naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens EX877LX36E, tekst van de handleiding

Pagina's 11–27 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–10verder op pagina 28 →

Pagina 11

Het apparaat leren kennen nl

Het apparaat leren kennen

Informatie over afmetingen en vermogens van de kookzones vindt u in Blz. 2

Aanwijzing: . Afhankelijk van het apparaattype zijn kleur- en detailafwijkingen mogelijk.

In dit hoofdstuk geven we u uitleg over de indicaties en bedieningselementen. Daarnaast leert u verschillende functies van uw apparaat kennen.

Uw nieuwe apparaat

Nr.Aanduiding
1Filterafdekking
2Metalen vetfilter
3Reservoir
4Kookplaat
5Bedieningspaneel
6Ventilatorbehuizing
7Overloopreservoir
8Afdekking van de behuizing
9Buizen*
10Actieve koolfilter*
11Luchtafvoerbuis**
*alleen bij luchtcirculatie
**alleen bij luchtafvoer

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Speciale accessoires

LuchtafvoersetHZ381400
LuchtcirculatiesetHZ381500
Actieve koolfilterHZ381700

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Geschikte pannen

Er zijn pannen die optimaal geschikt zijn voor de braadsensor-functie.Deze kunnen achteraf in de vakhandel of via onze technische servicedienst worden aangeschaft. Geef steeds het corresponderende referentienummer op.

Pan met een diameter van 15 cmHZ390210
Pan met een diameter van 19 cmHZ390220
Pan met een diameter van 21 cmHZ390230
Teppanyaki. Alleen aanbevolen voor de flexibele kookzone.HZ390512
Grillplaat. Alleen aanbevolen voor de flexibele kookzone.HZ390522

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Pagina 12

nl Het apparaat leren kennen

Het bedieningspaneel

Bedieningsvlakken
Apparaat in- en uitschakelen
Bedieningspaneel blokkeren voor reinigingsdoeleinden en het kinderslot inschakelen
Overgaan van het instelgebied van kookplaat naar ventilatie en vice versa / Verzadigingsindicaties terugzetten
/Kookzone kiezen
0 IIIIIIIIIIIIKookstanden instellen / Ventilatiestanden 1-9 in het linker instelgebied instellen
Powerboost- en Shortboost-functie voor kookstanden / Intensiefstand voor ventilatie inschakelen
BraadSensor inschakelen
Automatische modus voor ventilatie inschakelen
Warmhoudfunctie inschakelen
0Bereidingstijd en kookwekker programmeren
Stopwatch-functie inschakelen
Move-functie activeren
Flexibele kookzone inschakelen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Indicaties
Gebruikstoestand
-Kookstanden / Ventilatiestanden
/Restwarmte
PowerBoost-functie / Intensiefstand voor ventilatie
ShortBoost-functie
Warmhoud-functie
•BraadSensor
Kookfuncties
ºCTemperatuur kookfuncties
Kinderslot
Timer-functie
De bereidingstijd instellen
Kookwekker
Overdracht van instellingen
/Timer-indicaties
Automatische modus voor ventilatie
Verzadigingsindicatie metalen vetfilter
Verzadigingsindicatie actieve koolfilter

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Bedieningsvlakken

Wanneer de kookplaat opwarmt, zijn de symbolen van de bedieningsvlakken verlicht die op dat moment beschikbaar zijn.

Raakt u een symbool aan, dan wordt de betreffende functie geactiveerd.

Aanwijzingen

De indicaties van de kookzones of van de gekozen functie lichten helderder op.

Pagina 13

Het apparaat leren kennen nl

Restwarmte-indicatie

De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Hiermee wordt aangegeven dat een kookzone nog heet is. Raak de kookzone niet aan zolang de restwarmte-indicatie verlicht is.

Afhankelijk van de hoogte van de restwarmte wordt het volgende weergegeven:

Wanneer u de pan tijdens het koken van de kookzone neemt, knipperen afwisselen de restwarmte-indicatie en de gekozen kookstand.

