Na elkaar bakken. ** Product aan het begin toevoegen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| Pasta en granen | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Zachtjes koken | |||
| Rijst | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 25 - 35 |
| Polenta* | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 3 - 8 |
| Griesmeelpap | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 5 - 10 |
| Functie Koken | |||
| Pasta | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 7 - 10 |
| Deegflappen | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 6 - 15 |
| Functie Koken in de snelkookpan | |||
| Rijst** | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 5 - 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
* Verwarmen met deksel, zonder deksel en onder voortdurend roeren klaarmaken.
** Product aan het begin toevoegen.
| Soepen | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Zachtjes koken | |||
| Instantsoepen, bijv. crèmesoepen | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 10 - 15 |
| Functie Koken | |||
| Huisgemaakte soep en bouillon, bijv. vlees- of groentesoepen** | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 60 - 90 |
| Instantsoepen, bijv. vermicellisoep | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 5 - 10 |
| Functie Koken in de snelkookpan | |||
| Huisgemaakte bouillon, bijv. groentesoep** | Kookfuncties | 4 / 120 ºC | 3 - 6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
* Herhaaldelijk roeren.
** Het product meteen aan het begin toevoegen.
Pagina 33
Kookhulpfuncties nl
| Sauzen | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Tomatensaus met groente | Braadsensor | 1 | 25 - 35 |
| Bechamelsaus | Braadsensor | 1 | 10 - 20 |
| Kaassaus, bijv. gorgonzolasaus | Braadsensor | 1 | 10 - 20 |
| Saus reduceren, bijv. tomatensaus, bolognesesaus | Braadsensor | 1 | 25 - 35 |
| Zoete sauzen, bijv. sinaasappelsaus | Braadsensor | 1 | 15 - 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
| Desserts | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Zachtjes koken | |||
| Rijstepap* | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 40 - 50 |
| Havermoutpap | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 10 - 15 |
| Compote** | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 15 - 25 |
| Chocoladepudding*** | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | 3 - 5 |
| Functie Frituren met veel olie | |||
| Klein gebak, bijv. Berliner bollen, donuts en beignets**** | Kookfuncties | 5 / 170 ºC | 5 - 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
* Regelmatig roeren.
** Product aan het begin toevoegen.
*** Voorverwarmen met deksel, zonder deksel en onder voortdurend roeren klaarmaken.
**** De olie warm maken met gesloten deksel. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie).
| Diepvriesproducten | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Schnitzels | Braadsensor | 4 | 15 - 20 |
| Cordon bleu* | Braadsensor | 4 | 10 - 30 |
| Borst van gevogelte* | Braadsensor | 4 | 10 - 30 |
| Chicken nuggets | Braadsensor | 4 | 10 - 15 |
| Gyros, kebab | Braadsensor | 3 | 5 - 10 |
| Visfilet, on/gepaneerd | Braadsensor | 3 | 10 - 20 |
| Vissticks | Braadsensor | 4 | 8 - 12 |
| Frites | Braadsensor | 5 | 4 - 6 |
| Pangerechten, bijv. groentepan met kip | Braadsensor | 3 | 6 - 10 |
| Loempia's | Braadsensor | 4 | 10 - 30 |
| Camembert / Kaas | Braadsensor | 3 | 10 - 15 |
| Functie Opwarmen / warmhouden | |||
| Diepvriesgroente met roomsaus, bijv. crèmespinazie** | Kookfuncties | 1 / 70 ºC | 15 - 20 |
| Functie Koken | |||
| Diepvriesgroenten, bijv. groene bonen** | Kookfuncties | 3 / 100 ºC | 15 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
* Herhaaldelijk keren.
