Liebherr SUFsg 3501, tekst van de handleiding
Kookplaat · Liebherr · 104 pagina's in het Nederlands · pdf: 112 pagina's, 6,7 MB
Storingen op pagina 94
Pagina 94
Vanaf de titel; het begin van pagina 94 staat in de pdf.
24.5 Probleemoplossing / eenvoudige foutopsporing
Defecten of gebreken brengen de bedrijfsveiligheid van het apparaat in gevaar en kunnen leiden tot gevaar of tot persoonlijk letsel en materiële schade. Stel het apparaat buiten bedrijf bij defecten of gebreken, en neem contact op met de servicedienst van de fabrikant. Wanneer u niet zeker weet of er een defect is, gaat u te werk volgens de onderstaande lijst. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger als u een storing niet duidelijk kunt vaststellen of als er sprake is van een defect.
| Reparaties mogen uitsluitend worden verricht door geschoold personeel dat door de fabrikant is geautoriseerd. Gerepareerde apparaten moeten voldoen aan de voorgeschreven kwaliteitsnorm van de fabrikant. | ||
| Storing | Mogelijke oorzaak | Vereiste acties |
| Algemeen | ||
| Apparaat werkt niet. | Geen stroom. | Controleer of de stekker in het stopcontact zit. |
| Verkeerde bedrijfsspanning. | Controleer of de stekker op de juiste spanning staat (hoofdstuk 4.6). | |
| Apparaatbeveiliging is geactiveerd. | Controleer de zekering en vervang deze indien nodig. Neem bij een nieuwe activering contact op met Service. | |
| Regelaar defect. | Neem contact op met Service. | |
| Alarmmelding 'Deur open' | Deur apparaat open | Sluit de deur van het apparaat |
| Koelvermogen | ||
| Geen koelvermogen na inschakelen van het apparaat. Alarmmelding ' Safety controller' (Bewakingsregelaar) | Ingestelde grenstemperatuur is bereikt. | De instelling van de gewenste temperatuur en van de bewakingsregelaar controleren. Kies zo nodig een geschikte grenswaarde. |
| Externe warmte-inbreng te hoog Regelaar defect Bewakingsregelaar (hoofdstuk 11) defect. Halfgeleiderrelais defect. | Verminder de warmte-inbreng Neem contact op met Service. | |
Pagina 95
| Storing | Mogelijke oorzaak | Vereiste acties |
|---|---|---|
| Koelvermogen (vervolg) | ||
| Apparaat koelt permanent, gewenste waarde wordt niet aangehouden. | Regelaar niet afgesteld of afstelinterval overschreden. | Regelaar kalibreren en afstellen |
| Deurafdichting heeft ijsafzetting | Ontdooi de deurrubbers met een ijskrabber. | |
| Deur gaat erg vaak open. | Deur minder vaak openen | |
| Te veel of te warme lading ingebracht. | Lading voorkoelen en / of in kleine hoeveelheden plaatsen. | |
| Te warme opstellocatie. | Selecteer een koele locatie of neem contact op met de Service. | |
| Defecte deurafdichting. Halfgeleiderrelais defect. | Neem contact op met Service. | |
| Alarmmelding 'Temp. range' (Temperatuurband) | Actuele werkelijke temperatuur buiten de alarmgrens voor bandalarm Defecte interieurtemperatuursensor. Regeling vindt plaats via een bewakingsregelaar-temperatuursensor | Voorlopig verder gebruiken is mogelijk. Controleer de instellingen van de alarmgrens. Verhelp bij andere foutmeldingen de betreffende oorzaak. |
| Alarmmelding 'Inner temp. sensor' (Sensor binnentemperatuur) | Voorlopig verder gebruiken is mogelijk. Neem contact op met Service. | |
| Alarmmelding 'Safety control sensor' (Sensor bewakingsregelaar) | Defecte bewakingsregelaar-temperatuursensor | Voorlopig verder gebruiken is mogelijk. Neem contact op met Service. |
