Siemens HB33K550, tekst van de handleiding
Pagina's 11–47 van 100 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–10verder op pagina 48 →
Pagina 11
Vlakgrillen, klein
Hierbij wordt alleen het middelste deel van het grillelement ingeschakeld. Deze verwarmingsmethode is geschikt voor kleine hoeveelheden. Zo spaart u energie. Plaats de grillstukken in het midden van het rooster.
Vlakgrillen, groot
Het gehele vlak onder het grillelement wordt heet. U kunt meerdere steaks, worstjes, vissen of sneetjes brood grillen.
Ontdooien
Een ventilator in de achterwand van de oven circuleert de lucht in de oven rond de bevroren gerechten. Diepgevroren stukken vlees, gevogelte, brood, taart en cake ontdooien snel en gelijkmatig.
Pagina 12
Oven en toebehoren
Toebehoren
De toebehoren kunnen op 3 verschillende hoogtes in de oven geschoven worden.
U kunt de toebehoren voor twee derde naar buiten trekken, zonder dat ze omkiepen. Zo kunnen de gerechten gemakkelijk uit de oven worden gehaald. Bij het werken met 3D-hetelucht ˜ inschuifhoogte »2« niet gebruiken om de luchtcirculatie niet nadelig te beïnvloeden.
Toebehoren kunt u kopen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Denk eraan het HZ-nummer door te geven.
Roosters HZ 334000
voor servies, taart- en cakevormen, braadstukken, grillstukken en diepvriesgerechten.
De roosters met de kromming naar beneden ( in de oven schuiven.
Braadslede HZ 332000
voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Deze kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt.
Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven.
Emaillen bakplaat HZ 331000
voor gebak en koekjes.
Schuif de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur in de oven.
Pagina 13
Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u kopen bij de klantenservice of in speciaalzaken.
Rooster HZ 324000
voor grillgerechten. Plaats het rooster altijd in de braadslede. Het vleessap en vet dat naar beneden druppelt, wordt opgevangen.
Pizzaplaat HZ 317000
Ideaal voor bijv. pizza’s, diepvriesproducten en groot rond gebak. U kunt de pizzaplaat in plaats van de braadslede gebruiken. Plaats de plaat op het rooster. Zie de informatie in de tabellen.
3–voudige, volledig uitschuifbare voorziening HZ 338307
Met de uitschuifbare rails op hoogte 1, 2 en 3 kunt u de toebehoren verder naar buiten trekken, zonder dat ze omkiepen.
Pagina 14
Koelventilator
De oven beschikt over een koelventilator. Deze wordt zonodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
Voor het eerste gebruik
In dit hoofdstuk vindt u alles wat u moet doen voordat u voor het eerst gaat koken.
Laat de oven opwarmen en maak de toebehoren schoon. Lees de veiligheidsaanwijzingen in het hoofdstuk „Waarop u dient te letten“.
Controleer eerst of op het display van het fornuis het symbool 6 en drie nullen knipperen.
Wanneer op het display het symbool 6 en drie nullen knipperen
Stel de tijd in.
- 1. Toets Tijd 6 indrukken.
12:00 Verschijnt en het symbool Tijd 6 knippert.
- 2. Met toets + of toets – de tijd instellen.
Na enkele seconden wordt de tijd overgenomen. Nu is het fornuis klaar voor gebruik.
De oven opwarmen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten oven op.
Hiervoor gaat u als volgt te
Toebehoren voorreinigen
- 1. Functiekeuzeknop op t zetten.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop 240 ºC instellen.
Na 60 minuten schakelt u de functiekeuzeknop uit.
Reinig de toebehoren voor gebruik grondig met zeepsop en een afwasdoek.
Pagina 15
De oven instellen
U heeft verschillende mogelijkheden om uw oven in te stellen.
| De oven met de hand uitschakelen | Als het gerecht klaar is, schakelt u de oven zelf uit. |
| De oven wordt automatisch uitgeschakeld | U kunt de keuken ook gedurende langere tijd verlaten. |
| De oven wordt automatisch in- en uitgeschakeld | U kunt het gerecht bijv. ’s morgens in de oven zetten en zo instellen dat het ’s middags klaar is. |
| Tabellen en tips | In het hoofdstuk Tabellen en tips vindt u voor vele gerechten de passende instellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Zo stelt u in
Voorbeeld: boven- en onbderwarmte t, 190° C
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
Pagina 16
Uitschakelen
Instelling wijzigen
De oven moet automatisch uitschakelen
Als het gerecht klaar is, zet u de functiekeuzeknop uit.
U kunt de temperatuur of de grillstand op elk gewenst moment veranderen.
Stel in zoals in punt 1 en 2 beschreven.
Voer nu nog de bereidingstijd (tijdsduur) voor uw gerecht in.
Voorbeeld: tijdsduur 45 minuten
- 3. Toets Tijd 6 indrukken.
Het symbool Tijdsduur * knippert.
- 4. Met toets + of toets – de tijdsduur instellen. Toets + voorgestelde waarde = 30 minuten. Toets – voorgestelde waarde = 10 minuten.
