Siemens HB86P575, tekst van de handleiding
Pagina's 35–41 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 35
Braden en grillen
Bij de tabellen
Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor het braden en grillen" na de tabellen.
Vormen
U kunt elke vorm gebruiken die hittebestendig en geschikt voor de magnetron is. Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
De vorm kan heel heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
Zet hete vormen van glas op een droge keukendoek. Wanneer u deze op een natte of koude ondergrond zet, kan het glas knappen.
Aanwijzingen voor het braden
Gebruik voor het bakken en braden van vlees en gevogelte een hoge vorm.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past. Deze mag niet te groot zijn.
Vlees:
Zorg ervoor dat de bodem van de vorm net met vloeistof bedekt is. Voeg aan stoofvlees wat meer vloeistof toe. Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd. Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Gevogelte:
Keer de stukken vlees na van de bereidingstijd.
Aanwijzingen voor het grillen
Aanwijzingen
- Gril altijd met de ovendeur dicht, zonder voorverwarmen.
- Gebruik zoveel mogelijk stukken van gelijke dikte voor het grillen. Steaks moeten minstens 2 tot 3 cm dik zijn. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Zout de steaks pas na het grillen.
- Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
- Donker vlees, bijv. rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak alleen aan de oppervlakte lichtbruin, maar van binnen gaar en sappig.
- Het grillelement schakelt automatisch uit en weer in. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Aanwijzingen voor het stoven
Gebruik voor het stoven van vis een vorm met deksel.
Doe twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Rundvlees
Aanwijzingen
- Keer het stoofrundvlees na en van de bereidingstijd. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan.
- Runderfilet en rosbief halverwege de bereidingstijd keren. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan.
- Steaks na van de bereidingstijd keren.
- Boven- en onderwarmte
- Grill, groot
| Rundvlees | Toebehoren Hoogte Verwarmings- Temperatuur methode °C, grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster 1 | 190-210 | - | 120-140 | ||
| Gestoofd rundvlees, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster 1 | 180-200 | - | 140-160 | ||
| Gestoofd rundvlees, ca. 2 kg | gesloten vorm, rooster 1 | 170-190 | - | 160-180 | ||
| Runderfilet, medium, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster 1 | 180-200 | 90 W | 30-40 | ||
| Runderfilet, medium, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster 1 | 200-220 | 90 W | 45-55 | ||
| Rosbief medium, ca. 1 kg | open vorm, rooster 1 | 240-260 | 180 W | 30-40 | ||
| Steaks medium, 3 cm dik | Braadslede + 1 Rooster 3 | 3 | - | 1e kant: ca. 10-15 2e kant: ca. 5-10 | ||
| Kalfsvlees Aanwijzing: Kalfsvlees en -schenkel halverwege de bereidingstijd keren. Tot slot nog ca. 10 minuten laten | staan. | ■ 3 Hete lucht ■ 4 Circulatiegrillen | ||||
| Kalfsvlees | Toebehoren | Hoogte | Verwar- Temperatuur °C, mingsme- grillstand thode | Magnetronvermo- Tijdsduur in gen in watt minuten | ||
| Kalfsvlees, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 3 210-220 | 90 W | 60-70 | |
| Kalfsvlees, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 3 200-210 | 90 W | 70-80 | |
| Kalfsvlees, ca. 2 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 3 190-200 | 90 W | 80-100 | |
| Kalfsschenkel, ca. 1,5 kg gesloten vorm, rooster | 1 | 4 190-200 | - | 120-130 | ||
Pagina 36
Varkensvlees
Aanwijzingen
- Keer mager varkensvlees en vlees zonder zwoerd halverwege de bereidingstijd. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan.
- Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Zwoerd insnijden. Het vlees niet keren. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan.
- Varkensfilet en casselerrib niet keren. Tot slot nog ca. 5 minuten laten staan.
Het halsstuk na van de bereidingstijd keren.
