Siemens HB33K550, tekst van de handleiding
Oven · Siemens · 48 pagina's in het Nederlands · pdf: 100 pagina's, 1,4 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 30
Pagina 30
Vanaf de titel; het begin van pagina 30 staat in de pdf.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Neem alstublieft de volgende aanwijzingen in acht voor u de klantentenservice belt:
| Storing | Mogelijke oorzaak Aanwijzing/oplossing |
|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Zekering defect Kijk in de zekeringkast na of de zekering in orde is. |
| De tijdsindicatie knippert. | Stroomuitval Tijd opnieuw instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke gevaren voor u veroorzaken.
Pagina 31
Vervangen van de ovenlamp
Glazen afscherming vervangen
Let op: apparaat stroomloos maken!
Dit doet u door de veiligheidsautomaat te activeren of de zekeringen in de zekeringenkast van uw woning uit te draaien.
- 1. Leg een vaatdoek in de koude oven om beschadiging te voorkomen.
- 2. Verwijder de glazen afscherming. Steek hiertoe en mes o.i.d. tussen het glas en het frame.
- 3. Lamp vervangen.
- Type gloeilamp E 14, 230 – 240 volt, 25 watt, hittebestendig tot 300° C.
- De gloeilamp is verkrijgbaar bij de klantenservice.
Als de glazen afscherming van de oven beschadigd is, dient hij te worden vervangen. U kunt een glazen afscherming verkrijgen via de klantenservice. Vermeld a.u.b. het E-nummer en het FD-nummer van uw apparaat.
Klantenservice
E-nummer en FD-nummer
U kunt het apparaat laten repareren door onze klantenservice. Het adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde servicedienst vindt u in het telefoonboek. Ook de aangegeven servicecentra kunnen u helpen aan een service-adres bij u in de buurt.
Geef wanneer u contact opneemt met de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om in het geval van een storing niet te lang te hoeven zoeken, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat invullen.
E-nr.
Klantenservice
Pagina 32
De verpakking en uw oude apparaat
Tijdens het transport werd uw nieuwe apparaat beschermd door de verpakking. Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en kunnen worden hergebruikt. Wij verzoeken u dan ook de verpakking op een milieuvriendelijke manier op te ruimen.
Oude apparaten zijn geen waardeloze afval. Door ze op een milieuvriendelijke manier op te ruimen kunnen waardevolle grondstoffen worden herwonnen. Maak het apparaat voordat u het wegdoet onbruikbaar of plak er een sticker op met de tekst „Attentie, afval!“
Wilt u weten hoe u het apparaat op de juiste manier kunt afvoeren, vraag dit dan na bij uw vakhandelaar of gemeente.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemmig met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 33
Tabellen en tips
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. U kunt nalezen welke verwamingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht, welke toebehoren erbij te gebruiken zijn en op welke hoogte het dient te worden ingeschoven. U krijgt talrijke tips over het servies en de bereiding en voor het geval er onverhoopt wat mis zou gaan.
Taart, cake en gebak
Bakvormen Tabellen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Bij heldere bakvormen van dun materiaal of voor glazen vormen dient u 3D-hetelucht te gebruiken. Toch is de baktijd langer en wordt het gerecht niet zo gelijkmatig bruin.
Plaats de vorm altijd op het rooster.
De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. Zo spaart u energie. Als u voorverwarmt, verkort dan de opgegeven baktijden met 5 tot 10 minuten.
In de tabellen vindt u voor verschillende taarten, cakes en gebak de optimale verwarmingsmethode.
De temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de aard van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer eerst de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Bijkomende informatie vindt u onder „Tips voor het bakken“ na de tabellen.
