naslaan.comZoekenAlle merken

Neff B48FT68N1, tekst van de handleiding

Pagina's 27–41 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 15–26verder op pagina 42 →

Pagina 27

Braadthermometer nl

Braadthermometer

Met de MultiPoint braadthermometer kunt u het eindresultaat exact op uw wensen afstellen.Hij meet de temperatuur binnen in het gerecht. Zodra de ingestelde temperatuur bereikt is, schakelt het apparaat automatisch uit.

Geschikte verwarmingsmethoden

Aanwijzingen

De braadthermometer in het gerecht steken

Steek de braadthermometer in het gerecht voordat u het in de binnenruimte plaatst.

De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat het middelste meetpunt in het gerecht steekt.

Vlees: bij grotere stukken steekt u de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees.

Bij kleinere stukken steekt u hem aan de zijkant in, op de dikste plaats.

Gevogelte: steek de braadthermometer in door de dikste plaats van de borst van het gevogelte tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Draai het gevogelte vervolgens en leg het met de borstzijde naar beneden op het rooster.

Vis: steek de braadthermometer in achter de kop, in de richting van de middelste graten tot de aanslag. Hele vis met behulp van een halve aardappel in de ''zwemstand'' op het rooster plaatsen.

Product keren: Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren of de braadthermometer goed in het product is geplaatst.

Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen teruggezet en moeten vervolgens opnieuw worden uitgevoerd.

Attentie!

Zorg ervoor dat het snoer van de braadthermometer niet ingeklemd raakt.

Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.

Kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen

Gebruik geen diepvriesproducten.De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.

Uitgebreide opgaven over de verwarmingsmethode en temperatuur vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 41

Pagina 28

nl Braadthermometer

LevensmiddelenKerntemperatuur in °C
Gevogelte
Kip80-85
Kipfilet75-80
Eend80-85
Eendenborst, rosé55-60
Kalkoen80-85
Kalkoenfilet80-85
Gans80-90
Varkensvlees
Varkensnek85-90
Varkensfilet, rosé62-70
Varkensrug, doorbakken72-80
Rundvlees
Rosbief of rundvlees, kort gebakken45-52
Rosbief of runderfilet, rosé55-62
Rosbief of runderfilet, doorbakken65-75
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager75-80
Gebraden kalfsvlees, schouder75-80
Kalfsschenkel85-90
Lamsvlees
Lamsbout, rosé60-65
Lamsbout, doorbakken70-80
Lamsrug, rosé55-60
Vis
Vis, heel65-70
Visfilet60-65
Diversen
Gebraden gehakt, alle vleessoorten80-90
Gerechten opwarmen, regenereren65-75

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Werking van het apparaat instellen en starten

Waarschuwing – U kunt zich branden!

De ovenruimte en de kerntemperatuurmeter worden zeer heet. Gebruik ovenwanten voor het aansluiten en verwijderen van de kerntemperatuurmeter.

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Bij gebruik van een verkeerde kerntemperatuur kan de isolatie beschadigd raken. Alleen de voor dit toestel bestemde kerntemperatuursensor.

Aanwijzingen

Attentie!

Let erop dat het snoer van de braadthermometer niet tussen de apparaatdeur ingeklemd raakt. Hierdoor kan het beschadigd raken.

Aanwijzing: Wanneer de braadthermometer in de bus gestoken is, worden alleen de verwarmingsmethoden aangeboden waarbij de braadthermometer kan worden gebruikt.

De werking start.

Apparaatfuncties wijzigen of afbreken

Wijzigingen tijdens het gebruik van het apparaat

U kunt de kerntemperatuur en de temperatuur van de binnenruimte ook wijzigen tijdens het gebruik van het apparaat.

Werking van het apparaat beëindigen

Zodra de ingestelde kerntemperatuur bereikt is, klinkt er een signaal en wordt de werking automatisch beëindigd.

Pagina 29

Sabbatinstelling nl

Sabbatinstelling

Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. De gerechten in de binnenruimte blijven warm, zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.

Sabbatfunctie starten

Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling bij de “Favorieten” te activeren.

Is de sabbatfunctie geactiveerd, dan kunt u deze kiezen in het menu Verwarmingsmethoden.

