Pelgrim IDK764ONY, tekst van de handleiding
Kookplaat · Pelgrim · 17 pagina's in het Nederlands · pdf: 82 pagina's, 1,7 MB
Storingen op pagina 19
Pagina 19
STORINGEN
Algemeen
Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw toestel betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.pelgrimservice.nl’.
Storingstabel
| Symtoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Bij het in werking stellen verschijnt er tekst in de displays. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken. |
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. Het pandetectiesymbool knippert wisselend met de kookstand. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan. |
Pagina 20
STORINGEN
| Symtoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal. | De ingestelde timertijd is voorbij. | Schakel het signaal uit door op een willekeurige toets te drukken. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op de display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| Foutcode ER22. | Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op. | Bedieningspaneel schoonmaken. |
| Foutcode E3. | Verkeerde pan gebruikt. | Gebruik een geschikte pan voor inductiekoken. |
| Foutcode . | Te lange bediening van de slider toetsen. | Slider toetsen niet te lang bedienen. |
| Foutcode E2. | Toestel oververhit. | Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken. |
| Foutcode U400. | Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten. | Laat uw aansluiting wijzigen. |
| Overige foutcodes. | Generator defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
Pagina 21
MILIEU ASPECTEN
Afvoeren toestel en verpakking
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Let op! Werp een gebarsten keramische glasplaat niet in de glasbak maar lever deze in bij de milieustraat van de gemeente.
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese Richtlijnen, Besluiten en Verordeningen en de eisen die zijn vermeld in de normen waar naar wordt verwezen.
Pagina's 1–4: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 5
GEBRUIK
Pannen
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.
Let op
- Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
▷ een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; ▷ een vlakke bodem.
- Het beste zijn pannen met het ‘Class Induction’ keurmerk.
Tip
Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrijstaal |
| Solide geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper |
| Kunststof | |
| Aluminium |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
Let op
Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen:
- op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is;
- door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Pagina 6
GEBRUIK
Let op
- Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
- Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
- Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
Let op
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
- De minimale pandiameter bedraagt 120 mm (bij een kookzone van Ø 145) en 145 mm (bij een kookzone van Ø 180). Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.
Snelkookpannen
- Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Het vermogen past zich aan
- Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.
Beinvloeding kookzones onderling
Sommige kookzones beinvloeden elkaar!
- Bij de IDK764 en IDK784 : De achter elkaar liggende zones.
- Bij de IDK714: de 2 linker zones en de 2 rechter zones
Pagina 7
GEBRUIK
- Dit heeft geen gevolgen tot aan instelling 9. Door de boostinstelling voor een van de kookzones te selecteren, wordt de andere kookzone echter automatisch naar een lagere stand geschakeld.
- Als een van de kookzones is ingesteld op boost en u wilt de andere zone instellen op 9 of boost, wordt de kookzone waarvoor boost is ingesteld, automatisch naar een lagere stand geschakeld.
Kookduurbegrenzing
- De kookduurbegrenzer is een beveiliging van uw kookplaat. Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd in werking is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
- Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: |
|---|---|
| 0 | 12 uur |
| 1 | 8,5 uur |
| 2 | 6,5 uur |
| 3 | 5 uur |
| 4 | 4 uur |
| 5 | 3,5 uur |
| 6 | 3 uur |
| 7 | 2,5 uur |
| 8 | 2 uur |
| 9 | 1,5 uur |
| u | 2 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone automatisch uit.
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch naar stand 12 geschakeld na: |
|---|---|
| boost (P) | 10 minuten |
Pagina 8
BEDIENING
Inschakelen en vermogen instellen
Het vermogen is met 9 standen in te stellen. Deze kookplaat heeft tevens een ‘boost’ stand welke wordt aangegeven met een ‘P’ in het diplay (zie ‘Boost’).
- Plaats een pan op het midden van een kookzone.
- Druk op de aan-/uittoets
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in het display verschijnt voor elke kookzone een ‘0’. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de kookzone na 10 seconden vanzelf uit.