- 4 Circulatiegrillen
- Grill, groot
| Varkensvlees | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C, grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk), ca. 750 g | gesloten vorm, rooster | 1 | 4 | 220-240 | 180 W | 40-50 | ||
| Braadstuk met zwoerd (bijv. schouder) ca.1,5 kg | open vorm, rooster | 1 | 4 | 180-200 | - | 150 | ||
| Braadstuk met zwoerd (bijv. schouder) ca. 2 kg | open vorm, rooster | 1 | 4 | 170-190 | - | 180 | ||
| Varkensfilet, ca. 500 g | gesloten vorm, rooster | 1 | 4 | 210-230 | 90 W | 20-25 | ||
| Varkensvlees mager, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 4 | 210-230 | 90 W | 50-60 | ||
| Varkensvlees mager, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 4 | 200-220 | 90 W | 70-80 | ||
| Varkensvlees mager, ca. 2 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 4 | 190-210 | 180 W, 10 min. + 90 W, 75-85 min. | 85-95 | ||
| Casselerrib met been, ca. 1 kg | open vorm, rooster | 1 | - | - | 360 W | 45-50 | ||
| Halsstuk 2 cm dik | Braadslede + Rooster | 1 3 | 2 | - | 1e kant: ca. 15-20 2e kant: ca. 10-15 | |||
| Lams en wildbraad Aanwijzing: Lams- en wildbraad halverwege de bereidingstijd keren. | ■ 4 Circulatiegrillen ■ Boven- en onderwarmte | |||||||
| Lams en wildbraad | Toebehoren | Hoogte | Verwarmings- Temperatuur °C methode | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten | |||
| Lamszadel met been, ca. 1 kg open vorm, Rooster | 1 | 4 | 190-210 | - | 40-50 | |||
| Lamsbout zonder been, medium, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, Rooster | 1 | 180-200 | - | 90-100 | |||
| Reerug met been, ca. 1 | kg gesloten vorm, Rooster | 1 | 210-220 | - | 40-50 | |||
| Reebout zonder been, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, Rooster | 1 | 180-190 | - | 105-120 | |||
| Wild zwijn, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, Rooster | 1 | 200-220 | - | 100-110 | |||
| Hertenvlees, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, Rooster | 1 | 200-220 | - | 90-100 | |||
| Konijn, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, Rooster | 1 | 200-220 | 90 W | 25-35 | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Diversen
Aanwijzingen
- Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan.
- Keer de worstjes na van de bereidingstijd.
- 4 Circulatiegrillen
- Grill, groot
Pagina 37
| Diversen Toebehoren Hoogte Verwar- Temperatuur Magnetronvermo- Tijdsduur in minuten mings- °C, grillstand gen in watt methode | |
|---|---|
| Gehakt van ca. 1 kg vlees open vorm, rooster 1 4 | 170-190 600 W 10m 180 W 4050 min. |
| Worstjes om te grillen, 4 tot Braadslede + 1 6 stuks, à ca. 150 g Rooster 3 | 3 - 1e kant: ca. 10-15 2e kant: ca. 5-10 |
| Gevogelte Aanwijzingen ■ Leg hele kippen, kipfilets en kalkoen met de borstzijde naar onderen. Na van de bereidingstijd keren. ■ Leg de poularde met de borstzijde naar beneden. Na van de bereidingstijd keren en het magnetronvermogen op 180 watt zetten. ■ Leg halve kippen en stukken kip met de kant van het vel naar boven. Niet omdraaien. ■ Eend en gans na en van de bereidingstijd keren. ■ Leg eend- en ganzenborst met de kant van het vel naar onderen. Halverwege de bereidingstijd keren. | ■ Ganzenbouten halverwege de bereidingstijd keren. Gaatjes in het vel prikken. ■ Kalkoenrollade na van de bereidingstijd keren. ■ Leg kalkoenfilet en bouten met de kant van het vel naar beneden. Na van de bereidingstijd keren. ■ 4 Circulatiegrillen ■ Grill, groot ■ 3 Hete lucht ■ Boven- en onderwarmte |
| Gevogelte Toebehoren Hoogte | Verwar- Temperatuur °C, Magnetronvermo- Tijdsduur in mings- grillstand gen in watt minuten methode |
| Kip, heel, ca. 1,2 kg gesloten vorm, rooster 1 | 4 230-250 360 W 25-35 |
| Poularde, heel gesloten vorm, rooster 1 | 4 200-220 360 W 30 180 W 15-25 |
| Kip, gehalveerd, elk 500 g open vorm, rooster 1 | 4 180-200 360 W 30-35 |
| Stukken kip, ca. 800 g open vorm, rooster 1 | 4 190-210 360 W 30-35 |
| Stukken kip, ca. 1,5 kg open vorm, rooster 1 | 4 190-210 360 W 35-40 |
| Kipfilet ca. 500 g open vorm, rooster 1 | 4 190-210 180 W 25-30 |
| Eend, heel, 1,5 tot 1,7 kg Braadslede 1 | 4 170-190 180 W 60-80 |
| Eendenborst, heel, 2 stuks à Rooster + 2 300 tot 400 g Braadslede* 1 | 3 90 W 18-22 |