** Vloeistof toevoegen volgens de opgaven van de fabrikant.
*** De olie met gesloten deksel opwarmen. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie).
Pagina 34
nl Kookhulpfuncties
| Diepvriesproducten | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Frituren met veel olie | |||
| Diepvriesfrites*** | Kookfuncties | 5 / 170 ºC | 4 - 8 |
| * Herhaaldelijk keren. ** Vloeistof toevoegen volgens de opgaven van de fabrikant. *** De olie met gesloten deksel opwarmen. Portiegewijs klaarmaken, zonder deksel (zie de tabel voor de tijdsduur per portie). | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| Diversen | Kookhulpfuncties | Temperatuurstand | Totale bereidingstijd vanaf het geluidssignaal (min.) |
|---|---|---|---|
| Functie Braden met weinig olie | |||
| Camembert / Kaas | Braadsensor | 3 | 7 - 10 |
| Droge kant-en-klaar gerechten met toevoeging van water, bijv. pastapan | Braadsensor | 1 | 5 - 10 |
| Croutons | Braadsensor | 3 | 6 - 10 |
| Amandelen / noten / pijnboompitten | Braadsensor | 4 | 3 - 15 |
| Functie Opwarmen / warmhouden | |||
| Conservengerechten, bijv. goulashsoep* | Kookfuncties | 1 / 70 ºC | 10 - 20 |
| Glühwein** | Kookfuncties | 1 / 70 ºC | - |
| Functie Zachtjes koken | |||
| Melk** | Kookfuncties | 2 / 90 ºC | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
* Product aan het begin toevoegen en regelmatig roeren.
** Product aan het begin toevoegen.
Voorbereiding en verzorging van de draadloze temperatuursensor
In deze paragraaf vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
- Verlijmen van de siliconenpatch
- Het gebruik van de draadloze kooksensor
- Reiniging
- Batterij vervangen
U kunt de siliconenpatch en de kooksensor achteraf aanschaffen in de vakhandel of via onze technische servicedienst of officiële website. Geef hiervoor steeds het juiste referentienummer op:
| 00577921 | Set met 5 siliconenpatches |
| HZ39050 | Kooksensor en set met 5 siliconenpatches |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
Siliconenpatch opplakken
Met behulp van de siliconenpatch wordt de temperatuursensor vastgemaakt aan de pan.
Wordt een pan voor de eerste keer gebruikt met de kookfuncties, dan moet de siliconenpatch er direct op worden aangebracht. Belangrijk hierbij:
- 1. De plaats waar de patch wordt opgeplakt dient vrij van vet te zijn. De pan schoonmaken, goed drogen en de plaats van de lijm inwrijven met bijv. spiritus.
- 2. De beschermfolie van de siliconenpatch nemen. Met behulp van het meegeleverde sjabloon de siliconenpatch op de juiste plaats aan de buitenkant van de pan lijmen.
- 3. De siliconenpatch over het hele oppervlak aandrukken, ook aan de binnenkant.
De lijm heeft een uur nodig om goed uit te harden. De pan in deze tijd niet gebruiken of schoonmaken.
Aanwijzingen
- De pan met de siliconenpatch niet gedurende langere tijd in het zeepsop laten liggen.
- Mocht de siliconenpatch loslaten, dan moet er nieuwe worden gebruikt.
Pagina 35
Kookhulpfuncties nl
Draadloze temperatuursensor aanbrengen
De temperatuursensor zo op de siliconenpatch aanbrengen dat hij zich perfect aanpast.
Aanwijzingen
- Zorg ervoor dat de siliconenpatch voordat de temperatuursensor wordt ingebracht volledig droog is.
- Plaats de pan op zo'n manier dat de temperatuursensor naar de buitenzijde van de kookplaat wijst.
- De temperatuursensor mag niet op een andere hete pan worden gericht, ter vookoming van oververhitting.
- Neem de temperatuursensor na de bereiding van de pan. Bewaar hem op een schone, veilige plaats en niet in de buurt van warmtebronnen.
Reinigen
De draadloze temperatuursensor mag niet in de vaatwasmachine worden gereinigd.
Informatie over de reiniging van de temperatuursensor vindt u in het hoofdstuk "Reinigen"
Batterij vervangen
Licht de temperatuursensor niet op wanneer het symbool is ingedrukt, dan is de batterij ontladen.
Batterij vervangen:
- 1. De siliconenafdekking van het onderste deel van de behuizing van de temperatuursensor trekken en beide schroeven verwijderen met een schroevendraaier.
