naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SUFsg 3501, tekst van de handleiding

Pagina's 45–66 van 112 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 22–44verder op pagina 67 →

Pagina 45

10. Wachtwoord

10.1 Wachtwoord opvragen

Om toegang te krijgen tot menu's waarvoor een toegangsbeperking geldt, moet u het bijbehorende wachtwoord invoeren.

Na het oproepen van de betreffende menufunctie met de OK-toets verschijnt het wachtwoordverzoek.

Password

Wachtwoord opvragen.

De linker twee cijfers knipperen. Voer de gewenste cijfers in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Wachtwoord opvragen.

De rechter twee cijfers knipperen. Voer de gewenste cijfers in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Password

Bij het invoeren van een verkeerd wachtwoord verschijnt de melding ’Wachtwoord onjuist’

Weergave ' Wrong password' (Wachtwoord onjuist). Na 3 seconden schakelt de regelaar opnieuw over naar wachtwoordinvoer.

Voer het juiste wachtwoord in.

Wrong password

Na het invoeren van het juiste wachtwoord kunt u de gewenste menufunctie oproepen.

10.2 Wachtwoord invoeren / wijzigen

De wachtwoorden voor de toegangsbevoegdheden 'User' en 'Admin' kunnen in dit menu worden toegewezen en gewijzigd.

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'.

Pagina 46

10.2.1 User-wachtwoord invoeren / wijzigen

Password User

Pad: Gangbare weergave

Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Password User

Wachtwoordinstelling User

De eerste twee cijfers knipperen. Voer de gewenste cijfers in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Wachtwoordinstelling User

De laatste twee cijfers knipperen. Voer de gewenste cijfers in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Password User

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu overschakelen naar de invoer van het Admin-wachtwoord.

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Bewaar het wachtwoord goed. Zonder een correct wachtwoord hebt u geen toegang meer tot de betreffende menufuncties.

10.2.2 Admin-wachtwoord invoeren / wijzigen

Password Admin

Pad: Gangbare weergave

Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Password Admin

Wachtwoordinstelling Admin.

De eerste twee cijfers knipperen. Voer de gewenste cijfers in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Wachtwoordinstelling Admin

De laatste twee cijfers knipperen. Voer de gewenste cijfers in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Password Admin

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Bewaar het wachtwoord goed. Zonder een correct wachtwoord hebt u geen toegang meer tot de betreffende menufuncties.

Pagina 47

10.3 Gedrag tijdens en na stroomuitval en uitschakelen van het apparaat

Tijdens het uitvallen van de netvoeding worden de regelaarfuncties door de accu gevoed. Het regelaarscherm is donker en kan ongeveer 5 seconden worden geactiveerd door een willekeurige knop in te drukken. De koelmachine is buiten bedrijf. De koelfunctie van het apparaat kan door de CO2 noodkoeling (optie, hoofdstuk 19) in stand worden gehouden. Het potentiaalvrije alarmcontact (9) (hoofdstuk 14.4.7) is tijdens de stroomuitval geschakeld.

Na terugkeer van de voedingsspanning of na het inschakelen van het apparaat wordt het bedrijf met de ingestelde parameters voortgezet. Het apparaat regelt de temperatuur tot de laatst ingevoerde gewenste waarde.

Alle instellingen en gewenste waarden blijven tijdens een stroomuitval en na het uitschakelen van het apparaat bewaard.

Reset eventuele alarmen die worden veroorzaakt door een netstoring (bijvoorbeeld een bandalarm of bewakingsregelaar). Zie hoofdstuk 14.

11. Bewakingsregelaar (instelbare temperatuurbewaking)

De ultra-diepvrieskast SUFsg is uitgerust met een elektronische instelbare temperatuurbewaking. Deze wordt ‘bewakingsregelaar’ genoemd. Deze tweede, elektrisch onafhankelijke temperatuurregelaar alarmeert in geval van een storing bij een instelbare maximumtemperatuur. Deze dient ter bescherming van de lading tegen ontoelaatbare overtemperaturen. Deze toestand (alarmtoestand) wordt optisch en bij geactiveerde zoemer (hoofdstuk 14.3) ook door een akoestisch signaal weergegeven. Het alarm blijft actief tot het apparaat onder de ingestelde bewakingsregelaarwaarde afkoelt en op de regelaar wordt teruggesteld. De bewakingsregelaar is onafhankelijk van de temperatuurregelaar.

Leef de voorschriften van uw land na.

