Siemens HN978GQB1, tekst van de handleiding
Pagina's 13–24 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 25 →
Pagina 13
Functies nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| Grill, groot | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Grill, klein | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Pizzastand | 30 - 275°C | Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| coolStart- functie | 30 - 275°C | Voor een snelle bereiding van diepvriesproducten zonder voorverwarmen. Kies de temperatuur die de fabrikant aangeeft. Gebruik de hoogste temperatuur die op de verpakking staat aangegeven. | |
| Intensieve warmte | 30 - 300°C | Gerechten met een knapperige bodem bereiden. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen. | |
| Langzaam garen | 70 - 120°C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Drogen | 30 - 130°C | Kruiden, fruit of groente drogen. | |
| Onderwarmte | 30 - 250°C | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Warmhouden | 50 - 100°C | Gerechten die al klaar zijn warmhouden. | |
| Servies voorverwarmen | 30 - 90°C | Servies voorverwarmen. | |
| Air Fry | 30-300 °C | Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites. De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillelementen rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit de binnenruimte getrokken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Stoommethoden
Hier vindt u een overzicht van de stoommethoden en het gebruik ervan.
| Symbool | Verwarmingsmethode met stoom | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| Regenereren | 80 - 180°C | Bordgerechten en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen. Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit. | |
| Deeg laten rijzen | 30 - 50°C | Gistdeeg laten rijzen. Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur in de binnenruimte en de ingestelde temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120°/ 210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het plaatsen van het voedsel bereikt, zodra de opwarmlijn volledig is gevuld en een akoestisch signaal klinkt.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft het display de restwarmte in de binnenruimte weer met symbool . Hoe verder de temperatuur daalt, des te minder is zichtbaar van het symbool. Bij ca. 60°C en lager dooft het symbool helemaal.
5.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
Pagina 14
nl Accessoires
De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal Watt dat door het apparaat wordt gebruikt.
| Magnetronvermogen in watt | Maximale duur in uur | Gebruik |
|---|---|---|
| 90 W | 1:30 | Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 W | 1:30 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 W | 1:30 | Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 W | 1:30 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 800 W "Boost" | 0:30 | Vloeistoffen verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Opmerkingen
Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron "Boost" gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W geredu-
ceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperiode weer beschikbaar.
De magnetronvermogens komen niet overeen met het daadwerkelijke opgenomen vermogen van het apparaat.
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Vormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | Plaatgebak Klein gebak |
| Air Fry & Grillplaat, geëmailleerd met gaatjes | Gerechten knapperig bakken, die doorgaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites. Gerechten grillen. |
| Braadthermometer | Nauwkeurig braden of garen. "Kerntemperatuurmeter", Pagina 25 |
| Schraper voor vitrokeramische kookplaat | Gebruik de schraper voor vitrokeramische kookplaat uitsluitend voor het reinigen van de cameralens. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meegeleverde rooster geschikt.
Pagina 15
Voor het eerste gebruik nl
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht. "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
Plaats het accessoire op de ingeschoven telescooprail.
Rooster of
De accessoire er zo opleggen, dat het accessoire op de achterste aanslag van het uittreksysteem wordt ingelegd.
plaat
Opmerking: Wanneer de telescooprails volledig zijn ingeschoven of uitgeschoven, klikt u deze afhankelijk van het apparaattype in. De telescooprails met een lichte druk uit hun positie halen.
- 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.
bakplaat
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhardheid
Informeer voordat u de eerste inbedrijfstelling uitvoert, bij uw lokale waterbedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater. Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren om te ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan wordt de stoomfunctie beïnvloed en kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken herinneren.
- Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
- Geen gedestilleerd water of andere vloeistoffen gebruiken.
- Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
15
Pagina 16
nl De Bediening in essentie
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
- Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Opmerkingen
Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".
| Instelling | Waterhardheid in mmol/l | Duitse hardheid °dH | Franse hardheid °fH |
|---|---|---|---|
| 0 (onthard) ¹ | - | - | - |
| 1 (zacht) | tot 1,5 | tot 8,4 | tot 15 |
| 2 (gemiddeld) | 1,5-2,5 | 8,4-14 | 15-25 |
| 3 (hard) | 2,5-3,8 | 14-21,3 | 25-38 |
| 4 (zeer hard) ² | hoger dan 3,8 | hoger dan 21,3 | hoger dan 38 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten, moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Opmerking: U kunt de instellingen ook met de Home Connect app uitvoeren. Als je apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
- 1. Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
- 2. Indien nodig de instelling wijzigen.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Home Connect
- Tijd
- Datum
- Waterhardheid
- 3. Ga met naar de volgende instelling.
- 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst. Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op het display dat de eerste ingebruikname is afgesloten.
- 5. Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het eerste verwarmen controleert, de deur van het apparaat een keer openen en sluiten.
7.3 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Schakel het apparaat in met .
- 4. De watertank vullen.
"Watertank vulen", Pagina 20
- 5. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Toevoer van stoom | 03 |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
"De Bediening in essentie", Pagina 16
- 6. In werking stellen.
- Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 7. Schakel het apparaat uit met .
- 8. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 9. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
- 10. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 22
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met . Op het display verschijnt het menu.
1 Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2 Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
16
Pagina 17
De Bediening in essentie nl
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Start de werking met "Start".
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
- 1. Druk op "Stop" om de werking te onderbreken.
- 2. Om de werking voort te zetten, op "Start" drukken.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Veeg op het display naar links of rechts om door de verschillende keuzemogelijkheden te bladeren.
- 2. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of verdere tegels waaruit gekozen kan worden.
- 3. Druk indien gewenst op een andere tegel.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen:
- Over de blauwe instellijn vegen of op de instellijn op de betreffende plek drukken.
- Of druk op en voer de waarde direct in via het numerieke veld dat verschijnt.
- 5. Start de werking met "Start".
- 6. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 30
8.6 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
8.7 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Snel voorverwarmen", Pagina 18
- "Tijdfuncties", Pagina 18
- "Stomen", Pagina 19
- "Magnetron", Pagina 22
- "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 24
- "Kerntemperatuurmeter", Pagina 25
- 4. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarde en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 12
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op "Stop".
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met "Start".
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Wijzig de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
8.8 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Druk op .
Wanneer er informatie aanwezig is wordt deze gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij veel inhoud naar onderen swipen.
- 3. Indien nodig de aanwijzing sluiten met .
8.9 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Pagina 18
nl Snel voorverwarmen
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit". "Basisinstelingen", Pagina 31
- 2. Wijzig de basisinstelling "Tijdsweergave" naar "Aan".
- 3. De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 4. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 17 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 17
- 5. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 18 "Tijdfuncties", Pagina 18
- 6. Stel met "Einde" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 19 "Tijdfuncties", Pagina 18
- 7. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 8. In werking stellen.
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 9. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Intensieve warmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200°C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen".
Op de tegel staat "Aan".
- 3. Start de werking met "Start".
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt er een signaal. Bij "Snel voorverwarmen" staat "Uit".
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op "Snel voorverwarmen".
Op het display verschijnt bij "Snel voorverwarmen" "Uit".
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld.
Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
Pagina 19
Stomen nl
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Overnemen".
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de vooringestelde waarde.
- 3. Druk op "Overnemen".
10.2 Einde instellen
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd via de instellijn verschuiven of direct invoeren via het numerieke veld .
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 3. Start de werking met "Start".
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op "Einde" drukken.
- 3. Wijzig de tijd via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 4. Op "Start" drukken.
Einde annuleren
U kunt de ingestelde tijd altijd wissen.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op "Einde" drukken.
- 3. Reset de tijd met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
- 4. Op "Start" drukken.
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in via het numerieke veld .
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Start" om de timer te starten.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusregel weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk op "Stop".
- 3. De timer wijzigen.
- 4. Druk op "Start".
Timer annuleren
- 1. Druk op de knop .
- 2. De timer met resetten.
- 3. met sluiten
11 Stomen
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voorzichtige manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteuning inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Pagina 20
nl Stomen
11.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het apparaat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
- 1. Druk op .
Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Trek het bedieningspaneel met beide handen naar voren en schuif het vervolgens naar boven, tot het vergrendelt .
- 3. De watertank uit de tankschacht trekken .
- 4. Druk het deksel op de watertank langs de afdichting aan zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Verwijder de afdekking van de watertank.
- 6. Vul het water tot aan de markering "max" in de watertank.
- 7. De afdekking weer in de opening op de watertank plaatsen.
- 8. Plaats de gevulde watertank in het apparaat . Let er daarbij op dat de watertank achter de houders vastklikt.
- 9. Schuif het bedieningspaneel langzaam naar beneden, en druk het vervolgens naar achteren, totdat het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Instelmogelijkheden met stoom
U kunt op verschillende manieren uw gerechten met stoom bereiden.
Toevoer van stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Het gerecht krijgt een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht en mals en verliest slechts weinig volume.
U kunt stomen met de volgende functies combineren: Verwarmingsmethoden Pagina 17
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden "Gerechten", Pagina 27 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 25
Stoomstoot
Met de stoomstoot kunt u af en toe gericht intensieve stoom toevoeren. Vooral brood en broodjes knappen er van op, worden knapperig en krijgen een mooie kleur. Het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte. Al naar gelang de functie kunt u de stoomstoot meerdere malen activeren.
U kunt de stoomstoot bij de volgende functies toevoegen:
Verwarmingsmethoden Pagina 17
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen "Kerntemperatuurmeter", Pagina 25
Opmerking: Gebruik de stoomstoot alleen bij binnenruimtetemperaturen boven de 120°C.
Pagina 21
Stomen nl
11.3 Verwarmingsmethode met stoom instellen
Opmerking
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
Vereiste: De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vulen", Pagina 20
- 1. Druk op "Stomen".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode met stoom.
- 3. Stel de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 4. Druk op "Tijdsduur".
Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
- 5. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "min" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 6. Stel de tijdsduur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 7. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. Stomen Plus, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 9. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 22
Verwarmingsmethode met stoom wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode met stoom, dan worden ook de andere instellingen gereset.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode met stoom.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met "Start".
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Wijzig de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
11.4 Stoomtoevoer instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie. "Instelmogelijkheden met stoom", Pagina 20
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
"Watertank vulen", Pagina 20
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Op "Toevoer van stoom" drukken.
- 4. Druk op de gewenste stoomstand.
| Stoomstand | Toevoer van stoom |
|---|---|
| 1 | gering |
| 2 | gemiddeld |
| 3 | sterk |
| Start de werking met | "Start". |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
5.
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 6. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 7. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 22
Stoomtoevoer wijzigen
U kunt de stoomfunctie altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Druk op de stoomstand.
- 2. Stoomtoevoer wijzigen of deactiveren.
- 3. Druk op "Toepassen".
11.5 Stoomstoot instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie. "Instelmogelijkheden met stoom", Pagina 20
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vulen", Pagina 20
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Op "Stoomstoot" drukken.
- 4. In werking stellen.
- 5. Op het gewenste moment op "Stoomstoot" drukken. Gebruik de stoomstoot pas wanneer het apparaat volledig is opgewarmd.
Het apparaat verwarmt het water.
- 6. Druk opnieuw op "Stoomstoot" wanneer het water is opgewarmd.
Pagina 22
nl Magnetron
Opmerking: Wanneer het snel voorverwarmen is geactiveerd, kan de stoomstoot pas worden gegeven wanneer het snel voorverwarmen is afgerond. De stoomstoot begint en het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte.
Wanneer de stoomstoot is afgerond, wordt de werking voortgezet. Al naar gelang de functie kan de stoomstoot indien gewenst opnieuw worden gestart.
- 7. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 22
Stoomstoot annuleren
U kunt de stoomstoot op elk moment annuleren.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Stoomstoot" .
- 3. Druk op "Toepassen".
De werking wordt zonder stoomstoot voortgezet.