- 2. De afsluiting van de temperatuursensor openen. De batterij uit het oderste deel van de behuizing nemen en een nieuwe batterij inbrengen (let erop dat de patterijpolen in de juiste richting wijzen).
Attentie!
Geen voorwerpen van metaal gebruiken om de batterij te verwijderen. De aansluitpunten van de batterij niet aanraken.
- 3. De afsluiting van de temperatuursensor sluiten (de uitsparingen voor de schroeven van de afsluiting moeten corresponderen met de inkepingen van het onderste deel van de behuizing). De schroeven met een schroevendraaier aandraaien.
- 4. De siliconenafdekking weer aanbrengen op het onderste deel van de behuizing van de temperatuursensor.
Pagina 36
nl Kinderslot
Aanwijzing: Uitsluitend hoogwaardige batterijen gebruiken van het type CR2032, om een langere levensduur te garanderen.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met de functie Draadloze temperatuursensor voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
De logo's en het merk Bluetooth® zijn geregistreerde handelsmerken en eigendom van Bluetooth SIG, Inc. Het gebruik van deze merken door BSH Hausgeräte GmbH staat onder licentie. Alle andere merken en merknamen behoren toe aan de betreffende bedrijven.
Kinderslot
Met het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
Kinderslot activeren en deactiveren
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
Activeren:
- 1. De kookplaat inschakelen met de hoofdschakelaar.
- 2. Het symbool ca. 4 seconden lang aanraken. De indicatie is 10 seconden lang verlicht. De kookplaat is geblokkeerd.
Deactiveren:
- 1. De kookplaat inschakelen met de hoofdschakelaar.
- 2. Het symbool ca. 4 seconden lang aanraken. De blokkering is opgeheven.
Automatisch kinderslot
Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgeschakeld.
In- en uitschakelen
In het hoofdstuk "Basisinstellingen" kunt u lezen hoe u het automatische kinderslot inschakelt.
Pagina 37
Wrijfbeveiliging nl
Wrijfbeveiliging
Wanneer u over het bedieningspaneel wrijft als de kookplaat ingeschakeld is, kunnen er instellingen veranderen. Om dit te voorkomen kan het bedieningspaneel voor reinigingsdoeleinden worden geblokkeerd.
Activeren: het symbool aanraken. Er klinkt een signaal. Het bedieningspaneel is 35 seconden lang geblokkeerd. U kunt over het oppervlak van het bedieningspaneel wrijven zonder de instellingen te veranderen.
Deactiveren: Na 35 seconden wordt het bedieningspaneel gedeblokkeerd. Om de functie voortijdig op te heffen het symbool aanraken.
Aanwijzingen
- 30 seconden na activering klinkt een signaal. Hiermee wordt aangegeven dat de functie spoedig beëindigd is.
- De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar. De kookplaat kan op elk moment worden uitgeschakeld.
Automatische veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en er geen instellingen gewijzigd zijn, wordt de automatische veiligheidsuitschakeling geactiveerd.
De kookzone warmt niet meer op. In de kookzone-indicatie van de kookzone knipperen afwisselend , en de restwarmte-indicatie of .
Wordt een willekeurig symbool aangeraakt, dan schakelt de indicatie uit. De kookzone kan nu opnieuw worden ingesteld.
Het tijdstip van de automatische veiligheidsuitschakeling is afhankelijk van de ingestelde kookstand (na 1 tot 10 uur).
Pagina 38
nl Basisinstellingen
Basisinstellingen
Het apparaat heeft verschillende basisinstellingen. U kunt deze aanpassen aan uw gewoonten.