Pagina 34
3d-hetelucht ˜ Boven- en onderwarmte/ Soort gebak Inschuif- Temperatuur Tijdsduur Inschuif- Temperatuur hoogte in ° C in minuten hoogte in ° C
| Roerdeeg Plaatkoek met vulling 1 bakplaat 2 bakplaten Gebak in ronde vorm / rechthoekige vorm Vruchtentaartbodem | 1 1 + 3 1 1 | 150 – 160 150 – 160 150 – 160 150 – 160 | 30 – 45 2 35 – 55 – 60 – 75 1 20 – 35 1 | 160 160 160 | – 170 – – 170 – 170 |
| Zandtaartdeeg Plaatkoek met droge vulling, bijv. kruimelgebak 1 bakplaat 2 bakplaten Plaatkoek met vochtige vulling, bijv. slagroom 1 bakplaat Gebak in vorm Vruchtentaartbodem (voorverwarmen) | 1 1 + 3 – 1 1 | 160 – 170 160 – 170 – 160 – 170 160 – 170 | 55 – 70 2 60 – 75 – 70 – 85 2 50 – 90 1 20 – 30 1 | 170 170 170 180 | – 180 – – 180 – 180 – 190 |
| Biscuitdeeg Biscuitrol (voorverwarmen) Vruchtentaartbodem Biscuittaart (6 eieren) Biscuittaart (3 eieren) | 1 1 1 1 | 180 – 190 150 – 160 150 – 160 150 – 160 | 10 – 15 2 20 – 35 1 30 – 45 1 25 – 35 1 | 190 160 160 160 | – 200 – 170 – 170 – 170 |
Pagina 35
3d-hetelucht ˜ Boven- en onderwarmte/ Soort gebak Inschuif- Temperatuur Tijdsduur Inschuif- Temperatuur hoogte in ° C in minuten hoogte in ° C
| Gistdeeg Plaatkoek met droge vulling, bijv. kruimelgebak 1 bakplaat 2 bakplaten Plaatkoek met vochtige vulling, bijv. slagroom 1 bakplaat Gevlochten gistgebak (500 g meel) Gebak in lage vorm Gebak in hoge vorm | 1 1 + 3 – 1 1 1 | 170 – 180 170 – 180 – 160 – 170 160 – 170 160 – 170 | 040 – 060 040 – 060 070 – 090 035 – 050 035 – 045 040 – 050 | 2 – 2 2 1 1 | 170 – 180 – 160 – 170 170 – 180 170 – 180 170 – 180 |
| Klein gebak Schuimgebak Bladerdeeg (voorverwarmen) 1 bakplaat 2 bakplaten Soezendeeg (voorverwarmen) 1 bakplaat 2 bakplaten Roerdeeg (bijv. muffins) 1 bakplaat 2 bakplaten Zandtaartdeeg (bijv. boterkoekjes) 1 bakplaat 2 bakplaten | 1 1 1+3 1 1 + 3 1 1 + 3 1 1 + 3 | 80 – 90 180 – 190 190 – 200 190 – 200 190 – 200 150 – 160 150 – 160 130 – 140 130 – 140 | 130 – 160 020 – 030 020 – 030 025 – 035 025 – 035 025 – 035 025 – 040 015 – 025 015 – 025 | 2 2 – 2 – 2 – 2 – | 80 – 90 200 – 210 – 200 – 210 – 150 – 160 – 140 – 150 – |
| Hartig gebak Pizza (voorverwarmen) 1 bakplaat 2 bakplaten Kruidenbrood (voorverwarmen) Quiche (voorverwarmen) | 1 1 + 3 1 1 | 170 – 180 170 – 180 180 – 190 180 – 190 | 030 – 045 030 – 045 015 – 025 040 – 050 | 2 – 1 1 | 180 – 190 – 200 – 220 200 – 220 |
| Brood (voorverwarmen) Voorbakken Afbakken | 1 1 1 | 200 – 220 200 180 | 10 – 15 010 – 015 040 – 045 | 2 1 1 | 220 – 240 240 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
35
Pagina 36
Bakken op de pizzastand T
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor geëmailleerde bakplaten. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort deeg en de bakvorm.
Aanwijzingen in de tabel over voorverwarmen in acht nemen.
Wij adviseren bij de eerste poging de laagste van de aangegeven temperaturen in te stellen. In het algemeen zorgt de lagere temperatuur voor een meer gelijkmatige bruinering.
Als u volgens eigen recept bakt, kunt u gelijksoortig gebak in de tabel als leidraad nemen.
De gegevens gelden voor plaatsing in een koude oven.