Controleer regelmatig de instelling van de bewakingsregelaar. Stel de temperatuurwaarde van de bewakingsregelaar ongeveer 15 °C hoger in dan de gewenste temperatuurwaarde.
De bewakingsregelaar wordt pas actief wanneer de gewenste waarde is bereikt. Aan deze voorwaarde moet na elke opening van de deur opnieuw worden voldaan.
Instellingen van de bewakingsregelaar zijn bij accuvoeding, deuropening, stroomuitval CO2 noodkoeling (optie) zonder functie. Ze worden weer actief na het herstellen van de netvoeding enzovoort en / of het opnieuw opstarten van het apparaat met de hoofdschakelaar (4).
U kunt debewakingsregelaarmodus instellen op ‘Limit’ of ‘Offset’.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)

Deze instelling biedt een hoge mate van veiligheid omdat de ingestelde grenstemperatuur niet kan worden overschreden. Het is belangrijk om de bewakingsregelaarwaarde na elke nieuwe gewenste temperatuur aan te passen. Als u dat niet doet, kan de grenswaarde te hoog zijn om een effectieve bescherming te verkrijgen of, omgekeerd, kan het vermijden dat de regelaar een ingestelde gewenste waarde bereikt wanneer deze buiten de grenswaarde ligt.

Pagina 48

Voorbeeld:

De gewenste temperatuurwaarde is -80 °C, de gewenste bewakingsregelaarwaarde is -65 °C. Mogelijke instellingen voor dit voorbeeld:

Gewenste temperatuurBewakingsregelaarmodusBewakingsregelaarwaarde
-80 °CLimitGrenswaarde -65 °C
OffsetOffsetwaarde 15 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)

11.1 Bewakingsregelaarmodus instellen

Vereiste bevoegdheid: 'User'.

Pad: Gangbare weergave Setpoints Safety controller Mode

Met de optie CO2 noodkoeling:

Pad: Gangbare weergave Setpoints Safety controller Mode

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Bewakingsregelaarmodus instellen

De huidige selectie knippert. Gebruik de pijltjestoetsen om te kiezen tussen LIMI (Limit) en OFFS (Offset).

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Mode

Met de pijl-omlaag-toets komt u bij de instelling van de bewakingsregelaarwaarde (hoofdstuk 11.2) Met de Terug-toets komt u weer in het submenu ‘Safety controller’ (Bewakingsregelaar) en bij meerdere keren indrukken weer in de Gangbare weergave.

11.2 Bewakingsregelaarwaarde instellen

Vereiste bevoegdheid: 'User'.

Eerst moet de gewenste bewakingsregelaarmodus ingesteld zijn (hoofdstuk 11.1). Afhankelijk van de geselecteerde instelling van de modus verschijnt een van de twee volgende instelmenu's.

Safety controller

Pad: Gangbare weergave Setpoints

Met de optie CO2 noodkoeling:

Pad: Gangbare weergave Setpoints

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Limit of Offset

Limit of Offset

Safety controller

Instelling van de bewakingsregelaarwaarde met bewakingsregelaarmodus ‘Limit’.

De huidige waarde knippert. Gebruik de pijltjestoetsen om de gewenste grenswaarde in te voeren. Instelbereik: -20 °C tot -110 °C. Bevestig de invoer met de OK-toets.

Limit Of

Pagina 49

Instelling van de bewakingsregelaarwaarde met bewakingsregelaarmodus ‘Offset’

De huidige waarde knippert. Voer met de pijltjestoetsen de gewenste offsetwaarde in.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Offset

Met de terug-toets komt u weer in het submenu ‘Safety controller’ (Bewakingsregelaar) en bij meerdere keren indrukken weer in de Gangbare weergave.

Controleer regelmatig de instelling van de bewakingsregelaarmodus en de bewakingsregelaarwaarde.

Stel de bewakingsregelaarwaarde circa 15 °C hoger in dan de gewenste temperatuur.

11.3 Melding en handelwijze bij alarm

De alarmtoestand wordt in de gangbare weergave optisch en bij geactiveerde zoemer (hoofdstuk 14.3) bovendien door een akoestisch signaal weergegeven. De oorzaak van het alarm wordt als tekstbericht weergegeven. Het pictogram ‘Algemeen alarm’ licht op. Als het akoestisch alarm is geactiveerd, klinkt de zoemer. Druk op de OK-toets om de zoemer uit te schakelen.