Het apparaat warmt op met boven- en onderwarmte.Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld.

De werking start.

Aanwijzingen

Zodra de tijdsduur van de sabbatfunctie verstreken is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Schakel het apparaat uit met de touch-toets .

Sabbatfunctie afbreken

Om de sabbatfunctie af te breken, tipt u op de touchtoets .

Schoonmaakmiddelen

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.

Attentie!

Oppervlakteschade

Gebruik geen

Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.

Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

BereikSchoonmaken
Buitenzijde apparaat
Voorzijde van roestvrij staalWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.
Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
KnststofWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Gelakte oppervlakkenWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Pagina 30

nl Schoonmaakmiddelen

BedieningspaneelWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Als er ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel komt, dit direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.
Ruiten van de deurWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken.
DeurgreepWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.
Binnenzijde apparaat
Emaillen oppervlakken en zelfreinigende oppervlakkenLet op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de binnenruimte aan het einde van de tabel.
Glazen kapje van de binnenruimteverlichtingWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken.
Deurdichting Niet afnemen!Warm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen.
Niet schuren.
Na afloop van de reiniging de positie van de deurdichting controleren. "Na afloop van de reiniging" op pagina 31
Deurafschermingvan roestvrijstaal:
Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
van kunststof:
Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken.
RekjesWarm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
UittreksysteemWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

ToebehorenWarm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
Verontreinigingen op roestvrijstalen vormen door levensmiddelen die maïzena bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater.
WatertankWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en grondig naspoelen met schoon water, om resten van schoonmaakmiddel te verwijderen.
Met een zachte doek nadrogen. Met het deksel eraf laten drogen. Dichting van het deksel na gebruik droogwrijven.
Niet afwassen in de vaatwasmachine.
BraadthermometerWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
Niet afwassen in de vaatwasmachine.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

--------

Aanwijzingen

De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.

Oppervlakken in de binnenruimte

De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend.Dit kunt u zien aan het ruwe oppervlak.

Bodem, plafond en zijdelen zijn geëmailleerd en hebben een glad oppervlak.

Emaillen vlakken reinigen

Reinig de gladde emaillen vlakken met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop of azijnwater. Met een zachte doek nadrogen.

Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.

Attentie!

Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen.

De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.

Tip: Het beste kunt u de reinigingshulp gebruiken. "Reinigingsfunctie" op pagina 32

Pagina 31

Schoonmaakmiddelen nl

Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking. Indien nodig kunt u de resten met citroenzuur verwijderen.

Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken

De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreuze, matte keramiek. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgebroken terwijl het apparaat in gebruik is.

Als de zelfreinigende oppervlakken zichzelf niet meer voldoende reinigen en er donkere vlekken ontstaan, kunnen deze worden verwijderd door gericht opwarmen.

Instellen

Neem eerst de rekjes, uitschuifrails, toebehoren en vormen uit de binnenruimte. Reinig de gladde emaillen oppervlakken, de deur en het kapje van de verlichting van de binnenruimte.

Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijderen met water of een zachte spons.

Aanwijzing: Tijdens het gebruik kunnen er roodachtige vlekken op de oppervlakken ontstaan. Hierbij gaat het niet om roest, maar om vlekken van levensmiddelen. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.

Attentie!

Gebruik geen ovenspray voor de zelfreinigende oppervlakken. De oppervlakken raken dan beschadigd. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulpen gebruiken.

Na afloop van de reiniging

Controleer na afloop van de reiniging of de deurdichting links en rechts goed zit (Afb. ).

Als de deurdichting zich op de afstandshouder bevindt, schuif hem dan naar binnen, zodat hij naast de afstandhouder is geplaatst (Afb. ).

Apparaat schoon houden

Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.

Waarschuwing – Risico van brand!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.

Tips

Pagina 32

nl Reinigingsfunctie

Reinigingsfunctie

Uw apparaat beschikt over EasyClean en de functie Ontkalken. Gebruik de reinigingshulp EasyClean voor het schoonmaken van de binnenruimte. Met EasyClean wordt het vuil eerst ingeweekt. Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.Met de functie Ontkalken verwijdert u kalk uit de verdamper.