Na enkele seconden start de oven. Het symbool * brandt op het display.
| De tijdsduur is afgelopen | Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. |
| De toets 6 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitschakelen. | |
| Instelling wijzigen | Toets Tijd 6 indrukken. Met toets + of toets – de tijdsduur veranderen. |
| Het instellen afbreken | Toets Tijd 6 indrukken. Toets – indrukken, tot de indicatie op nul staat. Functiekeuzeknop uitschakelen. |
| Tijdsduur instellen wanneer de tijd niet wordt weergegeven | De toets Tijd 6 tweemaal indrukken en instellen zoals beschreven in punt 4. |
| 16 |
Pagina 17
De oven schakelt automatisch in en uit
Voorbeeld: het is 10:45 uur. Het duurt 45 minuten voor uw gerecht klaar is en het moet om 12:45 uur klaar zijn.
De tijdsduur is afgelopen
N.B.
Let er op dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de oven mogen staan.
Stel in zoals in punt 1 tot 4 beschreven. De oven start.
- 5. De toets Tijd 6 zo vaak indrukken tot het symbool Einde + knippert.
Op het display ziet u wanneer het gerecht klaar is.
- 6. Met de toets + de eindtijd naar later verschuiven.
Na enkele seconden wordt de instelling overgenomen. Op het display wordt de eindtijd weergegeven tot de oven start.
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 6 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitschakelen.
Zolang er een symbool knippert kunt u wijzigen. Wanneer het symbool brandt, is de instelling overgenomen. U kunt de wachttijd veranderen tot de instelling wordt overgenomen. Lees hierover het hoofdstuk basisinstellingen na.
Pagina 18
Snelvoorverwarming
Hiermee kunt u de oven bijzonder snel voorverwarmen.
Zo stelt u in
Het snel voorverwarmen is beëindigd
- 1. Functiekeuzeknop op Snelvoorverwarming D zetten.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
Na enkele seconden start de oven. Het indicatielampje boven de temperatuurkeuzeknop brandt.
Het indicatielampje gaat uit.
Plaats uw gerecht in de oven en stel de oven in.
Pagina 19
Tijd
Na de eerste aansluiting of na een stroomuitval knipperen het symbool 6 en drie nullen op het display. Stel de tijd in.
De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
Zo stelt u in
Voorbeeld: 13:00 uur
Wijzigen van bijv. van zomer- in wintertijd
De tijd niet meer weergeven
- 1. Toets Tijd 6 indrukken.
Op het display verschijnt 12:00 uur en het symbool 6 knippert.
- 2. Met toets + of toets – de tijd instellen.
Na enkele seconden wordt de tijd overgenomen.
De toets Tijd 6 tweemaal indrukken en met de toets + of toets – wijzigen.
U kunt ervoor kiezen de tijd niet meer weer te geven. Dan is deze alleen zichtbaar wanneer u instelt. Daarvoor dient u de basisinstelling te veranderen. Lees hierover het hoofdstuk basisinstellingen na.
Pagina 20
Wekker
U kunt de wekker gebruiken als een kookwekker. Hij loopt onafhankelijk van de oven.
De wekker heeft een speciaal signaal. Zo hoort u of de wekker of de ingestelde tijdsduur van de oven afgelopen is.
U kunt de wekker ook instellen wanneer het kinderslot actief is.
Zo stelt u in
Voorbeeld: 20 min.
.
De tijd is afgelopen
Wekkertijd veranderen
- 1. De toets Wekker 8 indrukken. Het symbool 8 knippert.
- 2. Met toets + of toets – de wekkertijd instellen. Toets + voorgestelde waarde = 10 minuten. Toets – voorgestelde waarde = 5 minuten.
Na enkele seconden start de wekker. Het symbool 8 brandt op het display. De tijd loopt zichtbaar af.
Er klinkt een signaal. De toets Wekker 8 indrukken. De indicatie van de wekker gaat uit.
De toets Wekker 8 indrukken. Met toets + of toets – de tijd veranderen.
Pagina 21
Instelling wissen
De wekker en tijdsduur lopen gelijktijdig af
De toets Wekker 8 indrukken. Toets – indrukken, tot de indicatie op nul staat.
De symbolen branden. De wekkertijd loopt zichtbaar op het display af.
Resterende tijd ?, eindtijd ! of tijd 6 opvragen: De toets Tijd 6 zo vaak indrukken tot het betreffende symbool verschijnt.
De opgevraagde waarde verschijnt enkele seconden op het display.
Basisinstellingen
Uw oven heeft verschillende basisinstellingen. U kunt de basisinstelling Tijd, de signaalduur en de overnametijd van de instelling veranderen.
| Basisinstelling | Functie | Veranderen in |
|---|---|---|
| Tijd 6 1 = tijd op de voorgrond | Indicatie van de tijd Signaal na afloop van een tijdsduur of wekkertijd Wachttijd tussen de afzonderlijke instelstanden tot de instelling wordt overgenomen | Tijd 0 = tijdsweergave uit. Signaalduur 1 = ca. 10 sec. 3 = ca. 5 min. Overnametijd 1 = kort 3 = lang |
| Signaalduur 8 2 = ca. 2 min. | ||
| Overnametijd ? 2 = gemiddeld |
Pagina 22
Basisinstellingen wijzigen
Voorbeeld: tijdsweergave uit
U wilt de basisinstellingen
Corrigieren
Er mag geen functie zijn ingesteld.
