naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SUFsg 3501, tekst van de handleiding

Pagina's 4–21 van 112 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 1–3verder op pagina 22 →

Pagina 4

15.2 Netwerkinstellingen wijzigen ............................................................................................................. 67 15.2.1 Type toekenning van het IP-adres kiezen (automatisch / handmatig) .................................... 67 15.2.2 Type toekenning van het DNS-serveradres selecteren (automatisch / handmatig)................ 68 15.2.3 IP-adres invoeren .................................................................................................................... 68 15.2.4 Subnetmasker invoeren........................................................................................................... 69 15.2.5 Standaard gateway invoeren ................................................................................................... 69 15.2.6 DNS-serveradres invoeren ...................................................................................................... 70

20.1 CO2 drukgasfles aansluiten, en flessen vervangen .......................................................................... 78 20.2 Werking van het CO2 noodkoelsysteem ........................................................................................... 80 20.3 Instellingen op de apparaatregelaar ................................................................................................. 81 20.3.1 Instelling van de gewenste temperatuur van de CO 2 noodkoeling ......................................... 82 20.3.2 De CO2 noodkoeling activeren ................................................................................................ 82 20.3.3 De CO2 noodkoeling testdraaien ............................................................................................. 83

24.1 Algemene informatie, personeelskwalificatie .................................................................................... 89 24.2 Service door de klant ........................................................................................................................ 90 24.2.1 Controle en reiniging / vervanging van het condensatorluchtfilter .......................................... 90 24.2.2 De condensator reinigen ......................................................................................................... 91 24.2.3 Ijsvrij maken en ontdooien ....................................................................................................... 91 24.2.4 Onderhoud deursluiting ........................................................................................................... 92

Pagina 5

Pagina 6

Geachte klant,

om de ultra-diepvrieskast SUFsg correct te kunnen gebruiken, is het noodzakelijk dat u de gebruiksaanwijzing volledig en aandachtig doorleest, en de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing naleeft.

1. Veiligheid

1.1 Personeelskwalificatie

De apparatuur mag uitsluitend worden geïnstalleerd, geïnspecteerd en in bedrijf worden gesteld door vakmensen die bekend zijn met de montage, inbedrijfstelling en bediening van de apparatuur. Vakmensen zijn personen die door hun beroepsopleiding, kennis en ervaring en hun kennis van de desbetreffende normen de aan hen opgedragen werkzaamheden kunnen beoordelen en uitoefenen, en mogelijke gevaren kunnen herkennen. Ze moeten over een opleiding, instructie en bevoegdheid beschikken om aan het apparaat te werken.

Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt door laboratoriumpersoneel dat hiervoor is opgeleid en vertrouwd is met alle veiligheidsmaatregelen die nodig zijn om in een laboratorium te werken. Leef de nationale voorschriften voor de minimumleeftijd van het laboratoriumpersoneel na.

1.2 Gebruiksaanwijzing (handleiding)

Deze gebruiksaanwijzing maakt deel uit van de leveringsomvang. Bewaar ze altijd binnen handbereik, in de buurt van het apparaat. Overhandig de gebruiksaanwijzing bij de verkoop van het apparaat aan de volgende koper.

Leef ter vermijding van persoonlijk letsel en materiële schade de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing na. Het niet opvolgen van de instructies en veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig gevaar.

GEVAAR

Gevaren bij het niet naleven van veiligheidsvoorschriften en instructies.

Ernstig lichamelijk letsel en defecte apparatuur. Levensgevaar.

Zorg ervoor dat alle personen die het apparaat en de bijbehorende arbeidsmiddelen gebruiken, de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en begrepen.

Deze gebruiksaanwijzing wordt indien nodig aangevuld en bijgewerkt. Gebruik altijd de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing. Neem bij twijfel contact op met de service-hotline van de fabrikant voor informatie over de actualiteit en geldigheid van deze gebruiksaanwijzing.

