naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch CMG6764S1, tekst van de handleiding

Pagina's 14–27 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–13verder op pagina 28 →

Pagina 14

nl Toebehoren

Toebehoren

Bij uw apparaat horen verschillende toebehoren. Hier is krijgt u een overzicht over de meegeleverde toebehoren en de manier waarop ze worden gebruikt.

Meegeleverde toebehoren

Uw apparaat is voorzien van de volgende toebehoren:

Rooster

Voor servies, gebak- en ovenschalen. Voor braad- en grillstukken en diepvriesgerechten.

Het rooster is geschikt voor gebruik met de magnetron.

Braadslede

Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt.

Bakplaat

Voor plaatgebak en klein gebak.

Braadthermometer

Maakt het mogelijk het eindresultaat exact op uw wensen af te stellen.

In het betreffende hoofdstuk kunt u lezen hoe deze te gebruiken.

"Braadthermometer" op pagina 23

--------

Gebruik alleen originele toebehoren. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd.

Toebehoren kunt u nabestellen bij de servicedienst, in de vakhandel of via het internet.

Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. Dit heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld.

Magnetron

Voor gebruik met alleen de magnetron is uitsluitend het meegeleverde rooster geschikt. Door het gebruik van de braadslede of bakplaat kunnen vonken ontstaan.

Bij gebruik in combinatie met de magnetron of de functie Gerechten kunt u ook de braadslede, de bakplaat of andere meegeleverde accessoires gebruiken.

Toebehoren inschuiven

De binnenruimte heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.

Bij de inschuifhoogtes 2 en 3 de toebehoren altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven.

De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken zonder dat ze kantelen. Met de uitschuifrails op hoogte 1 kunt u de toebehoren verder naar buiten trekken.

Let erop dat de toebehoren zich achter het lipje op de uitschuifrails bevinden.

Voorbeeld in de afbeelding: braadslede

D

Aanwijzingen

Vergrendelingsfunctie

De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de toebehoren kantelen wanneer ze worden verwijderd. De toebehoren dienen op de juiste wijze in de binnenruimte te worden geschoven, zodat de kantelbeveiliging goed werkt.

Pagina 15

Toebehoren nl

Let er bij het inschuiven van het rooster op dat de ontgrendelnok zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De tekst “microwave” moet op de voorkant staan en de kromming moet naar beneden wijzen.

D

D

Let er bij het inschuiven van platen op dat de ontgrendelnok zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De schuine kant van de toebehoren moet van voren naar de apparaatdeur wijzen.

Voorbeeld in de afbeelding: braadslede

D

E

D

Extra toebehoren

Extra toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of via het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet. De beschikbaarheid en de mogelijkheid om online te bestellen is per land verschillend. U kunt dit nakijken in uw verkoopdocumenten.

Aanwijzing: Niet alle extra toebehoren passen bij elk apparaat. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

"Servicedienst" op pagina 35

Extra toebehoren

Rooster

Voor servies, gebak en ovenschalen en voor braad- en grillstukken.

Braadslede

Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken.

Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt.

Bakplaat

Voor plaatgebak en klein gebak.

Inzetrooster

Voor vlees, gevogelte en vis.

Om in de braadslede te plaatsen en afdruipend vet en vleesssap op te vangen.

Braadslede met antiaanbaklaag

Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken.

Gebak en vlees laten gemakkelijker los van de braadslede.

Bakplaat met antiaanbaklaag

Voor plaatgebak en klein gebak.

Het gebak laat gemakkelijker los van de bakplaat.

Grote braadpan met inzetrooster

Voor het klaarmaken van grote hoeveelheden.

Deksel voor de grote braadpan

De deksel maakt van de grote braadpan een professionele pan.

Pizzaplaat

Voor pizza's en groot, rond gebak.

Grillplaat

Om te grillen, in plaats van het rooster, of als bescherming tegen spetters. Alleen gebruiken in de braadslede.

Baksteen

Voor zelfgemaakt brood, broodjes en pizza's die een knapperige bodem moeten hebben.

De baksteen moet tot de aanbevolen temperatuur worden voorverwarmd.