- Schuif met uw vinger over de slide control van de te bedienen kookzone om de gewenste stand in te stellen. De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand (als er een pan gedetecteerd wordt).
▷ Schuif naar rechts voor een hoger vermogen en naar links voor een lager vermogen.
▷ Het is ook mogelijk direct een vermogensstand te kiezen. Druk ergens op de slider om direct een vermogen te kiezen.
Uitschakelen
Eén kookzone uitschakelen
Een kookzone is ingeschakeld. Het display toont een vermogensinstelling tussen 1 en 9, of “P.”.
- Raak de multi-slider van de gewenste kookzone aan en schuif uw vinger (naar links) naar het niveau “0.”.
Of:
- Selecteer de instelling “0.” direct door de linkerzijde van de multislider van de gewenste kookzone aan te raken.
U hoort een geluidssignaal en op het display verschijnt “0.”. Als alle kookzones ingesteld zijn op “0.” en er geen verdere handeling wordt uitgevoerd, schakelt de kookplaat na 10 seconden automatisch uit.
Alle kookzones tegelijk uitschakelen
Meerdere kookzones zijn actief.
- Raak de aan-/uittoets kort aan om alle kookzones tegelijk uit te schakelen.
U hoort één geluidssignaal. Alle lampjes zijn uit. De kookplaat is nu uitgeschakeld.
Pagina 9
BEDIENING
Pandetectie
Indien de kookplaat na het instellen van een kook-vermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal in het display het pandetectiesymbool om en om met de gekozen vermogensstand blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen 1 minuut geen (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone automatisch uit
Restwarmte-indicatie
Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een “H” in de display staan.
Boost
De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
Boost inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op de kookzone.
- Raak de multi-slider van de gewenste kookzone aan en schuif uw vinger (naar rechts) om de stand “P.” te selecteren. (U kunt de multi-slider ook gebruiken als het vermogen reeds is ingesteld). Op het display verschijnt “P.”. De boostfunctie is onmiddellijk actief.
De boost functie uitschakelen
De boost functie is ingeschakeld, in de display is stand ‘P’ zichtbaar.
- Raak de multi-slider van de gewenste kookzone aan en schuif uw vinger (naar links) om een lager niveau in te stellen.
Pagina 10
BEDIENING
Smelt-/warmhoudfunctie
Met de warmhouden smelt toetsen kunt u de smeltfunctie en de warmhoudfunctie inschakelen. Met behulp van een kookwekker kunt u de maximale smelt-/warmhoudtijd instellen.
| De smeltfunctie (u) | De warmhoudfunctie (U) |
|---|---|
| In de smeltfunctie wordt de temperatuur van het gerecht automatisch op een constante temperatuur van 42 °C gehouden. | In de warmhoudfunctie wordt de temperatuur van het gerecht automatisch op een constante temperatuur van 70 °C gehouden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
De smeltfunctie inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
- Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt ‘0.’.
- Druk op de smelttoets.
Eén lampje rechtsboven de smelttoets licht op.
- Schuif met uw vinger over de slide control van de te bedienen kookzone om de gewenste stand in te stellen.
In de display verschijnt ‘u.met 2 verwarmingssymbolen’.
De warmhoudfunctie inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
- Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt ‘0.’.
- Druk op de warmhoudtoets.
Eén lampje rechtsboven de warmhoudtoets licht op.
- Schuif met uw vinger over de slide control van de te bedienen kookzone om de gewenste stand in te stellen.
In de display verschijnt ‘U. met 3 verwarmingssymbolen’.
De smelt-/warmhoudfunctie uitschakelen
De smeltfunctie of warmhoudfunctie is ingeschakeld. in de display is ‘u.’ of ‘U.’ zichtbaar.
- Druk ergens op de slider
De smelt-/warmhoudfunctie is nu uitgeschakeld.
