naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB36AB560, tekst van de handleiding

Oven · Siemens · 32 pagina's in het Nederlands · pdf: 36 pagina's, 1,4 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 18

Pagina 18

Vanaf de titel; het begin van pagina 18 staat in de pdf.

Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.

Storingstabel

Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk Voor u getest in onze kookstudio. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

ã=Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.

StoringMogelijke oorzaakAanwijzing/oplossing
Het apparaat werkt nietZekering defect.Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is.
Op het display staat : .Stroomonderbreking.Stel de tijd opnieuw in.
De oven warmt niet op of de verwarmingsmethode kan niet worden ingesteld.Verwarmingsmethode niet herkendStel nog eenmaal in.
De oven warmt niet op. In de temperatuurindicatie staat een klein vierkantje.De oven bevindt zich in de demomodus.Schakel de zekering in de meterkast uit en na minstens 20 seconden weer in. In de volgende 2 minuten de toets 4 seconden lang ingedrukt houden tot het vierkantje van het display verdwijnt.
Na het indrukken van de toets verschijnt op het display.Het plafond en de zijwanden van de binnenruimte zijn niet zelfreinigend. Het reinigingssysteem is niet mogelijk.Pas nadat u het zelfreinigende plafond en de zijdelen heeft aangebracht en het reinigingsysteem in de basisinstellingen heeft geactiveerd, kunt u met de toets het reinigingssysteem instellen. Zie het hoofdstuk Reinigingssysteem en het hoofdstuk Basisinstellingen.
Op het display verschijnt .De automatische uitschakeling is geactiveerd. De oven warmt niet meer op.Druk op een willekeurige toets.
Foutmeldingen met
Wordt op het display een foutmelding met druk dan op de toets 0. Hiermee wordt de Het kan voorkomen dat u vervolgens de tijd
instellen. Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan weergegeven, contact op met de klantenservice.
foutmelding gewist. Bij de volgende foutmelding kunt u het probleem zelf oplossen. opnieuw moet
FoutmeldingMogelijke oorzaakAanwijzing/oplossing
Een toets is te lang ingedrukt of is beklemd geraakt.Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of de toetsen schoon zijn. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding aanhoudt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Ovenlamp aan het plafond vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok!

Zekering in de meterkast uitschakelen.

Linkerovenlamp vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok!

Zekering in de meterkast uitschakelen.

Glazen afscherming

Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E­nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.

Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.

E­nummer en FD­nummer

Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E­nr. FD-nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Pagina 20

Energie­ en milieutips

Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.

Energie besparen

tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.

Milieuvriendelijk afvoeren

Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro­ en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.

Automatische programma's

Met de automatische programma's gaan geraffineerde stoofgerechten, sappig gebraden vlees en smakelijke eenpansgerechten u heel gemakkelijk af. U hoeft hierbij niet te keren en te bedruipen en de binnenruimte blijft schoon.

Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van het vlees en de grootte en soort van de vormen of het servies. Maak gebruik van pannenlappen wanneer u het gerecht uit de oven neemt. De vorm is heel heet. Opgelet bij het openen van de vorm, er komt hete stoom vrij.

Vormen

De automatische programma's zijn alleen geschikt voor het braden en bakken in open vormen, met uitzondering van gegratineerde ham. Gebruik alleen vormen met een goed sluitend deksel. Neem ook de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.

Geschikte vormen

Wij raden het gebruik van hittebestendige vormen (tot 300 °C) aan, van glas of glaskeramiek. Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadslede van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren. Gebruikt u braadsledes van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.

Ongeschikte vormen

Vormen van licht, glanzend aluminium, ongeglazuurde klei en vormen van kunststof of met kunststof handgrepen zijn niet geschikt.

Grootte van de vorm

Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.

Gerecht voorbereiden

Gebruik vers of diepvriesvlees. Wij bevelen vers vlees op koelkasttemperatuur aan.

Gebruik een geschikte vorm.

Weeg het verse of diepvriesvlees, het gevogelte of de vis. Gedetailleerde aanwijzingen vindt u in de betreffende tabellen. Om in te stellen dient u het gewicht te weten.

Kruid het vlees. Diepvriesvlees kruidt u op dezelfde manier als vers vlees.