Is de kookzone uitgschakeld, dan is restwarmte-indicatie verlicht. Ook wanneer de kookplaat al uitgeschakeld is, blijft de restwarmte-indicatie verlicht zolang de kookzone nog warm is.

Kooksensor-functie (optioneel)

Afhankelijk van de apparaatversie wordt de temperatuursensor als accessoire meegeleverd bij het apparaat of kan hij als speciaal accessoire onder het volgende artikelnr worden besteld.

Temperatuursensor HZ39050

Gebruiksmogelijkheden

U kunt dit apparaat gebruiken voor luchtafvoer en circulatielucht.

Gebruik met afvoerlucht

De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.

Aanwijzing: De afvoerlucht mag niet worden afgevoerd via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoer, noch via een schacht die dient voor de ontluchting van ruimtes met vuurbronnen.

Gebruik met circulatielucht

De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een actief koolfilter gereinigd en weer teruggeleid naar de keuken.

Aanwijzing: Om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van circulatielucht, dient u een actief koolfilter te monteren. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in het prospectus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. De daartoe benodigde toebehoren zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of de Online-shop.

Pagina 14

nl Voor het eerste gebruik

Voor het eerste gebruik

Volg voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt de volgende aanwijzing op:

Het apparaat en de accessoires grondig schoonmaken.

Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren:

Eerste gebruik

Aanwijzing: Het apparaat is bij levering op ingesteld op luchtcirculatie.

Mogelijke instellingen:

Zie "Basisinstellingen" op pagina 38 om het apparaat naar de circulatiefunctie om te zetten.

1Apparaat bedienen

In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe u een kookzone instelt. In de tabel vindt u kookstanden en bereidingstijden voor verschillende gerechten.

Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!

De filterafdekking van metaal wordt op de kookplaat heel snel heet. De filterafdekking nooit op de kookplaat leggen.Geen pannen op de filterafdekking plaatsen of er andere voorwerpen op leggen.

Aanwijzing: Schakel de ventilatie in zodra u begint met koken en schakel hem pas enkele minuten na het koken weer uit. Zo wordt de keukendamp het meest effectief verwijderd.

Aanwijzing: Het apparaat nooit gebruiken zonder reservoir, metalen vetfilter en filterafdekking.

Kookplaat in- en uitschakelen

De kookplaat met de hoofdschakelaar in- en uitschakelen.

Inschakelen: Raak het symbool aan. Er klinkt een signaal. De symbolen die bij de kookzones horen en de functies die op dit tijdstip ter beschikking staan lichten op. De kookplaat is klaar voor gebruik.

Uitschakelen: raak het symbool aan tot de indicaties verdwijnen. De restwarmte-indicatie blijft verlicht tot de kookzones voldoende zijn afgekoeld.

Aanwijzingen

Kookzone instellen

In het instelgebied stelt u de gewenste kookstand in.

Kookstand 1 = laagste stand.

Kookstand 9 = hoogste stand.

Elke kookstand heeft een tussenstand. Deze wordt gekenmerkt door .

Aanwijzingen

Aanwijzing: De linkerkookzones worden in het linkerinstelgebied en de rechterkookzones in het rechterinstelgebied ingesteld.

Pagina 15

Apparaat bedienen nl

Kookzone en kookstand kiezen

De kookplaat moet ingeschakeld zijn.

De indicatie is helderder verlicht.

De kookstand is ingesteld.

De vermogensstand wijzigen

Selecteer de kookzone en regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.

De kookzone uitschakelen

Selecteer de kookzone en stel af op in de programmeerzone. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt.

Aanwijzingen

Ventilatie in- en uitschakelen

Aanwijzing: Pas de vermogensstand altijd aan de actuele omstandigheden aan. Kies bij een sterke kookdamp ook een hoge vermogensstand.