1.3 Wettelijke vermeldingen

Deze gebruiksaanwijzing (handleiding) bevat de benodigde informatie voor het beoogde gebruik, de juiste opstelling, inbedrijfstelling en bediening en voor het onderhoud van het apparaat.

Kennis van en naleving van de instructies in deze handleiding zijn essentieel voor een veilig gebruik en voor de veiligheid tijdens het gebruik en het onderhoud.

Pagina 7

Deze gebruiksaanwijzing kan niet elke denkbare toepassing behandelen. Als u meer informatie wenst of als er zich speciale problemen voordoen die deze gebruiksaanwijzing niet uitvoerig genoeg voor u behandelt, kunt u de benodigde informatie opvragen bij uw vakhandelaar of rechtstreeks bij ons.

Bovendien wijzen wij u erop dat de inhoud van deze gebruiksaanwijzing geen deel uitmaakt van een eerdere of bestaande overeenkomst, toezegging of rechtsverhouding, of deze wijzigt. Alle verplichtingen van de fabrikant vloeien voort uit het betreffende koopcontract, dat ook de volledige en alleen geldige garantieregeling bevat. Deze contractuele garantiebepalingen worden door de beschrijvingen in de gebruiksaanwijzing niet uitgebreid of beperkt.

1.3.1 IP / Intellectueel eigendom

Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Het zonder toestemming maken van kopieën en het doorgeven ervan aan derden is ten strengste verboden. Wij behouden ons het recht voor om juridische stappen te ondernemen en, indien nodig, schadeclaims in te dienen in geval van overtreding.

1.4 Structuur van de veiligheidsinstructies

In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende benamingen en symbolen voor gevaarlijke situaties gebruikt in overeenstemming met de harmonisatie van ISO 3864-2 en ANSI Z535.6.

1.4.1 Waarschuwingsniveaus

Naar ernst en waarschijnlijkheid van de gevolgen, worden gevaren gemarkeerd met een signaalwoord, de bijbehorende waarschuwingskleur en eventueel het veiligheidssymbool.

GEVAAR

Aandacht voor gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, onmiddellijk tot de dood of tot ernstig (onomkeerbaar) letsel leidt.

WAARSCHUWING

Aandacht voor gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, eventueel tot de dood of tot ernstig (onomkeerbaar) letsel kan leiden.

VOORZICHTIG

Aandacht voor gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, eventueel tot middelmatig of licht (omkeerbaar) letsel kan leiden.

LET OP

Aandacht voor situatie die, indien deze niet wordt vermeden, eventueel tot beschadiging van het product en / of de functies ervan of tot een voorwerp in de omgeving ervan kan leiden.

1.4.2 Gevaarsymbolen

Het gebruik van het gevarensymbool waarschuwt voor gevaar voor verwondingen.

Leef alle maatregelen na die met het gevarensymbool zijn gemarkeerd, om verwondingen of de dood te vermijden.

Pagina 8

1.4.3 Pictogrammen
Waarschuwingen
Gevaar door elektrische schokZeer koud oppervlak Explosieve Kantelen van het atmosfeer apparaat
Gevaar voor verstikking door CO2Gasflessen Milieugevaar Schadelijke stoffen
Bio-gevaarCorrosiegevaar en / of gevaar op chemische brandwonden
Geboden
GebodLees de Stekker uit het Mechanische gebruiksaanwijzing stopcontact trekken hulpmiddelen gebruiken bij het optillen
Milieubescherming nalevenHandschoenen dragen Veiligheidsbril dragen
Verboden
Niet aanrakenNiet met water Niet beklimmen besproeien
Aanwijzingendie u voor een optimale werking van het apparaat moet naleven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

1.4.4 Tekststructuur van de veiligheidsinstructie

Soort gevaar; oorzaak. Mogelijke gevolgen.

∅ Instructie: verbod.

Volg ook de andere instructies en informatie op die niet specifiek zijn gemarkeerd om storingen te vermijden die, direct of indirect, lichamelijk letsel en materiële schade kunnen veroorzaken.