| Temperatuurweergave toont ‘- - - - ‘ of ‘<-<-<’ of ‘>->->’ Wisselende meldingen: 'Inner temp. sensor' (Sensor binnentemperatuur) en 'Safety control sensor' (Sensor bewakingsregelaar) | Defecte interieur-temperatuursensor en bewakingsregelaar-temperatuursensor. Koeling wordt continu ingeschakeld | Neem contact op met Service. |
| Alarmmelding 'Cascade temp. sensor' (Sensor cascadetemperatuur) | Defecte temperatuursensor Pt100. Koelmachine op continubedrijf geschakeld (zie hoofdstuk 14.4.6). | Neem contact op met Service. |
| Alarmmelding 'Condensate temp. sensor' (Sensor condensaattemperatuur) of 'Ambient temp. sensor' (Sensor omgevingstemperatuur) | Defecte temperatuursensor Pt100. | Neem contact op met Service. |
| Geen of te lage koelcapaciteit. | Gewenste waarde niet correct op de regelaar ingesteld. | Stel de gewenste waarde correct in. |
| Omgevingstemperatuur te hoog > 32 °C (3.4). | Kies een koelere locatie. | |
| Externe warmte-inbreng te hoog. Sensor Pt 100 defect. Koelsysteem defect. Relais defect. Compressor niet ingeschakeld. Geen of te weinig koelmiddel. | Verminder de warmte-inbreng Neem contact op met Service. | |
| Alarmmelding 'Continuous operation' (Continue werking) | Koelmachine defect Halfgeleiderrelais defect. Regelaar defect. | Neem contact op met Service. |
Pagina 96
| Storing | Mogelijke oorzaak | Vereiste acties |
|---|---|---|
| Koelvermogen (vervolg) | ||
| Alarmmelding ‘Compressor defective’ (Compressor defect). | Storing koelsysteem. Condensatorventilator defect | Apparaat uitschakelen en Service informeren. |
| Alarmmelding 'Condenser temp.' (Condensatortemperatuur) | Condensatorluchtfilter vervuild. | Condensatorluchtfilter reinigen / vervangen (hoofdstuk 24.2.1) |
| Condensator vervuild. | Condensator reinigen (hoofdstuk24.2.2) | |
| Ventilatiesleuven zijn dicht | Zorg voor vrije luchttoevoer naar het apparaat aan de voor- en onderkant. | |
| Het apparaat staat te dicht bij de wand (dat wil zeggen afstandhouder niet gemonteerd of verbogen) | Installeer / controleer de apparaatafstandhouder (hoofdstuk 4.2). | |
| Te warme opstellocatie. | Selecteer een koele locatie of neem contact op met de Service. | |
| Vochtigheid | ||
| IJsvorming op de binnenwanden | Langere bedrijfstijd. | Apparaat ontdooien (hoofdstuk 24.2.3) |
| Regelaar | ||
| Apparaat werkt niet (donker scherm). | Stroomuitval. Stand-bymodus van het display actief. | Druk op een knop op het display van de regelaar. |
| Hoofdschakelaar uitgeschakeld. | Schakel de hoofdschakelaar in. | |
| Menufuncties niet beschikbaar. | Menufunctie niet beschikbaar op het huidige bevoegdheidniveau. | Meld u aan met de vereiste hogere bevoegdheid. |
| De alarmsituatie kan niet worden opgeheven door het alarm te bevestigen. | De alarm-oorzaak blijft bestaan. | Los de oorzaak van het alarm op. Neem contact op met Service als de alarmstatus aanhoudt. |
| Geen toegang tot regelaar. | Wachtwoord vergeten. | Neem contact op met Service. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)
24.6 Een apparaat retourneren
Het terugsturen van apparaten naar LIEBHERR (voor reparatie of om andere redenen) mag uitsluitend na opheldering en bevestiging door de bevoegde servicevertegenwoordiging van het betreffende land plaatsvinden.
De contactgegevens zijn opgenomen in de brochure LIEBHERR-service (meegeleverd bij elk apparaat) of kunnen online onder home.liebher.com/service worden opgevraagd.
Voorafgaand aan een eventuele retourzending is in alle gevallen een ingevulde verklaring van geen bezwaar ten aanzien van verontreiniging (hoofdstuk 28) vereist.
