naslaan.comZoekenAlle merken

Pelgrim MAG535ONY, tekst van de handleiding

Magnetron · Pelgrim · 12 pagina's in het Nederlands · pdf: 53 pagina's, 0,8 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.pelgrim.nl

Storingen op pagina 16

Pagina 16

Houd uw toestel mooi Storingen Verpakking en toestel afvoeren

Neem de stekker uit de contactdoos of draai de schakelaar in de meterkast op nul voordat u begint met het reinigen van de magnetron.

Maak de binnenzijde direct na gebruik schoon. Gebruik een vochtige doek om overgekookt vocht en voedselresten te verwijderen.

Achtergebleven kruimels en vocht absorberen magnetronenergie en verlengen de kooktijden.

Reinig de binnen- en buitenzijde regelmatig; gebruik een sopje van afwasmiddel en maak de oven met een droge doek goed droog.

Zorg dat de afdekking van de microgolfverdeler (rechterzijde van de ovenruimte) schoon is. Vervuiling van de afdekking kan leiden tot vonkvorming.

Reinig het toebehoren regelmatig; gebruik een sopje van afwasmiddel met een borstel en maak het toebehoren met een droge doek goed droog. Het toebehoren mag ook afgewassen worden in de vaatwasmachine.

Geurtjes verdwijnen als u een glas azijn of water met citroen in de ovenruimte zet. Schakel de magnetron gedurende twee minuten in op vol vermogen. Daarna afnemen met een vochtige doek.

Controleer de deursluiting en het deurrubber regelmatig op beschadigingen.

Als de kookresultaten niet naar wens zijn, er vonken overspringen in de magnetron, de magnetron niet start etc., probeer dan eerst zelf de oorzaak van de storing te vinden voordat u de servicedienst belt.

Dit kunt u doen aan de hand van onderstaande punten.

  • Zit de stekker in het stopcontact?
  • Is de deur goed gesloten?
  • Zijn het vermogen en de bereidingsduur goed ingesteld?
  • Staan er voorwerpen in de magnetron die er niet thuishoren?
  • Heeft u het juiste keukengerei gebruikt?
  • Zijn de geleidering en het draaiplateau in de magnetron?
  • Zijn de ventilatieopeningen niet geblokkeerd?
  • Is het voedsel voldoende ontdooid?
  • Heeft u het voedsel tijdens de bereiding gekeerd of geroerd?
  • Is het kinderslot ingeschakeld?

Afgedankte apparaten direct onbruikbaar maken. Dat wil zeggen stekker uit het stopcontact trekken en de aansluitkabel doorknippen.

Het is belangrijk dat een oude magnetron op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen wordt afgevoerd.

Ook de verpakking van uw nieuwe magnetron dient op verantwoorde wijze afgevoerd te worden.

De overheid kan u informatie verschaffen over het op verantwoorde wijze afvoeren van afgedankte toestellen.

Technische gegevens

Voeding230 V 50 Hz
Aansluitwaarde1300 W
Frequentie microgolven2450 MHz
Magnetron output (IEC 705)900 W
Afmetingen (b x h x d)512 x 307 x 385 mm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Gebruik de oven niet als de deur of deursluiting beschadigd zijn.

Pagina's 1–4: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 5

Toestelbeschrijving

Bedieningspaneel

Accessoires

De magnetron mag niet gebruikt worden zonder geleidering en draaiplateau.

Woord vooraf

In deze handleiding vindt u informatie over de installatie, veiligheid, bediening en onderhoud van uw toestel.

Als u de informatie doorleest, bent u snel op de hoogte van alle mogelijkheden van het toestel.

Bewaar dit boekje. Een eventueel volgende gebruiker van dit toestel kan daar zijn voordeel mee doen.

Veel plezier.

Inleiding

Koken in uw nieuwe magnetron is veilig en comfortabel. U zet binnen een handomdraai de lekkerste gerechten op tafel.

Het toestel is uiterst simpel te bedienen, mede dankzij de automatische kook- en ontdooiprogramma's.