Aanwijzing: Wanneer er geen metalen vetfilter is geplaatst, kan de ventilatie niet worden ingeschakeld. Plaats de metalen vetfilter. De functies van de kookplaten zijn ook zonder metalen vetfilter beschikbaar. "Reinigen" op pagina 42

Aanwijzing: Ventilatieopeningen niet blokkeren met voorwerpen.Geen voorwerpen op de filterafdekking plaatsen. Anders wordt het vermogen van de ventilatie verminderd.

Aanwijzing: Bij hoge pannen kan geen optimaal afzuigvermogen worden gegarandeerd. Het afzuigvermogen kan worden verbeterd door een deksel schuin op de pan te leggen.

Aanwijzing: Zodra u de ventilatie ingeschakeld heeft, is het rechter instelgebied niet meer beschikbaar. Met het linker instelgebied wijzigt u de vermogensstand van de ventilatie.

Ventilatie inschakelen

Aanwijzing: Zijn de symbolen en niet beschikbaar, breng de metalen vetfilter dan op de juiste wijze in.

De symbolen en zijn beschikbaar. De ventilatie kan ingeschakeld worden.

De ventilatie start op vermogensstand . De ingestelde vermogensstand wordt weergegeven op het display en in het linker instelgebied. Het rechter instelgebied is niet beschikbaar.

Aanwijzingen

De ingestelde vermogensstand wordt weergegeven in het linker instelgebied.

De ingestelde vermogensstand wordt weergegeven in het linker instelgebied.

Pagina 16

nl Apparaat bedienen

Ventilatie uitschakelen

Wilt u het apparaat uitschakelen, raak dan het symbool aan. Wilt u alleen de ventilatie uitschakelen, ga dan als volgt te werk:

Aanwijzing: Afhankelijk van de gekozen basisinstellingen start de naloop nadat het apparaat is uitgeschakeld.

Intensief-stand

Activeer de intensiefstand in geval van sterke geur- of dampontwikkeling. Hierbij werkt de ventilatie gedurende korte tijd in de hoogste stand. Na korte tijd schakelt hij zelfstandig terug naar een lagere stand.

Inschakelen

Het symbool en de symbolen van het linker instelgebied zijn verlicht. Op het display wordt weergegeven. De intensiefstand is geactiveerd.

Aanwijzing: Na acht minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .

Aanwijzing: Na enkele seconden wordt opnieuw het instelgebied voor de kookstanden weergegeven.

Uitschakelen

Automatische start

Zodra er een vermogensstand voor een kookplaat wordt gekozen, zijn afhankelijk van de gekozen basisinstellingen de volgende opties mogelijk:

Kies de gewenste optie in de basisinstellingen. In de basisinstellingen kunt u ook de gevoeligheid van de sensor aanpassen. "Basisinstellingen" op pagina 38

Automatische modus met sensorregeling

Inschakelen

Symbool aanraken.

De optimale vermogensstand wordt automatisch ingesteld met behulp van een sensor. Op het display wordt weergegeven.

Uitschakelen

Symbool aanraken.

Op het display wordt de laatste door de sensor ingestelde vermogensstand weergegeven. De automatische modus is uitgeschakeld.

Naloop-functie

De naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen enkele minuten verder lopen. Zo wordt nog aanwezige kookdamp verwijderd.Hierna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.

In de basisinstellingen kunt u de volgende opties voor de naloop kiezen:

Aanwijzing: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut is ingeschakeld.

Als de automatische modus met sensorgeregelde naloop is geactiveerd, zijn tijdens de naloop de symbolen en verlicht.

Uitschakelen

Symbool aanraken.

De naloopfunctie wordt direct beëindigd.

Wanneer een van de volgende voorwaarden van toepassing is, wordt de naloopfunctie uitgeschakeld:

Pagina 17

Apparaat bedienen nl

Kookadvies

Advies

Bereidingstabel

In de tabel wordt voor alle gerechten weergegeven welke kookstand geschikt is. De bereidingstijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten variëren.