Pagina 97
25. Afvalverwijdering
25.1 Verwijdering van de transportverpakking
| Verpakkingselement | Materiaal | Afvalverwijdering |
|---|---|---|
| Banden om de buitenverpakking op de pallet te bevestigen | Kunststof | Kunststof-recycling |
| Houten kist (optie) met metalen bouten | Niet-hout (IPPC-standaard) | Hout-recycling |
| Metaal | Metaaltoepassing | |
| Pallet met schuimbekleding | Massief hout (IPPC-standaard) | Hout-recycling |
| PE-schuim | Kunststof-recycling | |
| Buitenverpakking met metalen klemmen | Doos | Papier-recycling |
| Metaal | Metaaltoepassing | |
| Schuimrubber vulling (pallet, bovenafdekking van het apparaat) | PE-schuim | Kunststof-recycling |
| Bovenafdekking van het apparaat met schuimbekleding | Doos | Papier-recycling |
| PE-schuim | Kunststof-recycling | |
| Zak voor gebruiksaanwijzing | PE-folie | Kunststof-recycling |
| Luchtkussenfolie (verpakking optionele accessoires) | PE-folie | Kunststof-recycling |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
Als recycling niet mogelijk is, kunnen alle verpakkingselementen ook met het restafval (huisvuil) worden weggegooid.
25.2 Buiten bedrijf stellen
- Schakel het apparaat uit met de hoofdschakelaar (4) en trek de stekker uit het stopcontact.
- Laat het apparaat ontdooien (hoofdstuk 24.2.3)
- Tijdelijke buitenbedrijfstelling: leef de aanwijzingen voor de geschikte opslag na, hoofdstuk 3.3.
- Definitieve buitenbedrijfstelling: verwijder het apparaat conform hoofdstuk 25.3 25.4.
Leef bij een hernieuwde inbedrijfstelling de betreffende aanwijzingen in hoofdstuk 6.2 na.
25.3 Verwijdering van het apparaat in EU-landen
Deze apparaten zijn geclassificeerd als 'bewakings- en controle-instrumenten' (categorie 9) voor uitsluitend commercieel gebruik, volgens bijlage I van Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA), en mogen NIET worden ingeleverd bij openbare inzamelpunten.
De apparaten en de oplaadbare batterij zijn voorzien van het symbool met de doorgekruiste vuilnisbak op wielen om elektrische en elektronische apparaten aan te duiden die na 13 augustus 2005 in de EU in omloop zijn gebracht en afzonderlijk moeten worden afgevoerd conform Richtlijn 2012/19/EU.
Gebruikte batterijen bevatten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Deze omvatten cadmium (Cd), kwik (Hg) en lood (Pb). Deze stoffen staan aangegeven onder het symbool met de doorgekruiste vuilnisbak op de accu.
Laat het apparaat na gebruik afvoeren volgens Richtlijn 2012/19/EU en de nationale voorschriften, of neem contact op met de verkoper bij wie u het apparaat hebt gekocht, zodat het apparaat overeenkomstig Richtlijn 2012/19/EU en de nationale voorschriften wordt teruggenomen en afgevoerd.
Pagina 98
LET OP
Gevaar op overtreding van het geldende recht bij ondeskundige verwijdering. Niet-naleving van het geldende recht.
∅ Lever de apparaten NIET in bij openbare inzamelpunten.
- Laat het apparaat op vakkundige wijze afvoeren bij een recyclingbedrijf dat is gecertificeerd volgens de nationale bepalingen van Richtlijn 2012/19/EU of
- Voer het product af via de verkoper bij wie het is gekocht. De bij aankoop van het apparaat met de verkoper gesloten overeenkomsten (bijvoorbeeld diens algemene voorwaarden) zijn van toepassing.
- Neem contact op met de servicedienst van de fabrikant als de verkoper het apparaat niet kan terugnemen en afvoeren.
Oude apparaten worden bij recycling volgens richtlijn 2012/19/EU door gecertificeerde bedrijven gesplitst in soortzuivere stoffen. Om gezondheidsrisico's voor het personeel van afvalverwerkingsbedrijven uit te sluiten, moeten de apparaten vrij zijn van giftig, besmettelijk of radioactief materiaal.
De gebruiker van het apparaat is ervoor verantwoordelijk dat het apparaat voorafgaand aan de overdracht aan een afvalverwerkingsbedrijf vrij is van giftig, besmettelijk of radioactief materiaal.
- Reinig het apparaat voorafgaand aan het afvoeren van alle aangebrachte en aanhechtende giftige stoffen.
- Desinfecteer het apparaat van alle infectiebronnen voorafgaand aan de verwijdering. Let op: infectiebronnen bevinden zich eventueel niet uitsluitend in de kuip van het apparaat.
- Als het apparaat niet veilig kan worden vrijgemaakt van giftige stoffen en infectiebronnen, moet het volgens de nationale voorschriften worden afgevoerd als gevaarlijk afval.
- Vul de verklaring van geen bezwaar (hoofdstuk 28) in en voeg deze bij het apparaat.