De magnetron laat zich bovendien eenvoudig reinigen.

Inhoudsopgave

I Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2

Waar u op moet letten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2

I Plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2

Plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2

I Aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3

Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3

I Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3

Hoe werkt de magnetron . . . . . . . . . . . . . . . . 3

I Voor gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

Vóór het eerste gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

Waar u op moet letten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

I Bediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 - 15

Klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5

Koken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Snelstart . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

Koken in 2 fasen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

Automatisch koken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

Automatisch ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . 11 "-" en "+" toetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

Kookwekker . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14 Kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15

I Kooktips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 - 18

Verwarmen en koken . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

Factoren die van invloed zijn op het kookproces . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

Basistechnieken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18

I Kooktabellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 - 21

Magnetronvermogens . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Opwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Koken van groente . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Koken van rijst en deegwaren . . . . . . . . . . 21

I Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

Houd uw toestel mooi . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

I Storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

Storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

I Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

Verpakking en toestel afvoeren . . . . . . . . . 23

I Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

Pagina 6

Voor uw veiligheid Plaatsen Elektrische aansluiting Hoe werkt de magnetron

I Maak het toestel spanningsloos voordat met reparatie of schoonmaken wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te halen.

I Dit toestel mag uitsluitend worden gebruikt voor het doel waartoe het werd ontworpen, namelijk het bereiden van eetwaren. Al het andere gebruik dient te worden beschouwd als oneigenlijk en gevaarlijk. Wij wijzen elke aansprakelijkheid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationeel gebruik van het toestel.

I Kinderen zien de gevaren niet die kunnen ontstaan bij het bedienen van elektrische apparatuur. Laat de magnetron derhalve niet door kinderen bedienen.

I Uw magnetron is alleen veilig als de deur goed sluit! Plaats nooit een voorwerp tussen de deur van de oven en zorg dat de deur en de afdichting altijd schoon zijn.

I Gebruik de magnetron niet als er beschadigingen zijn aan de deur (verbogen), het hang- en sluitwerk (defect of los) of de afdichting.

I Gebruik de magnetron alleen voor het ontdooien en bereiden van voedsel en niet voor bijvoorbeeld het drogen van kleding of papier. Deze kunnen vlamvatten.

I Schakel de magnetron uit en haal de stekker uit het stopcontact indien iets in de oven vlam vat. Houd de ovendeur dicht.

I Plaats de magnetron op een stevige en vlakke ondergrond.

I Zorg voor voldoende ventilatie rondom de magnetron. Houd aan de achterzijde en zijkanten minimaal 10 cm ruimte vrij.

I Dek de ventilatieopeningen niet af.

I De stelvoetjes mogen niet verwijderd worden.

I Plaats de magnetron niet in de buurt van warmtebronnen.

I Zend- en ontvangstapparatuur zoals radio’s en televisietoestellen kunnen de werking van de magnetron beïnvloeden.

I Het toestel kan ook ingebouwd worden.

Voor dit apparaat is een netvoeding vereist van 230 V, 50 Hz wisselstroom.

Het toestel dient altijd geaard te zijn en mag onder geen beding aangesloten worden op een gelijkstroomvoeding.

Plaats het toestel in de buurt van een wandcontactdoos met randaarde.

Een magnetron is een kooktoestel dat door middel van microgolven voedsel verhit.

Microgolven zijn elektromagnetische golven, net zoals radio- en tv-golven. Een radio zet deze golven om in geluid. In een magnetron worden de golven omgezet in warmte.

De warmte ontstaat doordat de microgolven water- en vetmoleculen, die altijd in voedsel aanwezig zijn, snel laten bewegen. Hierdoor schuren de moleculen snel langs elkaar heen en ontstaat er wrijving. En wrijving veroorzaakt warmte (wrijf maar eens snel met uw handen langs elkaar).