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Temperatuur in ° C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Pizza Kruidenbrood Flan | Bakplaat Bakplaat Flan- of springvorm | 1 1 | 180 – 200 190 – 210 | 20 – 30 20 – 25 |
| Quiche | van blank metaal Flan- of springvorm | 1 | 200 – 210 | 30 – 35 |
| Kwarktaart Hartig Zwitsers gebak Strudel | van blank metaal Springvorm Bakplaat Bakplaat | 1 1 1 1 | 180 – 200 160 – 170 190 – 200 190 – 210 | 30 – 45 60 – 75 35 – 45 35 – 45 |
Pagina 37
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 minuten voor het einde van de in het recept aangegeven baktijd in het hoogste punt van de cake. Als er geen deeg aan het stokje blijft kleven, is hij klaar. |
| De cake zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in. Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| De cake is in het midden gerezen maar lager aan de randen. | Vet de rand van de springvorm niet in. Na het bakken maakt u de cake voorzichtig los met een mes. |
| De cake wordt te donker aan de bovenkant. | Schuif hem dieper in de oven, kies een lagere temperatuur en bak hem wat langer. |
| De cake is te droog. | Prik met een tandenstoker kleine gaatjes in de gare cake. Daarna giet u er vruchtensap of alcoholische drank over. Kies de volgende keer een temperatuur die 10 graden hoger is en maak de baktijd korter. |
| Het brood of de taart (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe en bak het gerecht iets langer op een lagere temperatuur. Bij taarten met een vochtige vulling: bak eerst de bodem voor. Bestrooi hem daarna met amandelen of paneermeel en voeg dan pas de vulling toe. Houd rekening met de recepten en de baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een iets lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger gaar. Bak gevoelig gebak met boven- en onderwarmte t op één niveau. Controleer de inschuifhoogte en de frames (zie de paragraaf ’Frames reinigen’). Bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zó af dat het goed op de bakplaat past. |
| De vruchtentaart is te licht aan de onderkant. Het sap stroomt over. | Gebruik de volgende keer de diepere braadslede. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste bakplaaten. | Gebruik voor het bakken op meer niveaus tegelijk altijd 3D-hetelucht ˜. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet gelijktijdig klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak komt er condenswater vrij. | Tijdens het bakken kan er waterdamp ontstaan. Dit ontsnapt via de handgreep van de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
37
Pagina 38
Vlees, gevogelte, vis
Servies
Aanwijzingen voor het braden
Aanwijzingen voor het circulatiegrillen
U kunt elk soort servies gebruiken dat hittebestendig is. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Zet het servies altijd midden op het rooster.
Heet serviesgoed van glas kunt u het beste op een droge keukendoek. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Het braadresultaat is afhankelijk van het soort en de kwaliteit van het vlees.
Voeg 2 of 3 eetlepels vloeistof toe bij mager vlees en 8 tot 10 eetlepels bij stoofvlees, afhankelijk van de grootte.
Stukken vlees dienen halverwege de bereidingstijd te worden gekeerd.
Wanneer het vlees klaar is, dient u het nog 10 minuten in de uitgeschakelde en gesloten oven te laten staan. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Gebruik het rooster en de braadslede.
Bij circulatiegrillen op het rooster kan afhankelijk van het grillvlees de oven sterker vervuild raken.
Reinig daarom de oven na elk gebruik om te voorkomen dat de vervuiling inbrandt.
Voor bijzonder krokant gevogelte of braadvlees (varkensbraadstuk met zwoerd).
Keer grote stukken vlees na circa de helft van de grilltijd om.
Keer bij grote stukken gevogelte het vlees na ca. tweederde van de grilltijd om. Prik bij eend en gans gaatjes in de huid onder de vleugels, zodat het vet goed kan uitbraden.
Pagina 39
Aanwijzingen voor het vlakgrillen
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Ze moeten minstens 2 tot 3 cm dik zijn. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt. Schuif ook de braadslede op hoogte 1 in de oven. Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
Keer het te grillen vlees na tweederde van de opgegeven tijd.
Het grillelement wordt steeds weer in en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Pagina 40
Braadtabel
De tijden in de tabellen zijn richtwaarden.
Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de toestand van het vlees.
3d-hetelucht ˜
Boven- en onderwarmte/
Braadgerechten Inschuif- Temperatuur Braadtijd Inschuif- Temperatuur hoogte in ° C in minuten hoogte in ° C
| Varkensvlees Braadstuk met zwoerd (bijv. schouderstuk of schenkel) Braadstuk/rollade Casselerrib (1 kg) Varkensfilet Gebraden gehakt (750 g) | 1 1 1 1 1 | 160 – 170 160 – 170 160 – 170 170 – 180 170 – 190 | 100 – 130 90 – 120 70 – 80 30 – 45 60 – 70 | – 1 1 1 1 | – 190 – 210 190 – 210 200 – 230 190 – 210 |
| Rundvlees Filet Rosbief (roze) | 1 1 | 180 – 190 180 – 190 | 45 – 65 30 – 45 | 1 1 | 200 – 220 200 – 220 |
| Kalfsvlees Braadstuk/borst Schenkel | 1 1 | 160 – 170 160 – 170 | 90 – 120 100 – 130 | 1 1 | 180 – 200 190 – 210 |
| Lamsvlees Lamsbout Lamsrug | 1 1 | 180 – 190 160 – 170 | 70 – 110 90 – 120 | 1 1 | 200 – 220 200 – 220 |
| Gevogelte Kip (1 kg) Eend (2 kg) Gans (3 kg) | 1 1 1 | 170 – 180 160 – 170 150 – 160 | 60 – 70 90 – 120 130 – 180 | 1 1 – | 200 – 220 190 – 210 – |
| Wildbraad Reerug Reebraadstuk Varkensbraadstuk/ hertenbraadstuk | 1 1 1 | 160 – 170 160 – 170 160 – 170 | 90 – 120 90 – 120 100 – 120 | 1 1 1 | 200 – 220 190 – 210 190 – 210 |
| Visporties (bijv. forel) | 1 | 160 – 170 | 30 – 40 | 2 | 180 – 200 |
Pagina 41
Grillen
Circulatiegrillen ,
Schuif het rooster en de braadslede altijd samen in de oven.