KookstandBereidingstijd (min.)
Smelten
Chocolade, couverture1 - 1.5-
Boter, honing, gelatine1 - 2-
Opwarmen en warmhouden
Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel1.5 - 2-
Melk*1.5 - 2.5-
Worstjes in water verwarmen*3 - 4-
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries3 - 415 - 25
Goulash, diepvries3 - 435 - 55
Gaarstoven, zachtjes laten koken
Aardappelballetjes*4.5 - 5.520 - 30
Vis*4 - 510 - 15
Witte sauzen, bijv. bechamelsaus1 - 23 - 6
Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus3 - 48 - 12
Koken, stomen, stoven
Rijst (met dubbele hoeveelheid water)2.5 - 3.515 - 30
Rijstepap***2 - 330 - 40
Aardappels in de schil4.5 - 5.525 - 35
Gekookte aardappels4.5 - 5.515 - 30
Deegwaren, pasta*6 - 76 - 10
Eenpansgerecht3.5 - 4.5120 - 180
Soepen3.5 - 4.515 - 60
Groente2.5 - 3.510 - 20
Groente, diepvries3.5 - 4.57 - 20
Garen in de snelkookpan4.5 - 5.5-
* Zonder deksel
** Herhaaldelijk keren
***Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Pagina 18: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 19

Flex zone nl

Flex zone

Hij kan naar wens als één kookzone of als twee afzonderlijke kookzones worden gebruikt.

Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door het kookgerei wordt bedekt.

Tips voor het gebruik van pannen

Om te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, wordt aanbevolen de pan correct te centreren:

Als afzonderlijke kookzone
Diameter kleiner dan of gelijk aan 13 cm Plaats de vorm in een van de vier posities
die op de afbeelding te zien zijn.
Diameter groter dan 13 cm
Plaats de vorm in een van de drie posities
die op de afbeelding te zien zijn.
Is er meer dan één kookzone nodig voor het
kookgerei, plaats het dan met de rand op
de bovenste of onderste rand van de flexi-
bele kookzone.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Als twee onafhankelijke kookplaten

De voorste en achterste kookzones, elk met twee inductoren, kunnen onafhankelijk van elkaar worden gebruikt. Stel voor elke afzonderlijke kookzone de gewenste kookstand in. Gebruik op elke kookzone slechts één pan.

Als een afzonderlijke kookzone

De flexibele kookzone wordt geactiveerd als één afzonderlijke kookzone.

Activeren

Kookstand wijzigen

Kies de kookzone en wijzig de kookstand in het betreffende instelgebied.

Nieuw kookgerei toevoegen

Plaats het nieuwe kookgerei op de kookzone en raak twee keer het symbool aan. Het nieuwe kookgerei wordt herkend en de eerder gekozen kookstand blijft behouden.

Aanwijzing: Wordt de kookvorm op de gebruikte kookzone verplaatst of opgetild, dan start de kookplaat automatisch met zoeken, waardoor de eerder gekozen kookstand behouden blijft.

Deactiveren

Symbool aanraken.

De flexibele kookzone is gedeactiveerd. De beide kookzones functioneren verder als twee onafhankelijke kookzones.

Als twee onafhankelijke kookplaten

De flexibele kookzone gebruiken als twee onafhankelijke kookzones.

De kookzones scheiden

Aanwijzingen

De beide kookzones verbinden

Symbool aanraken.

De flexibele kookzone is geactiveerd.

Pagina 20

nl Move-functie

Move-functie

Met deze functie wordt de hele flexibele kookzone geactiveerd die ingedeeld is in drie kookgebieden en waarvan de kookstanden vooraf ingesteld zijn.

Gebruik slechts één kookvorm. De grootte van het kookgebied hangt af van de gebruikte vorm en de juiste plaatsing.

Kookgebieden

Nu kan er tijdens het koken kookgerei naar een ander kookgebied met een andere kookstand worden verplaatst:

Vooraf ingestelde kookstanden:

Voorste gebied = kookstand

Middelste gebied = kookstand

Achterste gebied = kookstand .

De vooraf ingestelde kookstanden kunnen onafhankelijk van elkaar worden veranderd. Hoe u ze kunt veranderen staat beschreven in het hoofdstuk "Basisinstellingen".

