Siemens EX877LX36E, tekst van de handleiding
Pagina's 11–27 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–10verder op pagina 28 →
Pagina 11
Het apparaat leren kennen nl
Het apparaat leren kennen
Informatie over afmetingen en vermogens van de kookzones vindt u in Blz. 2
Aanwijzing: . Afhankelijk van het apparaattype zijn kleur- en detailafwijkingen mogelijk.
In dit hoofdstuk geven we u uitleg over de indicaties en bedieningselementen. Daarnaast leert u verschillende functies van uw apparaat kennen.
Uw nieuwe apparaat
| Nr. | Aanduiding |
|---|---|
| 1 | Filterafdekking |
| 2 | Metalen vetfilter |
| 3 | Reservoir |
| 4 | Kookplaat |
| 5 | Bedieningspaneel |
| 6 | Ventilatorbehuizing |
| 7 | Overloopreservoir |
| 8 | Afdekking van de behuizing |
| 9 | Buizen* |
| 10 | Actieve koolfilter* |
| 11 | Luchtafvoerbuis** |
| *alleen bij luchtcirculatie **alleen bij luchtafvoer | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Speciale accessoires
| Luchtafvoerset | HZ381400 |
|---|---|
| Luchtcirculatieset | HZ381500 |
| Actieve koolfilter | HZ381700 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Geschikte pannen
Er zijn pannen die optimaal geschikt zijn voor de braadsensor-functie.Deze kunnen achteraf in de vakhandel of via onze technische servicedienst worden aangeschaft. Geef steeds het corresponderende referentienummer op.
| Pan met een diameter van 15 cm | HZ390210 |
| Pan met een diameter van 19 cm | HZ390220 |
| Pan met een diameter van 21 cm | HZ390230 |
| Teppanyaki. Alleen aanbevolen voor de flexibele kookzone. | HZ390512 |
| Grillplaat. Alleen aanbevolen voor de flexibele kookzone. | HZ390522 |
Pagina 12
nl Het apparaat leren kennen
Het bedieningspaneel
| Bedieningsvlakken | |
|---|---|
| Apparaat in- en uitschakelen | |
| Bedieningspaneel blokkeren voor reinigingsdoeleinden en het kinderslot inschakelen | |
| Overgaan van het instelgebied van kookplaat naar ventilatie en vice versa / Verzadigingsindicaties terugzetten | |
| / | Kookzone kiezen |
| 0 IIIIIIIIIIII | Kookstanden instellen / Ventilatiestanden 1-9 in het linker instelgebied instellen |
| Powerboost- en Shortboost-functie voor kookstanden / Intensiefstand voor ventilatie inschakelen | |
| BraadSensor inschakelen | |
| Automatische modus voor ventilatie inschakelen | |
| Warmhoudfunctie inschakelen | |
| 0 | Bereidingstijd en kookwekker programmeren |
| Stopwatch-functie inschakelen | |
| Move-functie activeren | |
| Flexibele kookzone inschakelen | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
| Indicaties | |
|---|---|
| Gebruikstoestand | |
| - | Kookstanden / Ventilatiestanden |
| / | Restwarmte |
| PowerBoost-functie / Intensiefstand voor ventilatie | |
| ShortBoost-functie | |
| Warmhoud-functie | |
| • | BraadSensor |
| Kookfuncties | |
| ºC | Temperatuur kookfuncties |
| Kinderslot | |
| Timer-functie | |
| De bereidingstijd instellen | |
| Kookwekker | |
| Overdracht van instellingen | |
| / | Timer-indicaties |
| Automatische modus voor ventilatie | |
| Verzadigingsindicatie metalen vetfilter | |
| Verzadigingsindicatie actieve koolfilter | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Bedieningsvlakken
Wanneer de kookplaat opwarmt, zijn de symbolen van de bedieningsvlakken verlicht die op dat moment beschikbaar zijn.
Raakt u een symbool aan, dan wordt de betreffende functie geactiveerd.
Aanwijzingen
- De betreffende symbolen van de bedieningsvlakken lichten op wanneer ze beschikbaar zijn.
De indicaties van de kookzones of van de gekozen functie lichten helderder op.
- Zorg ervoor dat het bedieningspaneel altijd schoon en droog is. Vocht kan een nadelige invloed hebben op de werking.
- Zorg ervoor dat er geen pannen in de buurt van indicaties en sensoren komen. De elektronica kan dan oververhit raken.
Pagina 13
Het apparaat leren kennen nl
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Hiermee wordt aangegeven dat een kookzone nog heet is. Raak de kookzone niet aan zolang de restwarmte-indicatie verlicht is.
Afhankelijk van de hoogte van de restwarmte wordt het volgende weergegeven:
- Indicatie : hoge temperatuur
- Indicatie : lage temperatuur
Wanneer u de pan tijdens het koken van de kookzone neemt, knipperen afwisselen de restwarmte-indicatie en de gekozen kookstand.
Is de kookzone uitgschakeld, dan is restwarmte-indicatie verlicht. Ook wanneer de kookplaat al uitgeschakeld is, blijft de restwarmte-indicatie verlicht zolang de kookzone nog warm is.