Bij het grillen is voorzichtigheid geboden. Kinderen altijd uit de buurt houden.
Leg het rooster in de braadslede en schuif ze samen op de dezelfde inschuifhoogte in de oven. Een braadslede met inlegrooster is verkrijgbaar in de speciaalzaak (zie extra toebehoren).
De gegevens in de tabellen zijn richtwaarden. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort grillgerecht en gelden voor plaatsing in de koude oven.
| Grillgerecht | Gewicht | Toebehoren Temperatuur- Inschuif- Grilltijd instelling hoogte |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd | 2 kg | rooster/ braadslede 170 – 190° C 1 120 – 140 min. |
| Rundvlees Rosbief | 1,5 kg | rooster/ braadslede 200 – 220° C 1 045 – 055 min. |
| Gevogelte Halve kip 1 – 3 stuks Hele kip 1 – 2 stuks Eend Gans | ca. 500 g per stuk ca. 1 kg per stuk 2 – 2,5 kg 3 – 3,5 kg | rooster/ 210 – 230° C 1 140 – 150 min. braadslede rooster/ 190 – 210° C 1 145 – 160 min. braadslede rooster/ 150 – 170° C 1 090 – 120 min. braadslede rooster/ 150 – 160° C 1 130 – 180 min. braadslede |
Pagina 42
Vlakgrillen
Gebruik het rooster en de braadslede op hoogte 1 in de oven schuiven.
De gegevens in de tabellen zijn richtwaarden. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort grillgerecht en gelden voor plaatsing in de koude oven.
| Grillgerecht | Grillstand | Inschuifhoogte | Roosterstand | Grilltijd 1e zijde 2e zijde | Opmerkingen | |
| Varkensvlees Filetsteaks (2 – 2,5 cm) Krabbetjes Braadworsten | 2 | 3 3 – 3 | 3 3 3 | 10 – 15 min. 5 – 10 min. 10 – 14 min. 6 – 08 min. 06 – 10 min. 5 – 07 min. | licht insnijden | |
| Rundvlees Filetsteaks Tournedos | 3 3 | 3 3 | 10 – 13 min. 4 – 08 min. 08 – 11 min. 4 – 06 min. | Afhankelijk van de gewenste gaarheid kunt u het vlees korter of langer grillen. | ||
| Vis Kleine vissen | 2 | 2 | 10 – 15 min. 5 – 10 min. | keren | ||
Pagina 43
Tips voor het braden en grillen
| Voor het vleesgewicht staan er geen opgaven in de tabel. | Kies de waarde van het eerstvolgende lagere gewicht en verleng de tijd. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees gaar is? | Gebruik een vleesthermometer (verkrijgbaar in de vakhandel) of voer de „lepeltest“ uit. Druk met een lepel op het vlees. Als het vlees stevig aanvoelt, is het gaar. Als het ingedrukt kan worden, is het nog niet gaar. |
| Het vlees is te donker en de korst is gedeeltelijk aangebrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Gebruik de volgende keer een kleinere braadpan of voeg meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer een grotere braadpan of voeg minder vloeistof toe. |
| Als u vloeistof op het hete gerecht giet, ontstaat er waterdamp. | Gebruik circulatiegrillen in plaats van boven- en onderwarmte. Hierbij wordt de braadjus niet zo sterk verwarmd en er ontstaat minder waterdamp. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Kant-en-klare
diepvriesproducten Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
| Gerecht | Toebehoren Inschuif- Ver- Temperatuur Tijdsduur hoogte warmings- in ° C in minuten methode |
| Pizza (voorverwarmen) Rooster bedekt met dunne bodem met bakpapier 1 T 190 – 210 10 – 20 Pizza (voorverwarmen) Rooster bedekt met dikke bodem met bakpapier 1 T 180 – 200 15 – 25 Aardappelproducten (voorverwarmen) (bijv. patates frites) Braadslede 1 T 200 – 220 15 – 25 Bakproducten (voorverwarmen) Rooster bedekt (bijv. broodjes) met bakpapier 1 T 200 – 220 05 – 15 Strudel (voorverwarmen) Bakplaat 1 T 200 – 220 25 – 45 | |
| N.B. | De braadslede an de bakplaat kan tijdens het bakken van diepvriesgerechten iets kromtrekken. Dit wordt veroorzaakt door de grote temperatuurverschillen. De vervorming verdwijnt al tijdens het bakken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
43
Pagina 44
Ontdooien
Levensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte schaal op het rooster plaatsen.
Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De ontdooitijd is afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen.
| Gerecht | Toebehoren Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C |
|---|---|---|---|
| Gefriergut* groomtaarten, crèmetaarten, taarten met chocolade- of suikerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood, broodjes, cake, koek en ander gebak. | Rooster 1 | e | De temperatuurkeuzeknop blijft uitgeschakeld |
| * Diepvriesproducten afdekken met temperatuurbestendige folie. Gevogelte met de borstzijde op de schaal leggen. | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
Drogen
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat deze goed afdruipen en droog ze af.
Bedek de braadslede en het rooster met bak– of per-
kamentpapier.
| Gerecht | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur ° C | Tijdsduur, uren |
|---|---|---|---|---|
| 600 g appelringen | 1+3 1+3 1+3 1+3 | ˜ ˜ ˜ ˜ | 80 80 80 80 | ca. 5 ca. 8 ca. 8-10 ca. 1¹/2 |
| 800 g stukjes peer | ||||
| 1,5 kg kwetsen of pruimen | ||||
| 200 g panklare keukenkruiden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
N.B.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Pagina 45
Inmaken
Voorbereiden
Zo stelt u in
De glazen potten en de rubberringen moeten schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van dezelfde grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde potten van één liter.
Opgelet! Gebruik geen grotere of hogere glazen potten. De deksels zouden kunnen knappen.
Gebruik alleen gave vruchten en groenten. Was ze grondig.
Doe het fruit of de groente in de glazen potten. De randen eventueel nogmaals afvegen.
Deze moeten schoon zijn. Leg op elke pot een natte rubberring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen.
Plaats de weckflessen in de vorm van een driehoek (zie afb.); hierbij 5 cm afstand tot de achterwand van de oven aanhouden.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer of de inhoud van de potten goed borrelt alvorens om- of uit te schakelen.
- 1. Braadslede op hoogte 1 inschuiven. Zet de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken.
- 2. 1/2 liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- 3. Ovendeur sluiten.
- 4. De functiekeuzeknop op ˜ zetten.
- 5. De temperatuurkeuzeknop op ca. 160 °C zetten.
Pagina 46
| Fruit, Augurken en tomatenpuree | Groente (maar geen komkommers/augurken) | ||
|---|---|---|---|
| 1 | Weckflessen in de oven plaatsen. | 1 | Weckflessen in de oven plaatsen. |
| 2 | Functie ˜ selecteren en de oven instellen op ca. 160° C. | 2 | Functie ˜ selecteren en de oven instellen op ca. 160° C. |
| 3 | De achterste weckfles en de rechter weckfles van de tweede rij parelen het eerst. Weckflessen van ¹/2+1 l parelen na ca. 50 – 60 minuten. Zodra de andere weckflessen beginnen te parelen, de oven uitschakelen. | 3 | De achterste weckfles en de rechter weckfles van de tweede rij parelen het eerst. Weckflessen van ¹/2+1 l parelen na ca. 50 – 60 minuten. Zodra de andere weckflessen beginnen te parelen, verlaagt u de oventemperatuur tot 100° C. |
| 4 | De weckflessen nog enkele minuten in de gesloten oven laten staan. – Frambouen, aardbeien, kersen, augurken: 05 – 10 min. – Ander fruit: 10 – 15 min. – Tomatenpuree, appelmoes: 15 – 20 min. | 4 | De weckflessen vervolgens ca. 60 minuten laten parelen in de gesloten oven. |
| De oven uitschakelen. | |||
| De weckflessen nog ca. 15 – 30 minuten in de gesloten oven laten staan. | |||
Pagina 47
Tips voor het sparen van energie
De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabel van de gebruiksaanwijzing zo is opgegeven.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook twee rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Acrylamide in levensmiddelen
Momenteel is er onder deskundigen een discussie gaande over de vraag hoe schadelijk acrylamide in levensmiddelen is. Op basis van de actuele onderzoeksresultaten hebben wij voor u deze informatie samengesteld.
Hoe ontstaat acrylamide?
Acrylamide komt niet in levensmiddelen door verontreiniging van buitenaf. Het ontstaat veeleer tijdens het bereidingsproces zelf, bij levensmiddelen die koolhydraten en eiwitten bevatten. Hoe dit precies gebeurt is nog niet volledig duidelijk. Het ziet er echter naar uit dat het acrylamidegehalte sterk beïnvloed wordt door
hoge temperaturen een gering vochtgehalte in levensmiddelen het sterk bruinen van de producten.