Bij veel gerechten dient vloeistof te worden toegevoegd. Doe zoveel vloeistof in de vorm dat de bodem ca. ½ cm bedekt is. Staat er “wat“ vloeistof in de tabel, dan zijn 2-3 eetlepels meestal toereikend. Bij vloeistof “ja“ mag het rustig meer zijn. Neem de aanwijzingen voor en in de tabellen in acht.

Sluit de vorm af met een deksel. Plaats hem op hoogte 2 op het rooster.

Bij enkele gerechten is het niet mogelijk de eindtijd op een later tijdstip te zetten. Deze gerechten zijn aangeduid met een ster*.

Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

Programma's

Gevogelte

Leg het gevogelte met de kant van de borst naar boven in de braadslede. Gevuld gevogelte is ongeschikt.

Bij meerdere kippenbouten stelt u het gewicht van de zwaarste in. De bouten moeten ongeveer even zwaar zijn.

Voorbeeld: 3 kippenbouten van 300 g, 320 g en 400 g. Stel 400 g in.

Maakt u twee even zware kippen klaar in een braadslede, stel dan evenals bij de bouten het gewicht van de zwaarste in.

Pagina 21

Programma's Programmanumme Gewichtsbereik in kg Vloeistof Instelgewicht r toevoegen

Gevogelte
Kippetje, versP1*0,7-2,0neeGewicht van het vlees
Poularde, versP2*1,4-2,3neeGewicht van het vlees
Eend, versP3*1,6-2,7neeGewicht van het vlees
Gans, versP4*2,5-3,5neeGewicht van het vlees
Kalkoen, versP5*2,5-3,5neeGewicht van het vlees
Bouten, vers, bijv. kippen­, eenden­, ganzen-, kalkoenboutP6*0,3-1,5neeGewicht van de zwaarste bout
VleesRundvlees
Doe zoveel vloeistof in de vorm als wordt aangegeven.
Programma's Programmanummer
Voeg aan stoofvlees voldoende vloeistof toe. U kunt ook marineervocht gebruiken. Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar boven.
Gewichtsbereik in kg Vloeistof Instelgewicht toevoegen
Rundvlees
Stoofvlees, vers bijv. klapstuk, schouderstuk, gemarineerd vleesP70,5-3,0jaGewicht van het vlees
Stoofvlees, diepvries bijv. klapstuk, schouderstuk, schouderP8*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Rosbief, vers, kort gebakken bijv. lendestukP90,5-2,5neeGewicht van het vlees
Kalfsvlees
Braadstuk, vers, mager bijv. bovenbout, fricandeauP100,5-3,0jaGewicht van het vlees
Braadstuk, vers, doorregen bijv. nek, halsP110,5-3,0watGewicht van het vlees
Schenkel met been, versP120,5-2,5jaGewicht van het vlees
Lamsvlees
Bout, vers zonder been, doorbakkenP130,5-2,5watGewicht van het vlees
Bout, vers zonder been, mediumP140,5-2,5neeGewicht van het vlees
Bout, vers met been, doorbakkenP150,5-2,5watGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakkenP16*0,5-2,0watGewicht van het vlees
Bout, diepvries, met been, doorbakkenP17*0,5-2,0watGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Pagina 22

Wildbraad

Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in karnemelk, wijn of azijn marineren.

Wanneer u meerdere hazenbouten klaarmaakt, stelt u het gewicht van de zwaarste bout in.

Konijn kunt u ook voor de bereiding in porties verdelen. Stel het totaalgewicht in.

WildbraadProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof Instelgewicht toevoegen
Hertenvlees, vers bijv. schouder, borstP180,5-3,0 ja Gewicht van het vlees
Reebout zonder been, versP190,5-3,0 ja Gewicht van het vlees
Hazenbout met been, versP200,3-0,6 ja Gewicht van het vlees
Konijn, versP210,5-3,0 ja Gewicht van het vlees
Vis
U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten.
Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen.
Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter.
Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen.
Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in.
Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof Instelgewicht toevoegen
Vis
Forel, vers, stovenP22*0,3-1,5 ja Totaalgewicht
Forel, vers, bakkenP23*0,3-1,5 nee Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, stovenP24*0,5-2,0 ja Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, bakkenP25*0,5-2,0 nee Totaalgewicht
Eenpansgerecht
U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren.
Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken.
Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe.
Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente.
Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in.
Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant.
Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof Instelgewicht toevoegen
Eenpansgerecht
met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vleesP260,3-3,0 ja Gewicht van het vlees
met groente bijv. vegetarisch eenpansgerechtP270,3-3,0 ja Totaalgewicht
GoulashP280,3-3,0 ja Gewicht van het vlees
RolladesP290,3-3,0 ja Gewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Pagina 23