Kooksensor-functie (optioneel)
Afhankelijk van de apparaatversie wordt de temperatuursensor als accessoire meegeleverd bij het apparaat of kan hij als speciaal accessoire onder het volgende artikelnr worden besteld.
Temperatuursensor HZ39050
Gebruiksmogelijkheden
U kunt dit apparaat gebruiken voor luchtafvoer en circulatielucht.
Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.
Aanwijzing: De afvoerlucht mag niet worden afgevoerd via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoer, noch via een schacht die dient voor de ontluchting van ruimtes met vuurbronnen.
- Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of gasafvoer die niet in gebruik is, dan dient u een vakbekwame schoorsteenveger te raadplegen.
- Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.
Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een actief koolfilter gereinigd en weer teruggeleid naar de keuken.
Aanwijzing: Om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van circulatielucht, dient u een actief koolfilter te monteren. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in het prospectus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. De daartoe benodigde toebehoren zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of de Online-shop.
Pagina 14
nl Voor het eerste gebruik
Voor het eerste gebruik
Volg voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt de volgende aanwijzing op:
Het apparaat en de accessoires grondig schoonmaken.
Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren:
Eerste gebruik
Aanwijzing: Het apparaat is bij levering op ingesteld op luchtcirculatie.
Mogelijke instellingen:
- Bij luchtcirculatie is voor de indicatie de waarde (fabrieksinstelling) ingesteld.
- Bij luchtafvoer is voor de indicatie de waarde ingesteld.
Zie "Basisinstellingen" op pagina 38 om het apparaat naar de circulatiefunctie om te zetten.
1Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe u een kookzone instelt. In de tabel vindt u kookstanden en bereidingstijden voor verschillende gerechten.
Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!
De filterafdekking van metaal wordt op de kookplaat heel snel heet. De filterafdekking nooit op de kookplaat leggen.Geen pannen op de filterafdekking plaatsen of er andere voorwerpen op leggen.
Aanwijzing: Schakel de ventilatie in zodra u begint met koken en schakel hem pas enkele minuten na het koken weer uit. Zo wordt de keukendamp het meest effectief verwijderd.
Aanwijzing: Het apparaat nooit gebruiken zonder reservoir, metalen vetfilter en filterafdekking.
Kookplaat in- en uitschakelen
De kookplaat met de hoofdschakelaar in- en uitschakelen.
Inschakelen: Raak het symbool aan. Er klinkt een signaal. De symbolen die bij de kookzones horen en de functies die op dit tijdstip ter beschikking staan lichten op. De kookplaat is klaar voor gebruik.
Uitschakelen: raak het symbool aan tot de indicaties verdwijnen. De restwarmte-indicatie blijft verlicht tot de kookzones voldoende zijn afgekoeld.
Aanwijzingen
- Wanneer alle kookzones langer dan 30 seconden uitgeschakeld zijn en de ventilatie uitgeschakeld is, gaat de kookplaat automatisch uit.
- De gekozen instellingen blijven gedurende de eerste 4 seconden na uitschakeling van de kookplaat bewaard. Wanneer u in deze tijd de kookplaat opnieuw inschakelt, treedt deze in werking met de vorige instellingen.
Kookzone instellen
In het instelgebied stelt u de gewenste kookstand in.
Kookstand 1 = laagste stand.
Kookstand 9 = hoogste stand.
Elke kookstand heeft een tussenstand. Deze wordt gekenmerkt door .
Aanwijzingen
- Om de gevoelige onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of elektrische overbelasting, kan het vermogen van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
- Om geluidshinder van het apparaat te voorkomen kan het vermogen van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
Aanwijzing: De linkerkookzones worden in het linkerinstelgebied en de rechterkookzones in het rechterinstelgebied ingesteld.
Pagina 15
Apparaat bedienen nl
Kookzone en kookstand kiezen
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Raak de symbolen en van de gewenste kookzone aan.
De indicatie is helderder verlicht.
- 2. Strijk met uw vinger over het betreffende instelgebied tot de gewenste kookstand oplicht.
De kookstand is ingesteld.
De vermogensstand wijzigen
Selecteer de kookzone en regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.
De kookzone uitschakelen
Selecteer de kookzone en stel af op in de programmeerzone. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt.
Aanwijzingen
- Als er geen pan op de inductiekookzone wordt geplaatst, gaat de geselecteerde vermogensstand knipperen. Na een tijdje wordt de kookzone uitgeschakeld.
- Als er een pan op de kookzone staat voordat de plaat wordt ingeschakeld, zal deze worden gedetecteerd binnen 20 seconden na het indrukken van de hoofdschakelaar en zal de kookzone automatisch worden geselecteerd. Selecteer, zodra deze is gedetecteerd, de vermogensstand binnen 20 seconden, anders wordt de kookzone uitgeschakeld.
- De ventilatie moet afzonderlijk worden uitgeschakeld. "Ventilatie uitschakelen" op pagina 16
Ventilatie in- en uitschakelen
Aanwijzing: Pas de vermogensstand altijd aan de actuele omstandigheden aan. Kies bij een sterke kookdamp ook een hoge vermogensstand.