Pagina 48
Om welke gerechten gaat het?
Acrylamide ontstaat met name bij graan- en aardappelproducten die bij de bereiding sterk worden verhit, zoals:
Kartoffelchips, patates frites, toast, broodjes, brood, fijne bakwaren van zandtaartdeeg (koekjes, taaitaai, speculaas).
Wat kunt u doen?
Algemeen Bakken
kunt hoge acrylamidewaarden bij het bakken, braden en grillen voorkomen.
De volgende adviezen worden daarvoor uitgegeven door aid¹ en BMVEL²:
Houd de kook-, bak- en frituurtijden zo kort mogelijk.
Laat het gerecht goudbruin worden, niet aanbranden.
Hoe groter en dikker het te bereiden gerecht, des te minder acrylamide het bevat.
Stel bij boven- en onderwarmte de temperatuur in op max. 200 ºC, bij 3D-hetelucht op max. 180 ºC.
Koekjes: Stel bij boven– en onderwarmte de temperatuur in op max. 190 ºC, bij 3D-hetelucht op max. 170 ºC. Ei of eierdooier in het deeg of het beslag voorkomt de vorming van acrylamide.
Aardappels in de oven gelijkmatig en zo mogelijk in één laag over de bakplaat verdelen. Om snel uitdrogen te voorkomen, bakt u minstens 400 g per plaat.
1 aid infobrochure „Acrylamid“ uitgegeven door aid en BMVEL, Stand 12/02, Internet: http://www.aid.de.
2 Persbericht 365 van BMVEL d.d. 4.12.2002, Internet: http://www.verbraucherministerium.de
Pagina 49
Testgerechten
Neem de aanwijzingen over voorverwarmen in acht. De waarden in de tabel gelden zonder snelvoorverwarming.
volgens norm DIN 44547 en EN 60350
Bakken
| Gerecht | Toebehoren en Hoogte Verwaraanwijzingen mingsmethode | Tempera- Tijdsduur, tuur °C minuten |
|---|---|---|
| Sprits (voorverwarmen) Cakejes Waterbiscuit Gistplaatkoek Bedekt appelgebak | Bakplaat 2 t Bakplaat 1 ˜ 2 bakplaten 1+3 ˜ Bakplaat 2 t Bakplaat 1 ˜ Springvorm 1 t Springvorm 1 ˜ Bakplaat 2 t Bakplaat 1 ˜ 2 bakplaten 1+3 ˜ Rooster + springvormen 1 T van blik l 20 cm | 150-170 15-25 140-160 20-30 140-160 20-35 160-170 25-35 150-160 25-35 160-170 30-40 160-170 30-40 170-180 45-55 160-170 50-60 160-170 60-75 170-180 70-80 |
| Grillen | ||
| Gerecht | Toebehoren en Hoogte Verwar- Grillstand Tijdsduur, aanwijzingen mings- minuten methode | |
| Toast Rooster* 3 ) 3 (10 min. voorverwarmen) Tartaartjes, Rooster* + 3 ) 3 12 stuks** braadslede | 0,5-1,5 1e zijde 10-15 2e zijde 07-12 | |
| * Rooster kunt u als extra toebehoren krijgen bij uw speciaalzaak of bij onze afdeling onderdelen. ** Na ²/3 van de tijd keren. De brradslede altijd op hoogte 1 inschuiven. | ||
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl pagina 2 – 49 it pagina 50 – 97
Om net zo veel te genieten van het koken als van de maaltijd,
raden wij u aan de gebruiksaanwijzing te lezen. Dan kunt u alle technische voordelen van uw fornuis benutten.
U krijgt belangrijke informatie over de veiligheid. U maakt kennis met de onderdelen van uw nieuwe fornuis. En wij laten u stap voor stap zien hoe u instelt. Dat is heel eenvoudig.
In de tabellen vindt u voor veel gebruikelijke gerechten instelwaarden en inschuifhoogtes. Alles is in onze kookstudio getest.
En mocht er toch een storing optreden, dan vindt u hier informatie over de manier waarop u kleine storingen zelf kunt verhelpen.
De uitgebreide inhoudsopgave helpt u snel u weg te vinden.
En nu smakelijk eten.