| Gans, heel, 3 tot 3,5 kg Braadslede 1 | 4 170-190 180 W 80-90 |
| Ganzenborst, 2 stuks Rooster + 2 à 500 g Braadslede* 1 | 4 210-230 90 W 20-25 |
| Ganzenbouten, 4 stuks Rooster + 2 ca. 1,5 kg Braadslede* 1 | 4 170-190 180 W 30-40 |
| Kalkoen, heel, ca. 3 kg Braadslede 1 | 3 170-180 180 W 60-70 |
| Kalkoen, heel, ca. 1,5 kg gesloten vorm, rooster 1 | 4 190-200 180 W 60-70 |
| Kalkoenfilet, ca. 1 kg gesloten vorm, rooster 1 | 200-210 - 80-90 |
| Kalkoenbout, ca. 1,3 kg gesloten vorm, rooster 1 | 4 210-230 360 W 45-50 |
| * 50 ml water in de braadslede doen. Vis Aanwijzingen ■ Leg om te grillen de hele vis, bijv. forel, in het midden van het rooster. ■ Maak hele, gestoofde vis klaar in de zwemhouding. | ■ Grill, klein ■ Grill, groot |
| Vis Toebehoren Hoogte | Verwar- Grillstand Magnetronvermo- Tijdsduur in minu-mings- gen in watt ten methode |
| Vis heel, bijv. forel ca. 300 g, Braadslede + 1 gegrild Rooster* 3 | 2 - 1e kant: ca. 10-15 2e kant: ca. 8-12 |
| Viskotelet, bijv. zalm, 3 cm Braadslede + 1 dik, gegrild Rooster* 3 | 3 - 1e kant: ca. 10-12 2e kant: ca. 8-12 |
| Vissen heel, 2 tot 3 stuks Braadslede + 1 à 300 g, gegrild Rooster* 3 | 2 - 1e kant: ca. 10-15 2e kant: ca. 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
* Het rooster eerst met olie invetten.
37
Pagina 38
| Vis | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, heel ca. 1 kg, gestoofd | gesloten vorm, rooster | 1 | - | 600 W | 10-15 | |
| Vis, heel ca. 1,5 kg, gestoofd | gesloten vorm, rooster | 1 | - | 600 W 360 W | 10-15 5-10 | |
| Vis, heel ca. 2 kg, gestoofd | gesloten vorm, rooster | 1 | - | 600 W 360 W | 15-20 10-15 | |
| Visfilet bijv. zeezalm ca. 800 g, gestoofd | gesloten vorm, rooster | 1 | - | 600 W | 9-14 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
* Het rooster eerst met olie invetten.
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Kies voor kleinere stukken vlees een hogere temperatuur en een kortere bereidingstijd. Kies voor grotere stukken vlees een lagere temperatuur en een langere bereidingstijd. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met de lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Het vlees is niet doorbakken. | Snijd het vlees open. Maak de saus klaar in het braadgerei en leg de plakken vlees in de saus. Bereid het vlees verder alleen met de magnetron. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Aanwijzingen
- De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
- Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een grote, lage vorm. In kleine, hoge vormen hebben de gerechten meer tijd nodig en wordt de bovenkant donkerder.
- Doe de ovenschotel in een vorm die geschikt is voor de magnetron en zet deze op het rooster
- Laat ovenschotels en gegratineerde gerechten nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren.
- Gebruik voor ovenschotels, gegratineerde aardappels en lasagne een 4 tot 5 cm hoge ovenschaal.
- Doe soufflé in portievormen of in een hoge ovenschaal. De binnenruimte voorverwarmen.
- Gegrilde toasts: 4 stuks naast elkaar in het midden van de braadslede leggen. 12 stuks gelijkmatig over de braadslede verdelen.
- 4 Circulatiegrillen
- 3 Hete lucht
- Boven- en onderwarmte
- Grill, klein
- Grill, groot
| Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C, grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, zoet, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, Rooster | 1 | 4 | 140-160 | 360 W | 25-35 |
| Soufflé | open vorm, Rooster | 1 | 3 | 160-180 | - | 40-45 |
| Soufflé in portievormen | Rooster | 1 | 200-210 | - | 12-17 | |
| Noedelsoufflé, ca. 1 kg | open vorm, Rooster | 1 | 4 | 140-160 | 600 W | 20-30 |
| Lasagne, ca. 2 kg | open vorm, Rooster | 2 | 180-200 | 600 W | 20-30 | |
| Gegratineerde aardappels van rauwe ingrediënten, ca. 1,1 kg | open vorm, Rooster | 1 | 4 | 170-190 | 600 W | 20-25 |
| Toast grillen, 4 stuks | Braadslede | 2 | 3 | - | 8-13 | |
| Toast grillen, 12 stuks | Braadslede | 2 | 3 | - | 9-14 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
Kant-en-klaar producten
Aanwijzingen
- Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
- De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
38
- Frites, kroketten en rösti niet op elkaar leggen.
