Siemens EX877LX36E, tekst van de handleiding
Pagina's 44–53 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 44
nl Reinigen
Na uitschakeling van het apparaat is of verlicht.
- 1. Symbool aanraken.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de metalen vetfilter is teruggezet.
- 2. Is verlicht, raak dan het symbool opnieuw aan.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de actieve koolfilter is teruggezet.
Actief koolfilter vervangen (alleen bij de ventilatiefunctie)
Actef koolfilters binden de reukstoffen uit de kookdamp. Ze worden alleen gebruikt bij de circulatiefunctie.
Aanwijzingen
- Actieve koolfilters zijn niet bij de levering inbegrepen.Actieve koolfilters (artikelnr. HZ381700) zijn verkrijgbaar bij speciaalzaken, de servicedienst of in de online-shop.
- Een actieve koolfilter kan niet worden schoongemaakt of opnieuw worden geactiveerd.
- Alleen originele filters gebruiken. Hierdoor is een optimale werking gegarandeerd.
- 1. In het inbouwmeubel alle sluitingselementen van de lade in de platte buis openen.
- 2. Lade in de in de platte buis openen en de actieve koolfilter eruit nemen.
- 3. Nieuwe actieve koolfilter inbrengen.
- 4. Lade in de platte buis sluiten en alle sluitingselementen sluiten.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat alle sluitingselementen correct gesloten zijn. Anders kunnen er geurtjes ontstaan en kan het vermogen van de ventilatie afnemen.
Metalen vetfilter demonteren
Metalen vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Om een optimale functie te garanderen moeten de filters in elk geval maandelijks worden gereinigd.
- 1. Filterafdekking afnemen.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat de filterafdekking niet naar beneden valt en de kookplaat beschadigt.
- 2. Metalen vetfilter en reservoir uitnemen.
Aanwijzing: Op de bodem van het reservoir kan zich vet verzamelen.Metalen vetfilter niet schuin houden, om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- 3. Op de beide sluitingselementen aan de randen van het reservoir drukken om de metalen vetfilter te verwijderen.
- 4. Reservoir zo nodig leegmaken.
- 5. Metalen vetfilter en filterafdekking schoonmaken.
- 6. Na demontage van de metalen vetfilter het apparaat van binnen schoonmaken.
Aanwijzing: Op het ventilatorwiel kan er druppelvorming ontstaan. Dit is normaal en ontstaat door de condensatie van de kookdampen. Er bestaat geen veiligheidsrisico en geen gevaar voor beschadiging. De elektrische componenten van het apparaat zijn beschermd.
Pagina 45
Reinigen nl
Metalen vetfilter reinigen
Aanwijzingen
- Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- U kunt de metalen vetfilters met de hand schoonmaken of in de vaatwasmachine.
Met de hand:
Aanwijzing: Bij hardnekkig vuil kunt u een speciaal vetoplosmiddel gebruiken (artikelnr. 00311297). Dit kan worden besteld via de online-shop.
- Laat de metalen vetfilter weken in warm zeepsop.
- Gebruik een borstel om de metalen vetfilter schoon te maken en spoel hem daarna goed uit.
- Laat de metalen vetfilter afdruipen.
In de vaatwasmachine:
- Een sterk vervuilde metalen vetfilter niet samen met vaatwerk schoonmaken.
- Plaats de metalen vetfilter los in de vaatwasmachine.
De metalen vetfilter niet inklemmen.
- Voor een optimaal reinigingsresultaat de metalen vetfilter met de kant van de filter horizontaal in de vaatmasmachine plaatsen.
Meer apparaatonderdelen verwijderen en schoonmaken
Ook de binnenkant van het ventilatie-element dient regelmatig te worden schoongemaakt. Bij hardnekkig vuil kunt u een speciaal vetoplosmiddel gebruiken (artikelnr. 00311297).
- 1. Filterafdekking afnemen en met een vochtig doekje reinigen.
- 2. Metalen vetfilter en reservoir uitnemen.
- 3. Op de beide sluitingselementen aan de randen van het reservoir drukken om de metalen vetfilter te verwijderen.
- 4. Reservoir zo nodig leegmaken.
- 5. Metalen vetfilter en reservoir reinigen in de vaatwasmachine.
- 6. Zo nodig de afdekking van de behuizing onder het apparaat afnemen en schoonmaken.
- 7. Na het schoonmaken de droge onderdelen weer terugplaatsen.
Metalen vetfilter inbrengen
- 1. Reservoir inbrengen.