GehaktStel het totaalgewicht van het gehakt in.
Gebruik alleen vers gehakt.U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Programma's Programmanumme Gewichtsbereik in kg Vloeistof Instelgewicht r toevoegen

Gehakt
van vers rundvleesP300,3-3,0neeTotaalgewicht
van vers lamsvleesP31*0,3-3,0neeTotaalgewicht
van vers, gemengd vleesP32*0,3-3,0neeTotaalgewicht
van vers varkensvleesP33*0,3-3,0neeTotaalgewicht
Varkensvlees
Braadstuk met een korstje legt u met de korst naar boven in de vorm. Snijd het zwoerd voor de bereiding rastervormig in, zonder het vlees te beschadigen.
Ham met de vetlaag naar boven in de vorm leggen. De ham onafgedekt gratineren.
Stel bij braadstukken het gewicht van het vlees, bij rollades het totaalgewicht in.
Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Varkensvlees
Halsstuk vers, zonder beenP340,5-3,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, diepvries, zonder beenP35*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Lendestuk, versP360,5-2,5jaGewicht van het vlees
Rollade, versP370,5-3,0jaTotaalgewicht
Braadstuk met korstje, vers, buikstukP380,5-3,0neeGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, garenP391,0-4,0watGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, gratinerenP40*1,0-4,0neeGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Programma kiezen en instellen

Zoek eerst het geschikte programma uit de programmatabel. Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor gestoofd rundvlees, programma 7, gewicht van het vlees 1,3 kg.

In de temperatuurindicatie verschijnt het eerste programmanummer en het draaisymbool

Op het tijdsdisplay verschijnt een voorgesteld gewicht.

Het programma start. Op het display kunt u het verloop van de tijdsduur aflezen.

Het programma is afgerond

Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.

Pagina 24

Programmaduur wijzigen

De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.

Programma wijzigen

Na de start kan het programma niet meer worden gewijzigd.

Ovendeur openen

De werking wordt onderbroken. De toets knippert.Na het sluiten van de deur wordt de werking weer voortgezet.

Functie pauzeren

De toets kort indrukken. De oven bevindt zich nu in de pauzestand. De toets knippert. Om de pauze te beëindigen, opnieuw op drukken. De toets is verlicht.De werking wordt voortgezet.

Programma afbreken

De toets ingedrukt houden tot het symbool voor 3D-hetelucht en 160 °C verschijnen. U kunt opnieuw instellen.

De eindtijd op een later tijdstip zetten

Zie het hoofdstuk Tijdfuncties, de eindtijd op een later tijdstip zetten.

Tips voor de automatische programma's

Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik.Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4.
Het vlees is goed, maar de jus is te donker.Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof.
Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig.Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof.
Het gerecht is te droog aan de bovenkant.Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit.Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel.
U wilt diepvriesvlees klaarmaken.Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik 3D­hetelucht .

Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus

Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus

Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Pagina 25

Bakvormen

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.

Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.

Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.

Tabellen

In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In

de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.

Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.

Gebak in vormenVormHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Cake, eenvoudigKrans­/rechthoekige vorm2160-18050-60
3 cakevormen3+1140-16060-80
Cake, fijnKrans­/rechthoekige vorm2150-17060-70
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem3160-18020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen)Vorm vruchtentaartbodem2160-18020-30
Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen)Springvorm2160-18040-50
Bodem zandtaartdeeg met randSpringvorm1180-20025-35
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg*Springvorm1160-18070-90
Zwitserse vruchtentaartPizzaplaat1220-24035-45
TulbandTulbandvorm2150-17060-70
Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen)Pizzaplaat1280-30010-15
Hartig gebak* Springvorm 1
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
170-19045-55
Gebak op de plaatToebehorenHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Roerdeeg met droge bedekkingBakplaat2170-19020-30
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Roerdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede2170-19025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-16040-50
Gistdeeg met droge bedekkingBakplaat3170-19025-35
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Gistdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede3160-18040-50
Braadslede + bakplaat3+1150-16050-60
Zandtaartdeeg met droge bedekkingBakplaat1180-20020-30
Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede2160-18060-70
Zwitserse vruchtentaartBraadslede1210-23040-50
Biscuitrol (voorverwarmen)Bakplaat2170-19015-20
Broodvlecht van 500 g bloemBakplaat2180-20025-35
Kerststol van 500 g bloemBakplaat3160-18060-70
Kerststol van 1 kg bloemBakplaat3140-16090-100
Strudel, zoetBraadslede2190-21055-65
PizzaBakplaat2220-24025-35
Braadslede + bakplaat3+1180-20040-50
Flammkuchen (voorverwarmen)Braadslede2280-30010-12

