Bosch CMG6764S1, tekst van de handleiding
Pagina's 40–49 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 28–39verder op pagina 50 →
Pagina 40
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Accessoires/vormen Inschuif- Verwar- Temperahoogte mingsme- tuur in °C thode | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 150-160 | - | 45-60 |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat 1 150-160 | - | 35-45 |
| Biscuitrol | Bakplaat 1 190-210* | - | 10-15 |
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede 1 150-160 | - | 50-60 |
| Strudel, zoet | Braadslede 1 170-180 | - | 40-60 |
| Strudel, diepvries | Braadslede 1 190-210 | - | 35-50 |
| Strudel, diepvries | Braadslede 1 200-220 | 90 | 20-25 |
| Klein gebak | |||
| Small cakes | Bakplaat 1 160** | - | 25-35 |
| Small cakes | Bakplaat 1 150** | - | 20-30 |
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 140** | - | 30-40 |
| Muffins | Muffinplaat 1 170-190 | - | 15-30 |
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten 3+1 150-170* | - | 20-30 |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat 1 160-170 | - | 30-40 |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat 2 170-190* | - | 20-45 |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 170-190* | - | 20-45 |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat 1 200-220 | - | 30-45 |
| Plunderdeeggebak | Bakplaat 1 160-180 | - | 20-30 |
| Koekjes | |||
| Sprits | Bakplaat 1 150-160** | - | 20-30 |
| Sprits | Bakplaat 1 140-150** | - | 25-35 |
| Koekjes | Bakplaat 2 140-160 | - | 15-30 |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 130-150 | - | 20-35 |
| Schuimgebak | Bakplaat 2 80-90* | - | 120-150 |
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 80-90* | - | 120-180 |
| Makronen | Bakplaat 2 90-110 | - | 20-40 |
| Makronen, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 90-110 * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | - | 20-40 | |
| Tips voor gebak en klein gebak | |||
| U wilt vaststellen, of het gebak doorgebakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan zit, is het gebak klaar. | de prikker | |
| Het gebak zakt in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Let op de aangegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. | ||
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. | ||
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. | ||
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. | ||
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en verkort de baktijd. | ||
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de toebehoren juist, verhoog dan evt. de temperatuur of aan. | houd een langere baktijd | |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar onder te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Het gebak is aan de bovenkant te Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en verleng de baktijd. donker, maar onder te licht.
Pagina 41
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Het gebak wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op de toebehoren. |
| Het gebak is over het geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verleng evt. de baktijd. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past. Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd 4D-hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is binnen niet goed doorgebakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
Brood en broodjes
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van brood en broodjes. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten. Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse broden en broodjes de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het brood of de broodjes zouden alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Pagina 42
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Grill, klein
| Gerecht Brood | Accessoires | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Wit brood, 750 g | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 200-220* 180-190 | 10-15 25-35 | |
| Gemengd brood, 1,5 kg | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 210-220* 180-190 | 10-15 40-50 | |
| Volkorenbrood, 1 kg | Braadslede | 1 | 210-220* 180-190 | 10-15 40-50 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250-270 | 20-30 | |
| Broodjes | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebakken | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-20 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-180* | 15-25 | |
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160* | 20-30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-20 | |
| Broodjes, diepvries | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebakken | Braadslede | 2 | 200-220 | 15-25 | |
| Pretzels, ongebakken | Rooster | 1 | 220-240 | 15-25 | |
| Croissant, ongebakken | Bakplaat | 1 | 150-170* | 20-35 | |
| Toast | |||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 2 | 3 | 5-15 | |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 2 | 7 | 250 | 5-15 |
| Toast roosteren * voorverwarmen | Rooster | 3 | 3 | 3-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
Pizza, quiche en hartig gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken pizza, quiche en hartig gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken in combinatie met microgolven
Wanneer u in combinatie met microgolven bakt, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
In de combistand kunt u doorgaans normale bakvormen van metaal gebruiken. Als tussen bakvorm en rooster vonken optreden, controleert u of de buitenzijde van de vorm schoon is. Verander de positie van de vorm op het rooster. Als dat niet helpt, bakt u zonder microgolven verder. De bakduur zal daardoor toenemen.
Pagina 43
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Als u vormen van kunststof, keramiek of glas gebruikt, kunt u de baktijden uit de insteltabellen verkorten. Het hartige gebak bruint dan minder sterk aan de onderkant.