Aanwijzing: Wanneer er geen metalen vetfilter is geplaatst, kan de ventilatie niet worden ingeschakeld. Plaats de metalen vetfilter. De functies van de kookplaten zijn ook zonder metalen vetfilter beschikbaar. "Reinigen" op pagina 42
Aanwijzing: Ventilatieopeningen niet blokkeren met voorwerpen.Geen voorwerpen op de filterafdekking plaatsen. Anders wordt het vermogen van de ventilatie verminderd.
Aanwijzing: Bij hoge pannen kan geen optimaal afzuigvermogen worden gegarandeerd. Het afzuigvermogen kan worden verbeterd door een deksel schuin op de pan te leggen.
Aanwijzing: Zodra u de ventilatie ingeschakeld heeft, is het rechter instelgebied niet meer beschikbaar. Met het linker instelgebied wijzigt u de vermogensstand van de ventilatie.
Ventilatie inschakelen
Aanwijzing: Zijn de symbolen en niet beschikbaar, breng de metalen vetfilter dan op de juiste wijze in.
De symbolen en zijn beschikbaar. De ventilatie kan ingeschakeld worden.
- 1. Symbool aanraken.
De ventilatie start op vermogensstand . De ingestelde vermogensstand wordt weergegeven op het display en in het linker instelgebied. Het rechter instelgebied is niet beschikbaar.
Aanwijzingen
- Tijdens het instellen van de vermogensstand van de ventilatie kunnen er geen kookstanden worden veranderd.
- Er kan gedurende enkele seconden een vermogensstand voor de ventilatie worden gekozen. Hierna kan het instelgebied weer voor het instellen van de kookstanden worden gebruikt.
- 2. Kies de gewenste vermogensstand in het instelgebied.
De ingestelde vermogensstand wordt weergegeven in het linker instelgebied.
- 3. Om een andere vermogensstand in te stellen, het symbool aanraken en in het instelgebied met de twist-knop de gewenste stand kiezen.
De ingestelde vermogensstand wordt weergegeven in het linker instelgebied.
Pagina 16
nl Apparaat bedienen
Ventilatie uitschakelen
Wilt u het apparaat uitschakelen, raak dan het symbool aan. Wilt u alleen de ventilatie uitschakelen, ga dan als volgt te werk:
- 1. Symbool aanraken.
- 2. In het instelgebied het symbool kiezen.
- 3. Symbool aanraken om naar het instelgebied van de kookplaat te gaan.
Aanwijzing: Afhankelijk van de gekozen basisinstellingen start de naloop nadat het apparaat is uitgeschakeld.
Intensief-stand
Activeer de intensiefstand in geval van sterke geur- of dampontwikkeling. Hierbij werkt de ventilatie gedurende korte tijd in de hoogste stand. Na korte tijd schakelt hij zelfstandig terug naar een lagere stand.
Inschakelen
- 1. Symbool aanraken.
- 2. Symbool aanraken.
Het symbool en de symbolen van het linker instelgebied zijn verlicht. Op het display wordt weergegeven. De intensiefstand is geactiveerd.
Aanwijzing: Na acht minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .
Aanwijzing: Na enkele seconden wordt opnieuw het instelgebied voor de kookstanden weergegeven.
Uitschakelen
- 1. Symbool aanraken.
- 2. In de volgende seconden over het instelgebied strijken, tot vermogensstand of een andere vermogensstand wordt weergegeven.
Automatische start
Zodra er een vermogensstand voor een kookplaat wordt gekozen, zijn afhankelijk van de gekozen basisinstellingen de volgende opties mogelijk:
- De ventilatie start niet.
- De ventilatie start in de vermogensstand die door de sensor wordt gekozen.
- De ventilatie start in de vastgelegde vermogensstand.
Kies de gewenste optie in de basisinstellingen. In de basisinstellingen kunt u ook de gevoeligheid van de sensor aanpassen. "Basisinstellingen" op pagina 38
Automatische modus met sensorregeling
Inschakelen
Symbool aanraken.
De optimale vermogensstand wordt automatisch ingesteld met behulp van een sensor. Op het display wordt weergegeven.
Uitschakelen
Symbool aanraken.
Op het display wordt de laatste door de sensor ingestelde vermogensstand weergegeven. De automatische modus is uitgeschakeld.
Naloop-functie
De naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen enkele minuten verder lopen. Zo wordt nog aanwezige kookdamp verwijderd.Hierna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
In de basisinstellingen kunt u de volgende opties voor de naloop kiezen:
- Naloop deactiveren
- Automatische functie met sensorgeregelde naloop activeren
- Naloop voor een vastgestelde tijdsduur in een vastgestelde vermogensstand activeren
Aanwijzing: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut is ingeschakeld.
Als de automatische modus met sensorgeregelde naloop is geactiveerd, zijn tijdens de naloop de symbolen en verlicht.
Uitschakelen
Symbool aanraken.
De naloopfunctie wordt direct beëindigd.
Wanneer een van de volgende voorwaarden van toepassing is, wordt de naloopfunctie uitgeschakeld:
- De nalooptijd is afgelopen.
- Het apparaat wordt weer ingeschakeld.
- Wanneer de automatische functie met sensorgeregelde naloop is geactiveerd, stelt de sensor vast wat de juiste luchtkwaliteit van de ruimte is.
Pagina 17
Apparaat bedienen nl
Kookadvies
Advies
- Bij het warm maken van puree, crèmesoepen en dikvloeibare sauzen regelmatig roeren.