WAARSCHUWING
Gevaar voor vergiftiging of infectie door verontreiniging van het apparaat met giftig, besmettelijk of radioactief materiaal.
Schade aan de gezondheid.
∅ Apparatuur met aanhechtende giftige stoffen of infectiebronnen mag NOOIT worden gerecycled conform Richtlijn 2012/19/EU.
- Voordat u het apparaat afvoert, moet u het eerst ontdoen van aanhechtende giftige stoffen of infectiebronnen.
- Voer apparaten met niet te verwijderen giftige stoffen of infectiebronnen af volgens de nationale voorschriften als gevaarlijk afval.
Het weggooien van batterijen binnen de EU moet plaatsvinden in overeenstemming met de huidige EU-richtlijnen en de nationale, regionale en gemeentelijke milieubeschermingsvoorschriften.
De gebruikte koelmiddelen R290 (propaan, GWP 3) en R170 (ethaan, GWP 6) zijn ontvlambaar bij omgevingsdruk. Afzuiging is niet verplicht. Zorg ervoor dat de geldende wettelijke vereisten ten aanzien van kwalificatie van het personeel en documentatie worden nageleefd.
Pagina 99
25.4 Verwijdering van het apparaat in niet-EU-landen
LET OP
Gevaar op overtreding van het geldende recht bij ondeskundige verwijdering. Niet-naleving van het geldende recht. Milieuschade.
- Voor de uiteindelijke buitenbedrijfstelling en verwijdering van het apparaat neemt u contact op met de servicedienst van de fabrikant.
- Leef, ter bescherming van het milieu, bij het afvoeren de betreffende publiekrechtelijke voorschriften na.
Het apparaat bevat een oplaadbare, recyclebare accu (12 V, 7,2 Ah). Gebruikte batterijen moeten op de juiste manier worden weggegooid. Zorg ervoor dat de batterij wordt afgevoerd in overeenstemming met de in uw land geldende regelgeving.
De gebruikte koelmiddelen R290 (propaan, GWP 3) en R170 (ethaan, GWP 6) zijn ontvlambaar bij omgevingsdruk. Afzuiging is niet verplicht. Zorg ervoor dat de geldende wettelijke vereisten ten aanzien van kwalificatie van het personeel en documentatie worden nageleefd.
26. Technische beschrijving
26.1 Fabriekskalibratie en -afstelling
De apparatuur is in de fabriek gekalibreerd en afgesteld. Kalibratie en afstelling worden in het QM-systeem van de fabrikant conform DIN EN ISO 9001 door gestandaardiseerde testinstructies beschreven en dienovereenkomstig verricht. De gebruikte testmiddelen zijn onderworpen aan de eveneens in het QMsysteem van de fabrikant conform DIN EN ISO 9001 beschreven prestatieverificatie en worden regelmatig volgens voorschrift gekalibreerd en gecontroleerd.
Herhaalde kalibratie wordt met tussenpozen van 12 maanden aanbevolen.
26.2 Overstroombeveiliging
De apparaten zijn uitgerust met een interne zekering die niet van buitenaf toegankelijk is. Als deze zekering wordt geactiveerd, moet u contact opnemen met een elektricien of de servicedienst van de fabrikant.