Glazen braadpan (5,1 liter)

Voor stoofgerechten en ovenschotels.

Bij uitstek geschikt voor de verwarmingsmethode “Gerechten”.

Glazen schaal

Voor grote braadstukken, vochtig gebak en ovenschotels.

Glazen braadslede

Voor ovenschotels, groentegerechten en gebak.

Decorlijsten

Voor het afdekken van vakbodems van meubels en de grondplaat van het apparaat.

--------

Pagina 16

nl Voor het eerste gebruik

Voor het eerste gebruik

Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren: Reinig daarnaast de binnenruimte en de toebehoren.

Eerste gebruik

Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnen op het display de instellingen voor het eerste gebruik. Het kan enkele seconden duren tot de melding verschijnt.

Aanwijzing: U kunt deze instellingen op elk moment weer in de basisinstellingen wijzigen.

"Basisinstellingen" op pagina 25

Taal instellen

Als eerste verschijnt de taal. De taal “Deutsch” is standaard ingesteld.

Tijd instellen

De tijd start bij “12:00 uur”.

Op het display verschijnt een melding dat het eerste gebruik is afgesloten

Binnenruimte en toebehoren reinigen

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de toebehoren te reinigen.

Binnenruimte reinigen

Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten binnenruimte op.

Let erop dat zich geen verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim, in de binnenruimte bevinden en verwijder zelfklevende tape in of bij de binnenruimte. Neem voor het opwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek. Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.

Voer de opgegeven instellingen uit. In het volgende hoofdstuk kunt u lezen hoe u een verwarmingsmethode en temperatuur instelt. "Apparaat bedienen" op pagina 17

Instellingen
Verwarmingsmethode4D hetelucht
Temperatuurmaximaal
Tijdsduur1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Schakel het apparaat na de opgegeven tijdsduur uit met de toets on/off .

Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, reinigt u de gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje.

Toebehoren reinigen

Reinig de toebehoren grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel.

Pagina 17: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 18

nl Tijdfuncties

Het apparaat begint op te warmen.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat uit met de toets on/off .

Aanwijzing: U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen. "Tijdfuncties" op pagina 18

Wijzigen

Na de start blijft de temperatuur in de focus. Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de temperatuur direct veranderd en overgenomen.

Om de verwarmingstijd te veranderen onderbreekt u eerst het gebruik met de toets start/stop en tipt u op het tekstveld van de verwarmingsmethode. De keuzelijst verschijnt. Tip op de gewenste verwarmingsmethode. Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.

Aanwijzing: Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Snel voorverwarmen

Met de functie Snel voorverwarmen kunt bij enkele verwarmingsmethoden de opwarmtijd verkorten.

Geschikte verwarmingsmethoden voor het snel voorverwarmen zijn:

Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, plaatst u het gerecht en de accessoires pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Instellen

Let erop dat u een geschikte verwarmingsmethode en een ingestelde temperatuur van minstens 100 °C. kiest. Anders kan de functie Snel voorverwarmen niet worden geactiveerd.

Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een signaal en er verschijnt een aanwijzing op het display. In het tekstveld staat “uit”. Plaats het gerecht in de binnenruimte.

Aanwijzing: De functie Tijdsduur start tegelijk met het snel voorverwarmen. Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Afbreken

Om het snel voorverwarmen te beëindigen tipt u opnieuw op het tekstveld “Snel voorverwarmen”. In het tekstveld staat “uit”.

Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties.
TijdfunctieGebruik
• TijdsduurNa afloop van een ingestelde tijdsduur eindigt de werking automatisch.
• EindeVoer een tijdsduur en een gewenste eindtijd in. Het apparaat start automatisch, zodat de werking op het gewenste tijdstip beëindigd is.
• KookwekkerDe kookwekker functioneert als een eierwekker. Hij loopt onafhankelijk van de werking van het apparaat en andere tijdfuncties.Na afloop van de ingestelde tijd schakelt het apparaat niet automatisch in of uit.
U kunt tijdsduur eneinde na het instellen van een

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

functie via de touch-displays oproepen. De kookwekker heeft een eigen veld en kan op elk moment worden ingesteld.