- Voor het voorverwarmen kookstand 8 - 9 instellen.
- Bij de bereiding met deksel de kookstand terugschakelen, zodra er tussen deksel en kookgerei stoom vrijkomt. Voor een goed bereidingsresultaat is geen stoom nodig.
- Na de bereiding het kookgerei tot het opdienen gesloten houden.
- Voor het koken met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
- De gerechten niet te lang laten koken of bakken, om de voedingswaarde te behouden. Met de kookwekker kan de optimale bereidingstijd worden ingesteld.
- Voor een gezonder bereidingsresultaat dient rokende olie te worden voorkomen.
- Voor een bruine kleur van de gerechten deze na elkaar klaarmaken in kleine porties.
- Kookgerei kan tijdens de bereiding hoge temperaturen bereiken. Het gebruik van pannenlappen is aan te bevelen.
- Adviezen voor energie-efficiënt koken vindt u in het hoofdstuk "Milieubescherming"
Bereidingstabel
In de tabel wordt voor alle gerechten weergegeven welke kookstand geschikt is. De bereidingstijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten variëren.
| Kookstand | Bereidingstijd (min.) | |
|---|---|---|
| Smelten | ||
| Chocolade, couverture | 1 - 1.5 | - |
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Opwarmen en warmhouden | ||
| Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel | 1.5 - 2 | - |
| Melk* | 1.5 - 2.5 | - |
| Worstjes in water verwarmen* | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Goulash, diepvries | 3 - 4 | 35 - 55 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes* | 4.5 - 5.5 | 20 - 30 |
| Vis* | 4 - 5 | 10 - 15 |
| Witte sauzen, bijv. bechamelsaus | 1 - 2 | 3 - 6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst (met dubbele hoeveelheid water) | 2.5 - 3.5 | 15 - 30 |
| Rijstepap*** | 2 - 3 | 30 - 40 |
| Aardappels in de schil | 4.5 - 5.5 | 25 - 35 |
| Gekookte aardappels | 4.5 - 5.5 | 15 - 30 |
| Deegwaren, pasta* | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Eenpansgerecht | 3.5 - 4.5 | 120 - 180 |
| Soepen | 3.5 - 4.5 | 15 - 60 |
| Groente | 2.5 - 3.5 | 10 - 20 |
| Groente, diepvries | 3.5 - 4.5 | 7 - 20 |
| Garen in de snelkookpan | 4.5 - 5.5 | - |
| * Zonder deksel ** Herhaaldelijk keren ***Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5 | ||
Pagina 18: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 19
Flex zone nl
Flex zone
Hij kan naar wens als één kookzone of als twee afzonderlijke kookzones worden gebruikt.
Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door het kookgerei wordt bedekt.
Tips voor het gebruik van pannen
Om te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, wordt aanbevolen de pan correct te centreren:
| Als afzonderlijke kookzone | |
|---|---|
| Diameter kleiner dan of gelijk aan 13 cm Plaats de vorm in een van de vier posities | |
| die op de afbeelding te zien zijn. | |
| Diameter groter dan 13 cm Plaats de vorm in een van de drie posities | |
| die op de afbeelding te zien zijn. | |
| Is er meer dan één kookzone nodig voor het | |
| kookgerei, plaats het dan met de rand op | |
| de bovenste of onderste rand van de flexi- | |
| bele kookzone. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Als twee onafhankelijke kookplaten
De voorste en achterste kookzones, elk met twee inductoren, kunnen onafhankelijk van elkaar worden gebruikt. Stel voor elke afzonderlijke kookzone de gewenste kookstand in. Gebruik op elke kookzone slechts één pan.
Als een afzonderlijke kookzone
De flexibele kookzone wordt geactiveerd als één afzonderlijke kookzone.
Activeren
- 1. Kies de flexibele kookzone met het symbool .
- 2. Kies in het instelgebied de betreffende kookstand. De flexibele kookzone is geactiveerd.
Kookstand wijzigen
Kies de kookzone en wijzig de kookstand in het betreffende instelgebied.
Nieuw kookgerei toevoegen
Plaats het nieuwe kookgerei op de kookzone en raak twee keer het symbool aan. Het nieuwe kookgerei wordt herkend en de eerder gekozen kookstand blijft behouden.
Aanwijzing: Wordt de kookvorm op de gebruikte kookzone verplaatst of opgetild, dan start de kookplaat automatisch met zoeken, waardoor de eerder gekozen kookstand behouden blijft.
Deactiveren
Symbool aanraken.
De flexibele kookzone is gedeactiveerd. De beide kookzones functioneren verder als twee onafhankelijke kookzones.
Als twee onafhankelijke kookplaten
De flexibele kookzone gebruiken als twee onafhankelijke kookzones.
De kookzones scheiden
- 1. Symbool aanraken.
- 2. Kies de gewenste kookzone met het symbool .
- 3. Kies in het instelgebied de betreffende kookstand. De kookzone is geactiveerd.
Aanwijzingen
- Wanneer de kookplaat uitschakelt en vervolgens opnieuw inschakelt, wordt de flexibele kookzone opnieuw als afzonderlijke kookzone gebruikt.