Pagina 100: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 101
| Grootte apparaat | SUFsg 3501 | SUFsg 5001 | SUFsg 7001 |
|---|---|---|---|
| Elektrische gegevens SUFsg 3501,001 / SUFsg 5001,001 / SUFsg 7001,001 / SUFsg 7001,H72 (230 V) | SUFsg 5001,H72 / | ||
| IP-beschermingsklasse volgens EN 60529 IP | 20 | 20 | 20 |
| Nominale spanning (+/-10%) bij 50 Hz V netfrequentie | 230 | 230 | 230 |
| Stroomsoort | 1N~ | 1N~ | 1N~ |
| Nominaal vermogen kW | 1,6 | 1,6 | 1,6 |
| Nominale stroom A | 7,0 | 7,0 | 7,0 |
| Nominale stroom, Watergekoelde apparaten A | -- | 8,8 | 8,8 |
| Netaansluitkabel (IEC netstekker) mm | 3000 | 3000 | 3000 |
| Stekker | Veiligheidsstekker | ||
| Overspanningscategorie conform IEC 61010-1 | II | II | II |
| Verontreinigingsgraad conform IEC 61010-1 | 2 | 2 | 2 |
| Interne zekeringsautomaat categorie C 2-polig A | 10 | 10 | 10 |
| Elektrische gegevens SUFsg 3501,137 / SUFsg 5001,137 / SUFsg 7001,137 (115 V) | |||
| IP-beschermingsklasse volgens EN 60529 IP | 20 | 20 | 20 |
| Nominale spanning (+/-10%) bij 60 Hz V netfrequentie | 115 | 115 | 115 |
| Stroomsoort | 1N~ | 1N~ | 1N~ |
| Nominaal vermogen kW | 1,4 | 1,4 | 1,4 |
| Nominale stroom A | 11,7 | 11,7 | 11,7 |
| Netaansluitkabel (IEC netstekker) mm | 3000 | 3000 | 3000 |
| Stekker NEMA | 5-15P | 5-15P | 5-15P |
| Overspanningscategorie conform IEC 61010-1 | II | II | II |
| Verontreinigingsgraad conform IEC 61010-1 | 2 | 2 | 2 |
| Interne zekeringsautomaat categorie C 2-polig A | 15 | 15 | 15 |
| Elektrische gegevens SUFsg 5001,123 / SUFsg 7001,123 (208-230 V) | |||
| IP-beschermingsklasse volgens EN 60529 IP | --- | 20 | 20 |
| Nominale spanning (+/-10%) bij 60 Hz V netfrequentie | --- | 208-230 | 208-230 |
| Stroomsoort | --- | 2~ | 2~ |
| Nominaal vermogen kW | --- | 1,8 | 1,8 |
| Nominale stroom A | --- | 8,2 | 8,2 |
| Netaansluitkabel (IEC koelapparatuurstekker) mm | --- | 3000 | 3000 |
| Stekker NEMA | --- | 6-15P | 6-15P |
| Overspanningscategorie conform IEC 61010-1 | --- | II | II |
| Verontreinigingsgraad conform IEC 61010-1 | --- | 2 | 2 |
| Interne zekeringsautomaat categorie C 2-polig A | --- | 10 | 10 |
Pagina 102
| Grootte apparaat SUFsg SUFsg SUFsg 3501 5001 7001 | |||
|---|---|---|---|
| Milieurelevante gegevens SUFsg 3501,001 / SUFsg 5001,001 / SUFsg 7001,001 / SUFsg 5001,H72 / SUFsg 7001,H72 (230 V) | |||
| Geluidsniveau (gemiddeld) dB (A) | 47 | 47 | 47 |
| Energieverbruik bij gewenste waarde -80 °C kWh/dag en Tu = 20 °C | 7,5 | 7,9 | 8,1 |
| Gemiddelde Warmteafgifte bij gewenste waarde W -80 °C en Tu = 20 °C | 310 | 330 | 340 |
| Inhoud koelmiddel R290 (propaan) kg (koeling eerste niveau, GWP 3) | 0,15 | 0,15 | 0,15 |
| Inhoud koelmiddel R170 (ethaan) kg (koeling tweede niveau, GWP 6) | 0,145 | 0,15 | 0,15 |
| Watergekoeld apparaat: inhoud koelmiddel R290 kg (propaan) (koeling eerste niveau, GWP 3) | --- | 0,15 | 0,15 |
| Watergekoeld apparaat: inhoud koelmiddel R170 kg (ethaan) (koeling tweede niveau, GWP 6) | --- | 0,15 | 0,15 |
| Milieurelevante gegevens SUFsg 3501,137 / SUFsg 5001,137 / SUFsg 7001,137 (115 V) | |||
| Geluidsniveau (gemiddeld) dB (A) | 47 | 47 | 47 |
| Energieverbruik bij gewenste waarde -80 °C kWh/dag en Tu = 20 °C | 7,5 | 7,9 | 8,1 |
| Gemiddelde Warmteafgifte bij gewenste waarde W -80 °C en Tu = 20 °C | 310 | 330 | 340 |
| Inhoud koelmiddel R290 (propaan) kg (koeling eerste niveau, GWP 3) | 0,15 | 0,15 | 0,15 |
| Inhoud koelmiddel R170 (ethaan) kg (koeling tweede niveau, GWP 6) | 0,145 | 0,15 | 0,15 |
| Milieurelevante gegevens SUFsg 5001,123 / SUFsg 7001,123 (208-230 V) | |||
| Geluidsniveau (gemiddeld) dB (A) | --- | 47 | 47 |
| Energieverbruik bij gewenste waarde -80 °C kWh/dag en Tu = 20 °C | --- | 7,9 | 8,1 |
| Gemiddelde Warmteafgifte bij gewenste waarde -80 °C en Tu = 20 °C | --- | 330 | 330 |
| Inhoud koelmiddel R290 (propaan) kg (koeling eerste niveau, GWP 3) | --- | 0,15 | 0,15 |
| Inhoud koelmiddel R170 (ethaan) kg (koeling tweede niveau, GWP 6) | --- | 0,15 | 0,15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
Alle technische gegevens gelden uitsluitend voor onbeladen apparaten in standaarduitvoering bij een omgevingstemperatuur van +22 °C +/- 3 °C en een schommeling van de netspanning van +/- 10%. Indicatie van het geluidsdrukniveau +/- 1 dB(A). De technische gegevens zijn bepaald volgens gestandaardiseerde interne specificaties en DIN 12880:2007.