De alarmmelding ‘Safety controller’ (Bewakingsregelaar) en het pictogram ‘Algemeen alarm’ worden op de regelaar weergegeven totdat de OK-toets op de regelaar wordt ingedrukt en de inwendige temperatuur onder de ingestelde bewakingsregelaarwaarde afkoelt.

Gangbare weergave voor het alarm van de bewakingsregelaar (Voorbeeld van waarde)

Safety controller

Let op:

Als de bewakingsregelaar wordt geactiveerd, moet u de samples overbrengen naar een ander apparaat en dan het apparaat van het stroomnet loskoppelen en de oorzaak van de storing door een vakman laten onderzoeken en verhelpen.

11.4 Controle van de werking

Controleer met regelmatige tussenpozen of de bewakingsregelaar naar behoren functioneert. Het is raadzaam deze controle ook bedrijfsmatig door het bevoegde bedieningspersoneel te laten uitvoeren, bijvoorbeeld vóór aanvang van een langer werkproces.

Pagina 50

12. Algemene regelaarinstellingen

De instellingen zijn te vinden in het menu ‘Settings’ (Instellingen). Dit is beschikbaar voor gebruikers met bevoegdheid ‘Service’ of 'Admin’. Hier kunt u de datum en tijd instellen, de taal voor de regelaarmenu's en de gewenste temperatuureenheid selecteren en de communicatiefuncties van de regelaar configureren. Het weergeven van bepaalde netwerkinstellingen is voor alle gebruikers beschikbaar in het menu ‘Chamber info’ (Apparaatinfo).

12.1 De menutaal van de regelaar selecteren

De apparaatregelaar communiceert via een overzichtelijke menubediening in duidelijke tekst in het Duits, Engels, Frans, Spaans, Italiaans.

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'. Direct na het opnieuw starten (hoofdstuk 6): 'User'.

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber Language *

* Direct na herstart: Sprache / Language / Langue / Idioma / Lingua, afhankelijk van de taal die werd gekozen voordat het apparaat werd uitgeschakeld

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Instelling van de menutaal (voorbeeld: Engelsk).

De huidige instelling knippert. Selecteer de gewenste taal met de pijltjestoetsen.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Language

Met de pijl-omlaag-toets (2x) kunt u nu overschakelen naar de instelling van de temperatuureenheid. Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

12.2 Selectie van de temperatuureenheid

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'. Direct na het opnieuw starten (hoofdstuk 6): 'User'.

Temperature unit

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Temperatuureenheid instellen

De huidige instelling knippert. Gebruik de pijltjestoetsen om te kiezen tussen graden Celsius °C en graden Fahrenheit °F.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Temperature unit

Als temperatuureenheid kunnen graden Celsius °C en graden Fahrenheit °F worden ingesteld. Als de eenheid wordt gewijzigd, worden de gewenste temperatuur en de grenzen overeenkomstig omgerekend.

C = graden Celsius F= graden Fahrenheit

0 °C = 31°F 100 °C = 212°F

Omrekening:

[Waarde in °F] = [Waarde in °C] ∗ 1,8 + 32

Pagina 51

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

12.3 Instelling van de huidige datum

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'. Direct na het opnieuw starten (hoofdstuk 6): 'User'.

Pad: Gangbare weergave

Settings Chamber Date

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Date

Date

Date

Date

Datum instellen: Dag

De huidige instelling knippert. Voer de huidige dag in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Datum instellen: Maand

De huidige instelling knippert. Voer de huidige maand in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Datum instellen: Jaar

De linker twee cijfers knipperen. Gebruik de pijltjestoetsen om de eerste twee cijfers voor het huidige jaar in te voeren.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Datum instellen: Jaar

De rechter twee cijfers knipperen. Gebruik de pijltjestoetsen om de laatste twee cijfers voor het huidige jaar in te voeren.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu overschakelen naar de instelling van de actuele tijd.

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Controleer de datum bij de eerste ingebruikname of bij lokale zomertijdomschakelingen, en pas deze indien nodig aan.

LET OP

Storing van de deurbesturing afhankelijk van het tijdstip van de dag. Langere tijd tot de deur weer open gaat.

Pagina 52

12.4 De huidige tijd instellen

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'. Direct na het opnieuw starten (hoofdstuk 6): 'User'.

Time

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Time

Instellen van de tijd: Uren

De huidige instelling knippert. Voer het huidige uur in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Instellen van de tijd: minuten

De huidige instelling knippert. Voer de huidige minuten in met de pijltjestoetsen.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Time

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

LET OP

Storing van de deurbesturing afhankelijk van het tijdstip van de dag. Langere tijd tot de deur weer open gaat.