11.6 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking: Na het gebruik met stoom kunnen kalksporen in de binnenruimte achterblijven. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de kalksporen met warm water of een in azijn gedrenkte doek verwijderen. Neem de informatie over de reiniging in acht.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 35
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Open het bedieningspaneel met .
- 2. Haal de watertank uit het apparaat.
- 3. Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- 6. Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- 9. Zet de watertank in het apparaat en sluit het bedieningspaneel.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Opmerking: De lekgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik met stoom.
- Droog de binnenruimte handmatig of gebruik de droogfunctie.
"Droogfunctie", Pagina 39
12 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
12.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 2.
Magnetronbestendig servies
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: Glas
Glaskeramiek
Porselein
Temperatuurbestendige kunststof
Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert.
Meegeleverd rooster
Pagina 23
Magnetron nl
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen bij puur magnetrongebruik vonken vormen en zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de magnetron
Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht.
"Magnetron", Pagina 8
Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal kan bij het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron bijschakelt, dan is naast servies en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het meegeleverde rooster plaatsen.
Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Bakplaat
Air Fry & Grillplaat
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
12.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magnetron genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in warmte omgezet kunnen worden.
Om condens te vermijden, schakelt bij de magnetronvermogens 600 watt en "Boost" het apparaat automatisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze automatische droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstelingen", Pagina 31
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie verkort de bereidingsduur van gerechten.
U kunt de magnetron met de volgende functies combineren:
Verwarmingsmethoden Pagina 17
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein "Gerechten", Pagina 27 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 25 "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 24
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een functie zijn:
90 watt
180 watt
360 watt
12.3 Magnetron instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 7 "Magnetronvermogen", Pagina 13 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
- 1. Druk op " Magnetron".
- Of direct met de toets de magnetron selecteren.
Pagina 24
nl Ventilatiefunctie Knapperig laagje
- 2. Druk op het gewenste magnetronvermogen.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig.
- 4. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "min" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 5. Stel de tijdsduur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Start de werking met "Start".
De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het maximale magnetronvermogen "Boost" geeft het display de vermogensreductie aan.
"Magnetronvermogen", Pagina 13
Wanneer de tijdsduur is verstreken klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basisinstellingen hebt uitgeschakeld en zich in de binnenruimte condens heeft gevormd, dan de binnenruimte drogen.
"Droogfunctie", Pagina 39
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de apparaatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is. "Basisinstelingen", Pagina 31
Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op het magnetronvermogen.
- 2. Wijzig het magnetronvermogen.
- 3. Druk op "Toepassen".
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
12.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 7 "Magnetronvermogen", Pagina 13 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
Vereiste: Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina 23
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. Maak de instellingen bij de functie, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Druk op "Bijgeschakelde magnetron" .
- 4. Druk op het gewenste magnetronvermogen.
- 5. Druk op "Tijdsduur" en stel de tijdsduur in.
- 6. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Druk op het magnetronvermogen.
- 2. Het magnetronvermogen wijzigen of deactiveren.
- 3. Druk op "Toepassen".
13 Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
De ventilatiefunctie "Knapperig laagje" onttrekt vocht uit de binnenruimte, zodat uw gerecht knapperig wordt. De hoeveelheid hete stoom welke kan ontspannen bij het openen van de deur, wordt gereduceerd.
13.1 Geschikte verwarmingsmethoden met ventilatiefunctie
Voor de ventilatiefunctie zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij de volgende verwarmingsmethoden kunt u de ventilatiefunctie gebruiken:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Intensieve warmte
Pizzastand
Circulatiegrillen
13.2 Ventilatiefunctie instellen
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde bijschakelen, ook na aanvang van de werking.
- 1. Stel een geschikte verwarmingsmethode en temperatuur in.
Indien nodig kunt u meer instellingen maken en met de ventilatiefunctie combineren.
De toevoeging van stoom kan niet worden gecombineerd met de ventilatiefunctie.
- 2. Op "Knapperig laagje" drukken.
Op de tegel staat "Aan".
- 3. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen.
Het display geeft de instelwaarden weer.
- 4. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.