Na afloop van een tijdsduur of wekkertijd klinkt een signaal. U kunt het signaal voortijdig beëindigen door op een veld of touch-display te tippen.

Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u instellen hoelang een signaal klinkt. "Basisinstellingen" op pagina 25

Tijdsduur instellen

U kunt voor uw gerecht op het apparaat de bereidingsduur instellen. Zo wordt de bereidingsduur niet ongewild overschreden en u hoeft andere werkzaamheden niet te onderbreken om het gebruik te beëindigen.

Instellen

Afhankelijk van de richting waarin u de bedieningsring eerst draait, begint de tijdsduur bij een voorgestelde waarde: links 10 minuten, rechts 30 minuten.

De tijdsduur kan tot een uur in stappen van een minuut worden ingesteld, daarna in stappen van 5 minuten.

U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen.

Voorbeeld in de afbeelding: het is 10:00 uur, tijdsduur 45 minuten.

P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Tijdfuncties nl

P V P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Het apparaat begint op te warmen.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

U kunt via het tekstveld “Tijdsduur” opnieuw een tijdsduur instellen of met de toets start/stop de werking voortzetten zonder tijdsduur.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Om de tijdsduur te veranderen tipt u op het tekstveld “Tijdsduur”. De tijdsduur staat in de focus en kan met de bedieningsring worden gewijzigd. De wijziging wordt direct overgenomen.

Wilt u de tijdsduur afbreken, zet hem dan weer helemaal terug op nul. Nadat de wijziging is overgenomen wordt de werking zonder tijdsduur voortgezet.

Einde instellen

U kunt het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt op een later tijdstip zetten. U kunt het gerecht bijv. 's morgens in de binnenruimte plaatsen en zo instellen dat het 's middags klaar is.

Aanwijzingen

Instellen

Het einde van de tijdsduur kan maximaal 23 uur en 59 minuten worden uitgesteld.

Voorbeeld in de afbeelding: het is 10:00 uur, de ingestelde tijdsduur is 45 minuten en het gerecht moet om 12:00 uur klaar zijn.

Op het display staat de berekende eindtijd wit in de focus.

P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Op het display staat het tijdstip waarop het apparaat start.

P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Het apparaat bevindt zich in de wachtstand. Wanneer het apparaat start, loopt op het display de tijdsduur af.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

U kunt via het tekstveld “Tijdsduur” opnieuw een tijdsduur instellen of met de toets start/stop de werking voortzetten zonder tijdsduur.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Na de start kan de eindtijd niet meer veranderd worden.

Wilt u tijdsduur en einde wissen, onderbreek de werking dan met de toets start/stop . U kunt de werking dan zonder tijdsduur en einde voortzetten.

Pagina 20

nl De magnetron

Kookwekker instellen

De wekker loopt parallel met de andere instellingen.U kunt hem op elk moment instellen, ook wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Hij heeft een eigen signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur afgelopen is.

Instellen

De wekkertijd begint altijd bij nul minuten.

Hoe hoger de waarde, des te groter worden de tijdstappen bij het instellen.

U kunt maximaal 24 uur instellen.

Het symbool is rood verlicht. Op het display staat de wekkertijd wit in de focus.

Aanwijzing: Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.

De wekkertijd loopt af.

De wekker blijft zichtbaar op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is: Wanneer het apparaat in werking is, staan de instellingen van de actieve functie op de voorgrond. Wanneer u op het veld tipt, wordt de wekkertijd enkele seconden weergegeven.

Wanneer de wekkertijd beëindigd is, klinkt er een signaal en verschijnt er een aanwijzing op het display. Het symbool is niet meer verlicht.

Tip: Geldt de ingestelde wekkertijd voor de looptijd van het apparaat, gebruik dan de tijdsduur. De tijd is zichtbaar op de voorgrond en het apparaat gaat automatisch uit.

Wijzigen en afbreken

Om de wekkertijd te veranderen tipt u op het veld . De wekkertijd staat wit in de focus en kan met de bedieningsring worden veranderd.

Wilt u de wekkertijd afbreken, zet de wekkertijd dan weer helemaal op terug. Als de verandering is overgenomen is het symbool niet meer verlicht.

De magnetron

Met de magnetron kunt u de gerechten bijzonder snel bereiden, verwarmen of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.

Om de magnetron optimaal te kunnen gebruiken, dient u de aanwijzingen voor de vormen in acht te nemen. Zie ook de opgaven in de toepassingstabellen aan het einde van de gebruiksaanwijzing.

Vormen

Niet alle vormen zijn geschikt voor de magnetron. Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron. Dan worden de gerechten warm en raakt het apparaat niet beschadigd.

Geschikt zijn hittebestendige vormen van glas, glaskeramiek, porselein of temperatuurbestendige kunststof. Deze materialen laten microgolven door. U kunt ook keramiek gebruiken, wanneer dit volledig geglazuurd is en geen barsten vertoont.

U kunt ook servies gebruiken.Zo hoeft u de gerechten niet over te brengen. Gebruik alleen servies met goud- of zilverdecor wanneer de fabrikant garandeert dat het geschikt is voor de magnetron.

Om te bakken en voor gecombineerd gebruik kunt u normale bakvormen van metaal gebruiken. Zo wordt het gebak ook aan de onderkant bruin.

Metalen vormen zijn niet geschikt voor andere toepassingen. Metaal laat geen microgolven door. In gesloten metalen vormen blijven de gerechten koud.

Attentie!

Het ontstaan van vonken: metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm verwijderd zijn van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur. Vonken kunnen de binnenste deurruit aantasten.

Vormtest

Schakel de magnetron nooit in als er geen gerecht in staat. De enige uitzondering hierop is de korte vormtest.

Wanneer u niet zeker weet of een vorm geschikt is voor de magnetron, doet u deze test:

Wordt hij heet of ontstaan er vonken, dan is hij niet geschikt.

Breek de test af.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Pagina 21

De magnetron nl

Meegeleverde accessoires

Voor gebruik met alleen de magnetron is uitsluitend het meegeleverde rooster geschikt. Door het gebruik van de braadslede of bakplaat kunnen vonken ontstaan en de binnenruimte wordt beschadigd.

Bij gebruik in combinatie met de magnetron of de functie Gerechten kunt u ook gebruikmaken van de braadslede, de bakplaat of andere meegeleverde accessoires.

Bij gebruik met de magnetron kunt u de accessoires, indien niet anders aangegeven, het best op hoogte 1 plaatsen.

Magnetronstanden

U kunt m.b.v. diverse standen verschillende magnetronvermogens gebruiken, geschikt voor uiteenlopende soorten gerechten en manieren van bereiden.

Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig. U kunt de voorgestelde tijdsduur overnemen of in het betreffende bereik veranderen.

StandGebruikmaximale tijdsduur
90 Wvoor het ontdooien van kwetsbare gerechten1 uur 30 min.
180 Wvoor het ontdooien en verder bereiden1 uur 30 min.
360 Wvoor het bereiden van vlees en het opwarmen van kwetsbare gerechten1 uur 30 min.
600 Wvoor het opwarmen en bereiden van gerechten1 uur 30 min.
max.voor het verwarmen van vloeistoffen30 min.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

De maximale instelling is alleen voor het verhitten van vloeistoffen bestemd, niet voor het opwarmen van gerechten. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Nadat het apparaat enige tijd is afgekoeld is het volle vermogen weer beschikbaar.

Magnetron instellen

Lees voordat u de magnetron instelt de aanwijzingen over de juiste vormen.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

Op het display staat de tijdsduur wit in de focus.

De tijdsduur loopt af op het display. Bij de magnetron verschijnt de opwarmlijn niet.

Het apparaat start.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.De actuele functie van het apparaat wordt beëindigd. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Aanwijzing: Wanneer u tijdens het gebruik de apparaatdeur opent, wordt de werking stopgezet. Na het sluiten van de deur kunt u weer verder gaan met de toets start/stop .

Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is. "Basisinstellingen" op pagina 25

Om bij de zuivere magnetronfunctie condens te vermijden, schakelt het apparaat bij de standen 600 W en max automatisch een verwarmingselement bij. Binnenruimte en toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.

Aanwijzing: U kunt deze functie in de basisinstellingen uitschakelen. "Basisinstellingen" op pagina 25

Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!