12.5 Functie ‘Language selection at restart’ (Taalkeuze bij opnieuw starten)

Wanneer de functie ‘Language selection at restart’ (Taalkeuze bij opnieuw starten) is geactiveerd, worden menutaal, datum, tijd en temperatuureenheid iedere keer bij het inschakelen van het apparaat opgevraagd en kunnen ze ook met de bevoegdheid 'User' worden gewijzigd.

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'.

Language selection at restart

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Functie ‘Language selection at restart’ (Taalkeuze bij opnieuw starten) De huidige instelling knippert. Gebruik de pijltjestoetsen om te kiezen tussen ‘ON’ (AAN) en ‘OFF’ (UIT).

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Language sel. at restar

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (apparaatadres) gaan.

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Pagina 53

12.6 Invoer van het apparaatadres

Deze instelling is nodig voor de computercommunicatie. De instelling van het apparaatadres in een gebruikte software en in de apparaatregelaar moet hierbij overeenkomen.

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'.

Chamber address

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Instelling van het apparaatadres

De huidige instelling knippert. Voer het gewenste adres in met de pijltjestoetsen. Instelbereik: 1 tot 254

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Chamber address

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (displayhelderheid) gaan. Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

12.7 Helderheid display

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'.

Brightness

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Helderheid van het display aanpassen

De huidige instelling knippert. Voer de gewenste waarde in met de pijltjestoetsen. Instelbereik: 10% tot 100%

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Brightness

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (akoestisch alarm, hoofdstuk 14.3) gaan. Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Pagina 54

13. De alarmgrens voor bandalarm en alarmvertragingen instellen

Met dit menu kunt u instellen op welke afwijking tussen werkelijke waarde en gewenste waarde een bandalarm moet worden gegenereerd. De ingestelde waarde definieert de grens van de toegestane afwijking van de gewenste waarde (over- en onderschrijding telkens met de ingevoerde waarde). Bij het bereiken van deze grens wordt een bandalarm gegenereerd.

Bovendien kunt u een wachttijd voor het bandalarm en het deur-open-alarm instellen.

Na het verlaten van de alarmgrens voor het bandalarm vindt er gedurende de wachttijd geen alarmmelding plaats:

Als de werkelijke waarde buiten de alarmgrens voor het bandalarm valt, wordt na de geselecteerde wachttijd de alarmmelding ‘Temperature range’ (Temperatuurband) in de gangbare weergave getoond (hoofdstuk 14.1). Als de alarmzoemer actief is (hoofdstuk 14.3) klinkt een akoestisch waarschuwingssignaal.

Deze functie werkt pas wanneer de gewenste waarde voor het eerst is bereikt. Aan deze voorwaarde moet na elke opening van de deur opnieuw worden voldaan.

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'.

13.1 Wachttijd voor deur-open-alarm instellen

Pad: Gangbare weergave Settings

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Various Door alarm delay (min)

De alarmvertraging voor het deur-open-alarm instellen.

De huidige instelling knippert. Voer de gewenste tijd in waarna het deur-open-alarm moet worden geactiveerd. Invoerbereik: 1 tot 600 minuten. Fabrieksinstelling: 1 minuut.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Door alarm delay (min

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar het instellen van de wachttijd voor het bandalarm gaan. Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Various’ (Overig) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

13.2 Wachttijd voor bandalarm instellen

Het bandalarm wordt na het openen van de deur en na het inschakelen van het apparaat pas geactiveerd wanneer de gewenste waarde is bereikt.

Various Range alarm delay (min)

Pad: Gangbare weergave Settings

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Pagina 55

Rangealarmdelay(mi
De alarmvertraging voor het bandalarm instellen.
De huidige instelling knippert. Voer de gewenste tijd in waarna het bandalarm moet worden geactiveerd. Invoerbereik: 1 tot 300 minuten. Fabrieksinstelling: 60 minuten.
Bevestig de invoer met de OK-toets.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)

Druk op de pijl-omhoog-toets om de wachttijd voor het deur-open-alarm in te stellen.

Met de pijl-omhoog-toets kunt u nu overschakelen naar het instellen van de alarmgrens voor het bandalarm.

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Various’ (Overig) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

13.3 De alarmgrens voor het bandalarm invoeren

Hier wordt een temperatuurband (alarmgrens) symmetrisch rond de gewenste waarde gedefinieerd. Als de werkelijke temperatuurwaarde binnen deze alarmgrens ligt en deze vervolgens verlaat, wordt na de ingestelde wachttijd (hoofdstuk 13.2) het bandalarm geactiveerd.