De magnetron verhit voedsel zeer intensief, omdat de golven direct het voedsel binnendringen. De golven verwarmen dus niet alleen de buitenkant van het gerecht, zoals bij de traditionele manier van koken het geval is, maar dringen er in door. Ten opzichte van de conventionele manier van koken is de bereidingstijd bij kleine hoeveelheden veel korter.

Pagina 7

Vóór het eerste gebruik

I Open de deur en verwijder het verpakkingsmateriaal.

I Reinig de ovenruimte en het toebehoren met een vochtige doek. Gebruik geen schuurmiddel of sterk geurende schoonmaakmiddelen.

I Plaats de geleidering in het midden van de bereidingsruimte. Leg het draaiplateau op de geleidering.

I De magnetron mag niet gebruikt worden zonder geleidering en draaiplateau.

I Schakel de magnetron niet in als deze leeg is. De oven kan beschadigd raken.

I Test de magnetron op juiste werking. Plaats een glas water in de ovenruimte. Schakel de magnetron één minuut in op de hoogste stand (zie pagina 8, koken). Het water moet na afloop heet zijn.

Let op:

Als u vloeistof (bijvoorbeeld water) wilt koken zet dan een kunststof lepeltje in het kopje. Het kan gebeuren dat de vloeistof kookt zonder dat u belletjes ziet. Zodra u het kopje uit de oven haalt, kan de vloeistof opeens heftig gaan koken en uit het kopje spatten met het risico dat u zich brandt.

Waar u op moet letten

Als de magnetron ingeschakeld is, mag de deur geopend worden; de magnetron schakelt automatisch uit en de ingestelde tijd wordt stilgezet.

De magnetron verwarmt altijd met dezelfde intensiteit, ongeacht de hoeveelheid die u in de magnetron kookt. Hoe meer u in de magnetron plaatst, des te langer de kooktijd.

Niet alle materialen mogen in de magnetron. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke materialen u wel en niet mag gebruiken.

Materiaal Toegestaan papier ja aluminiumfolie* ja huishoudfolie ja aluminium bakjes nee diepvries / magnetron servies ja hittebestendig plastic ja ongeglazuurd aardewerk nee geglazuurd aardewerk ja metalen kookgerei nee normaal glas ja Pyrex en ander ovenvast glas en keramiek ja borden met metaalhoudende sierrand nee metalen sluitstrip nee kwikthermometer nee afgesloten pot nee fles met een nauwe hals nee braadzakken ja

Klok

2 / 4

3

1 Opmerkingen

Trek de stekker uit de wandcontactdoos als het display vreemde tekens vertoont.

Als u de klok nadat u deze hebt ingesteld, in plaats van op een 12-uurs telling, op een 24-uurs telling wilt instellen moet u het toestel eerst stroomloos maken. Sluit het toestel vervolgens weer aan en stel de klok in.

De klok loopt zolang de oven op de netspanning is aangesloten. Wanneer er geen tijd is ingesteld, geeft het display "0" weer. U kunt de klok op een 12-uurs of een 24-uurs instelling afstellen. Tijdens het instellen van de klok knippert er een dubbele punt. De dubbele punt stopt met knipperen als de klok is ingesteld.

Voorbeeld:

U wilt de klok instellen op 14:35 uur.

Klok instellen

Het display geeft "24 H" weer.

Druk nogmaals op als u de klok op de 12-uurs telling wilt instellen.

Druk 14x op de toets of houd de toets ingedrukt tot "14" in het display verschijnt.

Stel de minuten in met de en toetsen.

Druk 3x op de toets of houd de toets ingedrukt tot "3" in het display verschijnt.

Druk 5x op de toets of houd de toets ingedrukt tot "5" in het display verschijnt.

Pagina 8

Koken

Druk op

Hoog 1x 2x 3x 4x 5x Hoog 6x

2 / 3

Vermogen
(100%) Midden-hoog Midden (60%) Ontdooien Ontdooien (100%)(80%) (40%) gevoelig (20%)900 W 720 W 540 W 360 W 180 W 900 W

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Opmerking

Zie pagina 16 t/m 21 voor kooktips en -tabellen. De tabellen geven u informatie over gerechten, magnetronvermogens en kooktijden.