- 1. De toets Tijd 6 en de toets + gelijktijdig indrukken, tot er een1 verschijnt. Dit is de basisinstelling tijd op de voorgrond.
- 2. Met de toets + of de toets – de basisinstelling veranderen.
- 3. Met de toets Tijd 6 bevestigen.
Op het display verschijnt een 2 voor de basisinstelling van de signaalduur.
Verander de basisinstelling zoals beschreven in punt 2 en bevestig deze door op de toets Tijd 6 te drukken. Nu kunt u nog de overnametijd wijzigen. Druk tenslotte op de toets Tijd 6.
Bevestig de basisinstelling die u niet wilt veranderen met de toets Tijd 6. De volgende basisinstelling verschijnt.
U kunt de instellingen op elk moment weer wijzigen.
Pagina 23
Kinderslot
De oven blokkeren
Blokkering opheffen
Aanwijzingen
Om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de oven inschakelen, is deze voorzien van een kinderslot.
Toets Sleutel E indrukken, tot het display het symbool E weergeeft. Dit duurt ca. 4 seconden.
Toest Sleutel E indrukken, tot het symbool E verdwijnt.
U kunt de wekker en de tijd ook in geblokkeerde toestand instellen.
Na een stroomuitval is het ingestelde kinderslot opgeheven.
Pagina 24
Onderhoud en reiniging
Gebruik nooit een hogedrukreiniger of een stoomstraalapparaat!
Buitenzijnde apparaat
N.B.
Apparaten met RVS front
Apparaten met aluminium front
Maak het apparaat met water en wat afwasmiddel schoon. Droog het met een zachte doek na.
Scherpe of schurende middelen zijn niet geschikt. Als zo’n middel op de voorzijde terechtkomt, verwijder het dan direct met water.
Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen zoals glas, kunststof en metaal.
Schaduwen op de ruit van de deur, die eruitzien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan.
Gebruik verzorgingsmiddelen voor roestvrijstaal. Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant. Probeer het middel eerst op een kleine plaats uit alvorens het op het gehele oppervlak te gebruiken.
Gebruik een mild schoonmaakmiddel voor ramen. Wrijf met een zachte zeem of een pluisvrije doek van microvezel horizontaal en zonder druk over het oppervlak.
Agressieve schoonmaakmiddelen, krassende sponzen en grove schoonmaakdoeken zijn niet geschikt.
Pagina 25
Oven
Ovenlamp inschakelen
De ovendeur uithangen
Katalytische oppervlakken in de oven reinigen
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes. Ovenreinigingsproducten mag u alleen op de emailvlakken van de oven gebruiken.
Om het reinigen gemakkelijker te maken kunt u de ovenlamp inschakelen en de ovendeur uit de hengsels halen.
Zet de functiekeuzeknop op /.
U kunt de ovendeur heel eenvoudig uithangen.
- 1. De ovendeur helemaal openen.
- 2. De beide blokkeerhendels naar links en rechts overhalen.
- 3. De ovendeur schuin zetten.
Met beide handen links- en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen.
Let er bij verwijderen van de ovendeur op, dat u niet met uw hand in het scharnier komt.
Gevaar voor letsel!
De ovendeur na de reiniging in omgekeerde volgorde weer inbouwen.
De achterwand is voorzien van een laagje zelfreinigend email.
Ze reinigen zich zelf terwijl de oven in gebruik is. Het kan zijn dat grotere spetters pas verdwijnen nadat de oven meerdere malen is gebruikt.
Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger.
Een lichte verkleuring van het email heeft geen invloed op de zelfreiniging.
Pagina 26
De bodem van de oven reinigen
De glazen afscherming van de ovenlamp reinigen
Het grillelement naar beneden klappen
Gebruik warm zeepsop of water met azijn.
Is de bodem sterk vervuild, dan kunt het beste ovenreiniger gebruiken. Gebruik de ovenreiniger uitsluitend in een onverwarmde oven.
Behandel de zelfreinigende oppervlakken hier nooit mee.
Overigens:
Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. Behandel dergelijke verkleuringen niet met harde schuursponsjes of met schurende reinigingsmiddelen.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerdt.
De glazen afscherming kunt u het best reinigen met een afwasmiddel.
Om de oven beter schoon te kunnen maken, klapt u het grillelement naar beneden.
Let op, de oven moet koud zijn. Verbrandingsgevaar!
De beugel op de grill naar voren trekken en maar boven drukken tot hij hoorbaar inklikt.
Het grillelement hierbij vasthouden en naar beneden klappen.
Na de reiniging:
Het grillelement weer naar boven klappen. De beugel naar beneden drukken en het grillelement laten inklikken.