Pagina 39
- Vissticks, kipsticks, nuggets en groenteburgers halverwege de bereidingstijd keren.
- Slagroomtaart zonder toebehoren op de bodem van de oven, hoogte 0, plaatsen.
- Boven- en onderwarmte
- 3 Hete lucht
- 4 Circulatiegrill
| Kant-en-klaar producten | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pizza met dunne bodem | Braadslede | 1 | 210-230 | - | 20-25 | |
| Pizza met dikke bodem | Braadslede | 2 | 200-220 | 90 W | 15-25 | |
| Minipizza | Braadslede | 2 | 210-230 | - | 15-20 | |
| Pizza, stokbrood | Braadslede | 2 | 3 | 180-190 | - | 15-20 |
| Frites | Braadslede | 2 | 220-230 | - | 20-25 | |
| Kroketten | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 25-35 | |
| Rösti, gevulde aardappelflappen | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 25-35 | |
| Broodjes, baguette | Rooster | 2 | 200-220 | - | 15-20 | |
| Zoute krakelingen, niet voorgebakken | Braadslede* | 2 | 190-210 | - | 20-25 | |
| Afbakbroodje of -stokbrood | Rooster | 2 | 3 | 140-150 | - | 12-15 |
| Vissticks | Braadslede | 2 | 4 | 190-210 | 180 W | 10-15 |
| Kipsticks, nuggets | Braadslede | 2 | 4 | 190-210 | 360 W | 15-20 |
| Groenteburgers | Braadslede | 2 | 4 | 200-220 | 180 W | 15-25 |
| Strudel | Braadslede | 2 | 3 | 200-220 | 90 W | 20-25 |
| Lasagne | Rooster | 2 | 200-210 | 180 W | 18-23 | |
| Slagroomtaart | - | 0 | 30 | - | 120-150 | |
| * Bekleed de braadslede met bakpapier. Het bakpapier moet voor deze temperaturen geschikt zijn. | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
Langzaam garen
Langzaam garen, ook wel garen bij lage temperaturen genoemd, is de ideale bereidingsmethode voor alle malse stukken vlees, die rosé of medium gegaard moeten worden. Het vlees blijft heel sappig en wordt boterzacht. U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden.
Langzaam garen instellen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerbord van porselein of glazen vorm met deksel. Plaats de gesloten vorm altijd op het rooster op hoogte 1.
- 1. Langzaam garen kiezen en een temperatuur tussen 70 en 100 °C instellen. De binnenruimte voorverwarmen en daarbij de vorm mee verwarmen.
- 2. Wat vet sterk verhitten in een pan. Het vlees aan alle kanten, ook aan de uiteinden stevig aanbraden en direct op de voorverwarmde vorm leggen.
- 3. De vorm in de binnenruimte plaatsen en opnieuw starten.
Aanwijzingen
- Gebruik alleen vers vlees. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak.
- Voor het langzaam garen zijn alle zachte delen van gevogelte, rund, kalf, varken en lam geschikt. Aanbraad en nagaartijden zijn afhankelijk van de grootte van de vleesstukken.
- Braad het vlees even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden.
- Om te controleren of het vlees gaar is, gebruikt u een braadthermometer. Een kerntemperatuur van 60 °C dient minstens 30 minuten te worden aangehouden.
- U kunt uw vlees ook in een open vorm langzaam garen. De gaartijden worden dan langer.
- Ook grotere stukken vlees hoeft u niet te keren.
- U kunt het vlees na het langzaam garen direct in stukken snijden Het hoeft niet te rusten.
- Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er van binnen altijd rosé uit. Dit betekent niet dat het rauw of minder gaar is.
Langzaam garen
Aanwijzing: Gebruik een vorm met passend deksel, bijv. een glazen schaal.De braadslede op het rooster zetten.