| Indicatie | Functie |
|---|---|
| Automatisch kinderslot | |
| • Handmatig*. • Automatisch. • Functie gedeactiveerd. | |
| Akoestische signalen | |
| • Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. • Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. • Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. • Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld.* | |
| Energieverbruik weergeven | |
| • Uitgeschakeld.* • Ingeschakeld. | |
| Instelling afhankelijk van de hoogte boven zeeniveau | |
| - verlaging • Basisinstelling - verhoging | |
| Automatische programmering van de bereidingstijd | |
| • Uitgeschakeld.* - tijd tot de automatische uitschakeling. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | |
| 10 seconden.* 30 seconden. 1 minuut. | |
| Power-Management-functie.Totale vermogen van de kookplaat begrenzen De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. | |
| • Gedeactiveerd. Maximaal vermogen van de kookplaat. */** 1000 W minimaal vermogen. . 1500 W ... 3000 W aanbevolen voor 13 ampère. . 3500 W aanbevolen voor 16 ampère. 4000 W . 4500 W aanbevolen voor 20 ampère. ... of . Maximale vermogen van de kookplaat.** | |
| Vooraf ingestelde kookstanden voor de Move-functie wijzigen | |
| • Vooraf ingestelde kookstand voor de voorste kookzone. • Vooraf ingestelde kookstand voor de middelste kookzone. . Vooraf ingestelde kookstand voor de achterste kookzone. | |
| * Fabrieksinstellingen **Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aangegeven op het typeplaatje. | |
Pagina 39
Basisinstellingen nl
| Indicatie | Functie |
|---|---|
| Pan controleren, resultaat van het bereidingsproces | |
| • Niet geschikt • Niet optimaal • Geschikt | |
| Activering van de flexibele kookzone configureren | |
| • Als twee onafhankelijke kookzones. • Als een afzonderlijke kookzone.* | |
| De draadloze temperatuursensor verbinden met de kookplaat | |
| • Foutloze verbinding • Foutieve verbinding: vanwege een overdrachtsfout. • Foutieve verbinding: vanwege een fout bij de temperatuursensor. | |
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen | |
| • Luchtcirculatie is ingesteld.* • Luchtafvoer is ingesteld. | |
| Automatische start instellen | |
| • Uitgeschakeld. • Ingeschakeld: automatische stand met sensorregeling.* • Ingeschakeld: De ventilatie start in de vastgelegde vermogensstand. | |
| Sensorgevoeligheid voor de ventilatie instellen | |
| • Laagste instelling van de sensorgevoeligheid. • Middelste instelling van de sensorgevoeligheid.* • Hoogste instelling van de sensorgevoeligheid. | |
| Naloop instellen | |
| • Uitgeschakeld. • Ingeschakeld: Automatische functie met sensorgeregelde naloop. • Ingeschakeld: De ventilatie loopt ca. 6 minuten met luchtafvoer en ca. 30 minuten met luchtcirculatie in vermogensstand en wordt na afloop hiervan automatisch uitgeschakeld.* | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | |
| • Individuele instellingen.* • Terugzetten naar de fabrieksinstellingen. | |
| * Fabrieksinstellingen **Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aangegeven op het typeplaatje. | |
Pagina 40
nl Weergave van het energieverbruik
Zo komt u bij de basisinstellingen:
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. De kookplaat inschakelen.
- 2. In de volgende 10 seconden het symbool 0 ca. 4 seconden lang aanraken.
De eerste vier indicaties geven de productinformatie weer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlijke indicaties te kunnen zien.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Klantenservice-index (KI) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
- 3. Wanneer u het symbool 0 opnieuw aanraakt, komt u bij de basisinstellingen.
In de indicaties lichten en op als voorinstelling.
- 4. Het symbool 0 zo vaak aanraken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
- 5. Vervolgens in het instelgebied de gewenste instelling kiezen.
- 6. Het symbool 0 minstens 4 seconden lang aanraken.
De instellingen zijn opgeslagen.
De basisinstellingen verlaten
Schakel de kookplaat uit met de hoofdschakelaar.
Weergave van het energieverbruik
Deze functie geeft op de kookplaat het totale energieverbruik weer van de laatste keer dat hij is gebruikt.
Na uitschakeling van de kookplaat wordt gedurende 10 seconden het verbruik in kilowattuur weergegeven, bijv. . kWh.
De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet.
In het hoofdstuk "Basisinstellingen" kunt u lezen hoe u deze functie inschakelt
Pagina 41
Kookgerei-test nl
Kookgerei-test
Met deze functie kunnen de snelheid en kwaliteit van het kookproces afhankelijk van het kookgerei worden gecontroleerd.
Het resultaat is een referentiewaarde en hangt af van de eigenschappen van het kookgerei en de gebruikte kookzone.