Pagina 3
Inhoudsopgave
| Hierop moet u letten | 5 |
|---|---|
| Voor het inbouwen | 5 |
| Veiligsheidsvoorschriften | 5 |
| Oorzaken van schade | 6 |
| Uw nieuwe fornuis | 7 |
| Het bedieningspaneel | 7 |
| Functiekeuzeknop | 7 |
| Temperatuurkeuzeknop | 8 |
| Bedieningstoetsen en display | 9 |
| Indrukbare schakelaars | 9 |
| Verwarmingsmethoden | 9 |
| Oven en toebehoren | 12 |
| Koelventilator | 14 |
| Voor het eerste gebruik | 14 |
| De oven opwarmen | 14 |
| Toebehoren voorreinigen | 14 |
| De oven instellen | 15 |
| Zo stelt u in | 15 |
| De oven moet automatisch uitschakelen | 16 |
| De oven schakelt automatisch in en uit | 17 |
| Snelvoorverwarming | 18 |
| Zo stelt u in | 18 |
| Tijd | 19 |
| Zo stelt u in | 19 |
| Wekker | 20 |
| Zo stelt u in | 20 |
| Basisinstellingen | 21 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)
3
Pagina 4
Inhoudsopgave
| Basisinstellingen wijzingen | 22 |
|---|---|
| Kinderslot | 23 |
| Onderhoud en reiniging | 24 |
| Buitenzijde apparaat | 24 |
| Oven | 25 |
| Reiniging van de ovenruiten | 27 |
| Frames reinigen | 29 |
| Afdichting | 30 |
| Toebehoren | 30 |
| Wat te doen bij storingen? | 30 |
| Ovenlamp vervangen | 31 |
| Klantenservice | 31 |
| De verpakking en uw oude apparaat | 32 |
| Tabellen en tips | 33 |
| Taart, cake en gebak | 33 |
| Tips voor het bakken | 37 |
| Vlees, gevogelte, vis | 38 |
| Tips voor het braden en grillen | 43 |
| Kant-en-klare diepvriesproducten | 43 |
| Ontdooien | 44 |
| Drogen | 44 |
| Inmaken | 45 |
| Tips voor het sparen van energie | 47 |
| Acrylamide in levensmiddelen | 47 |
| Wat kunt u doen | 48 |
| Testgerechten | 49 |
Pagina 5
Hierop moet u letten
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u het fornuis op een veilige en en juiste manier gebruiken.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en de montage-instructies zorgvuldig. Geeft u het apparaat door aan anderen, doe de handleidingen er dan bij.
Voor het inbouwen
Transportschade
Elektrische aansluiting
Veiligheidsvoorschriften
Hete oven
Controleer het apparaat na het uitpakken. Bij tranportschade mag u het apparaat niet aansluiten.
Alleen een daartoe bevoegde vakman mag het fornuis aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd.
Gebruik het fornuis uitsluitend voor het bereiden van gerechten.
De ovendeur voorzichtig openen. Er kan hete stoom vrijkomen.
Nooit de binnenkant van de oven en de verwarmingselementen aanraken.
Verbrandingsgevaar! Houd kinderen uit de buurt.
Nooit brandbare voorwerpen in de oven bewaren. Brandgevaar!
Nooit aansluitkabels van elektrische apparaten door de hete ovendeur laten inklemmen. De isolatie van de kabel kan smelten. Gevaar voor kortsluiting!
Pagina 6
Reparaties
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Risico van elektrische schokken!
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Wanneer het apparaat defect is, de zekering van het fornuis in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Oorzaken van schade
| Bakblik, aluminiumfolie of | Schuif geen bakblik op de bodem van de oven. |
| servies op de bodem van | Bedek hem niet met aluminiumfolie. |
| de oven | Plaats geen servies op de bodem van de oven. |
| Er ontstaat dan een ophoping van warmte. | |
| De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd. | |
| Inschuifdelen | Inschuifdelen voorzichtig inschuiven om beschadigingen te voorkomen. |
| Bakpapier | Leg bakpapier niet los in de oven wanneer u met 3D-hetelucht ˜ werkt (bijv. bij het opwarmen). |
| De heteluchtventilator kan het papier aanzuigen. | |
| Hierdoor kunnen de verwarming en de ventilator beschadigd raken. | |
| Water in de oven | Giet nooit water in de hete oven. Er kan anders schade aan het email ontstaan. |
| Vruchtensap | Bedek bij zeer vochtig vruchtengebak de bakplaat niet te overvloedig. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die u niet meer kunt verwijderen. |
| U kunt beter de diepere braadslede gebruiken. | |
| Afkoelen met open | Laat de oven alleen in gesloten toestand afkoelen. |
| ovendeur | Laat niets tussen de ovendeur klemmen. Ook wanneer u de ovendeur slechts op een kier opent, kunnen de aangrenzende voorzijden van meubels op den duur worden beschadigd. |
| 6 |
Pagina 7
| Sterk vervuilde ovendichting | Is de ovendichting sterk vervuild, dan sluit de ovendeur tijdens het gebruik niet meer goed. |
| De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen worden beschadigd. Houd de ovendichting schoon. | |
| Ovendeur als zitting | Ga nooit op de open ovendeur zitten of staan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Uw nieuwe fornuis
Hier leert u uw nieuwe apparaat kennen. We leggen u de werking van het bedieningspaneel met de schakelaars en indicaties uit. U krijgt informatie over de verwarmingsmethoden en de bijgevoegde toebehoren
Het
Er zijn kleine verschillen mogelijk, afhankelijk van het type.