U kunt kiezen uit 5 vermogens. U activeert de vermogensfunctie door op te drukken. Hierdoor wordt automatisch het maximale vermogen ingesteld. Vervolgens kunt u het gewenste vermogen kiezen door meermaals op te drukken.

Voorbeeld:

U wilt vis koken op midden vermogen (60%) gedurende 5 minuten en 30 seconden.

De magnetron is ingeschakeld.

Snelstart

Opmerking

Zie pagina 16 t/m 21 voor kooktips en -tabellen. De tabellen geven u informatie over gerechten, magnetronvermogens en kooktijden.

Met één druk op de starttoets kunt u 30 seconden op maximaal vermogen koken. Door herhaaldelijk op de toets te drukken kunt u de kooktijd in stappen van 30 seconden verlengen.

U kunt tot maximaal 10 minuten kooktijd instellen.

Voorbeeld:

U wilt een gerecht gedurende 2 minuten koken op hoog vermogen.

De magnetron is ingeschakeld.

Pagina 9

Koken in 2 fasen

Opmerkingen

U kunt het kookprogramma onderbreken door 1x op te drukken.

Sluit de deur en druk op om verder te gaan.

Druk 2x op om het programma te wissen.

Zie pagina 16 t/m 21 voor kooktips en -tabellen. De tabellen geven u informatie over gerechten, magnetronvermogens en kooktijden.

Gedurende het 2-fasen kookprogramma mag de ovendeur geopend worden om het gerecht te controleren. Nadat u de deur hebt gesloten en op start hebt gedrukt, vervolgt het toestel het kookprogramma.

Voorbeeld:

U wilt 5 minuten koken op hoog vermogen (1ste fase) en daarna 13 minuten op middenlaag vermogen (40%, 2de fase).

1ste fase:

2de fase:

De magnetron is ingeschakeld.

De instellingen voor fase 1 verschijnen in het display, totdat programma 2 begint.

Er klinkt een pieptoon tussen de 2 fasen.

Automatisch koken

Opmerkingen

De gewichtsweergave voor aardappels staat al op 0,1 als u de eerste keer op drukt. (Door hierna 5x op de toets te drukken stelt u een gewicht van 600 gram in).

De gewichtsweergave voor groente staat al op 0,2 als u de eerste keer op drukt.

Zie pagina 16 t/m 21 voor kooktips.

Automatisch koken (auto cook) biedt u de mogelijkheid uw favoriete gerechten simpel te bereiden. U kunt kiezen uit 2 kookprogramma's: gepofte aardappels en groente. U hoeft alleen maar het soort gerecht en het gewicht te selecteren. De magnetron doet de rest.

Voorbeeld:

U wilt 0,6 kg gepofte aardappels bereiden.

Druk 5x op om een gewicht van 600 gram in te stellen.

De magnetron is ingeschakeld.

In de tabel op de volgende pagina leest u welke kookprogramma's u kunt kiezen. U kunt ook lezen hoe en voor welke gerechten u deze programma's selecteert.

Pagina 10

Automatische kookprogramma's

In onderstaande tabel kunt u zien welke kookprogramma's u kunt gebruiken en voor welke gerechten de programma's geschikt zijn.

Programma/gerechtTemperatuur gerechtBenodigdhedenBijzonderheden
gepofte aardappel (0,1 kg – 1,0 kg)kamertemperatuurglazen schaalWas en droog de aardappel(s). Prik enkele malen met een vork in de aardappel(s). Plaats de aardappel(s) bovenop een paar velletjes keukenpapier in het midden op het glazen draaiplateau. Na afloop van het programma 5 minuten laten nagaren.
verse groente (0,2 kg – 0,8 kg)kamertemperatuurglazen schaalLeg de groente in een geschikte schaal. Voeg 30 ml water toe per 200 g groente. Na afloop van het programma 3 minuten laten nagaren.
diepvriesgroente (0,2 kg – 0,8 kg)bevrorenglazen schaalLeg de groente in een geschikte schaal. Voeg 30 ml water toe per 200 g groente. Doe een deksel op de schaal.
Na afloop van het programma 3 minuten laten nagaren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Automatisch ontdooien