Pagina 11
BEDIENING
Aankookautomaat
De aankookautomaat is geschikt voor het snel aan de kook brengen van gerechten en vervolgens op een lagere stand doorkoken. De aankookautomaat schakelt zelf terug naar de doorkookstand. De aankookautomaat verhoogt het vermogen tijdelijk (instelling “9.”) om de inhoud van de pan op te warmen. Deze functie is beschikbaar in de instellingen 1-8.
De aankookautomaat inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
- Raak de multi-slider van de gewenste kookzone aan en verschuif uw vinger om de gewenste instelling te kiezen, waarna u uw vinger gedurende 3 seconden op die instelling houdt.
“A.” en de correcte instelling knipperen afwisselend op het display, de automatische opwarmfunctie is actief.
▷ Als u een lagere kookstand selecteert, wordt de automatische opwarmfunctie uitgeschakeld.
▷ Als u een hogere kookstand selecteert, wordt de opwarmduur automatisch in overeenstemming gebracht met de nieuwe kookstand.
- Zodra de automatische opwarmtijd verstreken is, wordt de automatische opwarmfunctie automatisch uitgeschakeld en gaat de kookzone verder met het ingestelde vermogen.
De volgende tabel toont de duur van de aankookautomaat voor elke vermogensinstelling:
| Standen | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Seconden | 40 | 72 | 120 | 176 | 256 | 432 | 120 | 192 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
De aankookautomaat uitschakelen
De kookplaat is ingeschakeld. “A.” en de vermogensinstelling knipperen afwisselend op het display.
- Raak de multi-slider van de gewenste kookzone aan en schuif uw vinger (naar links) om een lager niveau in te stellen.
Of:
- Selecteer direct een lagere instelling door de linkerzijde van de multi-slider van de gewenste kookzone aan te raken.
Er verschijnt een andere vermogensinstelling op het display en “A.” knippert niet meer.
Pagina 12
BEDIENING
Stand-by modus Kinderslot
In stand-by modus is in de display van elke kookzone ‘0.’ zichtbaar. In stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en kunt u deze zonder toezicht achterlaten.
- U kunt naar de stand-by modus schakelen vanuit de “uit” modus, of door alle afzonderlijke kookzones uit te schakelen (op ‘0.’ te zetten). Na 10 seconden in stand-by modus zonder verdere toetsbedieningen schakelt de kookplaat automatisch weer uit.
De kookplaat van ‘uit’-modus naar stand-by modus schakelen
- Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt ‘0.’. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets van de kookplaat brandt constant.
- Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de slider van de gewenste kookzone te drukken.
Uw inductieplaat is uitgerust met een kinderslot, zodat u het apparaat kunt vergrendelen om het te reinigen of om te voorkomen dat het ongewenst wordt ingeschakeld door kinderen.
Met de sleuteltoets heeft u toegang tot de volgende twee functies:
| De (standaard) slotmodus | De kinderslotmodus |
|---|---|
| Met de (standaard) slotmodus wordt het ongewenst wijzigen van instellingen voorkomen. | Met de kinderslotmodus wordt het onbedoeld inschakelen van de kookplaat voorkomen. |
| Alle ingestelde kookprocessen blijven actief. | Alle kookzones en kook-/ eierwekker(s) moeten uit zijn. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
De kookplaat naar de (standaard) slotmodus schakelen
Eén of meerdere kookzones zijn actief.
- Druk 3 seconden op de sleuteltoets.
Let op: Alle ingestelde kookprocessen blijven actief.
Het rode sleuteltje naast de sleuteltoets brandt constant. Alle toetsen zijn inactief, behalve de sleuteltoets en de aan-/uittoets.
- Druk nogmaals 3 seconden op de sleuteltoets om de slotmodus uit te schakelen en het bedieningspaneel te ontgrendelen.
Pagina 13
BEDIENING
De kookplaat naar kinderslotmodus schakelen
De kookplaat staat in stand-by modus. In de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar.
- Druk 3 seconden op de sleuteltoets om het kinderslot in te schakelen. Het rode sleuteltje naast de sleuteltoets brandt constant.