bedieningspaneel
| Functiekeuzeknop | Display en Temperatuurbedieningstoetsen keuzeknop |
| Functiekeuzeknop | Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode voor de oven in. Standen / Boven- en onderwarmte ˜ 3D-hetelucht* T Hetelucht intensief / pizzastand . Onderwarmte , Circulatiegrillen |
Pagina 8
Temperatuurkeuzeknop
Grillstanden
Standen V ) e
D
Vlakgrillen, klein Vlakgrillen, groot Ontdooien
Snelvoorverwarming
*Verwarmingsmethode waarbij is bepaald dat de energie-efficiëntieklasse overeenkomt met EN50304.
Als u de functiekeuzeknop instelt, dan brandt het symbool boven de functiekeuzeknop. De lamp in de oven gaat aan.
Met de temperatuurkeuzeknop stelt u de temperatuur of de grillstand in.
Temperatuur
| 50–270 | Temperatuurbereik in ºC |
|---|---|
| Grill ) | Stand |
| • | Grill zwak 1 |
| •• | Grill gemiddeld 2 |
| ••• | Grill sterk 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Het symbool boven de temperatuurkeuzeknop brandt wanneer de oven warm wordt. In de verwarmingspauzes gaat het uit. Bij het grillen brandt het symbool niet.
Bij het vlakgrillen, klein V of groot ) stelt u met de temperatuurkeuzeknop een grillstand in.
Pagina 9
Bedieningstoetsen en display
Indrukbare schakelaars
Verwarmingsmethoden
| Toets Tijd 6 | Hiermee stelt u de tijd, ovenduur * en eindtijd + in. |
| Toets Sleutel E | Hiermee schakelt u het kinderslot in en uit. |
| Toets Wekker 8 | Hiermee stelt u de wekker in. |
| Toets Min – | Hiermee stelt u een lagere instelwaarde in. |
| Toets Plus + | Hiermee stelt u een hogere instelwaarde in. |
| Op het display kunt u de | ingestelde waarden aflezen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
De schakelaars kunnen worden ingedrukt. Om in en uit te schakelen op de schakelaar drukken.
U kunt de functiekeuzeknop naar rechts of links draaien, de temperatuurkeuzeknop alleen naar rechts.
Er staan u voor de oven verschillende verwarmingsmethoden ter beschikking. Op die manier kunt u voor elk gerecht de optimale bereidingssoort kiezen.
Boven- en onderwarmte
Hierbij verspreidt de warmte zich van onder en boven gelijkmatig over het gebak of het vlees. Cakes in vormen en soufllés lukken u hiermee het best. Ook voor magere stukken gebraad van rund-, kalfsvlees en wild is onder- en bovenwarmte zeer geschikt.
Pagina 10
3D–hetelucht
Een ventilator aan de achterzijde verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement gelijkmatig in de oven.
Met 3D–hetelucht kunt u gebak en pizza’s bakken op twee niveaus. Koekjes en bladerdeeg kunt u op twee niveaus tegelijk bakken. De benodigde oventemperaturen zijn lager dan bij onder- en bovenwarmte. Extra bakplaten kunt u krijgen in uw speciaalzaak.
3D–hetelucht is het meest geschikt om te drogen.
Hetelucht intensief / pizzastand
Hierbij zijn de onderwarmte en het ronde verwarmingselement in gebruik.
Deze verwarmingsmethode is bijzonder goed geschikt voor diepvriesproducten. Diepvriespizza’s, patates frites of zoete strudel lukken u zonder voorverwarmen uitstekend.
Onderwarmte
Met onderwarmte kunt u gerechten van onderaf nabakken of -bruinen.
Circulatiegrillen
Het grillverwarmingselement en de ventilator schakelen afwisselend aan en uit. In de verwarmingspauze wervelt de ventilator de hitte die door de grill wordt afgegeven rond de gerechten. Zo worden vleesstukken aan alle kanten knapperig bruin.
Verder lezen op pagina 11Inhoud