EasyClean

De reinigingshulp EasyClean maakt het reinigen van de binnenruimte gemakkelijker voor u.Door inwerking van het zeepsop wordt het vuil eerst ingeweekt.Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.

Waarschuwing – Kans op verbrandingen!

Door water in de hete binnnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.

Starten

Aanwijzingen

EasyClean wordt gestart. Op het display verschijnt de resterende tijdsduur.

Afsluiten

Zodra de reinigingshulp afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd.

Zodra u de apparaatdeur opent, wordt de verlichting van de binnenruimte ingeschakeld. Zo kunt u de binnenruimte beter nareinigen.Het restwater in de binnenruimte moet op tijd worden verwijderd. Laat het niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts). Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen wanneer de binnenruimte nog nat of vochtig is.

Nareinigen

Snel drogen van de binnenruimte

Sterke verontreiniging verwijderen

Om bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen, heeft u meerdere mogelijkheden.

Ontkalken

Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.

Het ontkalken gebeurt in een paar stappen. Om hygiënische redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het ontkalken ca. 70 - 95 minuten.

Wordt het ontkalken onderbroken (bijv. door een stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat), dan wordt u nadat het apparaat opnieuw ingeschakeld is gevraagd om twee keer te spoelen. Tot aan het einde van de tweede spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor andere toepassingen.

Pagina 33

Reinigingsfunctie nl

Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt, hangt af van de waterhardheid van het gebruikte water. Zodra er nog 5 of minder keer stoom kan worden gebruikt, wordt op het display vermeld dat u dient te ontkalken. Het aantal keren dat gebruik met stoom nog mogelijk is, wordt na het inschakelen weergegeven. Zo kunt u het ontkalken op tijd voorbereiden.

Starten

Attentie!

Wanneer u voor het ontkalken een functie met stoom heeft gebruikt, dient u het apparaat eerst uit te schakelen. Dan kan het restwater uit het stoomsysteem worden gepompt.

De duur van het ontkalken wordt weergegeven.Deze kan niet worden veranderd.

Het apparaat wordt ontkalkt. De resterende tijdsduur loopt af op het display. Zodra het ontkalken beëindigd is, klinkt er een signaal.

Eerste keer spoelen

Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beëindigd is, klinkt er een signaal.

Tweede keer spoelen

Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beëindigd is, klinkt er een signaal.

Nareinigen

Het ontkalken is afgesloten en het apparaat is weer klaar voor gebruik.

Pagina 34

nl Rekjes

Rekjes

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.

Inschuifhoogte voor telescopische uitschuifrails veranderen.

Stangen en telescopische uitschuifrails kunt u naar wens rangschikken. U kunt bijv. de telescopische uitschuifrails bij de inschuifhoogte hangen die u het vaakst gebruikt.

Stang verwijderen

Telescopische uitschuifrails worden net als de stangen afgenomen en opgehangen.

Stang inbrengen

F

Rekjes verwijderen en bevestigen

Waarschuwing – Risico van verbranding!

De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Rekjes verwijderen

Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.

Rekjes ophangen

De rekjes passen alleen links of rechts.De uitschuifbare rails moeten er naar voren kunnen worden uitgetrokken.

E

G

Pagina 35

Apparaatdeur nl

Apparaatdeur

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.

Apparaatdeur verwijderen en inbrengen

Om de deurruiten schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.

Waarschuwing – Risico van letsel!

De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Draai de beide vergrendelingen voor het inbrengen en verwijderen van de deur altijd tot de aanslag.

Waarschuwing – Risico van letsel!

Is de deur verwijderd zonder beide vergrendelingen tot de aanslag te draaien, dan kan de scharnier terugklappen. Kom niet met uw handen aan het scharnier. Neem contact op met de klantenservice.

Apparaatdeur verwijderen

Hiervoor de schroevendraaier horizontaal houden en de deurbeveiliging (zwarte module) aan beide kanten tot de aanslag naar boven schuiven (Afb. ). Tip: Om de deurbeveiliging goed te zien kunt u met een zaklamp in de spleet schijnen.

Deurbeveiliging gesloten (Afb. ) Deurbeveiliging geopend (Afb. )

Vergrendeling links: met de klok mee Vergrendeling rechts: tegen de klok in De pijlen wijzen naar elkaar en de vergrendeling klikt duidelijk in (Afb. ).

Vergrendeling links zit vast (Afb. ) Vergrendeling links is los (Afb. )

De apparaatdeur zit in de vergrendelingsstand. Deze kan nog maar minimaal worden bewogen.

Attentie!

Beschadiging van de deurscharnieren.

Apparaatdeur in de vergrendelingsstand niet tegen een weerstand openen of sluiten.

Heeft u de apparaatdeur in de vergrendelingsstand tegen de weerstand geopend of gesloten, neem dan telefonisch contact op met de servicedienst.

Pagina 36

nl Apparaatdeur

Waarschuwing

Gevaar voor letsel!

De deurgreep kan afbreken. Apparaatdeur niet dragen aan de deurgreep. Apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken om hem te dragen of uit te nemen

Waarschuwing

Gevaar voor letsel!

Naar beneden vallen van de apparaatdeur. De apparaatdeur heeft een gewicht van 7 - 10 kg. Ga er voorzichtig mee op.

E

D

Apparaatdeur inbrengen

De apparaatdeur glijdt met het laatste stukje volledig naar beneden (Afb. ).

E

D

Vergrendeling links: tegen de klok in Vergrendeling rechts: met de klok mee

Waarschuwing

Risico van letsel door niet gesloten deurbeveiligingen!

De apparaatdeur kan uit de hengsels loskomen. U kunt dan letsel oplopen en de deur kan worden beschadigd. Na het inbrengen de deurbeveiliging altijd aan de linker- en rechterkant sluiten.

Pagina 37

Apparaatdeur nl

Deurruiten verwijderen en inbrengen

Om ze schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.

Hiervoor dient u de apparaatdeur eerst te verwijderen (zie het hoofdstuk “Apparaatdeur verwijderen en inbrengen”).

Waarschuwing – Risico van letsel!

Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.

Waarschuwing – Risico van letsel!

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen.

Verwijderen

Aanwijzing: De verwijderde ruiten op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.

D

E

E

F

G

Waarschuwing

Gevaar voor letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

Attentie!

Schade aan de verlichting! De LED in de apparaatdeur niet aanraken of schoonmaken.

D

Pagina 38

nl Apparaatdeur

Inbrengen

Aanwijzing: Let erop dat u de deurruiten inbrengt in de oorspronkelijke volgorde.

1

2

D

E

Attentie!

Glazen spijl niet met de blote vingers aanraken. Door vetresten vermindert de lichtdoorlaatbaarheid. Maak de glazen spijl na het inbrengen schoon met glasreiniger.

F

F

F

G

F

G

H

H

Pagina 39

Wat te doen bij storingen? nl

3Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.

Tip: Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk “Voor u getest in onze kookstudio”.Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

Waarschuwing – Gevaar voor letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.

Storingentabel

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.

StoringMogelijke oorzaakAanwijzing/Oplossing
Apparaat werkt nietStekker is niet in het stopcontact gestokenApparaat aansluiten op het elektriciteitsnet
StroomuitvalControleer of andere keukenapparaten werken
Zekering defectControleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is
Het gebruik met stoom of het ontkalken start niet of loopt niet verderWatertank leegWatertank vullen
Afscherming is openAfscherming sluiten
Door het ontkalken wordt het gebruik met stoom geblokkeerdOntkalken uitvoeren
Sensor defectContact opnemen met de servicedienst
De NeffLight-reflector van de apparaatdeur is verkleurdNormaal verschijnsel als gevolg van hoge temperaturen.Niet mogelijk
Na het inschakelen van een functie verschijnt op het display de melding dat de temperatuur te hoog is.Apparaat is nog niet voldoende afgekoeldApparaat laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen
Het apparaat vraagt u te spoelenTijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeldNadat het apparaat weer ingeschakeld is, twee keer spoelen
Het apparaat vraagt u te ontkalken, zonder dat eerst de teller verschijntDe ingestelde waterhardheid is te laagOntkalken uitvoeren
Ingestelde waterhardheid controleren en eventueel aanpassen
Toetsen knipperenNormaal verschijnsel door condenswater achter het bedieningspaneelZodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet meer
Het bereidingsresultaat bij toepassingen met stoom is te vochtig of te droog gewordenEr is een verkeerde stoomintensiteit gekozenEen lagere of hogere stoomintensiteit kiezen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

Pagina 40

nl Wat te doen bij storingen?

De melding "Watertank vullen“ verschijnt, hoewel de tank gevuld isAfscherming is openAfscherming sluiten
Watertank niet vergrendeldWatertank vergrendelen "Stoom" op pagina 17
Sensor defectContact opnemen met de servicedienst
Watertank is gevallen. Als gevolg van de trillingen zijn er onderdelen in de watertank losgekomen, hierdoor raakt hij lek.nieuwe watertank bestellen
De afscherming voor het uitnemen van de tank gaat niet openStekker is niet in het stopcontact gestokenApparaat aansluiten op het elektriciteitsnet
StroomuitvalControleer of andere keukenapparaten werken
Zekering defectControleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is
Sensor van de touch-toets defectContact opnemen met de servicedienst Zo nodig de watertank leegmaken: apparaatdeur openen, de afscherming rechts en links vastpakken en de afscherming eruit trekken
Tijdens de bereiding komt er stoom vrij door de ontluchtingssleuvenNormale procedureNiet mogelijk
Bij het stomen ontstaat extreem veel stoomApparaat wordt automatisch gekalibreerdNormale procedure
Bij het stomen ontstaat herhaaldelijk extreem veel stoomApparaat kan bij te korte bereidingstijden niet automatisch worden gekalibreerdApparaat terugzetten naar de fabrieksinstelling en opnieuw kalibreren
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld, op het display wordt het symbool 1 weergegevenAutomatisch kinderslot is geactiveerdTouch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 1 verdwijnt
Het ingeschakelde apparaat kan niet bediend worden, op het display wordt het symbool 1 weergegevenKinderslot is geactiveerd.Touch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 1 verdwijnt
Apparaat warmt niet op, op het display wordt 6 weergegevenDe demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingenOntkoppel het apparaat ca. 10 seconden van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen 3 minuten in de basisinstellingen "Basisinstellingen" op pagina 23
Tijdens het gebruik is een plofgeluidje hoorbaarKoud/warmeffect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdampNiet mogelijk
Op het display verschijnt “D” of “E”, bijv. D0111 of E0111
--------
Technisch probleemApparaat uit- en weer inschakelen
Als de melding opnieuw verschijnt: contact opnemen met de servicedienst.Geef hiervoor de precieze foutmelding weer

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)

Maximale gebruiksduur overschreden

Uw apparaat beëindigt het gebruik automatisch wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instelling lang niet veranderd is.

De werkelijke tijdsduur tot de automatische bedrijfsstop varieert met de gekozen instellingen.

Op het display wordt gemeld dat de werking automatisch beëindigd wordt. Vervolgens wordt de werking stopgezet.

Om het apparaat weer te gebruiken dient u het eerst uit te schakelen. Schakel het apparaat vervolgens weer in en stel de gewenste functie in.

Lampen van de binnenruimte

Voor de verlichting van de binnenruimte beschikt uw apparaat over een of meerdere duurzame LED-lampen.

Mocht een LED-lamp of het glazen kapje toch eens defect zijn, neem dan contact op met de servicedienst. Het kapje van de lamp mag niet verwijderd worden.

Pagina 41

Servicedienst nl

4 Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.

E-nummer en FD-nummer

Geef tijdens het telefoongesprek altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de rechterkant wanneer u het paneel opent. Tip hiervoor op de touch-toets . "Stoom" op pagina 17

( 1U

)'

= 1U

Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de servicedienst nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E-nr. FD-nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040

Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.

Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.

Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.

Bij stomen of een toepassing met stoom is het gewenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ontstaat. Veeg na het garen de binnenruimte droog nadat deze is afgekoeld.

Vormen van silicone

Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.

Wanneer u niettemin vormen van silicone wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.

Voor het bereiden met stoom en bij het stomen zijn vormen van silicone niet geschikt.

Gebak en klein gebak

Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.

Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.

Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.

Bakken met stoom

Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.

Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.

Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.

← pagina's 15–26verder op pagina 42 →Inhoud