Indien er binnen 10 seconden geen verdere toetsbedieningen plaatsvinden schakelt de kookplaat automatisch uit. Het kinderslot blijft actief. U kunt de kookplaat ook zelf uitschakelen.
- Druk binnen 10 seconden nogmaals op de sleuteltoets om het kinderslot uit te schakelen en het bedieningspaneel te ontgrendelen.
- Ná 10 seconden moet de kookplaat eerst weer ingeschakeld worden met de aan-/uittoets van de kookplaat voordat u het kinderslot kunt uitschakelen.
Tip
Zet de kookplaat in de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat reinigen om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt.
- Met de pauze functie kunt u de gehele kookplaat tijdens het koken gedurende 10 minuten ‘op pauze’ zetten. Het vermogen van alle kookzones wordt automatisch uitgeschakeld. Dit is bijvoorbeeld handig als een gerecht overgekookt is en u de kookplaat even snel wilt schoonmaken. U kunt de kookplaat zo ook gedurende een korte tijd, op een veilige manier alleen laten, zonder instellingen te verliezen.
De kookplaat naar pauze modus schakelen
- Eén of meerdere kookzones zijn actief.
- Druk 3 seconden de pauze toets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal. In de display van elke kookzone wordt “11” zichtbaar en de pauze-indicatie naast de pauzetoets brandt constant.
- Eventueel ingestelde kook-/eierwekkers staan stil.
- Alle toetsen zijn inactief behalve de sleuteltoets, de pauzetoets en de aan-/uittoets van de kookplaat.
Indien u binnen 10 minuten geen verdere actie onderneemt worden alle actieve kookzones automatisch uitgeschakeld.
Pauze functie
Pagina 14
BEDIENING
De pauze modus uitschakelen
- Druk binnen 10 minuten nogmaals op 3 seconden op de pauzetoets. De pauze indicatie ‘11’ gaat knipperen.
- Raak een willekeurige slider aan, de kookplaat hervat de instellingen zoals deze voor de pauze ingesteld zijn.
Geheugen functie
Met de geheugenfunctie kunt u de laatste instellingen van de kookplaat terughalen binnen 6 seconden na het uitschakelen van de kookplaat. Dit is bijvoorbeeld handig wanneer u de gehele kookplaat per ongeluk heeft uitgeschakeld met de aan-/uittoets.
- Druk binnen 6 seconden op de aan/uittoets en direct daarna op de pauzetoets.
Herkennen van een modus
| De stand-by modus | In de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets brandt constant. |
| De (standaard) slotmodus | Eén of meerdere displays vertonen een vermogensstand. Het rode lampje naast de sleuteltoets én het rode lampje boven de aan-/uittoets branden constant. |
| De kinderslot modus | In de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar. Het rode sleuteltje én het rode lampje boven de aan-/uittoets branden constant. Na 10 seconden gaan alle displays en lampjes uit, de kinderslot modus blijft geactiveerd. |
| De pauze modus | In de display van elke kookzone is “11” zichtbaar. Het rode indicatie naast de pauzetoets brandt constant. De pauze functie werkt alleen als één of meerdere kookzones actief zijn. |
| De geheugen modus | In de display van elke kookzone is ‘0.’ zichtbaar. De indicator naast de pauzetoets knippert. |
Pagina 15
BEDIENING
Kooktimer/wekker
Voor elke kookzone kan een kooktimer worden ingesteld. Alle kooktimers kunnen tegelijk worden gebruikt. De kookplaat beschikt ook over een wekker. Zowel de kooktimer als de wekker kunnen op maximaal 99 minuten worden ingesteld.