De droogfunctie bij de hoogste standen in de zuivere magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Wijzigen en afbreken

Na de start blijft de tijdsduur in de focus.Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de tijdsduur direct veranderd en overgenomen.

Om het magnetronvermogen te veranderen de werking met de toets start/stop onderbreken. Op het tekstveld van het gewenste vermogen tippen en de werking met de toets start/stop voortzetten. De tijdsduur blijft behouden.

Wanneer u de magnetron wilt afbreken, de werking met de toets start/stop onderbreken en een andere functie kiezen.

CombiSpeed instellen

Bij enkele verwarmingsmethoden kunt u de magnetron erbij inschakelen.

Geschikte verwarmingsmethoden zijn:

Bij CombiSpeed zijn de magnetron-vermogens 90 watt, 180 watt en 360 watt beschikbaar.

Lees voordat u CombiSpeed instelt de informatie over de juiste vormen.

Pagina 22

nl De magnetron

De keuzelijst met de functies verschijnt.

Op het display staat de temperatuur of de stand wit in de focus.

Op het display staat de tijdsduur wit in de focus.

De tijdsduur loopt af op het display.

Het apparaat start.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.De actuele functie van het apparaat wordt beëindigd. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Na de start blijft de temperatuur in de focus. Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de temperatuur of de stand veranderd en overgenomen.

Om de tijdsduur te veranderen op het tekstveld “Tijdsduur” tippen en de wijziging doorvoeren met de bedieningsring. De wijziging wordt direct overgenomen.

Om de verwarmingstijd of het magnetronvermogen te veranderen dient u de werking eerst met de toets start/ stop te onderbreken. Op het tekstveld met de verwarmingsmethode of het gewenste magnetronvermogen tippen en de wijziging doorvoeren.

Aanwijzing: Verandert u de verwarmingsmethode of het magnetronvermogen, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Wilt u CombiSpeed afbreken, onderbreek de werking dan met de toets start/stop en kies een andere functie.

Drogen

U dient de binnenruimte na afloop van het programma droog te maken, zodat er geen vocht achterblijft.

Drogen starten

Tijdens het drogen wordt de binnenruimte verwarmd, zodat er vocht in de binnenruimte verdampt. Open vervolgens de apparaatdeur, zodat de waterdamp uit de binnenruimte verdwijnt.

Attentie!

Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

De tijdsduur wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.

Het drogen wordt gestart en na 10 minuten automatisch beëindigd.

De binnenruimte handmatig schoonmaken

Pagina 23

Braadthermometer nl

Braadthermometer

Met de braadthermometer kunt u het eindresultaat exact op uw wensen afstellen. Hij meet de temperatuur binnen in het gerecht. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, schakelt het apparaat automatisch uit.

Verwarmingsmethoden

Niet alle verwarmingsmethoden zijn geschikt voor gebruik met de braadthermometer.

Wanneer u de braadthermometer in de binnenruimte heeft gestoken staan u de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.

4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Hetelucht Eco
Boven- en onderwarmte Eco
7Circulatiegrillen
Pizzastand

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Aanwijzingen

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken. Gebruik alleen de braadthermometer die bestemd is voor het toestel.

Temperatuur van de binnenruimte

Stel de temperatuur niet hoger in dan 250°C, zodat de braadthermometer niet beschadigd raakt.

De ingestelde temperatuur van de binnenruimte moet minstens 10°C hoger zijn dan de ingestelde kerntemperatuur.

De braadthermometer in het gerecht steken

Steek de braadthermometer in het gerecht voordat u het in de binnenruimte plaatst.

De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat het middelste meetpunt in het gerecht steekt.

Attentie!

Wanneer u ook de magnetron inschakelt, moet de punt van de braadthermometer in het gerecht steken.

Vlees: bij grotere stukken steekt u de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees.

Bij kleinere stukken steekt u hem aan de zijkant in, op de dikste plaats.

Gevogelte: steek de braadthermometer in door de dikste plaats van de borst van het gevogelte tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Draai het gevogelte vervolgens en leg het met de borstzijde naar beneden op het rooster.