Soort gerecht SymboolAantal x drukken op defrost toets
vlees gevogelte vis brood1x 2x 3x 4x

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

32 4
1
Opmerkingen
Tijdens deontdooitijd klinkt er een signaal. Het

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

gerecht kan nu omgedraaid worden. Verwijder (indien mogelijk) reeds ontdooid voedsel. Druk op om verder te gaan.

Als u niet op de pieptoon reageert, stopt deze na verloop van tijd vanzelf. Het programma blijft doorlopen.

Als u of ingedrukt houdt, telt de gewichtsweergave in het display snel door.

Zie pagina 16 t/m 21 voor kooktips.

Voor het ontdooien van bevroren gerechten kunt u gebruik maken van 4 ontdooiprogramma’s (auto defrost), waarbij u alleen het gewicht van het te ontdooien gerecht hoeft in te stellen.

Voorbeeld:

U wilt 1,4 kg kip ontdooien.

Weeg het gerecht. Verwijder alle metaalhoudende voorwerpen zoals metalen sluitstrips en bindtouwtjes met metalen draadeinden.

Druk 14x op om een gewicht van 1400 gram in te stellen.

De magnetron is ingeschakeld.

In de tabel op de volgende pagina leest u welke ontdooiprogramma's u kunt kiezen. U kunt ook lezen hoe en voor welke gerechten u deze programma's selecteert.

Pagina 11

Automatische ontdooiprogramma's

In onderstaande tabel kunt u zien welke ontdooiprogramma's u kunt gebruiken en voor welke gerechten de programma's geschikt zijn.

ProgrammaSoort gerechtAantal x drukken op toetsMin./max. gewicht
1. vleesrundvlees:
lamsvlees:
varkensvlees: kalfsvlees:
gehakt, blokjes vlees, lapjes, rollade 1x gehakt, blokjes vlees, lapjes, rollade gehakt, blokjes vlees, lapjes, rollade gehakt, blokjes vlees, lapjes, rollade0,1 / 4,0 kg
2. gevogeltekip:
kalkoen:
hele kip (< 2 kg), kippenborst, kippenpoten 2x kalkoenborst (< 2 kg), kalkoenpoten0,1 / 4,0 kg
3. visvis:
schaaldieren:
filets, moten, hele vis 3x krab, kreeft, garnalen, mosselen0,1 / 4,0 kg
4. broodgesneden bruin/wit, kadetjes, 4x stokbrood, croissants0,1 / 0,5 kg

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

I Hoewel het programma automatisch ontdooit moet u de gerechten, net als bij handmatig ontdooien, regelmatig controleren.

I Verwijder, voor het beste resultaat, eerst de verpakking om vlees en vis.

Verpakkingen kunnen het ontdooiproces negatief beïnvloeden. Door de aanwezigheid van vis- of vleesvocht kan dan stoomvorming optreden. Hierdoor wordt, ongewild, de buitenkant van het gerecht aan de kook gebracht.

I Als de verpakking moeilijk te verwijderen is, kunt u het gerecht het best gedurende een kwart van de ontdooitijd, die aan het begin van het ontdooiprogramma in het display weergegeven wordt, laten ontdooien. Haal het gerecht uit de magnetron, verwijder de verpakking en plaats het gerecht weer terug.

I Leg het gerecht in een ondiepe glazen ovenschaal om eventueel vrijkomend vocht op te vangen.

I De kern van het gerecht moet nog wat bevroren aanvoelen als u het uit de magnetron haalt.

I Leg sneetjes brood tussen vellen keukenrol. Snijd broodjes eerst half door.

