naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB23AB520, tekst van de handleiding

Oven · Siemens · 21 pagina's in het Nederlands · pdf: 24 pagina's, 0,8 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 13

Pagina 13

Vanaf de titel; het begin van pagina 13 staat in de pdf.

Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.

Storingstabel

Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

StoringMogelijke oorzaakOplossing/aanwijzing
De oven functioneert niet.De zekering is defect.Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is.
De stroom is uitgevallen.Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren.
Op het display zijn 0 en nullen verlicht.De stroom is uitgevallen.Stel de tijd opnieuw in.
De oven warmt niet op.Er zit stof op de contacten.Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Foutmeldingen

Wanneer op het display een foutmelding met verschijnt, drukt u op de toets 0. De melding verdwijnt. Een ingestelde tijdfunctie wordt gewist. Wanneer de foutmelding weer verschijnt, neem dan contact op met de klantenservice.

Bij de volgende foutmelding kunt u het probleem zelf oplossen.

Foutmelding

Mogelijke oorzaakOplossing/aanwijzing
Er is een toets te lang ingedrukt of bedekt.Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of er een toets klem zit of bedekt of vervuild is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

ã=Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.

Ovenlamp aan het plafond vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok!

Zekering in de meterkast uitschakelen.

  • 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
  • 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
  • 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
  • 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
  • 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.

Glazen afscherming

Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E­nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.

Pagina 14

Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.

E­nummer en FD­nummer

Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E­nr. FD-nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Energie­ en milieutips

Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.

Energie besparen

tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.

Milieuvriendelijk afvoeren

Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro­ en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik 3D­hetelucht .

Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus

Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus

Pagina 15

Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.

Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.

Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.

Tabellen

In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.

Bakvormen

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.

Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Gebak in vormenVormHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in C°Tijdsduur in minuten
Cake, eenvoudigKrans­/rechthoekige vorm2160-18050-60
3 cakevormen3+1140-16060-80
Cake, fijnKrans­/rechthoekige vorm2150-17065-75
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem3160-18020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen)Vorm vruchtentaartbodem2160-18020-30
Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen)Springvorm2160-18040-50
Bodem zandtaartdeeg met randSpringvorm1170-19025-35
Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg*Springvorm1170-19070-90
Zwitserse vruchtentaartPizzaplaat1220-24035-45
TulbandTulbandvorm2150-17060-70
Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen)Pizzaplaat1250-27010-15
Hartig gebak* Springvorm 1
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
180-20045-55
Gebak op de plaatToebehorenHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Roerdeeg met droge bedekkingBraadslede2170-19020-30
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Roerdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede2180-20025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-16040-50
Gistdeeg met droge bedekkingBraadslede3170-19025-35
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Gistdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede3160-18040-50
Braadslede + bakplaat3+1150-17050-60
Zandtaartdeeg met droge bedekkingBraadslede2170-19020-30
Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede2170-19060-70
Zwitserse vruchtentaartBraadslede1210-23040-50
Biscuitrol (voorverwarmen)Braadslede2170-19015-20
Broodvlecht van 500 g bloemBraadslede2170-19025-35
Kerststol van 500 g bloemBraadslede3160-18060-70
Kerststol van 1 kg bloemBraadslede3140-16090-100

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Pagina 16

Gebak op de plaatToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Strudel, zoetBraadslede2190-21055-65
PizzaBraadslede2210-23025-35
Braadslede + bakplaat3+1180-20040-50
Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede2250-27010-15
Klein gebakToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
KoekjesBraadslede3140-16015-25
Braadslede + bakplaat3+1130-15025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-15030-40
Sprits (voorverwarmen)Braadslede3140-15030-40
Braadslede3140-15030-40
Braadslede + bakplaat3+1140-15030-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-14040-55
BitterkoekjesBraadslede2100-12030-40
Braadslede + bakplaat3+1100-12035-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1100-12040-50
SchuimgebakBraadslede380-100100-150
MuffinsRooster met muffinplaat2170-19020-25
2 roosters met muffinplaten3+1160-18025-35
Deeg van bijv. soesjesBraadslede2210-23030-40
BladerdeeggebakBraadslede3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1170-19035-45
GistdeeggebakBraadslede2180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1160-18025-35
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is.
Giet nooit water in de hete oven.
Brood en broodjesToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Gistbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2270 2005 30-40
Zuurdeegbrood van kg bloemBraadslede2270 2008 35-45
Plat rond broodBraadslede227010-15
Broodjes (niet voorverwarmen)Braadslede3200-22020-30
Broodjes van gistdeeg, zoetBraadslede3180-20015-20
Braadslede + bakplaat3+1160-18020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Tips voor het bakken

U wilt bakken volgens uw eigen recept.Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Het gebak zakt in.Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Pagina 17

Het gebak is te droog.Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D­hetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Vlees, gevogelte, vis

Vormen

U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.

Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit

Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.

Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.

Opgaven in de tabellen:

Vorm zonder deksel = open

Vorm met deksel = gesloten

Zet de vorm altijd midden op het rooster.

Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Braden

Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.

Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.

Grillen

Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.

Gril altijd in een gesloten oven.

Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.

Zout de steaks pas na het grillen.

Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.

Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.

De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.

Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.

Vlees

Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.

Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.

Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.

Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.

Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte Verwarming Temperatur Tijdsduur vormen smethode in °C, in minuten grillstand

Rundvlees
Gestoofd rundvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kggesloten2210-230100
2200-220120
2190-210140
Runderfilet, medium1,0 kgopen2210-23060
1,5 kg2200-22080

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Pagina 18

VleesGewichtToebehoren en vormenHoogteVerwarmingsmethodeTemperatur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Rosbief, medium1,0 kgopen14220-24060
Steaks, 3 cm dik, mediumRooster + braadslede5+1315
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2190-210110
2180-200130
2170-190150
Kalfsschenkel1,5 kgopen2210-230140
Varkensvlees
Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen14190-210120
14180-200150
14170-190170
Braadstuk, zonder zwoerd (bijv. schouder)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen14190-210130
14180-200160
14170-190190
Varkensfricandeau500 gRooster + braadslede3+14220-23030
Varkensvlees, mager1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2200-220120
2190-210140
2180-200160
Casselerib met been1,0 kggesloten2200-22070
Steaks, 2 cm dikRooster + braadslede5+1320
Varkensmedaillons, 3 cm dikRooster + braadslede5+1310
Lamsvlees
Lamszadel met been1,5 kgopen2419060
Lamsbout zonder been, medium1,5 kgopen14150-170120
Wildbraad
Reerug met been1,5 kgopen2200-22050
Reebout zonder been1,5 kggesloten2210-230100
Wild zwijn1,5 kggesloten2180-200140
Hertenvlees1,5 kggesloten2180-200130
Konijn2,0 kggesloten2220-24060
Gehakt
Gebraden gehaktvan 500 g vleesopen14180-20080
Worstjes
WorstjesRooster + braadslede4+1315

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Gevogelte

De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte.

Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren.

Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren.

Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen.

18

Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.

Pagina 19

GevogelteGewichtToebehoren en vormenHoogteVerwarmingsmethodeTemperatur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Kip, heel1,2 kgRooster24200-22060-70
Poularde, heel1,6 kgRooster24190-21080-90
Kip, gehalveerd500 g per stukRooster24220-24040-50
Stukken kipelk 150 gRooster34210-23030-40
Stukken kipelk 300 gRooster34220-24035-45
Kipfilets200 g per stukRooster2330-40
Eend, heel2,0 kgRooster24190-210100-110
Eendenborst300 g per stukRooster34240-26030-40
Gans, heel3,5­4,0 kgRooster24170-190120-140
Ganzenbouten400 g per stukRooster34220-24050-60
Kalkoen, heel3,0 kgRooster24180-20080-100
Kalkoenrollade1,5 kgopen14190-210110-130
Kalkoenfilet1,0 kggesloten2180-20080-90
Kalkoenbout1,0 kgRooster24180-20090-100
Vis
Keer visstukken na van de tijd.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een
ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.
Voeg bij de visfilet voor het stoven een paar eetlepels vloeistof toe.
Vis GewichtToebehoren en vormenHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Vis, heel elk 1,0 1,5 2,0ca. 300 gRooster2220-25
kgRooster24210-23045-55
kgRooster24180-20060-70
kggesloten2180-20070-80
Viskotelet, 3 cm dikRooster3220-25
Visfiletgesloten2210-23020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Tips voor het braden en grillen

Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel.Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan.
Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is?Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig.
Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand.Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand.Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig.Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe.
Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp.Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast

Plaats de vormen altijd op het rooster.

Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.

De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.

Pagina 20

Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte

Verwarming Temperatuur Tijdsduur smethode in °C, grillstand in minuten

Ovenschotels
Ovenschotel, zoetOvenschaal2180-20050-60
SouffléOvenschaal2170-19035-45
Portievormpjes2190-21025-30
PastaschotelOvenschaal2200-22040-50
LasagneOvenschaal2180-20045-50
Gegratineerde gerechten
Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog1 ovenschaal24160-18060-80
2 ovenschalen1+3150-17060-80
Toast
12 stuks, gegratineerdRooster435-8

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Kant-en-klaar producten

Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking.

Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.

Gerecht Toebehoren

Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.