Pagina 27
Reiniging van de ovenruiten
Demontage
U kunt de ovenruiten van de ovendeur afnemen om ze beter te reinigen.
- 1. De ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afdekking boven aan de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de bevestiging links en rechts losmaken. (Afbeelding A).
- 3. De bovenste ruit eruit trekken. (Afbeelding B).
Reinig de ovenruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Pagina 28
Demontage
- 1. Binnendeurruit: aan een zijde met de duimen de clips indrukken en de ruit losmaken, bijv. met behulp van de vleesvork; daarna de andere zijde. (Afbeelding C).
Montage
Montage na het reinigen:
- 1. Binnenruit in de opening plaatsen. Eerst de rechterzijde en dan de andere zijde vastmaken. (Afbeelding D)
- 2. De bovenste ruit weer inschuiven. Zorg ervoor dat het gladde vlak aan de buitenkant zit.
- 3. De afscherming aanbrengen en vastschroeven.
- 4. De ovendeur weer inzetten.
U mag de oven pas gebruiken wanneer de ruiten weer naar behoren zijn aangebracht.
Pagina 29
Frames reinigen
Eruit lichten
De frames kunt u verwijderen om ze te reinigen.
- 1. Druk het frame vooraan naar boven en licht het eruit.
- 2. Trek het frame achteraan naar voren en licht het eruit.
Reinig de frames met afwasmiddel en afwassponsje of met een borstel.
Aanbrengen
De frames passen links en rechts.
De frames niet gedraaid inbouwen, omdat anders de inschuifhoogten niet bij het toebehoren passen.
De welving (a) moet zich bovenaan bevinden.
- 1. Steek het frame er achteraan tot aan de aanslag in.
- 2. Druk het frame naar achteren.
- 3. Steek aan de voorkant het frame er tot aan de aanslag in.
- 4. Druk het frame naar onderen.
Pagina 30
Afdichting De afdichting van de oven maakt u schoon met een afwasmiddel. Gebruik nooit scherpe of schurende schoonmaakmiddelen.
Toebehoren Week de toebehoren direct na gebruik in water met afwasmiddel. Etensresten kunnen dan eenvoudig worden verwijderd met een borstel of een spons.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Neem alstublieft de volgende aanwijzingen in acht voor u de klantentenservice belt:
| Storing | Mogelijke oorzaak Aanwijzing/oplossing |
|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Zekering defect Kijk in de zekeringkast na of de zekering in orde is. |
| De tijdsindicatie knippert. | Stroomuitval Tijd opnieuw instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke gevaren voor u veroorzaken.
Pagina 31
Vervangen van de ovenlamp
Glazen afscherming vervangen
Let op: apparaat stroomloos maken!
Dit doet u door de veiligheidsautomaat te activeren of de zekeringen in de zekeringenkast van uw woning uit te draaien.
- 1. Leg een vaatdoek in de koude oven om beschadiging te voorkomen.
- 2. Verwijder de glazen afscherming. Steek hiertoe en mes o.i.d. tussen het glas en het frame.
- 3. Lamp vervangen.
- Type gloeilamp E 14, 230 – 240 volt, 25 watt, hittebestendig tot 300° C.
- De gloeilamp is verkrijgbaar bij de klantenservice.
Als de glazen afscherming van de oven beschadigd is, dient hij te worden vervangen. U kunt een glazen afscherming verkrijgen via de klantenservice. Vermeld a.u.b. het E-nummer en het FD-nummer van uw apparaat.
Klantenservice
E-nummer en FD-nummer
U kunt het apparaat laten repareren door onze klantenservice. Het adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde servicedienst vindt u in het telefoonboek. Ook de aangegeven servicecentra kunnen u helpen aan een service-adres bij u in de buurt.
Geef wanneer u contact opneemt met de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om in het geval van een storing niet te lang te hoeven zoeken, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat invullen.
E-nr.
Klantenservice
Pagina 32
De verpakking en uw oude apparaat
Tijdens het transport werd uw nieuwe apparaat beschermd door de verpakking. Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en kunnen worden hergebruikt. Wij verzoeken u dan ook de verpakking op een milieuvriendelijke manier op te ruimen.
Oude apparaten zijn geen waardeloze afval. Door ze op een milieuvriendelijke manier op te ruimen kunnen waardevolle grondstoffen worden herwonnen. Maak het apparaat voordat u het wegdoet onbruikbaar of plak er een sticker op met de tekst „Attentie, afval!“
Wilt u weten hoe u het apparaat op de juiste manier kunt afvoeren, vraag dit dan na bij uw vakhandelaar of gemeente.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemmig met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 33
Tabellen en tips
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. U kunt nalezen welke verwamingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht, welke toebehoren erbij te gebruiken zijn en op welke hoogte het dient te worden ingeschoven. U krijgt talrijke tips over het servies en de bereiding en voor het geval er onverhoopt wat mis zou gaan.
Taart, cake en gebak
Bakvormen Tabellen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Bij heldere bakvormen van dun materiaal of voor glazen vormen dient u 3D-hetelucht te gebruiken. Toch is de baktijd langer en wordt het gerecht niet zo gelijkmatig bruin.