I Kies voor andere gerechten een vermogen van 40% (ontdooien) of 20% (ontdooien gevoelig).

"-" en "+" toetsen

2

3 / 5

Opmerking

Stel de programmatijd naar wens bij met de en toetsen als het gerecht korter of langer in de magnetron moet staan bij gebruik van de automatische kookprogramma's.

De automatische programma’s werken met een vast ingestelde tijd. U kunt deze tijd langer of korter maken met de "-" of "+" toets. Ook bij handbediend koken (zie pagina 6) kunt u deze toetsen gebruiken om de bereidingstijd bij te stellen.

Een kortere ontdooitijd:

Bij iedere druk op de toets wordt de ontdooitijd met 10 seconden verkort.

Een langere ontdooitijd:

.

Bij iedere druk op de toets wordt de ontdooitijd met 10 seconden verlengd.

Pagina 12

Kinderslot

Kookwekker

De kookwekker werkt onafhankelijk van het toestel. De magnetron hoeft niet ingeschakeld te zijn. Handig wanneer u bijvoorbeeld een eitje wilt koken op een kookplaat.

Voorbeeld:

U wilt de kookwekker instellen op 15 minuten.

Klok instellen

voor een

De kookwekker is ingeschakeld.

De tijd in het display telt terug. Aan het tijd van de ingestelde tijd klinkt een geluidssignaal en in het display wordt het woord "End" zichtbaar.

U kunt uw magnetron “op slot” zetten, waardoor het starten van de magnetron niet meer mogelijk is.

In werking stellen van het kinderslot:

Alle bedieningsfuncties zijn buiten werking gesteld.

Uitschakelen van het kinderslot:

De magnetron kan weer normaal worden gebruikt.

Pagina 13

Verwarmen en koken

I Leg gerechten op een passende schaal.

I Gerechten bij voorkeur afdekken met bijvoorbeeld magnetronfolie of een passende deksel.

Na afloop de folie of deksel voorzichtig verwijderen. De vrijkomende stoom kan zeer heet zijn!

I Gerechten die snel uitdrogen eventueel bevochtigen.

Zet aardappels en groenten eerst even in koud water voordat u ze in de magnetron plaatst. Hiermee voorkomt u dat er zich een velletje op vormt.

I Vlakke en platte gerechten zijn sneller warm dan smalle, hoge gerechten.

I Voor een gelijkmatig resultaat kunt u het beste gerechten één- tot tweemaal roeren of keren.

I Kies voor het opwarmen van reeds bereide gerechten altijd de hoogste magnetronstand.

I Verdeel het gerecht bij voorkeur in kleine stukjes.

I Bij magnetronkoken hoeft u maar weinig water, zout en kruiden te gebruiken.

Zout kunt u het beste na afloop toevoegen. Hiermee voorkomt u dat het vocht aan het gerecht onttrekt.

I Nadat de magnetron is uitgeschakeld gaart het gerecht nog enige tijd na. Houd hier rekening mee door het gerecht niet te lang te verwarmen.

Belangrijk

Plaats, bij het verwarmen van kleine hoeveelheden poedervormige producten (zoals bij het drogen van kruiden), altijd een bekertje water in de magnetron. Anders bestaat er, door de geringe hoeveelheid, kans op zelfontbranding.

Vis

Vis moet geleidelijk gaar worden. Schakel daarom bij dunne vissen, vette vissen of kleine porties het vermogen in op 40% (360 Watt). In andere gevallen kunt u het vermogen rustig iets hoger instellen. Houd wel rekening met nagaren.

Vis is gaar als het vlees ondoorschijnend is geworden.

Ontdooien

I Ontdooi grote compacte stukken altijd met behulp van het ontdooiprogramma.

Doordat het gerecht geleidelijk en gelijkmatig ontdooit, loopt u niet de kans dat de buitenkant uitdroogt terwijl de kern nog bevroren is.

I Om het ontdooiproces sneller te laten verlopen verdient het aanbeveling om het gerecht na enige tijd in stukken te verdelen.