Alle gegevens zijn voor serie-apparaten kenmerkende gemiddelde waarden. Technische wijzigingen voorbehouden.
Pagina 103
26.4 Uitrusting en opties, accessoires en reserveonderdelen (lade)
Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met originele toebehoren van de fabrikant of met door de fabrikant vrijgegeven toebehoren van andere fabrikanten. De gebruiker draagt het risico bij gebruik van niet-goedgekeurde accessoires.
De fabrikant is uitsluitend verantwoordelijk voor de veiligheidstechnische eigenschappen van het apparaat als onderhoud en reparatie door elektrotechnisch vakpersoneel of door de fabrikant gemachtigd vakkundig personeel worden verricht en wanneer componenten die de veiligheid van het apparaat beïnvloeden, bij uitval worden vervangen door originele reserveonderdelen.
Standaard uitrusting
Microprocessor-apparaatregelaar voor temperatuur Elektronisch storingsdiagnosesysteem met potentiaalvrije alarmuitgang Ethernet-interface naar computercommunicatie USB-interface
Bewakingsregelaar
VIP-technologie (Vacuum Insulation Panel)
Krachtig, energie-efficiënt koelsysteem
Vier compartimenten, twee compartimentdeuren
Drie planken
Drie doorvoeren 28 mm
Aansluitkit voor koelwater (apparaten met waterkoeling) Alarminstallatie met reserveaccu
Spanningsvariant 230 V, 50 Hz
Spanningsvariant 115 V, 60 Hz of 208-230 V, 60 Hz
Opties / accessoires
Set standaard rvs planken, één plank met vier plankdragers Kastgeraamte met zijdelingse toegang, rvs of aluminium, met en zonder cryoboxen Schuiflade-rek, rvs, met en zonder cryoboxen
Cryoboxen met rasterinzetstuk, set 36 stuks
Vergrendelbare beschermklep voor hoofdschakelaar
Aansluitkit voor koelwater (apparaten met waterkoeling)
CO2 noodkoeling
Analoge uitgang voor temperatuur 4-20mA via bus (6-polig) met stekker
Pagina 104
Reserveonderdelen
Apparaatdeurafdichting buiten, silicone
Apparaatdeurafdichting binnen, silicone
Compartimentdeur, standaard
Compartimentdeur met afdichting, schuim (optie)
Standaard rvs plank voor compartiment
Oplaadbare accu 12 V 7,2 Ah
Reserve-condensatorluchtfilter
Zekering 4A / 250V - F - 6,3x32 mm
Zekeringsautomaat categorie C 10 A (voor 230 V apparaten en 208-230 V apparaten) Koelapparatuurstekker EU met 3 m voedingskabel
Koelapparatuurstekker Zwitserland met 3 m voedingskabel
Koelapparatuurstekker VK met 3 m voedingskabel
Apparaatafstandhouder
Compartimentdeuren geïsoleerd SUFsg 5001
Compartimentdeuren geïsoleerd SUFsg 7001
Wieltje vóór (met parkeerrem)
Vergrendelbaar wieltje achter
CO2 noodkoeling, retrofitset, montage door de service van de bevoegde vakhandel, instelbaar van -40 °C tot -70 °C
Pagina's 105–107: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 108
27. EU-conformiteitsverklaring
Het koelmiddelcircuit wordt gecontroleerd op lekkage.