Plaats de vorm altijd op het rooster.
De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. Zo spaart u energie. Als u voorverwarmt, verkort dan de opgegeven baktijden met 5 tot 10 minuten.
In de tabellen vindt u voor verschillende taarten, cakes en gebak de optimale verwarmingsmethode.
De temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de aard van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer eerst de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Bijkomende informatie vindt u onder „Tips voor het bakken“ na de tabellen.
Pagina 34
3d-hetelucht ˜ Boven- en onderwarmte/ Soort gebak Inschuif- Temperatuur Tijdsduur Inschuif- Temperatuur hoogte in ° C in minuten hoogte in ° C
| Roerdeeg Plaatkoek met vulling 1 bakplaat 2 bakplaten Gebak in ronde vorm / rechthoekige vorm Vruchtentaartbodem | 1 1 + 3 1 1 | 150 – 160 150 – 160 150 – 160 150 – 160 | 30 – 45 2 35 – 55 – 60 – 75 1 20 – 35 1 | 160 160 160 | – 170 – – 170 – 170 |
| Zandtaartdeeg Plaatkoek met droge vulling, bijv. kruimelgebak 1 bakplaat 2 bakplaten Plaatkoek met vochtige vulling, bijv. slagroom 1 bakplaat Gebak in vorm Vruchtentaartbodem (voorverwarmen) | 1 1 + 3 – 1 1 | 160 – 170 160 – 170 – 160 – 170 160 – 170 | 55 – 70 2 60 – 75 – 70 – 85 2 50 – 90 1 20 – 30 1 | 170 170 170 180 | – 180 – – 180 – 180 – 190 |
| Biscuitdeeg Biscuitrol (voorverwarmen) Vruchtentaartbodem Biscuittaart (6 eieren) Biscuittaart (3 eieren) | 1 1 1 1 | 180 – 190 150 – 160 150 – 160 150 – 160 | 10 – 15 2 20 – 35 1 30 – 45 1 25 – 35 1 | 190 160 160 160 | – 200 – 170 – 170 – 170 |
Pagina 35
3d-hetelucht ˜ Boven- en onderwarmte/ Soort gebak Inschuif- Temperatuur Tijdsduur Inschuif- Temperatuur hoogte in ° C in minuten hoogte in ° C
| Gistdeeg Plaatkoek met droge vulling, bijv. kruimelgebak 1 bakplaat 2 bakplaten Plaatkoek met vochtige vulling, bijv. slagroom 1 bakplaat Gevlochten gistgebak (500 g meel) Gebak in lage vorm Gebak in hoge vorm | 1 1 + 3 – 1 1 1 | 170 – 180 170 – 180 – 160 – 170 160 – 170 160 – 170 | 040 – 060 040 – 060 070 – 090 035 – 050 035 – 045 040 – 050 | 2 – 2 2 1 1 | 170 – 180 – 160 – 170 170 – 180 170 – 180 170 – 180 |
| Klein gebak Schuimgebak Bladerdeeg (voorverwarmen) 1 bakplaat 2 bakplaten Soezendeeg (voorverwarmen) 1 bakplaat 2 bakplaten Roerdeeg (bijv. muffins) 1 bakplaat 2 bakplaten Zandtaartdeeg (bijv. boterkoekjes) 1 bakplaat 2 bakplaten | 1 1 1+3 1 1 + 3 1 1 + 3 1 1 + 3 | 80 – 90 180 – 190 190 – 200 190 – 200 190 – 200 150 – 160 150 – 160 130 – 140 130 – 140 | 130 – 160 020 – 030 020 – 030 025 – 035 025 – 035 025 – 035 025 – 040 015 – 025 015 – 025 | 2 2 – 2 – 2 – 2 – | 80 – 90 200 – 210 – 200 – 210 – 150 – 160 – 140 – 150 – |
| Hartig gebak Pizza (voorverwarmen) 1 bakplaat 2 bakplaten Kruidenbrood (voorverwarmen) Quiche (voorverwarmen) | 1 1 + 3 1 1 | 170 – 180 170 – 180 180 – 190 180 – 190 | 030 – 045 030 – 045 015 – 025 040 – 050 | 2 – 1 1 | 180 – 190 – 200 – 220 200 – 220 |
| Brood (voorverwarmen) Voorbakken Afbakken | 1 1 1 | 200 – 220 200 180 | 10 – 15 010 – 015 040 – 045 | 2 1 1 | 220 – 240 240 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
35
Pagina 36
Bakken op de pizzastand T
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor geëmailleerde bakplaten. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort deeg en de bakvorm.
Aanwijzingen in de tabel over voorverwarmen in acht nemen.
Wij adviseren bij de eerste poging de laagste van de aangegeven temperaturen in te stellen. In het algemeen zorgt de lagere temperatuur voor een meer gelijkmatige bruinering.
Als u volgens eigen recept bakt, kunt u gelijksoortig gebak in de tabel als leidraad nemen.
De gegevens gelden voor plaatsing in een koude oven.