- 1. De pan met ca. 200 ml water vullen en bij kamertemperatuur in het midden op de kookzone plaatsen, waarvan de diameter het best bij de diameter van de bodem van de pan past.
- 2. Ga naar de basisinstellingen en kies de instelling .
- 3. Het instelgebied aanraken. In de kookzone-indicaties knippert .
De functie is geactiveerd.
Na 10 seconden verschijn in de kookzone-indicatie het resultaat over de kwaliteit en snelheid van het kookproces.
Controleer het resultaat aan de hand van de volgende tabel:
| Resultaat | |
|---|---|
| • | Het kookgerei is niet geschikt voor de kookzone en wordt daarom niet verwarmd.* |
| • | Het kookgerei wordt langzamer warm dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.* |
| • | Het kookgerei wordt goed verwarmd en het kookproces verloopt goed. |
| * Is er een kleinere kookzone aanwezig, test het kookgerei dan nog een keer op de kleinere kookzone. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
Raak het instelbereik aan om deze functie weer te activeren.
Aanwijzingen
- De flexibele kookzone is één kookzone; gebruik slechts één kookvorm.
- Is de gebruikte kookzone veel kleiner dan de diameter van het kookgerei, dan zal waarschijnlijk alleen het midden van de vorm warm worden en kan het resultaat niet zo goed mogelijk of naar tevredenheid uitvallen.
- Informatie over deze functie vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen".
- Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in de hoofdstukken "Koken met inductie" en "Flex zone".
Power-Manager
Met de functie Power-Manager kan het totale vermogen van de kookplaat worden ingesteld.
De kookplaat is in de fabriek vooringesteld. Het hoogste vermogen is aangegeven op het typeplaatje. Met de functie Power-Manager kan de waarde volgens de vereisen van de betreffende elektro-installatie worden gewijzigd.
Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch over de ingeschakelde kookzones.
Zolang de functie Power-Manager is geactiveerd, kan het vermogen van een kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Wordt er een kookzone ingeschakeld en is de vermogensbegrenzing bereikt, dan verschijnt kort in de kookstanden-indicatie. Het apparaat regelt en kiest automatisch een zo hoog mogelijke vermogensstand.
Voor meer informatie over de manier waarop het totale vermogen van de kookplaat wordt gewijzigd, zie het hoofdstuk "Basisinstellingen"
Pagina 42
nl Reinigen
Reinigen
Waarschuwing – Verbrandingsgevaar!
Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Als er hete vloeistof in het apparaat terechtkomt, het apparaat minstens twee uur laten afkoelen alvorens de filterafdekking, de metalen vetfilter, het reservoir, het overloopreservoir of de behuizingsafdekking te verwijderen.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
Waarschuwing – Gevaar van een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Het toestel alleen met een vochtige doek schoonmaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben. Veiligheidshandschoenen dragen.
Aanwijzing: Gebruik slechts weinig water bij het schoonmaken. Er mag geen water in het apparaat komen.
Aanwijzingen
- Voor aanvang van de reiniging dient u alle sieraden van uw handen en armen af te nemen.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen zolang de kookplaat warm is. Hierdoor kunnen vlekken ontstaan. Zorg ervoor dat alle resten van het gebruikte schoonmaakmiddel worden verwijderd.
Schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor kookplaten. Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de productverpakking.
Neem alle aanwijzingen en waarschuwingen in acht die bij de reinigingsmiddelen vermeld worden.
Geschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen kunt u kopen via de klantenservice of in onze e-shop.
Attentie!
Schade aan het oppervlak
Gebruik:
- geen onverdunde afwasmiddelen
- geen schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine
- geen schuurmiddelen
- geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat
- geen ovenreiniger
- geen bijtende, chloorhoudende of agressieve reinigingsmiddelen
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen
- geen harde, krassende sponzen, borstels of schoonmaaksponsjes
Attentie!
Schade aan het oppervlak
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik altijd grondig uitwassen!