Aanwijzingen

Activeren

De kookstand van het gebied waarop het kookgerei staat, is verlicht op het display van de kookzones. De functie is geactiveerd.

Kookstand wijzigen

De kookstanden van de afzonderlijke kookgebieden kunnen tijdens het koken worden gewijzigd. Plaats het kookgerei op het kookgebied en wijzig de kookstand in het instelgebied.

Aanwijzingen

Deactiveren

Symbool aanraken. Het is zwakker verlicht.

De functie is gedeactiveerd.

Aanwijzing: Wanneer één van de kookgebieden op wordt geplaatst, wordt de functie binnen enkele seconden gedeactiveerd.

Pagina 21

Tijdfuncties nl

Tijdfuncties

Uw kookplaat beschikt over drie timerfuncties:

Programmering van de bereidingstijd

De kookzone schakelt na afloop van de ingestelde tijd automatisch uit.

Zo stelt u in:

De bereidingstijd begint af te lopen.

Aanwijzingen

BraadSensor

Wordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone en is de braadSensor geactiveerd, dan begint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer de gekozen temperatuurstand bereikt is.

Kookfuncties

Wordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone terwijl een van de kookfuncties is geactiveerd, dan begint de tijd pas af te lopen wanneer de temperatuur voor het gekozen gebied bereikt is.

Tijd veranderen of wissen

Raak twee keer het symbool 0 aan en kies vervolgens de kookzone.

Wijzig de bereidingstijd in het instelgebied of stel in om de geprogrammeerde bereidingstijd te wissen.

Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen.

Aan het einde van de ingestelde tijd

De kookzone schakelt uit, de indicatie knippert en de kookzone geeft aan. Er klinkt een signaal.

In de timer-indicatie knipperen en de indicatie .

Bij aanraking van het symbool 0 verdwijnen de indicaties en het geluidssignaal.

Aanwijzingen

Pagina 22

nl PowerBoost-functie

De kookwekker

Met de kookwekker kunt u een tijd tot 99 minuten instellen.

Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.

Zo stelt u in

Tijd veranderen of wissen

Symbool 0 aanraken.

Wijzig de bereidingstijd in het instelgebied of stel in om de geprogrammeerde bereidingstijd te wissen.

Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen.

Aan het einde van de ingestelde tijd

Aan het einde van de ingestelde tijd klinkt een signaal. In de timer-indicatie knipperen en het symbool .

Na aanraking van het symbool 0 verdwijnen de indicaties.

Stopwatch-functie

De stopwatch-functie geeft de tijd weer die sinds de activering verstreken is.

Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.

Activeren

Symbool aanraken.In de timer-indicatie zijn verlicht.

De tijd begint af te lopen.

Deactiveren

Symbool aanraken.In de timer-indicatie worden weergegeven en verdwijnen vervolgens.

De functie is gedeactiveerd.

Aanwijzing: Om de stop-watch te deactiveren dient deze functie gekozen te zijn.

PowerBoost-functie

Met de PowerBoost-functie kunnen grote hoeveelheden water sneller worden verwarmd dan met de betreffende kookstand .

Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.).

Aanwijzing: In het flex-gebied kan de powerboostfunctie ook worden geactiveerd wanneer er slechts één kookzone wordt gebruikt.

Activeren

Deactiveren

De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .

De functie is gedeactiveerd.

Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan het voorkomen dat de PowerBoost-functie automatisch uitgaat, ter bescherming van de elektronische componenten binnenin de kookplaat.

Pagina 23

ShortBoost functie nl

ShortBoost functie

Met de ShortBoost-functie kan het kookgerei sneller worden verwarmd dan met de kookstand .

Kies na de deactivering van de functie de juiste kookstand uit voor uw gerechten.

Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.).

Aanwijzing: Bij de flexibele kookzone kan de Shortboost-functie ook worden geactiveerd wanneer hij als één afzonderlijke kookzone wordt gebruikt.