Various Temperature range

Pad: Gangbare weergave Settings

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

De temperatuurband instellen (alarmgrens)

De huidige instelling knippert. Voer de gewenste temperatuurband in met de pijltjestoetsen. Invoerbereik: 1,0 °C tot 10,0 °C.

Fabrieksinstelling: +/- 5 K.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Temperature range

Met de pijl-omhoog-toets komt u weer bij de instelling van de wachttijd voor het bandalarm.

Met de pijl-omlaag-toets kunt u overschakelen naar de instelling van de gewenste servicewaarde (hoofdstuk 19.1).

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Various’ (Overig) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Pagina 56

14. Alarmfuncties

WAARSCHUWING: bij apparaten die zonder toezicht permanent werken, raden wij bij opslag van niet-reproduceerbare monsters ten zeerste aan om monsters, indien mogelijk, te verdelen over ten minste twee apparaten.

Bij het optreden van bedrijfsstoringen, bij het afwijken van de temperatuur van de ingestelde alarmgrens voor de band, geeft de regelaar visuele en eventueel akoestische alarmmeldingen. Via een potentiaalvrij alarmcontact (9) (hoofdstuk 14.4.7) worden alarmmeldingen bijvoorbeeld aan een centraal bewakingssysteem doorgegeven.

De alarmen bij het openen van de deur en het verlaten van de alarmgrens voor het bandalarm worden na een instelbare tijd (hoofdstuk 13) afgegeven, de overige direct bij het optreden van de storingsoorzaak. Het bandalarm wordt opgeheven na het openen van de deur van het apparaat of na het inschakelen van de ultra-diepvrieskast tot aan het bereiken van de gewenste waarde, en vervolgens gedurende de geselecteerde wachttijd.

In de gangbare weergave wordt de oorzaak van het alarm als tekstbericht weergegeven. Het pictogram ‘Algemeen alarm’ knippert. Als het akoestisch alarm is geactiveerd, klinkt de zoemer.

Als er meerdere alarmen tegelijkertijd optreden, worden ze cyclisch na elkaar weergegeven.

Druk op de OK-toets om het alarm te bevestigen en de zoemer uit te schakelen. Zolang de alarmtoestand aanhoudt, blijft het pictogram 'Algemeen alarm' oplichten.

Alarmindicatie (voorbeeld van een bewakingsregelaaralarm)

Safety controller

Overzicht van alarmmeldingen:

ToestandAlarmmeldingTijdstip van de alarmmelding en schakelen van het potentiaalvrije alarmcontact
Deur apparaat open‘Door open’ (Deur open)na instelbare tijd (hoofdstuk 13). Fabrieksinstelling: 1 minuut
Gewenste waarde van de bewakingsregelaar overschreden‘Safety controller’ (Bewakingsregelaar)onmiddellijk
Actuele werkelijke temperatuur buiten de alarmgrens voor bandalarm (hoofdstuk 13)‘Temp. range’ (Temperatuurband)na instelbare tijd (hoofdstuk 13) Fabrieksinstelling: 60 minuten
Compressor draait continu, koelmachine defect. Neem contact op met Service.‘Continuous operation’ (Continue werking)• 15 uur na het inschakelen of nadat een deur is geopend, als de gewenste waarde niet wordt bereikt
• Na het bereiken van de gewenste waarde: 60 minuten
Condensatorluchtfilter reinigen / vervangen (hoofdstuk 24.2.1)‘Condenser temp.’ (Condensatortemperatuur)na 10 uur
Compressor defect. Neem contact op met Service.‘Compressor defective’ (Compressor defect)onmiddellijk

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 56)