- 2. Metalen vetfilter inbrengen.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat de metalen vetfilter correct ingebracht is. De ventilatie functioneert anders niet.
- 3. Filterafdekking erop leggen.
Verzadigingsindicaties terugzetten
Wanneer u de betreffende filter gereinigd of vervangen heeft, dient u de verzadigingsindicatie terug te zetten, zodat de indicaties en niet meer verlicht zijn.
Na uitschakeling van het apparaat is of verlicht.
- 1. Symbool aanraken.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de metalen vetfilter is teruggezet.
- 2. Is verlicht, raak dan het symbool opnieuw aan.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de actieve koolfilter is teruggezet.
Pagina 46
nl Reinigen
Overloopreservoir schoonmaken
Aanwijzingen
- Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is. Komen er voorwerpen in het apparaat terecht, verwijder deze dan nadat het is afgekoeld. Verwijder hiervoor de filterafdekking, de metalen vetfilter en het reservoir.
- Komt er van bovenaf vloeistof in het apparaat, dan wordt dit in het overloopreservoir verzameld. Overloopreservoir afschroeven en leegmaken. Zo nodig de afdekking van de behuizing afnemen.
- 1. Overloopreservoir met twee handen losschroeven.
Aanwijzingen
- Overloopreservoir niet schuin houden, om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- Als de metalen vetfilter en de houder uitgebouwd zijn en vloeistof door het ventilatierooster in het toestel terechtkomt, de behuizingsafdekking verwijderen.
- 2. Overloopreservoir en evt. behuizingsafdekking leegmaken en uitspoelen.
- 3. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
- 4. Afdekking van de behuizing weer bevestigen.
Draadloze temperatuursensor
Temperatuursensor
Reinig de temperatuursensor met een vochtige doek. Nooit in de vaatwasmachine reinigen. Nooit in water dompelen of schoonmaken onder stromend water.
Haal de temperatuursensor na het koken van de pan. Bewaar hem op een schone, veilige plaats, bijv. in de verpakking, en niet in de buurt van warmtebronnen.
Siliconenpatch
Alvorens deze aan te brengen op de temperatuursensor moet de sensor worden schoongemaakt en afgedroogd. Geschikt voor de afwasmachine.
Aanwijzing: Het kookgerei met de siliconenpatch niet gedurende langere tijd in het zeepsop laten liggen.
Venster van de temperatuursensor.
Het sensorvenster moet altijd schoon en droog zijn. Ga hierbij als volgt te werk:
- U dient regelmatig vuil en vetvlekken te verwijderen.
- Gebruik voor het schoonmaken een zachte doek of wattenstaafjes en een schoonmaakmiddel voor glas.
Aanwijzingen
- Gebruik geen scherpe reinigingsmiddelen, zoals schuursponzen en schuurborstels of reinigingscrème.
- Raak het sensorvenster niet aan met uw vingers. Hierdoor kan het vuil worden of er kunnen krassen ontstaan.
Pagina 47
Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ) nl
Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ)
Gebruik
| Waarom kan ik de kookplaat niet inschakelen en waarom is het symbool van het kinderslot verlicht? | |
|---|---|
| Het kinderslot is geactiveerd. Informatie over deze functie vindt u in het hoofdstuk "Kinderslot" | |
| Waarom knipperen de indicaties en is er een geluidssignaal te horen? | |
| Verwijder de vloeistof of etensresten van het bedieningspaneel. Verwijder alle voorwerpen die op het bedieningspaneel liggen. De aanwijzingen voor het deactiveren van het geluidssignaal vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen" | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
Geluiden
| Waarom zijn tijdens het koken geluiden te horen? | |
|---|---|
| Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van het kookgerei kunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. De geluiden zijn normaal, horen bij de inductietechnologie en wijzen niet op een defect. | |
| Mogelijke geluiden: | |
| Diep zoemen zoals bij een transformator: | |
| Is hoorbaar bij het koken op een hogere kookstand. Het geluid verdwijnt of neemt af wanneer de kookstand lager wordt gezet. | |
| Diep fluiten: | |
| Is hoorbaar wanneer het kookgerei leeg is. Dit geluid verdwijnt wanneer water of levensmiddelen in het kookgerei worden gedaan. | |
| Knisperen: | |
| Is hoorbaar bij kookvormen die uit verschillende materiaallagen bestaan of bij gelijktijdig gebruik van kookgerei van verschillende grootte en verschillend materiaal. Het volume van het geluid kan variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en bereidingswijze van de gerechten. | |
| Hoge fluittonen: | |
| Kunnen ontstaan wanneer voor twee kookzones tegelijk de hoogste kookstand wordt gebruikt. De fluittonen verdwijnen of worden zwakker wanneer de kookstand lager wordt gezet. | |
| Ventilatorgeluid: | |
| De kookplaat beschikt over een ventilator, die bij hoge temperaturen wordt ingeschakeld. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder lopen, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
Kookgerei
| Welk kookgerei is geschikt voor de inductiekookplaat? | |
|---|---|
| Informatie over kookgerei dat geschikt is voor inductie vindt u in het hoofdstuk "Koken met inductie". | |
| Waarom wordt de kookzone niet warm en knippert de kookstand? | |
| De kookzone waarop het kookgerei staat, is niet ingeschakeld. Zorg ervoor dat de kookzone waarop het kookgerei staat ingeschakeld is. | |
| Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of het op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in de hoofdstukken "Koken met inductie", "Flex zone" en "Movefunctie". | |
Pagina 48
nl Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ)
Kookgerei
Waarom duurt het zo lang tot het kookgerei warm wordt of waarom wordt het niet warm genoeg, hoewel er een hoge kookstand is ingesteld?
Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie.
Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of het op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in de hoofdstukken "Koken met inductie", "Flex zone" en "Movefunctie".
Schoonmaken
Hoe wordt de kookplaat schoongemaakt?
Met de speciale glaskeramiek worden optimale resultaten bereikt.Wij adviseren om geen scherpe of schurende schoonmaakmiddelen, reinigingsmiddelen voor afwasmachines (concentraten) of poetslappen te gebruiken.
Meer informatie voor de reiniging en het onderhoud van uw kookplaat vindt u in het hoofdstuk "Reinigen"
Pagina 49
Wat te doen bij storingen? nl
3Wat te doen bij storingen?
In de regel gaat het bij storingen om kleinigheden ie gemakkelijk op te lossen zijn. Neem alstublieft de aanwijzingen in de tabel in acht voor u de servicedienst belt.
Waarschuwing. Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
| Storing / Indicatie | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet | Stekker is niet in het stopcontact gestoken | Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet |
| Stroomuitval | Controleer of andere keukenapparaten functioneren | |
| Zekering defect | Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | |
| De symboolverlichting functioneert niet. | De regeleenheid is defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
| De ventilatie werkt niet. | De metalen vetfilter is niet correct geplaatst. | Metalen vetfilter correct inbrengen. "Reinigen" op pagina 42 |
| De sensor voor de filterherkenning werkt niet. | Contact opnemen met de servicedienst. | |
| De metalen vetfilter is verzadigd. | Metalen vetfilter reinigen. "Reinigen" op pagina 42 | |
| De actieve koolfilter is verzadigd. | Actieve koolfilter vervangen. "Reinigen" op pagina 42 | |
| / | De verzadigingsindicatie brandt, hoewel de filter werd gereinigd of vervangen. | Verzadigingsindicatie terugzetten. "Verzadigingsindicaties terugzetten" op pagina 45 |
| Geen indicatie | De stroomtoevoer is onderbroken. | Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er kortsluiting bij de stoomtoevoer is opgetreden. |
| Het apparaat is niet aangesloten volgens het schakelschema. | Zorg ervoor dat het apparaat volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| Storing in het elektronisch systeem. | Kan de storing niet worden verholpen, neem dan contact op met de technische servicedienst. | |
| De indicaties knipperen | Het bedieningspaneel is vochtig of het wordt afgedekt door een voorwerp. | Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De elektronica is oververhit, waardoor de betreffende kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Raak vervolgens een willekeurig symbool van de kookplaat aan. | |
| De elektronica is oververhit, waardoor alle kookzones zijn uitgeschakeld. | ||
| + kookstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in de buurt van het bedieningspaneel. De elektronica dreigt oververhit te raken. | Neem de pan weg. De foutindicatie verdwijnt kort daarna. U kunt doorgaan met koken. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in de buurt van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica is de kookzone uitgeschakeld. | Neem de pan weg en wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en uitgeschakeld ter beveiliging van het werkblad. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is en schakel de kookzone opnieuw in. |
| De functie Instellingsoverdracht kan niet worden geactiveerd. | Controleer de foutindicatie door een willekeurig bedieningsvlak aan te raken. U kunt koken zoals u gewend bent, zonder de functie Instellingenoverdracht te gebruiken. Neem contact op met de technische servicedienst. | |
| De FlexPlus-kookzone kan niet worden geactiveerd | Controleer de foutindicatie door een willekeurig bedieningsvlak aan te raken. U kunt de overige kookzones gebruiken zoals u gewend bent. Neem contact op met de technische servicedienst. | |
| Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel. | ||
Pagina 50
nl Wat te doen bij storingen?