- In het hoofdstuk "Basisinstellingen" staat beschreven hoe u de configuratie-instelling van de flexibele zone kunt wijzigen.
De beide kookzones verbinden
Symbool aanraken.
De flexibele kookzone is geactiveerd.
Pagina 20
nl Move-functie
Move-functie
Met deze functie wordt de hele flexibele kookzone geactiveerd die ingedeeld is in drie kookgebieden en waarvan de kookstanden vooraf ingesteld zijn.
Gebruik slechts één kookvorm. De grootte van het kookgebied hangt af van de gebruikte vorm en de juiste plaatsing.
Kookgebieden
Nu kan er tijdens het koken kookgerei naar een ander kookgebied met een andere kookstand worden verplaatst:
Vooraf ingestelde kookstanden:
Voorste gebied = kookstand
Middelste gebied = kookstand
Achterste gebied = kookstand .
De vooraf ingestelde kookstanden kunnen onafhankelijk van elkaar worden veranderd. Hoe u ze kunt veranderen staat beschreven in het hoofdstuk "Basisinstellingen".
Aanwijzingen
- Wordt er meer dan één kookvorm op de flexibele kookzone herkend, dan wordt de functie gedeactiveerd.
- Wordt de kookvorm binnen het bereik van de flexibele kookzone verplaatst of opgetild, dan start de kookplaat automatisch met zoeken en wordt de kookstand van het gebied van de herkende vorm ingesteld.
- Gedetailleerde informatie over de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk "Flex zone"
Activeren
- 1. Kies een van beide kookzones van de flexibele kookzone.
- 2. Raak het symbool aan, het is sterker verlicht.De flexibele kookzone wordt geactiveerd als één afzonderlijke kookzone.
De kookstand van het gebied waarop het kookgerei staat, is verlicht op het display van de kookzones. De functie is geactiveerd.
Kookstand wijzigen
De kookstanden van de afzonderlijke kookgebieden kunnen tijdens het koken worden gewijzigd. Plaats het kookgerei op het kookgebied en wijzig de kookstand in het instelgebied.
Aanwijzingen
- Er wordt slechts één kookstand veranderd van het gebied waarop het kookgerei staat.
- Wordt de functie gedeactiveerd, dan worden de kookstanden van de drie kookgebieden teruggezet naar de vooraf ingestelde waarden.
Deactiveren
Symbool aanraken. Het is zwakker verlicht.
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Wanneer één van de kookgebieden op wordt geplaatst, wordt de functie binnen enkele seconden gedeactiveerd.
Pagina 21
Tijdfuncties nl
Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over drie timerfuncties:
- Programmering van de bereidingstijd
- Kookwekker
- Stopwatch-functie
Programmering van de bereidingstijd
De kookzone schakelt na afloop van de ingestelde tijd automatisch uit.
Zo stelt u in:
- 1. Raak twee keer het symbool 0 aan. In de timerindicatie zijn het symbool en de indicatie verlicht.
- 2. De kookzone kiezen. De indicatie is verlicht.
- 3. Binnen de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste bereidingstijd instellen.
- 4. Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen.
- 5. De gewenste kookstand kiezen.
De bereidingstijd begint af te lopen.
Aanwijzingen
- Voor alle kookzones kan automatisch dezelfde bereidingstijd worden ingesteld. De ingestelde tijd loopt voor elk van beide kookzones onafhankelijk af. In de paragraaf "Basisinstellingen" vindt u informatie over de manier waarop de bereidingstijd automatisch kan worden geprogrammeerd.
- Wordt de flexibele kookzone als enige kookzone gekozen, dan is de ingestelde tijd voor de hele kookzone hetzelfde.
- Wordt bij de gecombineerde kookzone de functie Move gekozen, dan is de ingestelde tijd voor de drie kookzones hetzelfde.
BraadSensor
Wordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone en is de braadSensor geactiveerd, dan begint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer de gekozen temperatuurstand bereikt is.
Kookfuncties
Wordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone terwijl een van de kookfuncties is geactiveerd, dan begint de tijd pas af te lopen wanneer de temperatuur voor het gekozen gebied bereikt is.
Tijd veranderen of wissen
Raak twee keer het symbool 0 aan en kies vervolgens de kookzone.
Wijzig de bereidingstijd in het instelgebied of stel in om de geprogrammeerde bereidingstijd te wissen.
Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen.
Aan het einde van de ingestelde tijd
De kookzone schakelt uit, de indicatie knippert en de kookzone geeft aan. Er klinkt een signaal.
In de timer-indicatie knipperen en de indicatie .
Bij aanraking van het symbool 0 verdwijnen de indicaties en het geluidssignaal.
Aanwijzingen
- Is er een bereidingstijd voor meerdere kookzones geprogrammeerd, dan verschijnt in de timer-indicatie altijd de kortste bereidingstijd.
- Voor het opvragen van de resterende bereidingstijd van een kookzone raakt u twee keer het symbool 0 aan en kiest u de kookzone.
- U kunt een bereidingstijd van maximaal minuten instellen.
Pagina 22
nl PowerBoost-functie
De kookwekker
Met de kookwekker kunt u een tijd tot 99 minuten instellen.
Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.
Zo stelt u in
- 1. Symbool 0 aanraken. In de timer-indicatie zijn en de indicatie verlicht.