Hoogte

Verwarming Temperatuur Tijdsduur smethode in °C in minuten

Pizza, diepvries
Pizza met dunne bodemBraadslede2190-21015-25
Braadslede + rooster3+1180-20020-30
Pizza met dikke bodemBraadslede2180-20020-30
Braadslede + rooster3+1170-19025-35
Pizza-baguetteBraadslede3180-20020-30
MinipizzaBraadslede3190-21010-20
Pizza, diepvries
Pizza (voorverwarmen)Braadslede3190-21010-15
Aardappelproducten, diepvries
FritesBraadslede3190-21020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20030-40
KrokettenBraadslede3200-22020-25
Rösti, gevulde aardappelflappenBraadslede3210-23015-25
Brood en banket, diepvries
Broodjes, baguetteBraadslede3170-19010-20
Zoute krakelingenBraadslede3210-23015-25
Brood en banket, voorgebakken
Voorgebakken broodjes, voorgebakken baguettesBraadslede3190-21010-20
Braadslede + rooster3+1160-18020-25
Groenteballetjes, diepvries
VissticksBraadslede2220-24010-20
Kipsticks, kipnuggetsBraadslede3200-22015-25
Strudel, diepvries
StrudelBraadslede3200-22035-40

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Pagina 21

Bijzondere gerechten

Bij lage temperaturen lukt romige yoghurt u met 3D-hetelucht even goed als luchtig gistdeeg.

Verwijder eerst de toebehoren, inhangroosters of telescooprails uit de binnenruimte.

Yoghurt maken

1.1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C afkoelen.

Gerecht Vormen

Gistdeeg laten rijzen

Verwarming Temperatuur Tijdsduur smethode

Yoghurt

Koppen of Twist-Off op de bodem van potten de binnenruimte50 °C5 m
plaatsen50 °C8 uur
Hittebestendige op de bodem van vorm de binnenruimte50 °C5­10 min..
plaatsenApparaat uitschakelen en gistdeeg in de binneruimte plaatsen20­30 min..

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Gistdeeg laten rijzen

Ontdooien

De ontdooitijd is afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen.

Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking.

Diepvriesproducten

bijv. slagroomtaarten, crèmetaarten, taarten met chocolade­ of suikerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood en broodjes, cake en ander gebak

Drogen

Met 3D-hetelucht kunt u uitstekend drogen.

Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.

Laat ze goed afdruipen en droog ze af.

Diepvrieslevensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.

Leg het gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op een schaal.

Toebehoren Hoogte

Verwarm Temperatuur ingsmet hode

De temperatuurkeuzeknop blijft uitgeschakeld

Rooster 1

Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier.

Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren.

Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.

Vruchten en kruidenToebehorenHoogteVerwarming Temperatuur smethodeTijdsduur
600 g appelringenBraadslede + rooster3+180 °Cca. 5 uur
800 g stukjes peerBraadslede + rooster3+180 °Cca. 8 uur
1,5 kg kwetsen of pruimtenBraadslede + rooster3+180 °Cca. 8-10 uur
200 g panklare keukenkruidenBraadslede + rooster3+180 °Cca. 1½ uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Inmaak

Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.

Attentie!

Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.

Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.

De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.

Voorbereiden

Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.

Instellen

1.* Braadslede op hoogte 2 plaatsen. Plaats de glazen potten zó dat ze elkaar niet raken.

2.½ Liter heet water (ca. 80 ºC) in de braadslede gieten.

Pagina 22

Inmaak

Fruit

Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.

Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.

Fruit in glazen potten van één literWanneer het borrelen begint Nawarmen
Appels, rode bessen, aardbeienUitschakelen Ca. 25 minuten
Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessenUitschakelen Ca. 30 minuten
Appelmoes, peren, pruimenUitschakelen Ca. 35 minuten
Groente
Zodra er in de potten belletjes opstijgen de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente
ca. 35 tot 70 m. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte.
Groente met koud vocht in glazen potten van één literWanneer het borrelen begint Nawarmen
Augurken- Ca. 35 minuten
Rode bietCa. 35 minuten Ca. 30 minuten
Spruitjesca. 45 minuten Ca. 30 minuten
Bonen, koolrabi, rodekoolCa. 60 minuten Ca. 30 minuten
ErwtenCa. 70 minuten Ca. 30 minuten
Glazen potten verwijderenAttentie!
Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte.Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Acrylamide in levensmiddelen

Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites, speculaas).

Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide
Algemeen■ Bereidingstijden zo kort mogelijk houden.
■ De gerechten goudgeel en niet te donker bakken.
■ Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide.
BakkenMet boven- en onderwarmte max. 200 °C. Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C.
KoekjesMet boven- en onderwarmte max. 190 °C.
Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °C.
Ei of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen.
Frites uit de ovenGelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites niet uitdrogen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Testgerechten

Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.

Volgens EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350.

Donkere springvormen diagonaal boven elkaar plaatsen, zie afbeelding.

Bakken

Bakken op twee niveaus:

Braadslede altijd boven de bakplaat plaatsen Bakken op 3 niveaus:

Braadslede in het midden plaatsen

Sprits:

Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

Bedekte appeltaart op 1 niveau:

Donkere springvormen verspringend naast elkaar plaatsen. Bedekte appeltaart op 2 niveaus:

22

Gebak in springvormen van blik:

met boven- en onderwarmte op 1 niveau bakken. Gebruik de braadslede in plaats van het rooster en plaats hier de springvorm in.

Verder lezen op pagina 3Inhoud

Meer handleidingen: Siemens oven