Pagina 9

1.5 Positie van de veiligheidssymbolen op het apparaat

De volgende labels bevinden zich op het apparaat:

Veiligheidssymbolen (waarschuwingen)Informatie
Zeer koud oppervlak: VorstgevaarPictogram Energy Star (alleen voor SUFsg 5001 / 7001)
Risico op letsel.
Volg de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing.
(alleen voor UL-apparaten en voor apparaten met de optie CO2 noodkoeling)
Brandbare koelmiddelen (alleen bij SUFsg 5001,123, SUFsg 7001,123, SUFsg 3501,137, SUFsg 5001,137, SUFsg 7001,137)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

Standaard SUFsg apparaat

SUFsg met optie CO2 noodkoeling

SUFsg spanningsvarianten 115 V en 208-230 V, achterzijde

Afbeelding 1: Positie van de instructieborden op de ultra-diepvrieskast SUFsg Veiligheidsinstructies volledig en in leesbare toestand houden.

Vervang onleesbare veiligheidsetiketten. Neem contact op met de servicedienst van de fabrikant.

Pagina 10

1.6 Typeplaatje

Het typeplaatje bevindt zich rechtsonder aan de linkerkant van het apparaat.
Nominal temp. -90 °C 1,60 kW / 7,0 A Gross volume: 491 liter -130 °F 230 V / 50 Hz Max. operating pressure 28 bar Ambient temp. +16 °C - +32 °C Contains hydrocarbon gases IP protection 20 Ultra-Tiefkühlschrank Phase 1 N ~ 107 Congélateur à ultra-basse temp Ultra Low Temperature Freezer Низкотемпературный морозильник Stage 1: R290 0,15 kg SUFsg 5001-70B 001
Stage 2: R170 0,15 kg
Liebherr Hausgeräte GmbH Service No. Serial No. 69.000.001.4
Memminger Straße 77-79
D-88416 Ochsenhausen 993356902 Made in Germany / Сделано в Германии
Afbeelding 2: Typeplaatje SUFsg (voorbeeld SUFsg 5001,001)
Nominal temp. -90 °C 1,80 kW / 11,7 A Gross volume: 491 liter -130 °F 115 V / 60 Hz Max. operating pressure 28 bar Ambient temp. +16 °C - +32 °C Contains hydrocarbon gases IP protection 20 Ultra-Tiefkühlschrank Phase 1 N ~ 107 Congélateur à ultra-basse temp Ultra Low Temperature Freezer Низкотемпературный морозильник Stage 1: R290 0,15 kg SUFsg 5001-70B 137
Stage 2: R170 0,15 kg
Liebherr Hausgeräte GmbH Service No. Serial No. 69.000.001.4
Memminger Straße 77-79
D-88416 Ochsenhausen 090433602 Made in Germany / Сделано в Германии
Afbeelding 3: Typeplaatje SUFsg (voorbeeld SUFsg 5001,137)
Informatie op het typeplaatje (voorbeeld)
Gegevens Informatie
LIEBHERR Distributeur: Liebherr Hausgeräte GmbH
SUFsg 5001-70B 001 Model
Ultra Low Temperature Freezer Apparaataanduiding: Ultra-diepvrieskast
Serial No. 69.000.001.4 Serienummer van het apparaat
Service No. 993356901 Servicenummer van het apparaat
Nominal temp. -90 °C
Nominale temperatuur -130 °F
Ambient temp. +16 °C - +32 °C Toegestane omgevingstemperatuur tijdens bedrijf
IP protection 20 IP-beschermingsklasse volgens de norm EN 60529
1,60 kW Nominaal vermogen
7,0 A Nominale stroom
230 V / 50 Hz Nominale spanning +/- 10% bij aangegeven netfrequentie
Phase 1 N ~ Stroomsoort
Gross volume: 491 liter Volume van de binnenkant van het apparaat
Max. operating pressure 28 bar Maximale bedrijfsdruk in het koelsysteem
Contains hydrocarbon gases Bevat koolwaterstofgassen
Stage 1: R290; 0,15 kg Koelmiddel voor koeling eerste niveau: Type en inhoud
Stage 2: R170; 0,15 kg Koelmiddel voor koeling tweede niveau: Type en inhoud

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Pagina 11

Pictogrammen op het typeplaatje
Pictogram Geldt voorInformatie
Alle apparatenCE-conformiteitsmarkering
Alle apparaten behalve SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137Elektrische en elektronische apparatuur die na 13 augustus 2005 in de EU in omloop is gebracht en afzonderlijk moet worden afgevoerd conform Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
SUFsg 5001,001 SUFsg 7001,001 SUFsg 5001,H72 SUFsg 7001,H72 Niet geldig voor SUFsg 3501Het apparaat is gecertificeerd volgens de technische voorschriften van de douane-unie (TR CU) voor de Euraziatische Economische Unie (Rusland, Wit-Rusland, Armenië, Kazachstan Kirgistan).
SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137Het apparaat is door UnderwritersLaboratories Inc.® gecertificeerd volgens de volgende normen:
• UL 61010-1, 3rd Edition, 2012-05, Rev. 2018-11
• CAN/CSA-C22.2 No. 61010-1-12, 3rd Edition, Amendment 1:2018, 2012-05, Rev. 2018-11
• IEC 61010-2-011:2019
• UL 61010-2-011 (IEC 61010-2-011:2016)
SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137Volg de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

1.7 Algemene veiligheidsvoorschriften voor de opstelling en het gebruik van het apparaat

Voor het gebruik van de ultra-diepvrieskast en de opstellocatie moet u de lokale en nationale voorschriften van uw land naleven.

De fabrikant is uitsluitend verantwoordelijk voor de veiligheidstechnische eigenschappen van het apparaat als onderhoud en reparatie door elektrotechnisch vakpersoneel of door de fabrikant gemachtigd vakkundig personeel worden verricht en wanneer componenten die de veiligheid van het apparaat beïnvloeden, bij uitval worden vervangen door originele reserveonderdelen.

Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met originele toebehoren van de fabrikant of met door de fabrikant vrijgegeven toebehoren van andere fabrikanten. De gebruiker draagt het risico bij gebruik van niet-goedgekeurde accessoires.

LET OP

Gevaar voor oververhitting door gebrekkige ventilatie.

Beschadiging van het apparaat.

Pagina 12

LET OP

Gevaar voor het milieu door lekkage van koelmiddel in geval van een defect apparaat.

Milieuschade.

Het apparaat mag niet in explosiegevaarlijke gebieden opgesteld en gebruikt worden.

GEVAAR

Explosiegevaar door brandbaar stof of explosieve mengsels in de omgeving van het apparaat.

Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk.

∅ Gebruik het apparaat NIET in explosiegevaarlijke ruimten.

∅ Zorg ervoor dat er zich GEEN brandbaar stof of oplosmiddel-luchtmengsels in de omgeving van het apparaat bevinden.

Het apparaat beschikt niet over maatregelen ter bescherming tegen explosies.

GEVAAR

Explosiegevaar door het binnendringen van brandbare of explosieve stoffen in het apparaat.

Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk.

∅ Plaats GEEN bij bedrijfstemperatuur brandbare of explosieve stoffen in het apparaat. ∅ Zorg ervoor dat er GEEN explosief stof- of oplosmiddel-luchtmengsels in het apparaat aanwezig is.

Een eventueel oplosmiddel in de lading mag niet explosief en ontvlambaar zijn. Dat wil zeggen: ongeacht de concentratie oplosmiddel in de stoomruimte mag er GEEN explosief mengsel met lucht ontstaan. De inwendige temperatuur moet lager zijn dan het vlampunt of lager zijn dan het sublimaatpunt van de lading. Informeer u over de fysische en chemische eigenschappen van de lading.

Informeer u over mogelijke door de lading gevormde gezondheidsgevaren. Neem gepaste maatregelen voordat u het apparaat in gebruik neemt, om gevaren uit te sluiten.

WAARSCHUWING

Gevaar voor vergiftiging en infectie bij verontreiniging van het apparaat door giftige, besmettelijke of radioactieve materialen.

Schade aan de gezondheid.

Pagina 13

GEVAAR

Gevaar door een elektrische schok door binnendringend water in het apparaat. Dodelijke elektrische schok.

∅ Zorg ervoor dat het apparaat NIET nat wordt tijdens gebruik, reiniging of onderhoud. ∅ Plaats het apparaat NIET in vochtige ruimten of in plassen.

∅ Plaats het apparaat spatwaterdicht.

De apparaten zijn conform de betreffende VDE-bepalingen opgebouwd en conform VDE 0411-1 (IEC 61010-1) afzonderlijk getest.

De interne oppervlakken van het apparaat worden tijdens het gebruik zeer koud.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding door bevriezing bij aanraking van koude onderdelen tijdens of na gebruik.

Lokale bevriezingen.

∅ Raak tijdens het gebruik de binnenoppervlakken en de lading NIET direct aan. ∅ Vermijd huidcontact met interne oppervlakken en accessoires.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding, en beschadiging, door omvallen van het apparaat of het afscheuren van de onderaan uitstekende behuizingsafdekking.

Verwonding, en beschadiging van het apparaat en de lading

∅ Belast de onderste behuizingsafdekking met geopende apparaatdeur NIET met zware voorwerpen en stap er niet op.

Tot het beoogd gebruik behoort ook het opvolgen van de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en het opvolgen van de onderhoudsinstructies (hoofdstuk 24).

Gebruik van de apparaten zonder naleving van de in deze gebruiksaanwijzing (handleiding) voorgeschreven eisen geldt als niet-beoogd gebruik.

Toepassingen die niet in dit hoofdstuk worden beschreven, zijn niet toegestaan.

Gebruik

Ultra-diepvrieskasten SUFsg zijn technische arbeidsmiddelen en uitsluitend bestemd voor gebruik op het werk. Ze zijn geschikt voor de veilige opslag van verschillende materialen bij temperaturen tot – 90 °C, in het bijzonder voor de stabiele langdurige opslag van biologische, medische en chemische monsters bij constante lage temperatuur. Ze zijn geschikt voor de sectoren farmaceutica, geneeskunde, life sciences, kunststofindustrie, elektronische onderdelen, levensmiddelen enzovoort.

Ultra-diepvrieskasten zijn geschikt voor de opslag van ongevaarlijke lading.

Bij voorzienbaar gebruik van het apparaat bestaat voor de gebruiker geen gevaar door de integratie van het apparaat in systemen of door bijzondere omgevings- of toepassingsvoorwaarden in de zin van de norm EN 61010-1. Hiertoe moet het beoogde gebruik van het apparaat en al zijn aansluitingen worden nageleefd.

Pagina 14

Eisen aan de lading

De lading mag geen corrosieve bestanddelen bevatten die de componenten van het roestvrijstalen apparaat kunnen aantasten. Hieronder vallen met name zuren en halogeniden. Voor eventuele corrosieschade door dergelijke bestanddelen aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid.

Geen enkele component van de lading mag met lucht een explosief mengsel kunnen vormen. Onderdelen van de lading mogen NIET leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke gassen.

De apparaten beschikken niet over maatregelen ter bescherming tegen explosies.

GEVAAR

Explosie- of implosiegevaar en vergiftigingsgevaar door het plaatsen van ongeschikte lading.
Vergiftigingen. Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk.
∅ Plaats GEEN brandbare of explosieve stoffen in het apparaat, in het bijzonder geen energiebronnen zoals accu's of lithium-ionaccu's.
∅ Plaats GEEN explosief stof of explosieve oplosmiddel-luchtmengsels in het apparaat. ∅ Plaats GEEN stoffen in het apparaat die gevaarlijke gassen kunnen afgeven.
Verontreiniging verhinderd.van het apparaat door giftige, besmettelijke of radioactieve materialen moet beslist worden
WAARSCHUWING

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Gevaar voor vergiftiging en infectie bij verontreiniging van het apparaat door giftige, besmettelijke of radioactieve materialen.

Schade aan de gezondheid.

Medische hulpmiddelen

De apparaten zijn geen medische hulpmiddelen in de zin van Richtlijn 2017/745/EU.

Personeelseisen

Uitsluitend geschoold personeel met kennis van de gebruiksaanwijzing mag het apparaat opstellen en installeren, in bedrijf stellen, bedienen, reinigen en buiten bedrijf stellen. Voor onderhoud en reparaties zijn bijkomende vakkundigheidseisen (bijvoorbeeld elektrotechnische kennis) en kennis van de servicehandleiding vereist.

Eisen aan de opstellocatie

De apparaten zijn bedoeld voor opstelling in gesloten ruimten.

De in de gebruiksaanwijzing beschreven eisen aan de opstellocatie en de omgevingsomstandigheden (hoofdstuk 3.4) moeten worden nageleefd.

WAARSCHUWING: bij apparaten die zonder toezicht permanent werken, raden wij in geval van opslag van niet-reproduceerbare monsters ten zeerste aan om monsters, indien mogelijk, te verdelen over ten minste twee apparaten.

Pagina 15

1.9 Voorzienbaar verkeerd gebruik

Toepassingen die niet in hoofdstuk 1.8 zijn beschreven, zijn niet toegestaan.

Dit omvat uitdrukkelijk de volgende foutieve toepassingen (opsomming is niet volledig) die ondanks de intrinsiek veilige constructie en de aanwezige technische beveiligingen een risico vormen:

1.10 Restgevaren

Onvermijdbare constructieve kenmerken van een apparaat en het beoogde toepassingsgebied kunnen ook bij een correcte bediening gevaar voor de gebruiker inhouden. Tot dergelijke restgevaren behoren gevaren die ondanks de inherent veilige constructie, de aanwezige technische veiligheidsinrichtingen en veiligheidsmaatregelen, en aanvullende veiligheidsmaatregelen niet kunnen worden uitgesloten. Aanwijzingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing waarschuwen voor restgevaren. Gevolgen van deze restgevaren en vereiste maatregelen om deze te vermijden, worden vermeld in de gebruiksaanwijzing. Bovendien moet de exploitant maatregelen nemen om de gevaren als gevolg van onvermijdelijke restgevaren te minimaliseren. Hiertoe behoort in het bijzonder het opstellen van gebruiksaanwijzingen.

De volgende opsomming geeft een overzicht van de gevaren waarvoor in deze gebruiksaanwijzing en in de servicehandleiding op een geschikte plaats wordt gewaarschuwd en veiligheidsmaatregelen worden vermeld:

Pagina 16

Uitpakken, transport, installatie

Gangbaar bedrijf

Reiniging en ontsmetting

Storingen en beschadigingen

Onderhoud

Problemen oplossen en repareren

Pagina 17

1.11 Gebruiksaanwijzing

Afhankelijk van de gebruikswijze en de opstellocatie wordt geadviseerd dat de exploitant van het apparaat in een gebruiksaanwijzing de gegevens voor het veilig gebruik van het apparaat vastlegt.

De gebruiksaanwijzing in begrijpelijke vorm en in de taal van de medewerkers, op de opstellocatie zichtbaar en duurzaam aanbrengen.

1.12 Maatregelen voor ongevallenpreventie

De exploitant van het apparaat moet de plaatselijk geldende richtlijnen voor het gebruik van het apparaat naleven, en voorzorgsmaatregelen voor ongevallenpreventie treffen.

De volgende maatregelen zijn door de fabrikant genomen om ontsteking en explosies te vermijden:

Zie hoofdstuk 1.6.

Voor elk apparaat is een gebruiksaanwijzing (handleiding) beschikbaar.

Het apparaat heeft een aan de buitenkant afleesbare temperatuurweergave.

In het apparaat is een extra instelbare temperatuurbewaking gemonteerd. Een optisch en een akoestisch signaal (zoemer) geven de temperatuuroverschrijding aan.

De veiligheids-, meet- en regelinrichtingen zijn goed toegankelijk.

De interne onderdelen zijn geaard.

Niet-ioniserende straling wordt niet bewust opgewekt, maar slechts op basis van de techniek afgegeven door de elektrische bedrijfsmiddelen (bijvoorbeeld elektromotoren, hoogspanningsleidingen of magnetische spoelen). Bovendien beschikt de machine niet over sterke permanente magneten. Indien dragers van actieve implantaten (bijvoorbeeld pacemakers, defibrillatoren) een veiligheidsafstand (afstand veldbron tot implantaat) van 30 cm aanhouden, kan een beïnvloeding van deze implantaten hoogstwaarschijnlijk worden uitgesloten.

Getest conform EN ISO 13732-3:2008.

Zie Gebruiksaanwijzing hoofdstuk 3.4 voor de opstelling.

Zie gebruiksaanwijzing hoofdstuk 23.

Alleen UL-apparaten: het apparaat is door UnderwritersLaboratories gecertificeerd volgens de volgende normen: UL 61010-1, 3rd Edition, 2012-05, Rev. 2018-11; CAN/CSA-C22.2 No. 61010-1-12, 3rd Edition, Amen-dment 1:2018, 2012-05, Rev. 2018-11; IEC 61010-2-011:2019; UL 61010-2-011 (IEC 61010-2- 011:2016)

Pagina 18

2. Beschrijving van het apparaat

De ultra-diepvrieskasten SUFsg worden met de grootste zorgvuldigheid en met behulp van de modernste ontwikkelings- en productiemethoden vervaardigd. Ze worden gebruikt voor een betrouwbare, langdurige opslag van monsters bij lage temperaturen en kunnen worden gebruikt bij temperaturen van -90 °C tot -40 °C.

De apparaten zijn leverbaar in verschillende spanningsvarianten.

Vergrendelbare beschermklep voor hoofdschakelaar (optie)

Als optie is een vergrendelingssysteem met sleutel voor de hoofdschakelaar van de ultra-diepvrieskast verkrijgbaar.

Regelaars en veiligheid

De krachtige apparaatregelaar is standaard uitgerust met een groot aantal overzichtelijke bedienings-, extra schrijver- en alarmfuncties.

De temperatuur kan tot op 0,1 graad nauwkeurig worden ingesteld. De regelaar is op de optimale bedieningshoogte aangebracht.

De regelaar biedt een foutanalysesysteem dat akoestische en visuele waarschuwingen en alarmen genereert. Het alarmsysteem met reserve-accu zorgt ervoor dat het alarm en de regeling in geval van stroomuitval 72 uur blijven werken. De regelaar biedt wachtwoordbeveiliging voor de instelmenu's.

De regelaar bewaakt de omgevingstemperatuur en waarschuwt wanneer deze een vooraf ingestelde waarde overschrijdt.

De standaard aanwezige bewakingsregelaar regelt ook bij een storing van de regelaar de geselecteerde temperatuur verder.

Bij een stroomstoring bij -80 °C wordt de temperatuur van -60 °C bij een lege kast gedurende minstens 3,5 uur niet overschreden, bij een geladen kast (meting met 30 kg water) gedurende ongeveer 7 uur.

Behuizing

Binnenruimte en binnenkant van de geïsoleerde buitendeur zijn van rvs (materiaalnummer 1.4016, VS-code AISI 430). De behuizing met alle hoeken en randen is voorzien van een kunststof coating. De binnenkant is glad en daardoor gemakkelijk te reinigen. Het filter is eenvoudig toegankelijk vanaf de voorkant, zodat het zonder gereedschap kan worden gereinigd. Standaard worden twee doorvoeropeningen van 28 mm meegeleverd. Ze zijn bedoeld voor het invoeren van een sensorkabel van een extra meetapparaat, de bovenste links ook voor het aansluiten van de optionele CO2 noodkoeling.

De ijsopbouw in de deurzone is minimaal door een perfecte deursluiting (binnen- en buitendeuren). Nauwkeurige ruimtelijke koudedistributie binnen zorgt voor de opslag van alle monsters bij dezelfde opslagtemperatuur. Het vermijden van warmtebruggen beschermt tegen ontdooiing. Door de combinatie van vacuümisolatietechniek (VIP-technologie = vacuum insulation panels) en CFK-vrij PU-schuim wordt een maximale isolatiewaarde bereikt.

De ultra-diepvrieskast heeft twee binnendeuren. Het interieur kan door de flexibele rvs planken variabel worden vormgegeven en optimaal worden benut. Apparaatinventaris is optioneel verkrijgbaar.

De ultra-diepvrieskast kan op wieltjes worden verplaatst.

Pagina 19

Koelsysteem

De krachtige, energiezuinige en stille koelmachine maakt gebruik van de milieuvriendelijke 'groene' koelmiddelen R290 (propaan,) en R170 (ethaan). Deze zijn vrij van gechloreerde koolwaterstoffen (CFK's, HCFK's).

Besturing van de twee-niveaus koelmachine: Het eerste niveau schakelt direct in. Bovendien schakelt het tweede niveau temperatuurafhankelijk in.

Alarminstallatie met reserveaccu

Het apparaat is uitgerust met een oplaadbare accu (12 V, 7,2 Ah). De accuspanning wordt regelmatig gecontroleerd. Als de accuspanning te laag is, wordt een alarm afgegeven. De accuspanning kan worden opgevraagd via het regelaarmenu.

Een foutanalysesysteem bewaakt de werking van de apparatuur en genereert hoorbare en visuele waarschuwingen en alarmen. Er wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of de deur gesloten is.

Een CO2 noodkoeling (optie, hoofdstuk 20) maakt extra koeling mogelijk, bijvoorbeeld na warmte-inbreng in het apparaat, bij onderbreking van de stroomvoorziening of bij een defect van de koelinstallatie.

Gegevensverzameling en documentatie

Het apparaat beschikt standaard over een potentiaalvrije alarmuitgang (hoofdstuk 14.4.7) en optioneel over een analoge uitgang (hoofdstuk 21.2) voor integratie in klantsystemen.

Het apparaat beschikt standaard over een ethernetaansluiting (hoofdstuk 21.1) voor computercommunicatie. Daarmee kan het via een netwerk worden bewaakt.

Pagina 20

2.1 Apparaatoverzicht

(A)

(B)

(C)

(F)

Afbeelding 4: Ultra-diepvrieskast SUFsg (voorbeeld SUFsg 7001), vooraanzicht

Buitendeur

Afsluit- en regelaarbehuizing (beschrijving hoofdstuk 2.2) Deurgreep

Compressorruimte

Afdekklep (controleren en reinigen / vervangen van het filter, hoofdstuk 24.2.1) Wieltjes (vooraan met parkeerrem)

Pagina 21

(H)

(G)(A)
(B)
(H)(C)
(D)
(E) (I)
(F)
Afbeelding 5: ultra-diepvrieskast SUFsg 7001, geopend
(A)Buitendeur
(B)Afsluit- en regelaarbehuizing (beschrijving hoofdstuk 2.2)
(C)Deurgreep
(D)Compressorruimte
(E)Afdekklep (controleren en reinigen / vervangen van het filter, hoofdstuk 24.2.1)
(F)Wieltjes (vooraan met parkeerrem)
(G)Compartiment met variabele plaatsing
(H)Compartimentdeur
(I)Drukcompensatieklep (binnenkant deur achter afsluit- en regelaarbehuizing)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

← pagina's 1–3verder op pagina 22 →Inhoud