Bakken in combinatie met microgolven is slechts op één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik de braadslede bij dik belegde pizza's.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het gerecht zou alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
- • Intensieve warmte
| Gerecht Pizza | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pizza, vers | Bakplaat | 1 | 200-220 | - | 20-30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | - | 35-45 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Pizzaplaat | 1 | 210-230 | - | 20-30 | |
| Pizza, diepvries | Rooster | 1 | 210-230 | - | 10-20 | |
| Pizza, diepvries | ||||||
| Pizza, dunne bodem, 1 stuk | Rooster | 1 | 210-230 | - | 10-20 | |
| Pizza, dunne bodem, 1 stuk | Braadslede | 1 | 210-230 | 90 | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
* voorverwarmen
Pagina 44
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pizza, dunne bodem, 2 stuk | Rooster + bakplaat | 3+1 | 200-220 | - | 15-25 | |
| Pizza, dikke bodem, 1 stuk | Rooster | 1 | 180-200 | - | 20-30 | |
| Pizza, dikke bodem, 1 stuk | Braadslede | 1 | 180-200 | 90 | 15-25 | |
| Pizza, dikke bodem, 2 stuk | Braadslede + rooster | 3+1 | 160-180 | - | 25-35 | |
| Pizza-baguette | Rooster | 1 | 200-220 | - | 20-30 | |
| Pizza-baguette, 2 stuks | Braadslede | 1 | 180-200 | 90 | 10-20 | |
| Mini-pizza's | Bakplaat | 1 | 210-230 | - | 10-20 | |
| Minipizza's, 9 stuks | Braadslede | 1 | 210-230 | 90 | 10-20 | |
| Hartig gebak & quiche | ||||||
| Hartig gebak in vormen | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 170-190 | - | 60-70 | |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 180-200 | 90 | 35-40 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 190-210 | - | 35-55 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 280-300* | - | 8-18 | |
| Pierogi | Ovenschaal | 1 | 190-200 | - | 40-50 | |
| Empanada | Braadslede | 1 | 180-190 | - | 35-45 | |
| Börek * voorverwarmen | Braadslede | 1 | 180-200 | - | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
Ovenschotel en soufflé
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van ovenschotels en soufflé. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bereiding met microgolven
Als u alleen met microgolven of in combinatie met microgolven bereidt, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Neem kant-en-klare voedingsproducten voor het ontdooien uit de verpakking. In magnetronbestendige vormen gaart u sneller en gelijkmatiger.
Inschuifhoogtes
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
U kunt op een niveau in vormen of met de braadslede bakken.
- Vormen op het rooster: hoogte 1
- Braadslede: hoogte 2
Soufflés kunt u ook in waterbad in de braadslede bakken. Plaats hiertoe de braadslede op hoogte 1.
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede
De braadslede er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Vormen
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse ovenschotels en soufflés de optimale verwarmingsmethode.
Temperatuur en bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De ovenschotel of soufflé zou allen van buiten gaar zijn, maar van binnen rauw.
Pagina 45
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Pizzastand
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 1 | 200-220 | - | 35-55 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 1 | 7 | 140-160 | 360 | 20-30 |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 1 | 170-190 | - | 45-60 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 1 | 7 | 140-160 | 360 | 25-35 |
| Lasagne, vers, 1 kg | Ovenschaal | 1 | 160-180 | - | 50-60 | |
| Lasagne, vers, 1 kg | Ovenschaal | 1 | 180-200 | 360 | 20-30 | |
| Lasagne, diepvries, 400 g | Braadslede | 1 | 190-210 | - | 30-40 | |
| Lasagne, diepvries, 400 g | Open vorm | 1 | 200-210 | 180 | 20-25 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 1 | 170-180 | - | 50-65 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 1 | 7 | 170-190 | 360 | 20-25 |
| Soufflé | Ovenschaal | 1 | 160-170* | - | 40-50 | |
| Soufflé * voorverwarmen | Portievormen | 1 | 170-190 | - | 65-75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Gevogelte
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van gevogelte. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor enkele gerechten.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur gericht op de inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort gevogelte tot liter water in de braadslede. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de bakoven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het gevogelte gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/ of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van gevogelte het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gevogelte kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Pagina 46
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Braden in combinatie met microgolven
Gevogelte kunt u bijzonder goed in combinatie met microgolven bereiden. De bereidingstijd wordt hierdoor aanzienlijk verkort.
Anders dan bij het conventionele gebruik, wordt de gaarduur bij het braden in combinatie met microgolven bepaald door het totale gewicht.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabellen zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder microgolven. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
"Braadthermometer" op pagina 23
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor het gevogelte de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor ongevuld, braadklaar gevogelte op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte met voorgesteld gewicht. Wanneer u zwaarder gevogelte wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het gevogelte, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Tips
- Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
- Snij bij eendenborst de huid in. Keer de eendenborst niet.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de huidzijde onder is.
- Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Pizzastand
| Gerecht Kip | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, 1 kg | Open vorm | 1 | 7 | 200-220 | - | 60-70 |
| Kip, 1 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 230-250 | 360 | 25-35 |
| Kipfilet, à 150 g (grillen) | Rooster | 2 | 3* | - | 15-20 | |
| Kipfilet, 2 stuks à 150 g (grillen) | Open vorm | 1 | 7 | 190-210 | 180 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
* 5 min voorverwarmen
Pagina 47
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 2 | 7 | 220-230 | - | 30-35 |
| Kleine kipdelen, 4 stuks à 250 g | Open vorm | 1 | 7 | 190-210 | 360 | 20-30 |
| Kipsticks, nuggets, diepvries | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 10-20 | |
| Kipsticks, nuggets, diepvries, 250 g | Braadslede | 1 | 7 | 190-210 | 360 | 15-20 |
| Poularde, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 200-220 | - | 70-90 |
| Poularde, 1,5 kg | Vorm gesloten | 1 | 7 | 200-220 | 360 180 | 30 15-25 |
| Eend & gans | ||||||
| Eend, 2 kg | Open vorm | 1 | 7 | 180-200 | - | 90-110 |
| Eend, 2 kg | Braadslede | 1 | 7 | 170-190 | 180 | 60-80 |
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 2 | 7 | 230-250 | - | 25-30 |
| Gans, 3 kg | Open vorm | 1 | 7 | 160-170 | - | 120-150 |
| Gans, 3 kg | Open vorm | 1 | 7 | 170-190 | 180 | 80-90 |
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | 7 | 210-230 | - | 40-50 |
| Ganzenbouten, à 350 g | Braadslede | 1 | 170-190 | 180 | 30-40 | |
| Kalkoen | ||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 180-190 | - | 70-90 |
| Kalkoen, 2,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 210-230 | 360 | 45-50 |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg | Gesloten vorm | 1 | 240-260 | - | 80-100 | |
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Open vorm | 1 | 7 | 180-200 | - | 80-100 |
| Kalkoendij, met been, 1 kg * 5 min voorverwarmen | Gesloten vorm | 1 | 7 | 210-230 | 360 | 45-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
| Vlees | Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht |
| Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten. | op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur gericht op de inschuifhoogte eronder. |
| Braden en stoven | Braden en stoven in een vorm |
| Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op. | Het braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de |
| Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst de zwoerd onder is. | binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden. |
| Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven | Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past. |
| liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen. | Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen. |
| Braden op het rooster | Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm |
| Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig. | hoog bedekt zijn. |
| De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort | |
| Giet afhankelijk van de grootte en het type van het stuk vlees tot liter water in de universele braadslede. | vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of |
| Uitdruipend vet en braadsappen worden zo opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de | donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen. |
| binnenruimte schoner. | Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. |
| Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe. |
Pagina 48
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden in combinatie met microgolven
Bepaalde voedingsproducten kunnen in combinatie met microgolven worden bereid. Hierdoor wordt de bereidingstijd aanzienlijk verkort.
Anders dan bij het conventionele gebruik, wordt de gaarduur bij het braden in combinatie met microgolven bepaald door het totale gewicht.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabellen zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder microgolven. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Attentie!
Als u een braadzak gebruikt, sluit deze dan niet af met metalen clips. Gebruik in plaats daarvan keukengaren. Gebruik voor rollades geen metalen spiezen. Hierdoor kan vonkvorming optreden.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats
bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
"Braadthermometer" op pagina 23
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Braadvlees en grillvlees na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor braden, stoven en grillen" na de insteltabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Pagina 49
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gebruikte verwarmingsmethoden: | ■ | 7 Circulatiegrillen |
|---|---|---|
| ■ 4D hetelucht | ■ | • Grill, groot |
| ■ • Boven- en onderwarmte | ■ | • Magnetron |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
| Gerecht Varkensvlees | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 180-200 | - | 120-130 |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 180-200 | 180 | 40-50 |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm | 1 | 7 | 190-200 | - | 130-140 |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 220-230 | - | 70-80 |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 230-240 | 90 | 50-60 |
| Varkenshaas, 400 g | Rooster | 2 | 7 | 220-230 | - | 20-25 |
| Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water) | Gesloten vorm | 1 | 7 | 210-220 | - | 60-80 |
| Casselerrib met been, 1 kg | Open vorm | 1 | - | 360 | 40-50 | |
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 3 | 2 | - | 16-20 | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik (5 min. voorverwarmen) | Rooster | 3 | 3* | - | 8-12 | |
| Rundvlees | ||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm | 1 | 7 | 210-220 | - | 40-50 |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Gesloten vorm | 1 | 180-200 | 90 | 30-40 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 200-220 | - | 130-140 |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 220-230 | - | 60-70 |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 240-260 | 180 | 30-40 | |
| Steak, 3 cm dik, medium | Rooster | 2 | 3 | - | 15-20 | |
| Burger, 3-4 cm hoog**** | Rooster | 2 | 3 | - | 20-30 | |
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 160-170 | - | 100-120 |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-210 | 90 | 70-80 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 200-210 | - | 100-110 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 200-220 | 180 90 | 30 30-40 |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 170-190 | - | 50-70 |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Vorm gesloten | 1 | 240-260 | 360 180 | 30 35-40 | |
| Lamszadel met been** | Open vorm | 1 | 7 | 180-190 | - | 40-50 |
| Lamszadel met been** | Open vorm | 1 | 7 | 190-210 | 90 | 30-40 |
| Lamskotelet*** | Rooster | 2 | 3 | - | 12-18 | |
| Worsten | ||||||
| Grillworsten | Rooster | 2 | 3 | - | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
* voorverwarmen
** zonder keren
*** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen
* na 2/3 van de totale tijd keren