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Temperatuur in ° C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Pizza Kruidenbrood Flan | Bakplaat Bakplaat Flan- of springvorm | 1 1 | 180 – 200 190 – 210 | 20 – 30 20 – 25 |
| Quiche | van blank metaal Flan- of springvorm | 1 | 200 – 210 | 30 – 35 |
| Kwarktaart Hartig Zwitsers gebak Strudel | van blank metaal Springvorm Bakplaat Bakplaat | 1 1 1 1 | 180 – 200 160 – 170 190 – 200 190 – 210 | 30 – 45 60 – 75 35 – 45 35 – 45 |
Pagina 37
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 minuten voor het einde van de in het recept aangegeven baktijd in het hoogste punt van de cake. Als er geen deeg aan het stokje blijft kleven, is hij klaar. |
| De cake zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in. Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| De cake is in het midden gerezen maar lager aan de randen. | Vet de rand van de springvorm niet in. Na het bakken maakt u de cake voorzichtig los met een mes. |
| De cake wordt te donker aan de bovenkant. | Schuif hem dieper in de oven, kies een lagere temperatuur en bak hem wat langer. |
| De cake is te droog. | Prik met een tandenstoker kleine gaatjes in de gare cake. Daarna giet u er vruchtensap of alcoholische drank over. Kies de volgende keer een temperatuur die 10 graden hoger is en maak de baktijd korter. |
| Het brood of de taart (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe en bak het gerecht iets langer op een lagere temperatuur. Bij taarten met een vochtige vulling: bak eerst de bodem voor. Bestrooi hem daarna met amandelen of paneermeel en voeg dan pas de vulling toe. Houd rekening met de recepten en de baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een iets lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger gaar. Bak gevoelig gebak met boven- en onderwarmte t op één niveau. Controleer de inschuifhoogte en de frames (zie de paragraaf ’Frames reinigen’). Bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zó af dat het goed op de bakplaat past. |
| De vruchtentaart is te licht aan de onderkant. Het sap stroomt over. | Gebruik de volgende keer de diepere braadslede. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste bakplaaten. | Gebruik voor het bakken op meer niveaus tegelijk altijd 3D-hetelucht ˜. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet gelijktijdig klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak komt er condenswater vrij. | Tijdens het bakken kan er waterdamp ontstaan. Dit ontsnapt via de handgreep van de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
37
Pagina 38
Vlees, gevogelte, vis
Servies
Aanwijzingen voor het braden
Aanwijzingen voor het circulatiegrillen
U kunt elk soort servies gebruiken dat hittebestendig is. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Zet het servies altijd midden op het rooster.
Heet serviesgoed van glas kunt u het beste op een droge keukendoek. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Het braadresultaat is afhankelijk van het soort en de kwaliteit van het vlees.
Voeg 2 of 3 eetlepels vloeistof toe bij mager vlees en 8 tot 10 eetlepels bij stoofvlees, afhankelijk van de grootte.
Stukken vlees dienen halverwege de bereidingstijd te worden gekeerd.
Wanneer het vlees klaar is, dient u het nog 10 minuten in de uitgeschakelde en gesloten oven te laten staan. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Gebruik het rooster en de braadslede.
Bij circulatiegrillen op het rooster kan afhankelijk van het grillvlees de oven sterker vervuild raken.
Reinig daarom de oven na elk gebruik om te voorkomen dat de vervuiling inbrandt.
Voor bijzonder krokant gevogelte of braadvlees (varkensbraadstuk met zwoerd).
Keer grote stukken vlees na circa de helft van de grilltijd om.
Keer bij grote stukken gevogelte het vlees na ca. tweederde van de grilltijd om. Prik bij eend en gans gaatjes in de huid onder de vleugels, zodat het vet goed kan uitbraden.
Pagina 39
Aanwijzingen voor het vlakgrillen
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Ze moeten minstens 2 tot 3 cm dik zijn. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt. Schuif ook de braadslede op hoogte 1 in de oven. Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
Keer het te grillen vlees na tweederde van de opgegeven tijd.
Het grillelement wordt steeds weer in en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Pagina 40
Braadtabel
De tijden in de tabellen zijn richtwaarden.
Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de toestand van het vlees.