Advies voor het gebruik

Activeren

De functie is geactiveerd.

Deactiveren

De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .

De functie is gedeactiveerd.

Aanwijzing: Na 30 seconden schakelt deze functie automatisch uit.

Warmhoudfunctie

Deze functie is geschikt voor het smelten van chocolade of boter en voor het warmhouden van gerechten.

Activeren

De indicatie is verlicht.

De functie is geactiveerd.

Deactiveren

De indicatie verdwijnt.De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie is verlicht.

De functie is gedeactiveerd.

Pagina 24

nl Overname van instellingen

Overname van instellingen

Met deze functie kunnen de kookstand, de geprogrammeerde bereidingstijd en de gekozen kookfunctie van de ene op de andere kookzone worden overgedragen.

Om de instellingen over te dragen, plaatst u het kookgerei van de ingeschakelde kookzone op een andere kookzone.

Aanwijzing: Extra informatie over de juiste plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk "Flex zone"

Activeren

De kookstand van de oorspronkelijke kookzone knippert.

Het kookgerei wordt erkend en op het display van de nieuwe kookzone knipperen de eerder gekozen kookstand en het symbool .

De kookstand van de oorspronkelijke kookzone wordt ingesteld op .

De instellingen zijn overgedragen op de nieuwe kookzone.

Aanwijzingen

Pagina 25

Kookhulpfuncties nl

Kookhulpfuncties

Met de kookhulpfuncties wordt koken heel eenvoudig en het resultaat is altijd optimaal. De aanbevolen temperatuurstanden zijn geschikt voor elke manier van koken.

Hiermee zijn bereidingswijzen mogelijk zonder dat het gerecht bovenmatig kookt en u krijgt perfecte kook- en bakresultaten.

Tijdens het koken meten sensoren voortdurend de temperatuur van de pan. Hierbij wordt het vermogen permanent geregeld en de juiste temperatuur aangehouden.

Is de gekozen temperatuur bereikt, dan kan het product worden toegevoegd. De gerechten raken niet oververhit en er kookt niets over.

De kookzones die over een braadsensor beschikken zijn voorzien van het symbool Braadsensor.

Als er een draadloze temperatuursensor voorhanden is, zijn de kookfuncties beschikbaar voor alle kookzones.

In dit hoofdstuk vindt u informatie over:

Functies van de kookhulp

Met de kookhulpfuncties kan voor elk gerecht de beste bereidingstijd worden gekozen.

IN de tabel kunt u zien welke verschillende functie-instellingen er voor de kookhulp beschikbaar zijn.

KookhulpfunctiesTemperatuurstandenKookgereiBeschikbaar voorActiveren
Braadsensor
Stoven / braden met weinig vet1, 2, 3, 4, 5
Kookfuncties
Verwarmen / Warmhouden1/70 ºCAlle kookzones
Zachtjes koken2/90 ºCAlle kookzones
Koken3/100 ºCAlle kookzones
Garen in de snelkookpan4/120 ºCAlle kookzones
Frituren met veel olie in de pan*5/170 ºCAlle kookzones
*Voorverwarmen met deksel en frituren zonder deksel.
Heeft de kookplaat geen draadloze temperatuursensor, dan kan deze achteraf in de vakhandel of via onze servicedienst worden aangeschaft.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Geschikte pannen

Kies de kookzone die qua diameter het meest geschikt is voor de bodem van de pan en plaats de pan in het midden van de kookzone.

Gebruik voor de kookfuncties vormen die zo hoog zijn dat de benodigde hoeveelheid water boven de siliconenpatch van de draadloze kooksensor uitkomt.

Er zijn pannen die optimaal geschikt zijn voor de braadsensor. Deze kunt u achteraf aanschaffen in de vakhandel of via onze technische servicedienst of officiële website. Geef steeds het juiste referentienummer op:

Deze pannen zijn voorzien van een antiaanbaklaag, zodat er voor het bakken en braden niet veel olie nodig is.