Het apparaat voldoet aan de relevante veiligheidsvoorschriften en aan de EU-richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU en 2011/65/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internetadres: www.liebherr.com
Pagina 1
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing
Ultra-diepvrieskast SUFsg
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u de kast in gebruik neemt
| Model | Bruto inhoud in liter | Spanningsvariant | |
|---|---|---|---|
| SUFsg 3501,001 | 402 | 230 V | |
| SUFsg 5001,001 | 491 | 230 V | |
| SUFsg 7001,001 | 728 | 230 V | |
| SUFsg 5001,123 | 491 | 208-230 V | |
| SUFsg 7001,123 | 728 | 208-230 V | |
| UL apparaten | SUFsg 3501,137 | 402 | 115 V |
| SUFsg 5001,137 | 491 | 115 V | |
| SUFsg 7001,137 | 728 | 115 V | |
| Watergekoelde apparaten | SUFsg 5001,H72 | 491 | 230 V |
| SUFsg 7001,H72 | 728 | 230 V |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 1)
SUFsg 3501 SUFsg 5001 SUFsg 7001
Pagina 2
Inhoudsopgave
1. VEILIGHEID............................................................................................................ 6
1.1 Personeelskwalificatie ......................................................................................................................... 6 1.2 Gebruiksaanwijzing (handleiding) ....................................................................................................... 6 1.3 Wettelijke vermeldingen ...................................................................................................................... 6 1.3.1 IP / Intellectueel eigendom ........................................................................................................ 7 1.4 Structuur van de veiligheidsinstructies ................................................................................................ 7 1.4.1 Waarschuwingsniveaus ............................................................................................................. 7 1.4.2 Gevaarsymbolen ....................................................................................................................... 7 1.4.3 Pictogrammen ........................................................................................................................... 8 1.4.4 Tekststructuur van de veiligheidsinstructie................................................................................ 8 1.5 Positie van de veiligheidssymbolen op het apparaat .......................................................................... 9 1.6 Typeplaatje ........................................................................................................................................ 10 1.7 Algemene veiligheidsvoorschriften voor de opstelling en het gebruik van het apparaat ................. 11 1.8 Beoogd gebruik ................................................................................................................................. 13 1.9 Voorzienbaar verkeerd gebruik ......................................................................................................... 15 1.10 Restgevaren ...................................................................................................................................... 15 1.11 Gebruiksaanwijzing ........................................................................................................................... 17 1.12 Maatregelen voor ongevallenpreventie ............................................................................................. 17
2. BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT ............................................................. 18
2.1 Apparaatoverzicht ............................................................................................................................. 20 2.2 Afsluit- en regelaarbehuizing............................................................................................................. 22 2.2.1 Bediening van het deurslot ...................................................................................................... 22 2.3 Hoofdschakelaar ............................................................................................................................... 23 2.4 Achterkant apparaat .......................................................................................................................... 24 2.5 Deuren ............................................................................................................................................... 25 2.5.1 Buitendeur ............................................................................................................................... 25 2.5.2 Compartimentdeuren ............................................................................................................... 25
3. LEVERINGSOMVANG, TRANSPORT, OPSLAG EN OPSTELLING .................. 26
3.1 Uitpakken, controle, leveringsomvang .............................................................................................. 26 3.2 Aanwijzingen voor veilig transport .................................................................................................... 27 3.2.1 Verplaatsen van de ultra-diepvrieskast binnen een gebouw................................................... 27 3.2.2 Transport buiten een gebouw .................................................................................................. 28 3.3 Opslag ............................................................................................................................................... 29 3.4 Installatielocatie en omgevingscondities ........................................................................................... 29
4. INSTALLATIE EN AANSLUITINGEN .................................................................. 31
4.1 Gebruiksaanwijzing ........................................................................................................................... 31 4.2 Apparaatafstandhouder ..................................................................................................................... 31 4.3 Steunvoeten (alleen SUSsg 3501) .................................................................................................... 31 4.4 In hoogte verstelbare planken ........................................................................................................... 32 4.5 Koelwateraansluitingen voor apparaten met waterkoeling ............................................................... 34 4.5.1 Aansluiting koelwaterafvoer voor waterkoeling ....................................................................... 34 4.5.2 Aansluiting koelwatertoevoer voor waterkoeling ..................................................................... 35 4.5.3 Aansluitkit voor koelwater ........................................................................................................ 35 4.6 Elektrische aansluiting ...................................................................................................................... 37