Pagina 57

ToestandAlarmmeldingTijdstip van de alarmmelding en schakelen van het potentiaalvrije alarmcontact
Defecte interieurtemperatuursensor. Regeling vindt plaats via een bewakingsregelaar-temperatuursensor‘Inner temp. sensor’ (Sensor binnentemperatuur)onmiddellijk
Defecte bewakingsregelaar-temperatuursensor‘Safety control sensor’ (Sensor bewakingsregelaar)onmiddellijk
Defect in interieurtemperatuursensor en de bewakingsregelaar-temperatuursensor. Koeling wordt continu ingeschakeldTemperatuurweergave toont ‘- - - - ‘ of ‘<-<-<’ of ‘>->->’ Wisselende meldingen: ‘Inner temp. sensor’ (Sensor binnentemperatuur) en ‘Safety control sensor’ (Sensor bewakingsregelaar)onmiddellijk
Storing van een temperatuursensor Pt100 in de condensor van de koelmachine.‘Condensate temp. sensor’ (Sensor condensaattemperatuur)onmiddellijk
Storing van een temperatuursensor Pt100 in de cascade van de koelmachine. Koeling wordt continu ingeschakeld‘Cascade temp. sensor’ (Sensor cascadetemperatuur)onmiddellijk
Storing temperatuursensor Pt100 voor omgevingstemperatuur of luchtingang van de koeling niveau 1 (koelmachine).‘Ambient temp. sensor’ (Sensor omgevingstemperatuur)onmiddellijk
Accumodus (tijdens stroomuitval)‘Battery operation’ (Accumodus)onmiddellijk
Geen accu gedetecteerd. Oorzaak: accu ontbreekt of is defect. Melding vindt plaats bij netvoeding.‘Battery defective’ (Accu defect)onmiddellijk
Apparaat met de optie CO2 noodkoeling: de geactiveerde noodkoeling werd automatisch ingeschakeld na uitval van de netspanning, en functioneert‘CO2 emergency cooling’ (CO2 noodkoeling)onmiddellijk
Apparaat met de optie CO2 noodkoeling: Onvoldoende CO2 toevoer van het noodkoelsysteem bij geactiveerde noodkoeling‘CO2 pressure’ (CO2-druk)onmiddellijk
Stroomuitval (apparaat zonder accu of met melding ‘Battery defective’ (Accu defect))--onmiddellijk (uitsluitend alarmcontact)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)

Druk op de OK-toets om het alarm te bevestigen.

Pagina 58

14.2 Informatiemeldingen

Informatiemeldingen geven informatie over de instellingen en de toestand van de accu.

In de gangbare weergave wordt de toestand als tekstmelding weergegeven. Het pictogram ‘Info’ licht op.

Informatiemelding (voorbeeld: testdraaien van CO2 noodkoeling actief)

CO2 cooling test activ

Overzicht van de informatiemeldingen:

ToestandInformatiemeldingTijdstip van Informatiemelding
Zeer lage accuspanning (1 V tot 11 V). Lage accuspanning bij accumodus. Melding vindt plaats bij accumodus en op netstroom.‘Low battery voltage’ (Accuspanning laag)onmiddellijk
Gewenste servicewaarde actief‘Service setpoint active’ (Gewenste servicewaarde actief)onmiddellijk
Testdraaien van CO2 noodkoeling actief‘CO2 cooling test active’ (Noodkoeltest actief)onmiddellijk

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)

14.3 Het akoestisch alarm (zoemer) in-/uitschakelen

Audible alarm

Pad: Gangbare weergave Settings Chamber

Druk op de OK-toets, om de instelling te activeren

Instelling van de alarmzoemer.

De huidige instelling knippert. Gebruik de pijltjestoetsen om te kiezen tussen ‘ON’ (AAN) en ‘OFF’ (UIT).

Bevestig de instelling met de OK-toets.

Audible alarm

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Chamber’ (Apparaat) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Pagina 59

14.4 Maatregelen in geval van alarm

Reparaties mogen uitsluitend worden verricht door geschoold personeel dat door de fabrikant is geautoriseerd. Gerepareerde apparaten moeten voldoen aan de voorgeschreven kwaliteitsnorm van de fabrikant.

14.4.1 Temperatuuralarm van de bewakingsregelaar

De ingestelde temperatuurwaarde van de bewakingsregelaar is overschreden.

Het alarm wordt onmiddellijk geactiveerd.

Maatregelen:

K boven de gewenste temperatuur liggen. Wijzig de betreffende waarde indien nodig.

14.4.2 Temperatuur-bandalarm (over- en ondertemperatuur)

Het temperatuurbandalarm wordt pas actief nadat de gewenste waarde is bereikt.

Na het verlaten van de alarmgrens voor het bandalarm treedt het alarm na de ingestelde wachttijd op (hoofdstuk 13). Fabrieksinstelling: 60 minuten.

Maatregelen:

Ondertemperatuur (alarm Ondertemperatuur):

Pagina 60

Overtemperatuur (alarm Overtemperatuur):

Neem contact op met de Service als dezelfde alarmmelding opnieuw optreedt.

14.4.3 Deur-open-alarm

Via een deurcontactschakelaar wordt de geopende of gesloten toestand van de apparaatdeur gecontroleerd. Door de stijging van de temperatuur bij het openen van de deur wordt de koelmachine ingeschakeld.