I Las, bij grote stukken vlees en compacte gerechten, tweemaal een pauze in.

I Bij het ontdooien van onregelmatig gevormde gerechten kunt u dunne delen na de helft van de ontdooitijd afdekken of omwikkelen met aluminiumfolie.

I Bij het invriezen kunt u al rekening houden met het ontdooien in de magnetron, door geen aluminiumfolie of -bakjes te gebruiken en door plattere porties in te vriezen.

Factoren die van invloed zijn op het kookproces

I De bereidingstijden in dit boekje zijn indicatietijden. Zo is de temperatuur van ingrediënten van invloed op de bereidingstijd. Een koude maaltijd heeft een langere kooktijd nodig dan een maaltijd op kamertemperatuur.

I Lichte, poreuze gerechten garen sneller dan zware en massieve, zoals stoofgerechten en rollades.

Let op bij het bereiden van lichte, poreuze gerechten. De randen worden snel droog en taai.

I Botten en vet geleiden hitte beter dan vlees. Dek bijvoorbeeld kippenpoten en -vleugeltjes af met aluminiumfolie.

I Magnetrongolven dringen tot ongeveer 3 cm in het gerecht door. De kern van dikke gerechten wordt verhit doordat de warmte zich van het verwarmde deel (de buitenkant) naar binnen verspreidt. Dunne en ringvormige gerechten worden het snelst verwarmd en zijn dus ook sneller gaar.

I Vlees en gevogelte dat langer dan een minuut of 15 in de magnetron gekookt wordt, bruint lichtjes. Gerechten die korter bereid worden kunt u van te voren insmeren met een "bruinende" saus, zoals Worcestershire saus, soja-olie of barbecue saus.

I Vetvrij papier voorkomt spetteren. Gerechten houden ook beter de warmte vast.

I Kleine gerechten worden gelijkmatiger verwarmd als u ze los van elkaar, liefst cirkelvormig, in de magnetron plaatst.

Pagina 14

Basistechnieken

Plaatsen

I Plaats dikkere stukken aan de buitenkant op het draaiplateau.

Gerechten die aan de buitenkant op het draaiplateau geplaats worden ontvangen de meeste microgolven.

Roeren

I Door gerechten regelmatig te roeren verspreid u de opgeslagen warmte. Roer altijd van buiten naar binnen, aangezien de buitenkant van het gerecht altijd het eerste warm wordt.

Omdraaien

I Grote, dikke gerechten regelmatig omdraaien. Ze garen dan regelmatiger en sneller.

Aluminiumfolie

I Aluminiumfolie blokkeert de magnetrongolven. Door dunnere gedeelten van gerechten (zoals kippenpoten) af te dekken voorkomt u dat ze te snel garen.

Prikken

I Gerechten met een vel of schaal, zoals eierdooiers, schaaldieren en fruit, barsten open in de magnetron. Door er van te voren enkele keren met een vork of satéprikker in te prikken voorkomt u dat.

Controleren

I Gerechten garen snel. Controleer ze daarom regelmatig. Haal gerechten net voordat ze gaar zijn uit de magnetron.

Nagaren

I Laat gerechten, nadat u ze uit de magnetron hebt gehaald, over het algemeen 3 tot 10 minuten afgedekt staan. De gerechten garen dan na.

Gerechten met een droge korst, zoals cake, niet afdekken.

Magnetronvermogens

In onderstaande tabel kunt u zien uit welke 5 magnetronvermogens u kunt kiezen en voor welke gerechten de vermogens geschikt zijn.