- 2. Kies in het instelgebied de gewenste tijd en bevestig deze instelling door het symbool 0 aan te raken. Na enkele seconden begint de tijd af te lopen.
Tijd veranderen of wissen
Symbool 0 aanraken.
Wijzig de bereidingstijd in het instelgebied of stel in om de geprogrammeerde bereidingstijd te wissen.
Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen.
Aan het einde van de ingestelde tijd
Aan het einde van de ingestelde tijd klinkt een signaal. In de timer-indicatie knipperen en het symbool .
Na aanraking van het symbool 0 verdwijnen de indicaties.
Stopwatch-functie
De stopwatch-functie geeft de tijd weer die sinds de activering verstreken is.
Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.
Activeren
Symbool aanraken.In de timer-indicatie zijn verlicht.
De tijd begint af te lopen.
Deactiveren
Symbool aanraken.In de timer-indicatie worden weergegeven en verdwijnen vervolgens.
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Om de stop-watch te deactiveren dient deze functie gekozen te zijn.
PowerBoost-functie
Met de PowerBoost-functie kunnen grote hoeveelheden water sneller worden verwarmd dan met de betreffende kookstand .
Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.).
Aanwijzing: In het flex-gebied kan de powerboostfunctie ook worden geactiveerd wanneer er slechts één kookzone wordt gebruikt.
Activeren
- 1. Een kookzone kiezen.
- 2. Symbool aanraken. De indicatie is verlicht. De functie is geactiveerd.
Deactiveren
- 1. Een kookzone kiezen.
- 2. Symbool aanraken.
De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan het voorkomen dat de PowerBoost-functie automatisch uitgaat, ter bescherming van de elektronische componenten binnenin de kookplaat.
Pagina 23
ShortBoost functie nl
ShortBoost functie
Met de ShortBoost-functie kan het kookgerei sneller worden verwarmd dan met de kookstand .
Kies na de deactivering van de functie de juiste kookstand uit voor uw gerechten.
Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.).
Aanwijzing: Bij de flexibele kookzone kan de Shortboost-functie ook worden geactiveerd wanneer hij als één afzonderlijke kookzone wordt gebruikt.
Advies voor het gebruik
- Gebruik altijd kookgerei dat niet van tevoren verwarmd is.
- Gebruik pannen met een egale bodem. Gebruik geen kookgerei met een dunne bodem.
- Nooit leeg kookgerei, olie, boter of vet verwarmen zonder dat er toezicht bij is.
- Geen deksel op het kookgerei leggen.
- Plaats het kookgerei in het midden van de kookzone. Zorg ervoor dat de diameter van de pannenbodem overeenkomt met de grootte van de kookzone.
- Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in paragraaf "Koken met inductie"
Activeren
- 1. Een kookzone kiezen.
- 2. Raak twee keer het symbool aan. De indicatie is verlicht.
De functie is geactiveerd.
Deactiveren
- 1. Een kookzone kiezen.
- 2. Symbool aanraken.
De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Na 30 seconden schakelt deze functie automatisch uit.
Warmhoudfunctie
Deze functie is geschikt voor het smelten van chocolade of boter en voor het warmhouden van gerechten.
Activeren
- 1. Symbool aanraken.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de gewenste kookzone.
De indicatie is verlicht.
De functie is geactiveerd.
Deactiveren
- 1. Symbool aanraken.
- 2. Kookzone kiezen.
De indicatie verdwijnt.De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie is verlicht.
De functie is gedeactiveerd.
Pagina 24
nl Overname van instellingen
Overname van instellingen
Met deze functie kunnen de kookstand, de geprogrammeerde bereidingstijd en de gekozen kookfunctie van de ene op de andere kookzone worden overgedragen.
Om de instellingen over te dragen, plaatst u het kookgerei van de ingeschakelde kookzone op een andere kookzone.
Aanwijzing: Extra informatie over de juiste plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk "Flex zone"
Activeren
- 1. Verplaats het kookgerei van de ingeschakelde kookzone naar een andere kookzone.
De kookstand van de oorspronkelijke kookzone knippert.
Het kookgerei wordt erkend en op het display van de nieuwe kookzone knipperen de eerder gekozen kookstand en het symbool .
- 2. Kies de nieuwe kookzone uit om de instellingen te bevestigen.
De kookstand van de oorspronkelijke kookzone wordt ingesteld op .
De instellingen zijn overgedragen op de nieuwe kookzone.
Aanwijzingen
- Het kookgerei verplaatsen naar een kookzone die niet ingeschakeld is, die nog niet vooraf is ingesteld of waarop eerder geen ander kookgerei stond.
- De PowerBoost- of ShortBoost-functie kan alleen van links naar rechts of van rechts naar links worden omgezet als er geen kookzone actief is.
- Wordt er een nieuwe kookvorm op een andere kookzone geplaatst voordat de instellingen bevestigd zijn, dan kan deze functie voor beide kookvormen worden gebruikt.
- Worden er meerdere kookvormen verplaatst, dan kan de functie alleen worden gebruikt voor het kookgerei dat het laatst verplaatst is.
Pagina 25
Kookhulpfuncties nl
Kookhulpfuncties
Met de kookhulpfuncties wordt koken heel eenvoudig en het resultaat is altijd optimaal. De aanbevolen temperatuurstanden zijn geschikt voor elke manier van koken.