Houd u aan de opgaven in de tabel, om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken worden beschadigd door verkeerde schoonmaakmiddelen.
| Gebied | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Glaskeramiek | Glasreiniger bij vlekken als gevolg van kalk- en waterresten: Maak de kookplaat schoon zodra hij afgekoeld is. Er kan een geschikt schoonmaakmiddel voor kookplaten van glaskeramiek of glasreiniger (artikelnr. 00311499) worden gebruikt. Schraper (artikelnr. 00087670) bij vlekken als gevolg van suiker, maïzena of plastic: Direct verwijderen. Voorzichtig: risico van verbranding. Vervolgens met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen. Aanwijzing: Geen schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine gebruiken. |
| Roestvrij staal | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Gebruik slechts weinig water bij het schoonmaken. Er mag geen water in het apparaat komen. Ingedroogde plekken met een beetje water en wat schoonmaakmiddel laten inweken, niet wegschuren. Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in de slijprichting. Bij de servicedienst, bij onze e-shop of in speciaalzaken zijn speciale onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal (artikelnr. 00311499) verkrijgbaar. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Aanwijzing: Geen schaper gebruiken om de omlijsting van de kookplaat schoon te maken. |
| Kunststof | Warm zeepsop: Schoonmaken met een zachte doek of in de vaatwasmachine. |
| Bedieningselementen | Warm zeepsop of een geschikte glasreiniger (artikelnr. 00311499): Met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Filterafdekking | Warm zeepsop: Met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
Pagina 43
Reinigen nl
Onderdelen die dienen te worden gereinigd
| Nr. | Aanduiding |
|---|---|
| 1 | Filterafdekking |
| 2 | Metalen vetfilter |
| 3 | Reservoir |
| 4 | Kookplaat |
| 5 | Bedieningspaneel |
| 6 | Overloopreservoir |
| 7 | Afdekking van de behuizing |
| 8 | Actieve koolfilter (alleen bij de circulatiefunctie) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Kookplaatomlijsting (alleen bij apparaten die hiervan zijn voorzien)
Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te voorkomen, dient u zich te houden aan de volgende aanwijzingen:
- Gebruik alleen warm zeepsop.
- Was nieuwe schoonmaakdoekjes voor gebruik grondig uit.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen schraper of scherpe voorwerpen.
Kookplaat
Maak de kookplaat altijd schoon na het koken. Hierdoor wordt voorkomen dat achtergebleven resten van etenswaar inbranden. Maak de kookplaat pas schoon wanneer de indicatie van de restwarmte verdwenen is. Verwijder overgekookte vloeistof direct, laat geen etensresten indrogen.
Reinig de kookplaat met een vochtig schoonmaakdoekje en droog hem vervolgens met een doek na, zodat er geen kalkvlekken ontstaan.
Hardnekkig vuil verwijdert u het best met een in de handel verkrijgbare schraper of een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Geschikte schrapers (artikelnr. 00087670) kunt u kopen via de servicedienst of in onze online-shop.
Met speciale sponsjes voor het reinigen van kookplaten van glaskeramiek bereikt u goede resultaten.
Ventilatie
Om het reuk- en vetafscheidingsgehalte te garanderen moeten de filters regelmatig worden vervangen of schoongemaakt.
Metalen vetfilter
De metalen vetfilters moeten om de 30 bedrijfsuren en in elk geval maandelijks worden gereinigd.
Waarschuwing – Risico van brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ontbranden.
Vetfilter minstens één keer in de maand reinigen.
Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
Actief koolfilter
De actieve koolfilter dient regelmatig te worden vervangen.Zie hiervoor de verzadigingsindicatie van uw apparaat.
Verzadigingsindicatie
Als de metalen vetfilter of de actieve koolfilter verzadigd is, klinkt er na het uitschakelen van het apparaat een signaal.
Op het display zijn de volgende symbolen verlicht:
- Metalen vetfilter: is verlicht
- Actieve koolfilter: is verlicht
- Metalen vetfilter en actieve koolfilter: en zijn afwisselend verlicht
Uiterlijk op dit moment dienen de metalen vetfilters gereinigd of de actieve koolfilters vervangen te worden.
Wanneer u de betreffende filter gereinigd of vervangen heeft, dient u de verzadigingsindicatie terug te zetten, zodat de indicaties en niet meer verlicht zijn.