| De kookzone is lange tijd en zonder onderbreking in gebruik geweest. | De automatische veiligheidsuitschakeling is geactiveerd. Zie het hoofdstuk | |
| De temperatuursensor is oververhit geraakt en de kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de temperatuursensor voldoende afgekoeld is en activeer de functie opnieuw. | |
| De temperatuursensor is oververhit, waardoor alle kookzones zijn uitgeschakeld. | Wordt de temperatuursensor niet gebruikt, neem hem dan van de pan af en bewaar hem niet in de buurt van andere kookzones of warmtebronnen. De kookzones weer inschakelen. | |
| De batterij van de temperatuursensor is leeg. | Batterij 3V CR2032 vervangen. Zie het hoofdstuk "Batterij vervangen" | |
| De temperatuursensor heeft geen verbinding meer. | De functie uit- en vervolgens weer inschakelen. | |
| De temperatuursensor is kapot/defect. | Neem contact op met de technische servicedienst. | |
| De indicatie van de temperatuursensor is niet verlicht | De temperatuursensor reageert niet en de indicatie licht niet op. | Batterij 3V CR2032 vervangen. Zie het hoofdstuk "Batterij vervangen" Blijft het probleem bestaan, houdt de knop van de temperatuursensor dan 8 minuten ingedrukt en verbindt hem opnieuw met de kookplaat. Is het probleem hiermee nog niet verholpen, neem dan contact op met de technische servicedienst. |
| De indicatie van de temperatuursensor knippert twee keer. | De batterij van de temperatuursensor is bijna leeg. De volgende bereiding kan worden afgebroken omdat de batterij leeg is. | Batterij 3V CR2032 vervangen. Zie het hoofdstuk "Batterij vervangen" |
| De indicatie van de temperatuursensor knippert drie keer. | De temperatuursensor heeft geen verbinding meer. | Houd het symbool van de temperatuursensor 8 seconden lang ingedrukt en verbindt de sensor opnieuw met de kookplaat. |
| De bedrijfsspanning is buiten het normale bedrijfsgebied onjuist. | Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. | |
| De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten | Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Zorg ervoor dat hij volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| De demo-modus is geactiveerd | Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Wacht 30 seconden en sluit de kookplaat opnieuw aan. Raak in de volgende 3 minuten een willekeurig bedieningsvlak aan. De demomodus is gedeactiveerd. | |
| Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
--------
Aanwijzingen
- Wanneer in de indicatie verschijnt, moet u het sensorveld van de bijbehorende kookzone ingedrukt houden om de storingscode te kunnen aflezen.
- Staat de storingscode niet vermeld in de tabel, haal de stekker van de kookplaat dan uit het stopcontact, wacht 30 seconden en sluit de kookplaat vervolgens opnieuw aan. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet meer over naar de standby-modus.
Pagina 51
Servicedienst nl
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef wanneer u contact opneemt met de servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op.
Het typeplaatje met de nummers vindt u:
- Op de apparaatpas.
- Aan de onderkant van de kookplaat.
( 1U )' = 1U
Het E-nummer is ook te vinden op het glaskeramiek van de kookplaat. U kunt de index van de klantendienst (KI) en het FD-nummer controleren door naar de basisinstellingen te gaan. Zie hiervoor hoofdstuk "Basisinstellingen".