Vis: steek de braadthermometer in achter de kop, in de richting van de middelste graten tot de aanslag. Hele vis met behulp van een halve aardappel in de ''zwemstand'' op het rooster plaatsen.

Product keren: Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer goed geplaatst is.

Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen teruggezet en moeten vervolgens opnieuw worden uitgevoerd.

Attentie!

Zorg ervoor dat het snoer van de braadthermometer niet ingeklemd raakt.

Gebruik geen gesloten vormen.

Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.

Pagina 24

nl Braadthermometer

Kerntemperatuur instellen

De braadthermometer moet in de bus links in de binnenruimte zijn gestoken.

Op het display staat de voorgestelde waarde bij de temperatuur van de binnenruimte wit in de focus.

Op het display staat de voorgestelde waarde bij de kerntemperatuur wit in de focus.

De tijd op het display geeft aan hoelang het apparaat al in werking is.

Het apparaat begint op te warmen.

Op het display staat de kerntemperatuur wit in de focus, links de actuele en rechts de ingestelde temperatuur, bijv. “ 15|80°C”. De opwarmlijn geeft ook de kerntemperatuur aan.

Als de ingestelde kerntemperatuur in het product bereikt is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde, bijv. “ 80|80°C”. Het aflopen van de tijd wordt onderbroken.

Schakel het apparaat uit met de toets on/off en neem de thermometer uit de bus.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Binnenruimte, toebehoren en braadthermometer worden zeer heet. Neem hete toebehoren en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.

Wijzigen

Na de start staat de kerntemperatuur in de focus. Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de kerntemperatuur direct veranderd en overgenomen.

Wilt u de temperatuur van de binnenruimte wijzigen, tip dan eerst op het tekstveld “Temperatuur”.

Om de verwarmingstijd te veranderen dient u de werking eerst met de toets start/stop te onderbreken.

Aanwijzing: Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Afbreken

Wilt u het proces afbreken, neem dan de braadthermometer uit de bus en het vlees. Met de toets start/stop kunt u de werking zonder braadthermometer voortzetten.

Kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen

Gebruik geen diepvriesproducten.De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.

Uitgebreide opgaven over de verwarmingsmethode en temperatuur vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 38

Levensmiddelen GevogelteKerntemperatuur in °C
Kip80-85
Kipfilet75-80
Eend80-85
Eendenborst, rosé55-60
Kalkoen80-85
Kalkoenfilet80-85
Gans80-90
Varkensvlees
Varkensnek85-90
Varkensfilet, rosé62-70
Varkensrug, doorbakken72-80
Rundvlees
Rosbief of rundvlees, kort gebakken45-52
Rosbief of runderfilet, rosé55-62
Rosbief of runderfilet, doorbakken65-75
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager75-80
Gebraden kalfsvlees, schouder75-80
Kalfsschenkel85-90
Lamsvlees
Lamsbout, rosé60-65
Lamsbout, doorbakken70-80
Lamsrug, rosé55-60
Vis
Vis, heel65-70
Visfilet60-65
Diversen
Gebraden gehakt, alle vleessoorten80-90
Gerechten opwarmen, regenereren65-75

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Pagina 25

Kinderslot nl

Kinderslot

Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.

Het bedieningsveld wordt geblokkeerd en er kan niets worden ingesteld. Het apparaat kan alleen met de toets on/off worden uitgeschakeld.

Activeren en deactiveren

U kunt het kinderslot activeren of deactiveren terwijl het apparaat uitgeschakeld is.

Druk ca. 4 seconden lang op het veld .

Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.

Wanneer het apparaat ingeschakeld is, is het veld rood verlicht. Is het apparaat uitgeschakeld, dan is het veld niet verlicht.

Basisinstellingen

Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:

Basisinstellingen wijzigen

Het apparaat moet ingeschakeld zijn.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

In de touch-displays verschijnen de instellingen.

Op het display staat de bijbehorende waarde.

Om te bladeren in de instellingen op het tekstveld “Andere instellingen” tippen.

Er wordt gevraagd of de wijzigingen opgeslagen moeten worden.

Op het display verschijnt een melding dat de instellingen zijn opgeslagen.