De wekker werkt op dezelfde manier als de kooktimer, maar is niet aan een kookzone gekoppeld. Als de wekker is ingesteld, blijft hij ook lopen nadat de kookplaat werd uitgeschakeld. De wekker kan alleen worden uitgeschakeld wanneer de kookplaat is ingeschakeld.
| Kooktimer | Wekker |
|---|---|
| De kooktimer moet aan een kookzone worden gekoppeld. Daardoor schakelt de kookzone uit wanneer de ingestelde tijd verstreken is. | De wekker is niet aan een kookzone gekoppeld. De wekker blijft lopen nadat de kookplaat werd uitgeschakeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
De wekker inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld, alle vermogens displays geven “0.” aan (geen enkele kookzone is actief).
- Druk een keer op de timertoets.
“00.” verschijnt in het timer display.
- Gebruik de slidertoets om de gewenste tijd in te stellen.
De wekker begint te lopen. Na 10 seconden schakelt de kookplaat automatisch uit, de wekker blijft lopen.
▷ Als u geen tijd instelt met de slidertoets, schakelt de wekker na 10 seconden automatisch uit.
De wekker uitschakelen
De kookplaat moet ingeschakeld zijn, alle displays geven “0.” aan (er is geen actieve kookzone).
- Druk één keer op de timertoets.
De resterende tijd wordt op het timer display aangegeven.
- Gebruik de slidertoets om de gewenste tijd op “00” in te stellen. “00” verschijnt op het display.
De wekker is nu uitgeschakeld.
Pagina 16
BEDIENING
De kooktimer toewijzen en inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld, er is minstens een kookzone actief (de kooktimer kan alleen worden gekoppeld aan actieve kookzones).
- Druk op de timertoets.
De timerdisplay knippert. De actieve kookzones worden in de timerdisplay weergegeven met een punt.
- Druk op de slidertoets van de kookzone die via de timer moet worden uitgeschakeld.
De timerindicator in het timerdisplay van de gekoppelde zone knippert.
- Gebruik de slidertoets om de gewenste tijd in te stellen.
De kooktimer begint te lopen.
▷ Als u de slidertoets niet gebruikt om een tijd in te stellen, wordt de kooktimer na 10 seconden automatisch uitgeschakeld.
- Herhaal de stappen om de tijd in te stellen voor een andere actieve zone.
Opgelet
Wanneer er meer dan een timer actief is, toont het display de kortste resterende tijd en een knipperende timerpunt die daarmee overeenkomt.
Timertijd uitlezen of aanpassen
- Druk op de timertoets. De timerdisplay knippert.
- Druk op de slidertoets van de zone waarvan u de tijd wilt uitlezen of aanpassen.
De kooktimer uitschakelen
- Druk op de timertoets.
De timerdisplay knippert met de resterende tijd.
- Stel met de gewenste slider de timertijd op “00”. De kooktimer is nu uitgeschakeld.
Het alarm van de kooktimer/wekker uitschakelen
Wanneer de ingestelde tijd/kooktijd is verstreken, hoort u het alarm.
- Raak een willekeurige toets aan om het alarm uit te schakelen.
Pagina 17
KOKEN
Kookstanden
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
Gebruik ‘boost’ en stand 9 voor:
- snel aan de kook brengen;
- slinken van bladgroenten;
- verhitten van olie en vet;
- onder druk brengen van een snelkookpan.
Gebruik stand 8 voor:
- aanbraden van vlees;
- bakken van vis;
- bakken van omeletten;
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren.
Gebruik stand 7 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dik, gepaneerd vlees;
- uitbakken van spek of bacon;
- bakken van rauwe aardappelen;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van gepaneerde vis.
Gebruik stand 6 en 5 voor:
- doorkoken;
- ontdooien van harde groenten;
- bakken en garen van dun vlees.
Gebruik stand 1 t/m 4 voor:
- trekken van bouillon;
- bereiden van stoofvlees;
- smoren van groenten;
- smelten van chocolade;
- smelten van kaas.
Pagina 18
ONDERHOUD
Reinigen
Tip
Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.
- Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen.
- Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn.
- Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar.
- Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.
Nooit gebruiken
- Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.
- Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.
Pagina 19: zie Storingen hierboven.
Pagina 20: zie hierboven.
Pagina 21: zie hierboven.