Hiermee zijn bereidingswijzen mogelijk zonder dat het gerecht bovenmatig kookt en u krijgt perfecte kook- en bakresultaten.
Tijdens het koken meten sensoren voortdurend de temperatuur van de pan. Hierbij wordt het vermogen permanent geregeld en de juiste temperatuur aangehouden.
Is de gekozen temperatuur bereikt, dan kan het product worden toegevoegd. De gerechten raken niet oververhit en er kookt niets over.
De kookzones die over een braadsensor beschikken zijn voorzien van het symbool Braadsensor.
Als er een draadloze temperatuursensor voorhanden is, zijn de kookfuncties beschikbaar voor alle kookzones.
In dit hoofdstuk vindt u informatie over:
- Functies van de kookhulp
- Geschikte pannen
- Sensoren en speciale accessoires
- Functies en kookstanden
- Aanbevolen gerechten
Functies van de kookhulp
Met de kookhulpfuncties kan voor elk gerecht de beste bereidingstijd worden gekozen.
IN de tabel kunt u zien welke verschillende functie-instellingen er voor de kookhulp beschikbaar zijn.
| Kookhulpfuncties | Temperatuurstanden | Kookgerei | Beschikbaar voor | Activeren |
|---|---|---|---|---|
| Braadsensor | ||||
| Stoven / braden met weinig vet | 1, 2, 3, 4, 5 | |||
| Kookfuncties | ||||
| Verwarmen / Warmhouden | 1/70 ºC | Alle kookzones | ||
| Zachtjes koken | 2/90 ºC | Alle kookzones | ||
| Koken | 3/100 ºC | Alle kookzones | ||
| Garen in de snelkookpan | 4/120 ºC | Alle kookzones | ||
| Frituren met veel olie in de pan* | 5/170 ºC | Alle kookzones | ||
| *Voorverwarmen met deksel en frituren zonder deksel. Heeft de kookplaat geen draadloze temperatuursensor, dan kan deze achteraf in de vakhandel of via onze servicedienst worden aangeschaft. | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Geschikte pannen
Kies de kookzone die qua diameter het meest geschikt is voor de bodem van de pan en plaats de pan in het midden van de kookzone.
Gebruik voor de kookfuncties vormen die zo hoog zijn dat de benodigde hoeveelheid water boven de siliconenpatch van de draadloze kooksensor uitkomt.
Er zijn pannen die optimaal geschikt zijn voor de braadsensor. Deze kunt u achteraf aanschaffen in de vakhandel of via onze technische servicedienst of officiële website. Geef steeds het juiste referentienummer op:
- HZ390210 pan met een diameter van 15 cm.
- HZ390220 pan met een diameter van 19 cm.
- HZ390230 pan met een diameter van 21 cm.
- HZ390512 teppanyaki. Alleen aanbevolen voor de flexibele kookzone.
- HZ390522 grillplaat. Alleen aanbevolen voor de flexibele kookzone.
Deze pannen zijn voorzien van een antiaanbaklaag, zodat er voor het bakken en braden niet veel olie nodig is.
Pagina 26
nl Kookhulpfuncties
Aanwijzingen
- De braadsensor is speciaal ingesteld op pannen van dit type en met deze afmetingen.
- Wanneer de grootte van de pannen afwijkend is of wanneer ze slecht geplaatst zijn, wordt de braadsensor bij de flexibele kookzones mogelijk niet geactiveerd. Zie het hoofdstuk "Flex zone".
- Pannen van een ander type kunnen oververhit raken en de temperatuur kan lager of hoger zijn dan de gekozen temperatuurstand. Probeer eerst de laagste temperatuurstand uit en verander deze zo nodig.
Voor de kookfuncties zijn alle pannen geschikt die voor inductiekoken kunnen worden gebruikt. Informatie over pannen die geschikt zijn voor inductie vindt u in het hoofdstuk "Koken met inductie".
In de tabel met de kookhulpfuncties staat voor elke functie de geschikte pan vermeld.
Sensoren en speciale accessoires
Tijdens het koken meten de sensoren voortdurend de temperatuur van het pan. Hierdoor wordt het koken met hoge precisie geregeld en wordt de juiste temperatuur aangehouden om perfecte kookresultaten te krijgen.
Uw kookplaat beschikt over twee verschillende systemen voor het meten van de temperatuur, om tot de beste resultaten te komen:
- Temperatuursensoren, die zich binnen de kookplaat bevinden en de temperatuur van de bodem van de pan controleren.Geschikt voor de braadsensor.
- Draadloze kooksensor, die de informatie over de temperatuur van de pan verder leidt naar het bedieningspaneel. Geschikt voor de kookfuncties.
De kooksensor is absoluut noodzakelijk voor het gebruik van de kookfuncties.
Als uw kookplaat niet over een draadloze kooksensor beschikt, kunt u deze achteraf aanschaffen in de vakhandel, via onze technische servicedienst of officiële website, met opgave van het referentienummer HZ39050.
Informatie over de kooksensor vindt u in paragraaf "Voorbereiding en verzorging van de draadloze temperatuursensor"
Functies en kookstanden
Braadsensor
Met de braadsensor kunt u gerechten klaarmaken met weinig olie in de pan.