- Langzaam garen
| Langzaam garen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| Gevogelte | |||
| Kalkoenfilet | 1 | 80 | 240-270 |
| Eendenborst zonder vel | 1 | 80 | 110-140 |
| Rundvlees | |||
| Gebraden rundvlees (bijv. heupstuk) | 1 | 80 | 270-300 |
| Runderfilet | 1 | 80 | 150-180 |
| Rosbief | 1 | 80 | 180-220 |
| Rundersteaks, 3 cm dik | 1 | 80 | 70-100 |
Pagina 40
| Langzaam garen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| Kalfsvlees | |||
| Kalfsvlees (bijv. bovenbout) | 1 | 80 | 180-220 |
| Kalfsfilet | 1 | 80 | 80-100 |
| Varkensvlees | |||
| Varkensvlees (bijv. lendestuk) | 1 | 80 | 180-210 |
| Varkensfricandeau | 1 | 80 | 140-170 |
| Lamsvlees | |||
| Lamsfilet | 1 | 80 | 40-70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Tips voor het langzaam garen
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de oven van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
| U wilt langzaam gegaard vlees warmhouden. | Zet na het langzaam garen de temperatuur weer op 70 °C. Kleine stukken vlees kunnen maximaal 45 minuten, grote stukken tot 2 uur worden warmgehouden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Testgerechten
De kwaliteit en de werking van magnetron-combiapparaten worden aan de hand van deze gerechten getest door keuringsdiensten.
Ontdooien met magnetron
Volgens de norm EN 60705, IEC 60705 resp. DIN 44547 en EN 60350 (2009)
Gerecht
Magnetronvermogen watt, tijdsduur in minuten
180 W, 5 min. + 90 W, 1015 min.
N.B.
Pyrexvorm Ø 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. Na ca. 10 minuten ontdooid vlees verwijderen.
Vlees
Garen met de magnetron
| Gerecht | Magnetronvermogen watt, tijdsduur in minuten N.B. |
| Vla | 360 W, 10 min. + 180 W, 20-25 min. Pyrexform op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
| Biscuittaart | 600 W, 8-10 min. Pyrexvorm Ø 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
| Gehakt | 600 W, 20-25 min. Pyrexform op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
- Boven- en onderwarmte
- 4Circulatiegrillen
Garen in combinatie met de magnetron
Gerecht Magnetronvermogen watt, Verwarmingstijdsduur in minuten methode
Gegratineerde aardappels 600 W, 20-25 min. 4
Gebak 180 W, 15-20 min.
Kip* 360 W, 30-35 min. 4
* Plaats het rooster op hoogte 2 en de braadslede op hoogte 1.
| Temperatuur °C | N.B. |
|---|---|
| 170-190 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
| 180-200 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
| 200-220 | Na 15 minuten keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Bakken
Aanwijzingen
- De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
- Bedekte appeltaart: donkere springvormen verspringend naast elkaar plaatsen.
- Boven- en onderwarmte
- 3 Hete lucht
- 3Dhetelucht
- Intensieve warmte
| Vormen | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C | Tijdsduur, minuten | |
|---|---|---|---|---|---|
| Sprits | Braadslede | 2 | 160-180 | 20-30 | |
| Braadslede | 2 | 3 | 150-170 | 20-30 | |
| Braadslede* + Emaillen bakplaat** | 1 3 | 140-150 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
* Bij het bakken op twee niveaus de emaillen bakplaat altijd boven de braadslede inschuiven.
** Emaillen bakplaten kunt u als extra toebehoren kopen in uw speciaalzaak.
Pagina 41
| Vormen | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur °C | Tijdsduur, minuten | |
|---|---|---|---|---|---|
| Small cakes | Braadslede | 2 | 160-180 | 25-35 | |
| Braadslede | 2 | 3 | 140-160 | 25-35 | |
| Small cakes | Braadslede* + Emaillen bakplaat** | 1 3 | 150-170 | 35-45 | |
| Waterbiscuit | Springvorm op het rooster | 1 | 160-170 | 30-40 | |
| Plaatgebak met gist | Braadslede | 2 | 170-190 | 45-55 | |
| Braadslede* + Emaillen bakplaat** | 1 3 | 160-180 | 50-60 | ||
| Appeltaart | 2 springvormen Ø 20 cm op het rooster | 2 | 170-190 | 70-90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
* Bij het bakken op twee niveaus de emaillen bakplaat altijd boven de braadslede inschuiven.
** Emaillen bakplaten kunt u als extra toebehoren kopen in uw speciaalzaak.
Grillen
- Grill, groot
| Gerecht | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Grillstand | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood roosteren | Rooster | 3 | 3 | 1-2 | |
| Beefburger 12 stuks** | Rooster en braadslede | 3 1 | 3 | 30 | |
| * 5 minuten voorverwarmen. ** Halverwege de bereidingstijd keren. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
Acrylamide in levensmiddelen
Om welke gerechten gaat het?
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. aardappelchips, frites, toast, broodjes, brood, fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
|---|---|
| Algemeen | Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken koekjes | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C, met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. Met boven- en onderwarmte max. 190 °C, met 3D-hete lucht of hete lucht max. 170 °C. Ei of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |