naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SUFsg 3501, tekst van de handleiding

Pagina's 22–44 van 112 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 4–21verder op pagina 45 →

Pagina 22

2.2 Afsluit- en regelaarbehuizing

Het bedieningspaneel van de besturing is geïntegreerd in de afsluit- en regelaarbehuizing (B) van het apparaat.

Een deurgreep (C) opent en sluit de deur van het apparaat.

(B)

(18)

Vooraanzicht linkerkant van het apparaat

Afbeelding 6: Afsluit- en regelaarbehuizing met bedieningspaneel van de regelaar en deurgreep

(B) (C)Afsluit- en regelaarbehuizing Deurgreep
(18)Deurslot

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

2.2.1 Bediening van het deurslot

Aan de linkerkant van het apparaat vóór de deurgreep bevindt zich het deurslot (18). Er worden twee sleutels meegeleverd. Draai de sleutel rechtsom om het slot te vergrendelen. De sleutel kan in beide standen (open / vergrendeld) worden verwijderd.

Verwijder de sleutel voordat u het portier opent. Anders kan de deursluiting beschadigd raken.

LET OP

Gevaar voor beschadigingen door het openen van de deur met ingestoken sleutel. Beschadiging van het deurslot.

Pagina 23

2.3 Hoofdschakelaar

De hoofdschakelaar bevindt zich onder aan de rechterkant van het apparaat.

Als optie is een extra vergrendelbare klep boven de hoofdschakelaar verkrijgbaar. Deze kan met een sleutel worden ontgrendeld en vervolgens worden verwijderd.

(5a)

(5)

(4)

Standaard apparaat

Apparaat met optionele vergrendelbare beschermklep

Afbeelding 7: Positie van de hoofdschakelaar en de vergrendelbare beschermklep (optie) aan de rechterkant van het apparaat

Uitgeschakeld Ingeschakeld

Afbeelding 8: Hoofdschakelaar (4) aan de rechterkant van het apparaat

Pagina 24

2.4 Achterkant apparaat

(6a)

(6b)

(J)

(6b)

(6c)(6c)
(I)(I)
(7)(7)
Apparaat zonder CO2 noodkoeling Apparaat met CO2 noodkoeling (optie)
Afbeelding 9: Achterkant apparaat
(6a)Doorvoer 28 mm, voor aansluiting van CO2 noodkoeling (optie) of voor kabels van een extra meetapparaat
(6b),(6c) (7) (I)Doorvoeren 28 mm, bijvoorbeeld voor kabels van een extra meetapparaat Aansluitbus voor koelapparatuurstekker met trekontlasting Aansluitpaneel
(J)CO2 noodkoeling (optie, hoofdstuk 20)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Pagina 25

(8)

(11)

Afbeelding 10: Aansluitpaneel (I) aan de achterkant van het apparaat, met opties

2.5.1 Buitendeur

Om stabiele omstandigheden in het interieur te waarborgen, moet de buitendeur bij normaal gebruik gesloten zijn.

Wachttijd voor deur-open-alarm:

Na het sluiten van de buitendeur wordt het deur-open-alarm gedurende een programmeerbare wachttijd uitgeschakeld (fabrieksinstelling: 1 minuut).

2.5.2 Compartimentdeuren

De binnenkant van de ultra-diepvrieskast is onderverdeeld in vier compartimenten, die met twee deuren van de omgeving zijn gescheiden. Hierdoor kunnen de monsters van een enkel compartiment worden geplaatst of verwijderd zonder de temperatuur in andere compartimenten noemenswaardig te beïnvloeden.

De binnendeuren blijven bij het openen van de buitendeur gesloten zonder dat ze mechanisch vergrendeld hoeven te worden.

De binnendeuren mogen slechts korte tijd geopend blijven om een temperatuurstijging in de binnenruimte van de ultra-diepvrieskast te vermijden. De openingshoek van de binnendeuren mag maximaal 100° bedragen.

Voor de extra warmte-isolatie en afdichting van de binnenste compartimentdeuren is er nu de nieuwe optie ‘compartimentdeuren, geïsoleerd’. Hiertoe worden de compartimentdeuren met schuim gevuld en zodoende extra thermisch geïsoleerd.

Pagina 26

3. Leveringsomvang, transport, opslag en opstelling

3.1 Uitpakken, controle, leveringsomvang

Controleer het apparaat en eventuele optionele accessoires na het uitpakken aan de hand van de pakbon op volledigheid en eventuele transportschade. Transportschade moet onmiddellijk aan de vervoerder worden gemeld.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwondingen en beschadigingen door glijden of kantelen van het apparaat bij ondeskundig heffen.

Verwondingen, beschadiging van het apparaat.

∅ Til het apparaat NIET op aan de deur, de afsluit- en regelaarbehuizing of de onderste behuizingsafdekking.

∅ Til het apparaat NIET met de hand op.

∅ Vervoer het apparaat indien mogelijk NIET liggend. ALLEEN op de scharnierkant of achterkant mag het liggend getransporteerd worden, maar moet dan vóór het inschakelen minimaal 24 uur rechtop staan.

Vanwege de eindtest van de nieuwe apparaten zijn sporen van de planken aan de binnenkant van de ketel mogelijk. Deze beïnvloeden de werking van het apparaat niet.

Verwijder alle transportbeveiligingen en lijmen in en op het apparaat en de deuren en haal de gebruiksaanwijzingen en het bijgevoegde materiaal uit de binnenruimte.

Verwijder eventuele beschermfolie van de inwendige metalen oppervlakken voordat u het apparaat in gebruik neemt.

Na het transport met technische hulpmiddelen (hoofdstuk 3.2.2) tot aan de inbedrijfstelling minimaal 8 uur wachten.

Mocht terugzending nodig zijn, gebruik dan de originele verpakking en leef de aanwijzingen voor veilig transport na (hoofdstuk 3.2).

Afvoeren van de transportverpakking, zie hoofdstuk 25.1.

Leveringsomvang

Pagina 27

3.2 Aanwijzingen voor veilig transport

3.2.1 Verplaatsen van de ultra-diepvrieskast binnen een gebouw

Ontgrendel de remmen van de voorste wieltjes van het apparaat voordat u het apparaat verplaatst. De wielen van het apparaat zijn uitsluitend geschikt voor verplaatsing binnen een gebouw. Dit mag uitsluitend plaatsvinden op een voegloze ondergrond (dus geen tegels) en met vermijding van schokken. Daarbij mag het apparaat ook beladen zijn (maximaal belading, zie Technische gegevens, hoofdstuk 26.3).

Wanneer het apparaat over grotere deurdrempels of in een lift moet worden geschoven om bijvoorbeeld naar een andere etage te worden verplaatst, moet u het apparaat leegmaken en alle planken op de bodem van de binnenruimte leggen.

Wordt het apparaat hierbij onder een hoek van 5° gekanteld, dan kan het na het verplaatsen (op zijn vroegst 10 minuten na het uitschakelen) direct weer worden ingeschakeld. Anders moet u ten minste 8 uur wachten voordat u het apparaat weer in gebruik neemt.

Zet de voorste wieltjes van het apparaat op de rem zodra het apparaat stilstaat.

Draag bij het verplaatsen van het apparaat geschikte schoenen (veiligheidsschoenen).

Verplaatsen over zeer korte afstanden (binnen het bereik van de stroomkabel) is mogelijk terwijl het apparaat in bedrijf is.

Wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld (uitschakelen met de hoofdschakelaar, de netstekker uit het stopcontact trekken), moet u na het verplaatsen van het apparaat 10 minuten wachten voordat u het weer inschakelt, om beschadigingen aan de koelmachine te vermijden.

LET OP

Gevaar voor schade aan het koelsysteem door te snel opnieuw starten van de koelmachine na een verplaatsing.

Beschadiging van het apparaat.

Om het apparaat door nauwe punten (deuren, smalle gangen) te verplaatsen, opent u de deur van het apparaat:

Afbeelding 11: SUFsg met geopende apparaatdeur

Gebruik voor het transport buiten een gebouw technische hulpmiddelen (hoofdstuk 3.2.2).

Pagina 28

3.2.2 Transport buiten een gebouw

Ontgrendel de remmen van de voorste wieltjes van het apparaat voordat u het apparaat verplaatst. De apparaatwieltjes zijn alleen geschikt voor verplaatsing binnen een gebouw (let op de aanwijzingen in hoofdstuk 3.2.1).

Als het apparaat in bedrijf was, leef dan de aanwijzingen voor het tijdelijk buiten bedrijf stellen (hoofdstuk 25.2) na.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwondingen en beschadigingen door uitglijden of kantelen van het apparaat bij ondeskundig transport.

Verwondingen, beschadiging van het apparaat.

∅ Til of transporteer het apparaat NIET aan de deur, de afsluit- en regelaarbehuizing of de onderste behuizingsafdekking.

∅ Til het apparaat NIET met de hand op.

∅ Vervoer het apparaat indien mogelijk NIET liggend. ALLEEN op de scharnierkant of achterkant mag het liggend getransporteerd worden, maar moet dan vóór het inschakelen minimaal 24 uur rechtop staan.

∅ Leg de planken op elkaar op de bodem van de binnenruimte.

∅ Plaats het apparaat met technische hulpmiddelen (vorkheftruck) op de transportpallet. Plaats de vorkheftruck aan de zijkant of van achteren in het midden van het apparaat. Alle dwarsbalken moeten op de vork liggen (controle: vork steekt aan de tegenoverliggende kant naar voren).

U kunt bij de servicedienst van de fabrikant verpakkingen en pallets voor transportdoeleinden aanvragen.

Draag tijdens het transport van het apparaat geschikte schoenen (veiligheidsschoenen).

Wacht na het transport minimaal 8 uur voordat u het apparaat in gebruik neemt.

Pagina 29

3.3 Opslag

Tussentijdse opslag van het apparaat in een gesloten en droge ruimte. Leef de aanwijzingen voor het tijdelijk buiten bedrijf stellen na (hoofdstuk 25.2).

Beveilig het apparaat tegen abusievelijk wegrollen door de voorste wieltjes op de rem te zetten.

De ultra-diepvrieskast moet rechtop staan om morsen van olie uit de motorbehuizing en daarmee schade aan het koelsysteem te vermijden. Maximale hellingshoek: 10°.

Wanneer het apparaat na opslag in een koude omgeving voor inbedrijfstelling naar de opstellocatie wordt gebracht, kan er condensvorming in de omgeving van het interieur en aan de behuizing optreden. Wacht minstens 1 uur voordat u het apparaat inschakelt, totdat het op kamertemperatuur is en helemaal droog is. Afhankelijk van het soort transport dat heeft plaatsgevonden (hoofdstuk 3.2) moet u eventueel minstens 8 uur wachten tot u het apparaat in bedrijf stelt.

3.4 Installatielocatie en omgevingscondities

De ultra-diepvrieskast is bestemd voor opstelling in gesloten ruimten. Plaats het apparaat op een goed geventileerde, droge plaats en op een vlakke trillingsvrije ondergrond. Zet de remmen van de voorste apparaatwieltjes vast en lijn het apparaat uit met een waterpas. De opstellocatie moet draagkrachtig zijn voor het gewicht van het apparaat (zie technische gegevens, hoofdstuk 26.3).

LET OP

Gevaar voor oververhitting door gebrekkige ventilatie.

Beschadiging van het apparaat.

LET OP

Gevaar voor het milieu door lekkage van koelmiddel in geval van een defect apparaat.

Milieuschade.

De omgevingstemperatuur mag niet significant hoger zijn dan de aangegeven omgevingstemperatuur van +22 +/- 3 °C, waarop de technische gegevens betrekking hebben. Bij afwijkende omgevingsomstandigheden zijn andere gegevens mogelijk.

Vermijd dat de ultra-diepvrieskast warme lucht van andere apparaten aanzuigt.

Vermijd direct zonlicht op het apparaat. Plaats het apparaat niet in de directe omgeving van apparaten met een hoge warmtestraling.

Pagina 30

Minimale afstanden:

Ventilatiegaten mogen niet worden geblokkeerd. Houd een afstand van minstens 100 mm aan tot de ventilatieopeningen aan de voor- en achterkant van de ultra-diepvrieskast.

De ultra-diepvrieskast moet rechtop staan om morsen van olie uit de motorbehuizing en daarmee schade aan het koelsysteem te vermijden. Maximale hellingshoek: 10°.

Trek de stekker uit het stopcontact om het apparaat volledig te scheiden van het elektriciteitsnet. Plaats het apparaat zo dat de apparaatstekker goed toegankelijk is en bij gevaar gemakkelijk kan worden uitgetrokken.

Bij het optreden van verhoogde hoeveelheden stof in de omgevingslucht moet de condensorventilator meerdere keren per jaar worden gereinigd (afzuigen of doorblazen). Condensatorluchtfilter vaker controleren en eventueel reinigen (hoofdstuk 24.2.1).

In de omgeving mag geen geleidend stof aanwezig zijn, conform de configuratie van het apparaat volgens vervuilingsgraad 2 (IEC 61010-1).

Voor de gebruiker bestaat er geen gevaar door tijdelijke overspanningen in de zin van de norm EN 61010- 1:2010.

Het apparaat mag NIET in explosiegevaarlijke ruimten opgesteld en gebruikt worden.

GEVAAR

Explosiegevaar door brandbaar stof of explosieve mengsels in de omgeving van het apparaat.

Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk.

∅ Zorg ervoor dat er zich GEEN brandbaar stof of oplosmiddel-luchtmengsels in de omgeving van het apparaat bevinden.

Voor apparaten met waterkoeling:

Om eventuele waterschade te vermijden, moet het apparaat op een aflopende vloer worden plaatsen. De opstellocatie moet zo gekozen worden dat vervolgschade door spatwater vermeden wordt.

Pagina 31

4. Installatie en aansluitingen

4.1 Gebruiksaanwijzing

Afhankelijk van de gebruikswijze en de opstellocatie wordt geadviseerd dat de ondernemer (exploitant van het apparaat) in een gebruiksaanwijzing de gegevens voor een veilig gebruik van het apparaat vastlegt.

De gebruiksaanwijzing in begrijpelijke vorm en in de taal van de medewerkers, op de opstellocatie zichtbaar en duurzaam aanbrengen.

4.2 Apparaatafstandhouder

Monteer de beide apparaatafstandhouders met de meegeleverde bouten aan de achterkant van het apparaat. Hierdoor wordt de voorgeschreven wandafstand naar achteren van minimaal 100 mm gegarandeerd.

Afbeelding 12: Apparaatafstandhouder

Afbeelding 13: Achterkant van de ultra-diepvrieskast met gemonteerde apparaatafstandhouders

4.3 Steunvoeten (alleen SUSsg 3501)

Om kantelen te voorkomen is het noodzakelijk om na het opstellen van het apparaat de steunvoeten aan de voorzijde onder de deur naar beneden te draaien.

Zorg ervoor dat u de twee steunvoeten weer omhoog draait voordat u het apparaat verplaatst.

Pagina 32

4.4 In hoogte verstelbare planken

Standaard worden drie in hoogte verstelbare planken geleverd. Deze en andere, optioneel verkrijgbare planken kunnen in verschillende posities in stappen van 24 mm worden bevestigd. Op de standaardpositie op 310 mm afstand vormen de planken de bodem van de compartimenten, zodat de maximale ruimte van het compartiment voor optionele inventarissystemen beschikbaar is.

De in hoogte verstelbare planken moeten worden vastgeschroefd, zodat niemand in de ultra-diepvrieskast kan worden ingesloten. Om de planken te verwijderen, verwijdert u de schroeven, tilt u de planken op en zet u ze schuin. Trek ze er vervolgens naar voren toe uit.

Bevestiging van de in hoogte verstelbare planken:

Afbeelding 14: Plaats de plankdrager en schroef de plaatsen vast met de plankdragers

Pagina 33

Voor een optimaal gebruik van de ruimte adviseren wij de volgende plaatsing van de planken:

Rangschikking van drie planken voor vier compartimenten met dezelfde hoogteRangschikking van vier planken (1 x optioneel) voor vijf compartimenten met dezelfde hoogteRangschikking van drie planken voor maximaal aantal monsters: twee compartimenten met een hoogte van 334 mm en twee compartimenten met een hoogte van 279 mm
Houders van de planken in de volgende posities van de plankdraagrails (van onderen) plaatsen: 18, 35, 53Houders van de planken in de volgende posities van de plankdraagrails (van onderen) plaatsen: 13, 29, 42, 58Houders van de planken in de volgende posities van de plankdraagrails (van onderen) plaatsen: 21, 36, 53

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

Toegestane belasting van de planken:

Grootte apparaatSUFsg 3501SUFsg 5001SUFsg 7001
Toegestane belasting van een standaard plank40 kg50 kg50 kg
Toelaatbare totale belasting van alle standaard planken160 kg200 kg200 kg

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

Als het bovenste element maximaal wordt belast, moet een afstand van minstens 24 cm tot het plafond van de binnenruimte worden aangehouden. Het element mag daarom niet hoger dan in positie 59 (van onderen) van de inschuifdraagrails worden ingezet.

Pagina 34

4.5 Koelwateraansluitingen voor apparaten met waterkoeling

Waterkoeling verlaagt de warmte die tijdens het koelen aan de omgevingslucht wordt afgegeven. Een bijverpakking binnenin het apparaat bevat de aansluitkit voor de koelwatertoevoer en koelwaterafvoer.

‘OUT’ ‘IN’

Afbeelding 15: Koelwateraansluitingen aan de achterkant van het apparaat (apparaten met waterkoeling), (voorbeeld SUFsg 7001,H72)

‘IN’ -aansluiting voor koelwatertoevoer met buitendraad 3/4” en binnendraad 3/8” ‘OUT’ -aansluiting voor koelwaterafvoer met buitendraad 3/4” en binnendraad 3/8”

4.5.1 Aansluiting koelwaterafvoer voor waterkoeling

Bevestig de koelwaterslang 1/2‘' op de aansluiting voor de koelwaterafvoer 'OUT' aan de achterkant van het apparaat. Hierbij moet op de volgende punten worden gelet:

De temperatuur van het wegstromende koelwater bedraagt afhankelijk van het apparaat 27 °C tot 29 °C.

Pagina 35

4.5.2 Aansluiting koelwatertoevoer voor waterkoeling

Voordat de koelwatertoevoer wordt aangesloten, moet de koelwaterafvoer zijn aangesloten.

Vereisten voor het gebruikte koelwater:

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor de waterkwaliteit bij de klant.

Voor problemen en storingen als gevolg van afwijkende waterkwaliteit aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid. Dit geldt in het bijzonder voor een te hoog deeltjesgehalte, wat kan leiden tot blokkering van de waterdebietregelklep.

Bij gebruik van water van een afwijkende kwaliteit vervalt de garantie.

Bevestig de koelwaterslang 1/2‘' op de aansluiting 'IN' aan de achterkant van het apparaat. Hierbij moet op de volgende punten worden gelet:

De watertoevoer vindt automatisch plaats via de wateraansluiting 'IN'.

4.5.3 Aansluitkit voor koelwater

De ultra-diepvrieskast met waterkoeling wordt geleverd met een aansluitkit. De kit bestaat uit:

Pagina 36

Beschermingsprincipe van de slangscheurbeveiliging

De slangscheurbeveiliging dient ter bescherming tegen overstromingen door gescheurde waterslangen. Deze is bedoeld voor het gebruik van het apparaat op een tapwaterleiding. Als het apparaat aan een circuit van koel- of klimaatregelingwater wordt gebruikt, moet door de gebruiker worden gecontroleerd of de slangscheurbeveiliging voldoende bescherming biedt. Dit hangt vooral af van een voldoende gemiddelde druk in het systeem.

Bij een sterke waterstroom vanaf ongeveer 18 l/min, veroorzaakt bijvoorbeeld door een gescheurde waterslang tussen de waterkraan en het apparaat, sluit direct een klep. Het sluiten is hoorbaar door een klikgeluid. Het aftappen van water is nu tot aan het ontgrendelen van de slangscheurbeveiliging met de hand onderbroken.

Montage:

Schroef de slangscheurbeveiliging rechtsom op een waterkraan met G¾” buitendraad. De aansluiting is zelfdichtend. Met behulp van een deel van de meegeleverde slang verbind u de aansluitkit en het apparaat. Maak beide slangkanten vast met behulp van de meegeleverde slangklemmen.

Steek de slang als laatste erop om te vermijden dat de slang tijdens het vastschroeven van de veiligheidskit verdraait.

Draai de waterkraan nu langzaam open om te vermijden dat de slangscheurbeveiliging wordt geactiveerd.

Afbeelding 16: Montage van de aansluitkit

Ontgrendeling van de slangscheurbeveiliging:

Als de watertoevoer door de slangscheurbeveiliging is onderbroken, moet de oorzaak worden gevonden en eventueel worden verholpen. De waterkraan moet worden gesloten. Door een halve slag van het geribbelde deel naar links te draaien, wordt de klep ontgrendeld, wat herkenbaar is aan een klikgeluid. Dicht vervolgens het geribbelde deel door rechtsom draaien weer af tegen de waterkraan en open de waterkraan weer langzaam.

Onderhoud en controle van de slangscheurbeveiliging:

Kalkaanslag kan de werking van de klep nadelig beïnvloeden. Wij adviseren een jaarlijkse inspectie door een installateur. Deze moet de slangscheurbeveiliging demonteren en de klep met de hand controleren op werking en kalkaanslag of verstopping.

LET OP

Gevaar voor belemmering van de werking van de klep door kalkafzetting.

Beschadiging van het apparaat.

Verificatie: Snel opendraaien van de waterkraan bij een niet aangesloten apparaat: de klep van de slangscheurbeveiliging moet onmiddellijk sluiten.

Pagina 37

4.6 Elektrische aansluiting

Ultra-diepvrieskasten SUFsg worden kant-en-klaar geleverd. Ze zijn voorzien van een koelapparatuurstekker.

De ultra-diepvrieskast is beveiligd tegen overstroom met een interne installatieautomaat.

ModelStekker van het snoerNominale spanning +/-10% b aangegeven netfrequentieStroomsoortZekering
SUFsg 3501,001 SUFsg 5001,001 SUFsg 7001,001 SUFsg 5001,H72 SUFsg 7001,H72Veiligheidsstekker230 V bij 50 Hz1N~10 A
SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137NEMA 5-15P115 V bij 60 Hz1N~15 A
SUFsg 5001,123 SUFsg 7001,123NEMA 6-15P208-230 V bij 60 Hz2~10 A

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

GEVAAR

Gevaar voor elektrische schok door ontbrekende randaarde-aansluiting. Dodelijke elektrische schok.

UL-apparaten: Gebruik alleen een UL-goedgekeurd netsnoer (UL-categorie ELBZ), SJT 3x14 AWG (2,08 mm²). C13L. Gebruik buiten de Verenigde Staten een gecertificeerd netsnoer dat voldoet aan de nationale vereisten

Vergelijk de waarden met de gegevens op het typeplaatje van het apparaat (linkerkant van het apparaat, rechtsonder, hoofdstuk 1.6).

LET OP

Gevaar voor verkeerde netspanning door ondeskundige aansluiting. Beschadiging van het apparaat.

Zie ook elektrische gegevens (hoofdstuk 26.3).

Trek de stekker uit het stopcontact om het apparaat volledig te scheiden van het elektriciteitsnet. Plaats het apparaat zo dat de apparaatstekker goed toegankelijk is en bij gevaar gemakkelijk kan worden uitgetrokken.

Pagina 38

5. Functioneel overzicht van de apparaatregelaar

De apparaatregelaar regelt de temperatuur in de binnenruimte van het apparaat.

De gewenste temperatuur kan op de regelaar worden ingevoerd in het menu “Set points” ‘Gewenste waarden’.

De regelaar biedt een aantal status- en alarmmeldingen met visuele en akoestische signalen. Alle regelaarinstellingen blijven geldig tot aan de volgende handmatige wijziging. Ook na het uitschakelen van het apparaat blijven deze opgeslagen.

Statuspictogrammen

Temperatuurwaarde

Temperature Informatietekst

Afbeelding 17: Apparaatregelaar, gangbare weergave (voorbeeldwaarden)

Statuspictogrammen

PictogramBetekenisPictogramBetekenis
Apparaat koeltToont de speciale regelaarfuncties die zijn ingeschakeld.
1 = CO2 noodkoeling geactiveerd 2 = noodkoeltest ingeschakeld 3 = gewenste servicewaarde actief
Deur niet openen
Deur open
InformatieAlgemeen alarm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

op hetregelaarscherm
Functietoetsen van de regelaar
ToetsBetekenisFunctie
Pijl-omhoogtoets• Schakelen tussen menu's, submenu's en andere functies
• In het instelmenu: Instelling wijzigen, waarde verhogen
Pijl-omlaagtoets• Schakelen tussen menu's, submenu's en andere functies
• In het instelmenu: Instelling wijzigen, waarde verlagen
OK-toets• Menu, submenu, functies selecteren
• In het instelmenu: Invoer bevestigen
Terug-toetsTerug naar het vorige menuniveau
Stand-by-toetsgeen functie

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

Pagina 39

5.1 Menustructuur van de regelaar en bevoegdheidsniveaus

Vanuit de gangbare weergave kunt u met de pijltjestoetsen tussen de menu's navigeren.

Met de OK-toets gaat u naar de andere subfuncties van de menu's.

Druk op de Terug-toets om terug te keren naar de vorige functie en dan naar de gangbare weergave. De beschikbare functies zijn afhankelijk van de actuele bevoegdheid ‘User’, ‘Admin’ of ‘Service’, waarvoor afhankelijk van de instelling een wachtwoord nodig kan zijn.

Er kunnen wachtwoorden voor verschillende toegangsniveaus worden ingesteld:

MenuVereiste bevoegdheidFuncties
Setpoints
(Gewenste waarden)
'User'• Instelling gewenste temperatuur
• Instelling gewenste CO2 noodkoeling (optie)
• Instelling van de bewakingsregelaar
• Activering / deactivering van de CO2 noodkoeling (optie) en de gewenste servicewaarde, test van de CO2 noodkoeling (optie)
Chamber info
(Apparaatinfo)
Elke gebruiker• Schermfuncties (configuratie-informatie, regelaarhardware en -software, analoge ingangen)
• Weergave van de accustatus (alarminstallatie met reserveaccu)
• Weergave van de interfaceconfiguratie (bijvoorbeeld MAC-adres, IP-adres)
Settings
(Instellingen)
'Admin'• Algemene regelaarinstellingen (datum, tijd, menutaal, temperatuureenheid, schermhelderheid...)
• Netwerkinstellingen
• Instellingen van het geheugeninterval voor gegevensschrijver
• Instelling van de alarmgrens voor het bandalarm en de wachttijd voor deur-open-alarm en bandalarm, instelling van de gewenste servicewaarde
• Wachtwoordwijziging voor User en Admin
Service‘Service’• Configuratie-instellingen (uitsluitend voor service)
• Wachtwoordwijziging voor User en Admin
USB (zichtbaar bij het plaatsen van een USBstick)Export: Elke gebruiker Import: 'Admin'• Configuratie-, schrijver- en servicegegevens exporteren
• Configuratiegegevens importeren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

Pagina 40

Tenzij anders vermeld, tonen de afbeeldingen in deze handleiding de functies die beschikbaar zijn voor gebruikers met “Admin” beheerdersrechten.

Let op: Bij de vermelding van het pad naar de betreffende functie wordt de eventueel vereiste invoer van een wachtwoord niet vermeld.

6. Inbedrijfstelling

Wacht na het transport minimaal 8 uur voordat u het apparaat in gebruik neemt.

Controleer of de binnenruimte van de ultra-diepvrieskast leeg is. Voordat u een nieuw apparaat in gebruik neemt of als u het laatste gebruik van het apparaat niet kent, moet u de binnenruimte hygiënisch reinigen en desinfecteren (hoofdstuk 23).

Na het aansluiten van de voedingsleidingen het apparaat met de hoofdschakelaar (4) inschakelen (stand 1). De gereedheidsindicator brandt.

De regelaar toont de gangbare weergave en regelt de temperatuur op de laatst ingevoerde gewenste waarde.

6.1 Fabrieksinstellingen

Het apparaat wordt geleverd met de volgende instellingen, die in de betreffende menu's kunnen worden gewijzigd:

Gewenste temperatuur-80 °C
BewakingsregelaarSoort gewenste waarde 'Limit' -65 °C
Maximaal toegestane onder- of overschrijding van de gewenste temperatuur als alarmgrens voor bandalarm+/- 5 K
Wachttijd alarm na openen deur1 minuut
Wachttijd alarm na verlaten alarmgrens voor bandalarm (Bandalarm wordt pas geactiveerd nadat de deur is geopend en het apparaat is ingeschakeld als de gewenste waarde is bereikt)60 minuten
Wachtwoord voor de bevoegdheid 'User'0 (geen blokkering)
Wachtwoord voor de bevoegdheid 'Admin'1

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)

6.2 Gedrag na inschakelen van het apparaat

Tijdens de afstelfase gedurende ongeveer 8 uur na het inschakelen van het apparaat treden ongedefinieerde toestanden van de temperatuur in het interieur op. Apparaat in deze tijd niet met monstermateriaal vullen.

LET OP

Gevaar voor temperatuurschommelingen.

Vernietiging van monstermateriaal.

LET OP

Storing van de deurbesturing afhankelijk van het tijdstip van de dag. Langere tijd tot de deur weer open gaat.

Pagina 41

Als de functie ‘Language selection at restart’ (Taalkeuze na opnieuw starten) is geactiveerd (hoofdstuk 12.5, fabrieksinstelling: AAN), worden na het inschakelen van het apparaat de volgende instellingen opgevraagd:

Selecteer de gewenste taal met de pijltjestoetsen en bevestig met de OK-toets

Selecteer de gewenste temperatuureenheid met de pijltjestoetsen, en bevestig uw keuze met de OKtoets

Stel de dag in met de pijltjestoetsen en ga verder met de OK-toets.

Stel de maand in met de pijltjestoetsen en ga verder met de OK-toets.

Stel het jaar in met de pijltjestoetsen en bevestig met de OK-toets

Stel de uren in met de pijltjestoetsen en ga verder met de OK-toets.

Stel de minuten in met de pijltjestoetsen en bevestig met de OK-toets.

Stel op de regelaar de gewenste temperatuur in (hoofdstuk 7) waarmee de ultra-diepvrieskast moet werken.

Zolang de weergegeven werkelijke waarde en de gewenste waarde op het display niet overeenstemmen, is een correcte werking van het apparaat niet gewaarborgd.

7. Gewenste waarde voor temperatuur invoeren

Vereiste bevoegdheid: 'User'.

Instel- en regelbereik: -40 °C tot -90 °C

Voor het instellen van een lagere gewenste waarde voor testdoeleinden of voor afstellen kan een gewenste servicewaarde worden ingevoerd en geactiveerd (hoofdstuk 19). Deze instelling valt buiten het regelbereik en is niet bedoeld voor gangbaar bedrijf.

Pad: Gangbare weergave Setpoints Temperature

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

Temperatuurinstelling

De huidige instelling knippert. Voer de gewenste waarde in met behulp van de pijltjestoetsen.

Bevestig de invoer met de OK-toets.

Temperature

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Setpoints' (Gewenste waarden) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

In de bewakingsregelaarmodus ‘Limit’ (Grenswaarde) moet de bewakingsregelaar opnieuw worden ingesteld telkens als de gewenste temperatuur wordt gewijzigd. Stel de waarde van de bewakingsregelaar in op ongeveer 15 °C boven de gewenste temperatuurwaarde van de regelaar (hoofdstuk 11).

Aanbevolen instelling: Bewakingsregelaarmodus ‘Offset’ met bewakingsregelaarwaarde 15 °C.

Plaats geen monsters in de ultra-diepvrieskast voordat deze met stabiele binnentemperatuur draait: De inregeltijd van de temperatuur tot -80 °C bedraagt ongeveer 3 uur (SUFsg 3501) / ongeveer 6 uur (SUFsg 5001) / ongeveer 7,5 uur (SUFsg 7001).

Pagina 42

7.1 Handmatige offset instellen

Uit een ruimtelijke temperatuurmeting blijkt dat het gebied waarin alle temperatuurwaarden zich bevinden niet symmetrisch is ten opzichte van de gewenste waarde: het gemiddelde van dit temperatuurbereik wijkt in positieve of negatieve richting af van de actuele gewenste waarde.

Indien gewenst kan de afwijking van de gemiddelde waarde van het ruimtetemperatuurbereik van de gewenste waarde worden gecompenseerd door het instellen van een handmatige offsetwaarde. Deze handmatige offsetwaarde wordt opgeteld bij of afgetrokken van de gewenste waarde en resulteert in een nieuw werksetpoint voor de regeling. De oorspronkelijke gewenste waarde blijft zichtbaar op het controllerdisplay.

Voorbeeld voor berekening:

Gewenste waarde: -80 °C

De grenswaarden van alle temperatuursensoren voor een ruimtelijke temperatuurmeting liggen hiertussen -81 °C en -77 °C, het gemiddelde van dit bereik is -79 °C

De afwijking van deze gemiddelde waarde ten opzichte van de ingevoerde streefwaarde bedraagt dus +1 K.

De instelwaarde voor de handmatige offset zou dan zijn: -1 K

Instelling:

Vereiste bevoegdheid: 'Admin'.

Various Manual Offset

Pad: Gangbare weergave Settings

Druk op de OK-toets om de instelling te activeren.

De handmatige offsetwaarde instellen.

De huidige instelling knippert. Voer de offsetwaarde in met behulp van de pijltjestoetsen. Invoerbereik: -6 K tot 6 K, Fabrieksinstelling: 0 K. Bevestig de invoer met de OK-toets.

Manual Offset

Met de pijl-omhoog-toets kunt u overschakelen naar de instelling van de gewenste servicewaarde (hoofdstuk 19.1).

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Various’ (Overig) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de gangbare weergave.

Pagina 43

8. Monsters opslaan in het apparaat

Voordat u kostbare monsters opslaat, moet u de ultra-diepvrieskast 10 dagen op de gewenste temperatuur laten draaien om transportschade te detecteren (bijvoorbeeld haarscheurtjes). Vervolgens kan de ultradiepvrieskast met de voorgekoelde monsters worden beladen.

WAARSCHUWING: bij apparaten die zonder toezicht permanent werken, raden wij in geval van opslag van niet-reproduceerbare monsters ten zeerste aan om monsters, indien mogelijk, te verdelen over ten minste twee apparaten.

Tijdens de inregelfase gedurende ongeveer 8 uur na het inschakelen van het apparaat treden ongedefinieerde toestanden van temperatuur in het interieur op. Apparaat in deze tijd niet met monstermateriaal vullen

LET OP

Gevaar voor temperatuurschommelingen.

Vernietiging van monstermateriaal.

Wanneer er niet-voorgekoelde monsters in de ultra-diepvrieskast worden geplaatst, neemt de temperatuur in het interieur toe. Daarom moet het apparaat stapsgewijs worden beladen. Hoe meer warmte-energie er wordt geleverd, hoe langer het duurt voordat de gewenste temperatuur weer wordt bereikt.

De toelaatbare belasting per compartiment en de toelaatbare totale belasting mogen niet worden overschreden (zie hoofdstuk 26.3).

De interne oppervlakken van het apparaat worden tijdens het gebruik zeer koud. Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de ultra-diepvrieskast opent en materiaal plaatst of verwijdert.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding door bevriezing bij contact met koude onderdelen tijdens het gebruik.

Lokale bevriezingen.

∅ Raak tijdens het gebruik de binnenoppervlakken en de lading NIET direct aan. ∅ Vermijd huidcontact met interne oppervlakken en accessoires.

Na het sluiten van de buitendeur is opnieuw openen pas mogelijk na een wachttijd. Deze tijd is dynamisch afhankelijk van de duur sinds de laatste deuropening:

De wachttijd wordt op de regelaar op gangbare wijze weergegeven als een aftelling. Bovendien licht het informatiesymbool op en knippert het symbool 'Deur niet openen'.

Normale weergave tijdens wachttijd na het sluiten van de buitendeur (voorbeeld)

Wait 56s

Let op: Als de deur langere tijd (meer dan 5 dagen) niet is geopend, is het raadzaam om de deurafdichtingen en de inwendige opening van de drukcompensatieklep (I) ijsvrij te maken (hoofdstuk 24.2.3). Daarna kan de deur ook na kortere tijd zonder grotere krachttoepassing worden geopend)..

Pagina 44

9. Instelling van speciale regelaarfuncties

In het menu ‘Functions on/off’ (Functies aan/uit) kan de schakeltoestand van maximaal vier regelaarfuncties worden ingesteld.

Vereiste bevoegdheid: 'User'.

Functions on/off

Pad: Gangbare weergave Setpoints

Met de optie CO2 noodkoeling:

Pad: Gangbare weergave Setpoints

Functions on/off

De functies worden van links naar rechts weergegeven.

Voorbeeld: Functie 1 geactiveerd = 1000. Functie 1 gedeactiveerd = 0000.

Submenu ‘Functions on/off’ (Functies aan/uit).

In deze weergave worden de schakeltoestanden van de vier beschikbare functies weergegeven.

‘1’ = functie geactiveerd ‘0’ = functie gedeactiveerd

Functions on/off

Druk op de OK-toets om naar de eerste functie te gaan. Met de pijl-omlaag-toets gaat u naar de volgende functies.

Functies 1 en 2 zijn alleen beschikbaar op apparaten met de optie CO2 noodkoeling.

Druk op de OK-toets om de instelling van de gewenste functie te activeren en selecteer de schakeltoestand van de functie ‘1’ (functie ingeschakeld) of ‘0’ (functie gedeactiveerd).

Met de Terug-toets keert u terug naar het submenu ‘Functions on/off’ (Functies aan/uit) en bij meerdere keren indrukken weer terug naar de Gangbare weergave.

De gangbare weergave toont de geactiveerde functies door middel van een pictogram met het aantal betreffende functies.

Voorbeeld:

Gangbare weergave met geactiveerde functie 1 ‘CO2 emer.cooling on/off’ (CO2 noodkoeling aan/uit).

Temperature

De instellingen voor CO2 noodkoeling (optie) zijn beschreven in hoofdstuk 20.

← pagina's 4–21verder op pagina 45 →Inhoud