Na het openen van de deur wordt na de gedefinieerde wachttijd een alarm afgegeven (hoofdstuk 13), fabrieksinstelling: 1 minuut.

Maatregelen:

14.4.4 Alarm stroomuitval

Het display kan met de OK-toets worden ingeschakeld, het wordt na 10 seconden weer uitgeschakeld.

WAARSCHUWING: bij apparaten die zonder toezicht permanent werken, raden wij bij opslag van niet-reproduceerbare monsters ten zeerste aan om monsters, indien mogelijk, te verdelen over ten minste twee apparaten.

Pagina 61

14.4.5 Meldingen over het accumanagementsysteem

Alarmen en informatiemeldingen worden onmiddellijk afgegeven.

Accumodus

De melding gebeurt bij accumodus (tijdens stroomuitval) na het indrukken van de OK-toets (zie hoofdstuk 10.3)

Er is voldoende accuspanning

Accu ontbreekt, is volledig leeg (< 3 V) of defect.

De melding vindt plaats bij netvoeding als er geen accu is gedetecteerd.

Maatregelen:

Lage accuspanning

Accuspanning is extreem laag (< 12 V). Als deze melding langer dan 2 uur aanhoudt, kan de accu defect zijn.

Maatregelen:

Pagina 62

14.4.6 Meldingen bij uitval van temperatuursensoren

De alarmen vinden onmiddellijk plaats.

Defect in interieur-temperatuursensor:

Defecte bewakingsregelaar-temperatuursensor

Defecte interieur-temperatuursensor en bewakingsregelaar-temperatuursensor:

Defect van temperatuursensoren op de koelmachine:

Oorzaak: Temperatuursensor op condensor van koelmachine defect

Bij deze sensorstoring wordt de koelmachine op continubedrijf geschakeld.

Maatregelen:

Pagina 63

de

14.4.7 Meldingen CO2 noodkoeling (apparaat met optie CO2 noodkoeling)

Alarmen en informatiemeldingen worden onmiddellijk afgegeven.

CO2 noodkoeling is geactiveerd

Noodkoeling actief (testdraaien)

Informatiemelding ' CO2 cooling test active' (Noodkoeltest actief), informatiesymbool Oorzaak: Noodkoeltest CO2 is geactiveerd in de regelaar (hoofdstuk 20.3.3)

Maatregelen:

Schakel, indien gewenst, het testdraaien van de CO2 noodkoeling in de regelaar uit (hoofdstuk 20.3.3)

Noodkoeling actief (stroomuitval)

Oorzaak: stroomuitval. de geactiveerde noodkoeling werd automatisch ingeschakeld na uitval van netspanning, en functioneert

Onvoldoende CO2-toevoer voor het noodkoelsysteem

Oorzaak: Noodkoeling geactiveerd, CO2-aansluitdruk te laag.

Maatregelen:

De gasinhoud van een CO2 drukgasfles kan niet aan de hand van de flesdruk worden bepaald. Weeg de fles regelmatig om deze op tijd te vervangen.

Lage accuspanning voor CO2 noodkoeling bij accumodus

Maatregelen:

Pagina 64

14.5 Potentiaalvrij alarmcontact

Algemeen alarm via potentiaalvrij alarmcontact

Het apparaat is aan de achterkant voorzien van een potentiaalvrij contact (9), waarmee een extern bewakingssysteem kan worden aangesloten om de alarmmeldingen die de ultra-diepvrieskast SUFsg genereert, extern te bewaken en op te slaan.

Het potentiaalvrije contact wordt zonder vertraging geschakeld zodra het pictogram 'Algemeen alarm' oplicht. Het potentiaalvrije contact wordt ingeschakeld bij alle alarmgebeurtenissen en bij stroomuitval. Als de externe alarmbewaking via de contacten COM en NO wordt aangesloten, kan de alarmbewaking beveiligd worden tegen leidingbreuk. Dit betekent dat de verbinding tussen de ultra-diepvrieskast en de externe alarmbewaking wordt verbroken, en een alarm wordt gegenereerd. Een stroomstoring veroorzaakt in dit geval ook een alarm.

COM COM = pen 1

NC = pen 2

COM-NCCOM-NO
Apparaat aan, geen alarm01
Apparaat aan, alarm actief10
Apparaat uit10

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)

NO = pen 3

Afbeelding 18: Bedradingsschema van de potentiaalvrije contacten en pintoekenning van de bus (9)

Wanneer het apparaat is ingeschakeld en er geen alarm is, is het contact COM met maakcontact gesloten. Wanneer het apparaat is uitgeschakeld of wanneer er een alarm is gegenereerd, is het contact COM met verbreekcontact gesloten.