Houd er rekening mee dat een bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 52
nl Testgerechten
Testgerechten ■ Steelpan Ø 16 cm, 1,2 l voor kookzones van Ø 14,5 cm
- Kookpan Ø 16 cm, 1,7 l voor kookzones van Deze tabel is gemaakt voor testinstituten, om het testen Ø 14,5 cm van onze toestellen te vergemakkelijken. ■ Kookpan Ø 22 cm, 4,2 l voor kookzones van Ø 18 cm
De gegevens van de tabel verwijzen naar ons Koekenpan Ø 24 cm, voor kookzones van Ø 18 cm toebehoren van Schulte-Ufer (pannenset van 4 stuks ■ voor inductieplaat HZ390042 met de volgende afmetingen:
| Voorverwarmen | Bereiden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Testgerechten | Vormen | Kookstand | Tijdsduur (Min:sec) | Deksel | Kookstand | Deksel | |
| Chocolade smelten | |||||||
| Couverture (bijv. merk Dr. Oetker, pure chocolade 55 % cacao,150 g) | Steelpan Ø 16 cm | - | - | - | 1.5 | Nee | |
| Linzenschotel opwarmen en warmhouden | |||||||
| Linzenschotel* Begintemperatuur 20 °C | |||||||
| Hoeveelheid: 450 g | Kookpan Ø 16 cm | 9 | 1:30 (zonder roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Hoeveelheid: 800 g | Kookpan Ø 22 cm | 9 | 2:30 (zonder roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Linzenschotel uit blik Bijv. linzenterrine met worstjes van Erasco. Begintemperatuur 20 °C | |||||||
| Hoeveelheid: 500 g | Kookpan Ø 16 cm | 9 | ca. 1:30 (na ca. 1 min. roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Hoeveelheid: 1 kg | Kookpan Ø 22 cm | 9 | ca. 2:30 (na ca. 1 min. roeren) | Ja | 1.5 | Ja | |
| Bechamelsaus maken | |||||||
| Temperatuur van de melk: 7 ºC Ingrediënten: 40 g boter, 40 g bloem, 0,5 l melk (3,5 % vetgehalte) en een snufje zout | |||||||
| 1. Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het geheel verwarmen. | Steelpan Ø 16 cm | 2 | ca. 6:00 | Nee | - | - | |
| 2. De melk bij de roux van bloem voegen en deze onder voortdurend roeren aan de kook brengen. | 7 | ca. 6:30 | Nee | - | - | ||
| 3. Wanneer de bechamelsaus begint te koken, nog 2 minuten onder voortdurend roeren op de kookzone laten staan. | - | - | - | 2 | Nee | ||
| *Recept volgens DIN 44550 **Recept volgens DIN EN 60350-2 | |||||||
Pagina 53
Testgerechten nl
| Voorverwarmen | Bereiden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Testgerechten | Vormen | Kookstand | Tijdsduur (Min:sec) | Deksel | Kookstand | Deksel | |
| Rijstepap koken | |||||||
| Rijstepap, afgedekt gekookt Temperatuur van de melk: 7 ºC De melk opwarmen tot deze begint op te komen.Aambevolen kookstand instellen en rijst, suiker en zout aan de melk toevoegen. Bereidingstijd, inclusief voorverwarmen, ca. 45 min. | |||||||
| Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk, (3,5 % vetgehalte) en 1 g zout | Kookpan Ø 16 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 3 (na 10 min. roeren) | Ja | |
| Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk (3,5 % vetgehalte) en 1,5 g zout | Kookpan Ø 22 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 3 (na 10 min. roeren) | Ja | |
| Rijstepap, onafgedekt gekookt Temperatuur van de melk: 7 ºC Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder voortdurend roeren opwarmen. Aanbevolen kookstand kiezen wanneer de melk een temperatuur van ca. 90 ºC heeft bereikt, en op een kleine stand ongeveer 50 min. laten sudderen. | |||||||
| Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk, (3,5 % vetgehalte) en 1 g zout | Kookpan Ø 16 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 3 | Nee | |
| Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk (3,5 % vetgehalte) en 1,5 g zout | Kookpan Ø 22 cm | 8.5 | ca. 5:30 | Nee | 2.5 | Nee | |
| Rijst koken | |||||||
| Watertemperatuur 20 °C | |||||||
| Ingrediënten: 125 g rijst met lange korrel, 300 g water en een snufje zout | Kookpan Ø 16 cm | 9 | ca. 2:30 | Ja | 2 | Ja | |
| Ingrediënten: 250 g rijst met lange korrel, 600 g water en een snufje zout | Kookpan Ø 22 cm | 9 | ca. 2:30 | Ja | 2.5 | Ja | |
| Varkenslende braden | |||||||
| Begintemperatuur van de lende: 7 °C | |||||||
| Hoeveelheid: 3 varkenslendenen (totaalgewicht ong. 300 g, 1 cm dik) en 15 ml zonnebloemolie | Braadpan Ø 24 cm | 9 | ca. 1:30 | Nee | 7 | Nee | |
| Pannenkoeken maken | |||||||
| Hoeveelheid: 55 ml beslag per pannenkoek | Braadpan Ø 24 cm | 9 | ca. 1:30 | Nee | 7 | Nee | |
| Frituren van diepvriesfrites | |||||||
| Hoeveelheid: 2 l zonnebloemolie, per portie: 200 g diepvriesfrites (bijv. McCain 123 Frites Original) | Kookpan Ø 22 cm | 9 | Tot de olietemperatuur 180 °C bereikt | Nee | 9 | Nee | |
| *Recept volgens DIN 44550 **Recept volgens DIN EN 60350-2 | |||||||