- 5. FUNCTIONEEL OVERZICHT VAN DE APPARAATREGELAAR ....................... 38
- 5.1 Menustructuur van de regelaar en bevoegdheidsniveaus ................................................................ 39
- 6. INBEDRIJFSTELLING ......................................................................................... 40
- 6.1 Fabrieksinstellingen .......................................................................................................................... 40
- 6.2 Gedrag na inschakelen van het apparaat ......................................................................................... 40
Pagina 3
- 7. GEWENSTE WAARDE VOOR TEMPERATUUR INVOEREN ............................. 41
- 7.1 Handmatige offset instellen ............................................................................................................... 42
- 8. MONSTERS OPSLAAN IN HET APPARAAT ...................................................... 43
- 9. INSTELLING VAN SPECIALE REGELAARFUNCTIES ...................................... 44
10. WACHTWOORD .................................................................................................. 45
10.1 Wachtwoord opvragen ...................................................................................................................... 45 10.2 Wachtwoord invoeren / wijzigen ....................................................................................................... 45 10.2.1 User-wachtwoord invoeren / wijzigen ...................................................................................... 46 10.2.2 Admin-wachtwoord invoeren / wijzigen ................................................................................... 46 10.3 Gedrag tijdens en na stroomuitval en uitschakelen van het apparaat .............................................. 47
- 11. BEWAKINGSREGELAAR (INSTELBARE TEMPERATUURBEWAKING) ......... 47
- 11.1 Bewakingsregelaarmodus instellen .................................................................................................. 48
- 11.2 Bewakingsregelaarwaarde instellen ................................................................................................. 48
- 11.3 Melding en handelwijze bij alarm ...................................................................................................... 49
- 11.4 Controle van de werking ................................................................................................................... 49
- 12. ALGEMENE REGELAARINSTELLINGEN .......................................................... 50
- 12.1 De menutaal van de regelaar selecteren .......................................................................................... 50
- 12.2 Selectie van de temperatuureenheid ................................................................................................ 50
- 12.3 Instelling van de huidige datum ........................................................................................................ 51
- 12.4 De huidige tijd instellen ..................................................................................................................... 52
- 12.5 Functie ‘Language selection at restart’ (Taalkeuze bij opnieuw starten) .......................................... 52
- 12.6 Invoer van het apparaatadres ........................................................................................................... 53
- 12.7 Helderheid display ............................................................................................................................. 53
- 13. DE ALARMGRENS VOOR BANDALARM EN ALARMVERTRAGINGEN
INSTELLEN .......................................................................................................... 54
- 13.1 Wachttijd voor deur-open-alarm instellen ......................................................................................... 54
- 13.2 Wachttijd voor bandalarm instellen ................................................................................................... 54
- 13.3 De alarmgrens voor het bandalarm invoeren.................................................................................... 55
- 14. ALARMFUNCTIES ............................................................................................... 56
14.1 Alarmmeldingen ................................................................................................................................ 56 14.2 Informatiemeldingen .......................................................................................................................... 58 14.3 Het akoestisch alarm (zoemer) in-/uitschakelen ............................................................................... 58 14.4 Maatregelen in geval van alarm ........................................................................................................ 59 14.4.1 Temperatuuralarm van de bewakingsregelaar ........................................................................ 59 14.4.2 Temperatuur-bandalarm (over- en ondertemperatuur) ........................................................... 59 14.4.3 Deur-open-alarm ..................................................................................................................... 60 14.4.4 Alarm stroomuitval ................................................................................................................... 60 14.4.5 Meldingen over het accumanagementsysteem ....................................................................... 61 14.4.6 Meldingen bij uitval van temperatuursensoren ........................................................................ 62 14.4.7 Meldingen CO2 noodkoeling (apparaat met optie CO2 noodkoeling) ...................................... 63 14.5 Potentiaalvrij alarmcontact ................................................................................................................ 64
15. ETHERNET-NETWERKINSTELLINGEN ............................................................. 65
15.1 Weergave van netwerkinstellingen ................................................................................................... 65 15.1.1 MAC-adres weergeven ............................................................................................................ 65 15.1.2 IP-adres weergeven ................................................................................................................ 65 15.1.3 Subnetmasker weergeven ....................................................................................................... 66 15.1.4 Standaard gateway weergeven ............................................................................................... 66 15.1.5 DNS-serveradres weergeven .................................................................................................. 66 15.1.6 Naam DNS-apparaat weergeven ............................................................................................ 67
Verder lezen op pagina 4Inhoud