Pagina 26

nl Kookhulpfuncties

Aanwijzingen

Voor de kookfuncties zijn alle pannen geschikt die voor inductiekoken kunnen worden gebruikt. Informatie over pannen die geschikt zijn voor inductie vindt u in het hoofdstuk "Koken met inductie".

In de tabel met de kookhulpfuncties staat voor elke functie de geschikte pan vermeld.

Sensoren en speciale accessoires

Tijdens het koken meten de sensoren voortdurend de temperatuur van het pan. Hierdoor wordt het koken met hoge precisie geregeld en wordt de juiste temperatuur aangehouden om perfecte kookresultaten te krijgen.

Uw kookplaat beschikt over twee verschillende systemen voor het meten van de temperatuur, om tot de beste resultaten te komen:

De kooksensor is absoluut noodzakelijk voor het gebruik van de kookfuncties.

Als uw kookplaat niet over een draadloze kooksensor beschikt, kunt u deze achteraf aanschaffen in de vakhandel, via onze technische servicedienst of officiële website, met opgave van het referentienummer HZ39050.

Informatie over de kooksensor vindt u in paragraaf "Voorbereiding en verzorging van de draadloze temperatuursensor"

Functies en kookstanden

Braadsensor

Met de braadsensor kunt u gerechten klaarmaken met weinig olie in de pan.

Kookzones met deze functie zijn voorzien van het symbool voor de braadsensor.

Voordelen

Hiermee bespaart u energie. Olie en vet raken niet oververhit.

Aanwijzingen

Temperatuurstanden

TemperatuurstandGeschikt voor
1zeer laagBereiden en reduceren van sauzen, stoven van groente en bakken van gerechten met koudgeperste olijfolie, boter of margarine.
2LaagBakken en braden van gerechten met koudgeperste olijfolie, boter of margarine, bijv. omeletten.
3gemiddeld - laagBakken en braden van vis en dikke producten, zoals bijv. gehaktballen en worstjes.
4gemiddeld hoogBakken en braden van steaks, well done, gepaneerde diepvriesporducten en dunne gerechten, bijv. schnitzel, reepjes vlees in saus en groente.
5HoogBakken en braden van gerechten bij hoge temperaturen, bijv. steaks, rare (saignant) of medium, aardappelpannenkoekjes en gebakken aardappels.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

Kookhulpfuncties nl

Zo stelt u inBraadsensor uitschakelen
Kies de juiste temperatuurstand in de tabel. Een lege pan op de kookzone plaatsen.Raak het symbool aan en kies de kookzone. De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie is verlicht.
1. Symbool aanraken.Kookfuncties
2. De kookzone kiezen. In de kookzone-indicatie is
verlicht.Met deze functies kunt u levensmiddelen opwarmen, garen, koken, bereiden met de snelkookpan of frituren in een gewone pan met rijkelijk olie.
De functies zijn beschikbaar voor alle kookzones.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

Voordelen

De functie is geactiveerd.

Het temperatuursymbool knippert tot de braadtemperatuur bereikt is. Er klinkt dan een signaal en het temperatuursymbool knippert niet meer.

Aanwijzing: U dient de gerechten te keren, zodat ze niet aanbranden.

Op deze manier wordt voorkomen dat er voedsel overkookt. Ook hoeft de temperatuurstand niet te worden veranderd.

Aanwijzingen

Temperatuurbereiken en -standen

KookfunctiesTemperatuurstandTemperatuurbereikGeschikt voor
Opwarmen, warmhouden1/70 ºC60 - 70 ºCbijv. soepen, punch
Zachtjes koken2/90 ºC80 - 90 ºCbijv. rijst, melk
Koken3/100 ºC90 - 100 ºCbijv. pasta, groente
Garen in de snelkookpan4/120 ºC110 - 120 ºCbijv. kip, eenpansmaaltijd.
Frituren met veel olie in de pan5/170 ºC170 - 180 ºCbijv. donuts, gehaktballetjes

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

← pagina's 3–10verder op pagina 28 →Inhoud