Kookzones met deze functie zijn voorzien van het symbool voor de braadsensor.
Voordelen
- De kookzone warmt alleen op als het nodig is.
Hiermee bespaart u energie. Olie en vet raken niet oververhit.
- Als de lege pan de optimale temperatuur voor het toevoegen van olie en voedsel heeft bereikt, klinkt er een signaal.
Aanwijzingen
- Geen deksel op de pan leggen, anders functioneert de regelaar niet. U kunt wel een spatbeschermingszeef gebruiken, ter voorkoming van vetspetters.
- Gebruik alleen olie of vet die geschikt zijn om te frituren. Wordt er boter, margarine, koudgeperste olijfolie of varkensvet gebruikt, zet de temperatuurstand dan op 1 of 2.
- Verhit nooit vet of olie zonder erbij te blijven.
- Heeft de kookzone een hogere temperatuur dan de pan of omgekeerd, dan wordt de temperatuursensor niet op de juiste manier geactiveerd.
- Voor het frituren met veel olie in een pan altijd de kookfuncties gebruiken. “Frituren met een grote hoeveelheid olie in een pan”, kookstand 5.
Temperatuurstanden
| Temperatuurstand | Geschikt voor | |
|---|---|---|
| 1 | zeer laag | Bereiden en reduceren van sauzen, stoven van groente en bakken van gerechten met koudgeperste olijfolie, boter of margarine. |
| 2 | Laag | Bakken en braden van gerechten met koudgeperste olijfolie, boter of margarine, bijv. omeletten. |
| 3 | gemiddeld - laag | Bakken en braden van vis en dikke producten, zoals bijv. gehaktballen en worstjes. |
| 4 | gemiddeld hoog | Bakken en braden van steaks, well done, gepaneerde diepvriesporducten en dunne gerechten, bijv. schnitzel, reepjes vlees in saus en groente. |
| 5 | Hoog | Bakken en braden van gerechten bij hoge temperaturen, bijv. steaks, rare (saignant) of medium, aardappelpannenkoekjes en gebakken aardappels. |
Pagina 27
Kookhulpfuncties nl
| Zo stelt u in | Braadsensor uitschakelen |
|---|---|
| Kies de juiste temperatuurstand in de tabel. Een lege pan op de kookzone plaatsen. | Raak het symbool aan en kies de kookzone. De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie is verlicht. |
| 1. Symbool aanraken. | Kookfuncties |
| 2. De kookzone kiezen. In de kookzone-indicatie is | |
| verlicht. | Met deze functies kunt u levensmiddelen opwarmen, garen, koken, bereiden met de snelkookpan of frituren in een gewone pan met rijkelijk olie. |
| De functies zijn beschikbaar voor alle kookzones. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Voordelen
- 3. In de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste temperatuurstand kiezen.
De functie is geactiveerd.
Het temperatuursymbool knippert tot de braadtemperatuur bereikt is. Er klinkt dan een signaal en het temperatuursymbool knippert niet meer.
- 4. Doe wanneer de braadtemperatuur bereikt is eerst de olie en vervolgens de gerechten in de pan.
Aanwijzing: U dient de gerechten te keren, zodat ze niet aanbranden.
- De kookzone warmt alleen op wanneer dit nodig is om de ingestelde temperatuur aan te houden.Hierdoor wordt energie bespaard en raken olie en vet niet oververhit.
- De temperatuur wordt voortdurend gecontroleerd.
Op deze manier wordt voorkomen dat er voedsel overkookt. Ook hoeft de temperatuurstand niet te worden veranderd.
- Een signaal geeft aan wanneer het water of de olie de optimale temperatuur heeft bereikt om het product toe te voegen. In de tabel kunt u zien of een product direct aan het begin moet worden toegevoegd.
Aanwijzingen
- Gebruik alleen pannen met een egale en dikke bodem. Gebruik geen pannen waarvan de bodem dun of vervormd is.
- De pan zo vullen dat de inhoud de juiste hoogte bereikt om de siliconenpatch van de kooksensor af te dekken.
- Gebruik de braadsensor om met weinig olie te bakken of te braden.
- Plaats de pan op zo'n manier dat de kooksensor naar de buitenzijde van de kookplaat wijst.
- Tijdens het koken de kooksensor niet van de pan afnemen.
- Neem de kooksensor na de bereiding van de pan. Voorzichtig, de kooksensor kan heel heet zijn.
Temperatuurbereiken en -standen
| Kookfuncties | Temperatuurstand | Temperatuurbereik | Geschikt voor |
|---|---|---|---|
| Opwarmen, warmhouden | 1/70 ºC | 60 - 70 ºC | bijv. soepen, punch |
| Zachtjes koken | 2/90 ºC | 80 - 90 ºC | bijv. rijst, melk |
| Koken | 3/100 ºC | 90 - 100 ºC | bijv. pasta, groente |
| Garen in de snelkookpan | 4/120 ºC | 110 - 120 ºC | bijv. kip, eenpansmaaltijd. |
| Frituren met veel olie in de pan | 5/170 ºC | 170 - 180 ºC | bijv. donuts, gehaktballetjes |