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

Klein gebakToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
KoekjesBakplaat3140-16015-25
Braadslede + bakplaat3+1130-15025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-15030-40
Sprits (voorverwarmen)Bakplaat3140-15030-40
Bakplaat3140-15025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-15030-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-14035-50
BitterkoekjesBakplaat2100-12030-40
Braadslede + bakplaat3+1100-12035-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1100-12040-50
SchuimgebakBakplaat380-100100-150
MuffinsRooster met muffinplaat3180-20020-25
2 roosters met muffinplaten3+1160-18025-30
Deeg van bijv. soesjesBakplaat2210-23030-40
BladerdeeggebakBakplaat3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1170-19035-45
GistdeeggebakBakplaat3190-21020-30
Braadslede + bakplaat3+1160-18025-35
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is.
Giet nooit water in de hete oven.
Brood en broodjesToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Gistbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2300 2005 30-40
Zuurdeegbrood van kg bloemBraadslede2300 2008 35-45
Plat rond broodBraadslede230010-15
Broodjes (niet voorverwarmen)Bakplaat3200-22020-30
Broodjes van gistdeeg, zoetBakplaat3180-20015-20
Braadslede + bakplaat3+1150-17020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Tips voor het bakken

U wilt bakken volgens uw eigen recept.Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Het gebak zakt in.Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.
Het gebak is te droog.Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

Het gebak is ongelijkmatig bruin Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij

geworden.kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D­hetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

Vlees, gevogelte, vis

Vormen

U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.

Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit

Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.

Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.

Opgaven in de tabellen:

Vorm zonder deksel = open

Vorm met deksel = gesloten

Zet de vorm altijd midden op het rooster.

Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Braden

Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.

Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.

Grillen

Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.

Gril altijd in een gesloten oven.

Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.

Zout de steaks pas na het grillen.

Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.

Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.

De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.

Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.

Vlees

Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.

Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.

Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.

Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.

Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte Verwarming Temperatuur Tijdsduur vormen smethode in °C, in minuten grillstand

Rundvlees
Gestoofd rundvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kggesloten2200-220100
2190-210120
2180-200140
Runderfilet, medium1,0 kg 1,5 kgopen2210-23060
2200-22080
Rosbief, medium1,0 kgopen14220-24060
Steaks, 3 cm dik, mediumRooster + braadslede5+1315

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

Pagina 28

Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte Tijdsduur

Verwarming Temperatuur smethode in °C, grillstand

vormen in minuten

Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2190-210110
2180-200130
2170-190150
Kalfsschenkel1,5 kgopen2210-230140
Varkensvlees
Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk).1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen14190-210120
14180-200150
14170-190170
Braadstuk met zwoerd (bijv. schouder)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen14190-210130
14180-200160
14170-190190
Varkensfricandeau500 gRooster + braadslede3+14230-24030
Varkensvlees, mager1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2200-220120
2190-210140
2180-200160
Casselerrib met been1,0 kggesloten2210-23070
Steaks, 2 cm dikRooster + braadslede5+1315
Varkensmedaillons, 3 cm dikRooster + braadslede5+1310
Lamsvlees
Lamszadel met been1,5 kgopen24190-21060
Lamsbout zonder been, medium1,5 kgopen14160-180120
Wildbraad
Reerug met been1,5 kgopen2200-22050
Reebout zonder been1,5 kggesloten2210-230100
Wild zwijn1,5 kggesloten2180-200140
Hertenvlees1,5 kggesloten2180-200130
Konijn2,0 kggesloten2220-24060
Gehakt
Gebraden gehaktvan 500 g vleesopen14180-20080
Worstjes
WorstjesRooster + braadslede4+1315

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Verder lezen op pagina 3Inhoud

Meer handleidingen: Siemens oven