3d-hetelucht ˜
Boven- en onderwarmte/
Braadgerechten Inschuif- Temperatuur Braadtijd Inschuif- Temperatuur hoogte in ° C in minuten hoogte in ° C
| Varkensvlees Braadstuk met zwoerd (bijv. schouderstuk of schenkel) Braadstuk/rollade Casselerrib (1 kg) Varkensfilet Gebraden gehakt (750 g) | 1 1 1 1 1 | 160 – 170 160 – 170 160 – 170 170 – 180 170 – 190 | 100 – 130 90 – 120 70 – 80 30 – 45 60 – 70 | – 1 1 1 1 | – 190 – 210 190 – 210 200 – 230 190 – 210 |
| Rundvlees Filet Rosbief (roze) | 1 1 | 180 – 190 180 – 190 | 45 – 65 30 – 45 | 1 1 | 200 – 220 200 – 220 |
| Kalfsvlees Braadstuk/borst Schenkel | 1 1 | 160 – 170 160 – 170 | 90 – 120 100 – 130 | 1 1 | 180 – 200 190 – 210 |
| Lamsvlees Lamsbout Lamsrug | 1 1 | 180 – 190 160 – 170 | 70 – 110 90 – 120 | 1 1 | 200 – 220 200 – 220 |
| Gevogelte Kip (1 kg) Eend (2 kg) Gans (3 kg) | 1 1 1 | 170 – 180 160 – 170 150 – 160 | 60 – 70 90 – 120 130 – 180 | 1 1 – | 200 – 220 190 – 210 – |
| Wildbraad Reerug Reebraadstuk Varkensbraadstuk/ hertenbraadstuk | 1 1 1 | 160 – 170 160 – 170 160 – 170 | 90 – 120 90 – 120 100 – 120 | 1 1 1 | 200 – 220 190 – 210 190 – 210 |
| Visporties (bijv. forel) | 1 | 160 – 170 | 30 – 40 | 2 | 180 – 200 |
Pagina 41
Grillen
Circulatiegrillen ,
Schuif het rooster en de braadslede altijd samen in de oven.
Bij het grillen is voorzichtigheid geboden. Kinderen altijd uit de buurt houden.
Leg het rooster in de braadslede en schuif ze samen op de dezelfde inschuifhoogte in de oven. Een braadslede met inlegrooster is verkrijgbaar in de speciaalzaak (zie extra toebehoren).
De gegevens in de tabellen zijn richtwaarden. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort grillgerecht en gelden voor plaatsing in de koude oven.
| Grillgerecht | Gewicht | Toebehoren Temperatuur- Inschuif- Grilltijd instelling hoogte |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd | 2 kg | rooster/ braadslede 170 – 190° C 1 120 – 140 min. |
| Rundvlees Rosbief | 1,5 kg | rooster/ braadslede 200 – 220° C 1 045 – 055 min. |
| Gevogelte Halve kip 1 – 3 stuks Hele kip 1 – 2 stuks Eend Gans | ca. 500 g per stuk ca. 1 kg per stuk 2 – 2,5 kg 3 – 3,5 kg | rooster/ 210 – 230° C 1 140 – 150 min. braadslede rooster/ 190 – 210° C 1 145 – 160 min. braadslede rooster/ 150 – 170° C 1 090 – 120 min. braadslede rooster/ 150 – 160° C 1 130 – 180 min. braadslede |
Pagina 42
Vlakgrillen
Gebruik het rooster en de braadslede op hoogte 1 in de oven schuiven.
De gegevens in de tabellen zijn richtwaarden. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort grillgerecht en gelden voor plaatsing in de koude oven.
| Grillgerecht | Grillstand | Inschuifhoogte | Roosterstand | Grilltijd 1e zijde 2e zijde | Opmerkingen | |
| Varkensvlees Filetsteaks (2 – 2,5 cm) Krabbetjes Braadworsten | 2 | 3 3 – 3 | 3 3 3 | 10 – 15 min. 5 – 10 min. 10 – 14 min. 6 – 08 min. 06 – 10 min. 5 – 07 min. | licht insnijden | |
| Rundvlees Filetsteaks Tournedos | 3 3 | 3 3 | 10 – 13 min. 4 – 08 min. 08 – 11 min. 4 – 06 min. | Afhankelijk van de gewenste gaarheid kunt u het vlees korter of langer grillen. | ||
| Vis Kleine vissen | 2 | 2 | 10 – 15 min. 5 – 10 min. | keren | ||
Pagina 43
Tips voor het braden en grillen
| Voor het vleesgewicht staan er geen opgaven in de tabel. | Kies de waarde van het eerstvolgende lagere gewicht en verleng de tijd. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees gaar is? | Gebruik een vleesthermometer (verkrijgbaar in de vakhandel) of voer de „lepeltest“ uit. Druk met een lepel op het vlees. Als het vlees stevig aanvoelt, is het gaar. Als het ingedrukt kan worden, is het nog niet gaar. |
| Het vlees is te donker en de korst is gedeeltelijk aangebrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Gebruik de volgende keer een kleinere braadpan of voeg meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer een grotere braadpan of voeg minder vloeistof toe. |
| Als u vloeistof op het hete gerecht giet, ontstaat er waterdamp. | Gebruik circulatiegrillen in plaats van boven- en onderwarmte. Hierbij wordt de braadjus niet zo sterk verwarmd en er ontstaat minder waterdamp. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Kant-en-klare
diepvriesproducten Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
| Gerecht | Toebehoren Inschuif- Ver- Temperatuur Tijdsduur hoogte warmings- in ° C in minuten methode |
| Pizza (voorverwarmen) Rooster bedekt met dunne bodem met bakpapier 1 T 190 – 210 10 – 20 Pizza (voorverwarmen) Rooster bedekt met dikke bodem met bakpapier 1 T 180 – 200 15 – 25 Aardappelproducten (voorverwarmen) (bijv. patates frites) Braadslede 1 T 200 – 220 15 – 25 Bakproducten (voorverwarmen) Rooster bedekt (bijv. broodjes) met bakpapier 1 T 200 – 220 05 – 15 Strudel (voorverwarmen) Bakplaat 1 T 200 – 220 25 – 45 | |
| N.B. | De braadslede an de bakplaat kan tijdens het bakken van diepvriesgerechten iets kromtrekken. Dit wordt veroorzaakt door de grote temperatuurverschillen. De vervorming verdwijnt al tijdens het bakken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
43
Pagina 44
Ontdooien
Levensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte schaal op het rooster plaatsen.
Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De ontdooitijd is afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen.
| Gerecht | Toebehoren Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C |
|---|---|---|---|
| Gefriergut* groomtaarten, crèmetaarten, taarten met chocolade- of suikerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood, broodjes, cake, koek en ander gebak. | Rooster 1 | e | De temperatuurkeuzeknop blijft uitgeschakeld |
| * Diepvriesproducten afdekken met temperatuurbestendige folie. Gevogelte met de borstzijde op de schaal leggen. | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
Drogen
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat deze goed afdruipen en droog ze af.
Bedek de braadslede en het rooster met bak– of per-
kamentpapier.
| Gerecht | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur ° C | Tijdsduur, uren |
|---|---|---|---|---|
| 600 g appelringen | 1+3 1+3 1+3 1+3 | ˜ ˜ ˜ ˜ | 80 80 80 80 | ca. 5 ca. 8 ca. 8-10 ca. 1¹/2 |
| 800 g stukjes peer | ||||
| 1,5 kg kwetsen of pruimen | ||||
| 200 g panklare keukenkruiden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
N.B.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Pagina 45
Inmaken
Voorbereiden
Zo stelt u in
De glazen potten en de rubberringen moeten schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van dezelfde grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde potten van één liter.
Opgelet! Gebruik geen grotere of hogere glazen potten. De deksels zouden kunnen knappen.
Gebruik alleen gave vruchten en groenten. Was ze grondig.
Doe het fruit of de groente in de glazen potten. De randen eventueel nogmaals afvegen.
Deze moeten schoon zijn. Leg op elke pot een natte rubberring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen.
Plaats de weckflessen in de vorm van een driehoek (zie afb.); hierbij 5 cm afstand tot de achterwand van de oven aanhouden.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer of de inhoud van de potten goed borrelt alvorens om- of uit te schakelen.
- 1. Braadslede op hoogte 1 inschuiven. Zet de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken.
- 2. 1/2 liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- 3. Ovendeur sluiten.
- 4. De functiekeuzeknop op ˜ zetten.
- 5. De temperatuurkeuzeknop op ca. 160 °C zetten.
Pagina 46
| Fruit, Augurken en tomatenpuree | Groente (maar geen komkommers/augurken) | ||
|---|---|---|---|
| 1 | Weckflessen in de oven plaatsen. | 1 | Weckflessen in de oven plaatsen. |
| 2 | Functie ˜ selecteren en de oven instellen op ca. 160° C. | 2 | Functie ˜ selecteren en de oven instellen op ca. 160° C. |
| 3 | De achterste weckfles en de rechter weckfles van de tweede rij parelen het eerst. Weckflessen van ¹/2+1 l parelen na ca. 50 – 60 minuten. Zodra de andere weckflessen beginnen te parelen, de oven uitschakelen. | 3 | De achterste weckfles en de rechter weckfles van de tweede rij parelen het eerst. Weckflessen van ¹/2+1 l parelen na ca. 50 – 60 minuten. Zodra de andere weckflessen beginnen te parelen, verlaagt u de oventemperatuur tot 100° C. |
| 4 | De weckflessen nog enkele minuten in de gesloten oven laten staan. – Frambouen, aardbeien, kersen, augurken: 05 – 10 min. – Ander fruit: 10 – 15 min. – Tomatenpuree, appelmoes: 15 – 20 min. | 4 | De weckflessen vervolgens ca. 60 minuten laten parelen in de gesloten oven. |
| De oven uitschakelen. | |||
| De weckflessen nog ca. 15 – 30 minuten in de gesloten oven laten staan. | |||
Pagina 47
Tips voor het sparen van energie
De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabel van de gebruiksaanwijzing zo is opgegeven.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook twee rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Acrylamide in levensmiddelen
Momenteel is er onder deskundigen een discussie gaande over de vraag hoe schadelijk acrylamide in levensmiddelen is. Op basis van de actuele onderzoeksresultaten hebben wij voor u deze informatie samengesteld.
Hoe ontstaat acrylamide?
Acrylamide komt niet in levensmiddelen door verontreiniging van buitenaf. Het ontstaat veeleer tijdens het bereidingsproces zelf, bij levensmiddelen die koolhydraten en eiwitten bevatten. Hoe dit precies gebeurt is nog niet volledig duidelijk. Het ziet er echter naar uit dat het acrylamidegehalte sterk beïnvloed wordt door
hoge temperaturen een gering vochtgehalte in levensmiddelen het sterk bruinen van de producten.