Het potentiaalvrije alarmcontact wordt ingeschakeld door contact COM met verbreekcontact te sluiten.

Maximale belasting van de schakelcontacten: 24 V AC/DC - 2,0 A

GEVAAR

Gevaar voor elektrische schok bij te hoge schakelbelasting.

Dodelijke elektrische schok. Beschadiging van de schakelcontacten en de aansluitbus.

∅ Zorg ervoor dat de maximale schakelbelasting van 24 V AC/DC, 2,0 A NIET wordt overschreden.

∅ Sluit GEEN apparaten met een hogere schakelbelasting aan.

De alarmmelding blijft op het regelaarscherm tijdens de alarmering via het potentiaalvrije alarmcontact aanwezig. Zodra de reden voor het alarm is weggenomen of de alarmmelding is teruggesteld, wordt het alarm teruggesteld via het potentiaalvrije contact, samen met de alarmmelding op het regelaarscherm. Bij een stroomuitval blijft de alarmering via het potentiaalvrije contact gedurende de hele stroomuitval actief. Wanneer de stroom wordt hersteld, wordt het contact automatisch gesloten.

Aansluiting op een extern bewakingssysteem

Voor een leidingbreukbestendige alarmbewaking die het alarm activeert als de verbinding tussen de ultradiepvrieskast en de externe alarmbewaking wordt verbroken, moet u de externe alarmbewaking aansluiten op de ultra-diepvrieskast via de aansluitbus (9) voor potentiaalvrij alarmcontact.

Pagina 65

15. Ethernet-netwerkinstellingen

De instellingen in dit submenu dienen voor de computercommunicatie van apparaten met Ethernetinterface.

15.1 Weergave van netwerkinstellingen

Vereiste bevoegdheid: 'User'.

In het submenu 'Ethernet' kunt u de volgende informatie na elkaar of afzonderlijk laten weergeven

15.1.1 MAC-adres weergeven

Chamber info

Pad: Gangbare weergave

MAC address

Ethernet MAC address

MAC-adres weergeven (voorbeeldafbeelding)

U kunt navigeren met de Terugtoets en de OK-toets.

00:00:00:00:00:00

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (IP-adres) gaan.

Met de Terug-toets komt u weer in het submenu 'Ethernet' en bij meerdere keren indrukken weer in de gangbare weergave.

15.1.2 IP-adres weergeven

Chamber info

Pad: Gangbare weergave

IP address

Ethernet IP address

Weergave van het IP-adres (voorbeeldafbeelding)

U kunt navigeren met de Terugtoets en de OK-toets.

0.0.0.0

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (subnetmasker) gaan.

Met de Terug-toets komt u weer in het submenu 'Ethernet' en bij meerdere keren indrukken weer in de gangbare weergave.

Pagina 66

15.1.3 Subnetmasker weergeven

Chamber info

Pad: Gangbare weergave

Subnet mask

Ethernet Subnet mask

Weergave van het subnetmasker (voorbeeldafbeelding)

U kunt navigeren met de Terugtoets en de OK-toets.

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (standaard gateway) gaan.

Met de Terug-toets komt u weer in het submenu ‘Ethernet’ en bij meerdere keren indrukken weer in de gangbare weergave.

15.1.4 Standaard gateway weergeven

Chamber info

Pad: Gangbare weergave gateway

Standard gateway

Ethernet Standard

Weergave van de standaard gateway (voorbeeldafbeelding) U kunt navigeren met de Terugtoets en de OK-toets.

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (DNS-serveradres) gaan.

Met de Terug-toets komt u weer in het submenu ‘Ethernet’ en bij meerdere keren indrukken weer in de gangbare weergave.

15.1.5 DNS-serveradres weergeven

Chamber info

Pad: Gangbare weergave server address

DNS server address

Ethernet DNS

Weergave van het DNSserveradres (voorbeeldafbeelding) U kunt navigeren met de Terugtoets en de OK-toets.

Met de pijl-omlaag-toets kunt u nu naar de volgende parameter (DNS-apparaatnaam) gaan.

Met de Terug-toets komt u weer in het submenu ‘Ethernet’ en bij meerdere keren indrukken weer in de gangbare weergave.

← pagina's 22–44verder op pagina 67 →Inhoud