Afbreken

Wilt u de instellingen niet opslaan, tip dan op het veld menu en vervolgens op het tekstveld “Niet opslaan”. Er verschijnt een melding op het display dat de eerste instellingen niet opgeslagen zijn.Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met de toets on/off uit.

Lijst met basisinstellingen

Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar.

InstellingKeuze
TaalAndere talen mogelijk
TijdTijd in 24 h formaat
FabrieksinstellingenTerugzetten Niet terugzetten*
GeluidssignaalKorte duur (30 sec.) Gemiddelde duur (1 min.)* Gemiddelde duur (5 min.)
GeluidsvolumeSchaal met 5 standen
ToetssignaalIngeschakeld
Uitgeschakeld* (geluid bij on/off
blijft)
Display-helderheid5 standen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

nl Basisinstellingen

TijdsindicatieUit
Digitaal* Analoog
VerlichtingIn gebruik uit In gebruik aan*
Automatisch voortzettenNiet automatisch voortzetten* Bij deur sluiten (Alleen voor de functie Magnetron)
KinderslotAlleen toetsblokkering*
Deurvergendeling en toetsblokkering
Werking na inschakelenHoofdmenu
Verwarmingsmethoden* Magnetron
CombiSpeed
Assist
Waarschuwing Magnetron bakplaatWeergeven* Niet weergeven
NachtverduisteringUitgeschakeld* Ingeschakeld
MerklogoIndicaties*
Niet weergeven.
Magnetron drogenIngeschakeld* Uitgeschakeld
Ventilator-nalooptijdAanbevolen* Minimaal
Sabbatinstelling Ingeschakeld
Uitgeschakeld*
* Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fabrieksinstellingen afwijken)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

--------

Aanwijzing: Wijzigingen aan de instellingen van de taal, het toetssignaal en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere gaan pas in nadat de instellingen zijn opgeslagen.

Stroomuitval

De door u gewijzigde instellingen blijven ook na een stroomuitval behouden.

Alleen de instellingen voor het eerste gebruik moet u bij een langere stroomonderbreking opnieuw uitvoeren. Het apparaat kan een korte stroomonderbreking overbruggen.

Tijd wijzigen

Wilt u de tijd aanpassen, bijv. veranderen van zomer- in wintertijd, wijzig dan de basisinstelling.

Het apparaat moet ingeschakeld zijn.

Op het display de te kiezen functies.

In de touch-displays verschijnen de instellingen.

Op het display verschijnt de tijd.

Op het display verschijnt een melding dat de instellingen zijn opgeslagen.

Pagina 27

Sabbatinstelling nl

Sabbatinstelling

Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen.De gerechten in de oven blijven warm, zonder dat u deze hoeft in of uit te schakelen.

Sabbatinstelling starten

Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling te activeren.

"Basisinstellingen" op pagina 25

Is de basisinstelling aangepast, dan wordt de sabbatinstelling bij de verwarmingsmethoden als laatste weergegeven.

Het apparaat warmt op met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld.

De functie Verwarmingsmethoden moet gekozen zijn. De keuzelijst van de verwarmingsmethoden verschijnt in de touch-displays.

Op het display staat de voorgestelde waarde voor de temperatuur wit in de focus.

Aanwijzing: De eindtijd wordt automatisch berekend maar kan niet worden uitgesteld.

De tijdsduur loopt af op het display.

Het apparaat begint op te warmen.

Wanneer de tijdsduur van de sabbatinstelling beëindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

Schakel het apparaat met de toets on/off uit.

Aanwijzing: Wanneer u de apparaatdeur opent, wordt de werking niet onderbroken.

Wijzigen en afbreken

Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.

Wilt u de sabbatinstelling afbreken, schakel het apparaat dan met de toets on/off uit. Met de toets start/stop kunt u de werking niet meer stopzetten.

Schoonmaakmiddelen

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.

Attentie!

Oppervlakteschade

Gebruik geen

Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.

Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

BereikSchoonmaken
Buitenzijde apparaat
Voorzijde van roestvrij staalWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.
Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
KnststofWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Gelakte oppervlakkenWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
BedieningspaneelWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

← pagina's 3–13verder op pagina 28 →Inhoud