VermogenWattageAantal x drukken op toetsGerecht
hoog (100%)900 W1x– water koken, opwarmen
– koken van kip, vis, groenten
midden-hoog (80%)720 W2x– opwarmen
– koken van paddestoelen, schaaldieren
– koken van gerechten die ei en kaas bevatten
midden (60%)540 W3x– eieren bereiden (pas op!)
– koken van rijst, soep
ontdooien (40%)360 W4x– ontdooien
– chocola en boter smelten
ontdooien gevoelig (20%)180 W5x– ontdooien van gevoelige/kwetsbare
– gerechten
– ontdooien van onregelmatig gevormde gerechten
– consumptieijs zacht maken
– uit laten rijzen van deeg

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Opwarmen

GerechtHoeveelheidVermogenTijd (min.)Bijzonderheden
melk, chocolademelk, bouillon2 dl (1 kop)900 W1 1/2 - 2 1/2Niet afdekken.
soep2 1/2 dl (1 kom)900 W2 - 3Niet afdekken; 1x roeren.
rijst, nasi, bami1 persoon900 W2 - 31x tot 2x roeren.
4 personen900 W10 - 121x tot 2x roeren.
groente1 persoon900 W1 1/2 - 2Groente een keer omscheppen.
500 g900 W7 - 8Groente een keer omscheppen.
maaltijd1 persoon900 W3 - 4Tijd onder andere afhankelijk van de begintemperatuur (bijvoorbeeld uit de koelkast of niet).
groot vlees (gaar)500 gontdooien (360 W)7 - 9Niet afdekken en eventueel bestrijken met gesmolten boter of olie.
gebraden vlees in jus4 lapjes900 W5 - 7Afdekken.
rookworst250 g720 W1 1/2 - 2Vacuüm zak met vork doorprikken.
halve kip400 g900 W3 - 5Kip tot halverwege de bereidingstijd afdekken, daarna in schaal zonder deksel leggen.
gebakken vis150 g900 W1 - 3Niet afdekken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Pagina 15

Koken van groente Koken van rijst en deegwaren

I Gebruik indien mogelijk verse groenten. Als groenten al wat slap zijn geworden doordat ze te lang gelegen hebben kunt u ze een poos in koud water leggen, zodat ze zich weer vol kunnen zuigen.

I Gebruik voor het koken van groente een ruime schaal, zodat de schaalbodem bedekt wordt met een niet al te dikke laag.

I Kook groente met aanhangend water, tenzij de tabel anders aangeeft.

I Dek de schaal altijd af met een deksel of magnetronfolie.

I Voeg geen zout toe. De van nature in de groente aanwezige zouten geven meestal voldoende smaak. Indien u toch zout toe wilt voegen, doe dat dan na het koken.

I Kook groente zo kort mogelijk. Houd rekening met het nagaren.

I Controleer met een satéprikker of vork of de groente gaar is.

Gerecht Hoeveelheid Vermogen Tijd (min.) Bijzonderheden

rijst250 g900 W +
360 W
5 10Was de rijst. Doe de rijst in een schaal en voeg 3 dl water toe. Dek de schaal af en breng aan de kook. Wanneer de rijst kookt, 1x doorroeren en op een lager vermogen gaar koken. Laat de rijst 10 minuten nagaren.
zilvervliesrijst250 g900 W +
360 W
6 15Was de rijst. Doe de rijst in een schaal en voeg 3 dl water toe. Dek de schaal af en breng aan de kook. Wanneer de rijst kookt, 1x doorroeren en op een lager vermogen gaar koken. Laat de rijst 10 minuten nagaren.
deegwaren250 g900 W +
360 W
7 7Vul een grote schaal met 1,3 liter heet water. Breng het water aan de kook en voeg de deegwaren toe. Kook de deegwaren op de lagere stand zachtjes gaar.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Gerecht Hoeveelheid Vermogen Tijd (min.) Bijzonderheden

aardappels500 g900 W6 - 7Neem aardappels van gelijke grootte.
andijvie500 g900 W6 - 7
bleekselderij500 g900 W7 - 8Schil zonodig het onderste deel van de stengels. Verdelen in stukken van 2,5 cm.
bloemkool500 g900 W7 - 9Verdelen in roosjes van gelijke grootte.
broccoli500 g900 W7 - 8Verdelen in roosjes van gelijke grootte.
Chinese kool500 g900 W6 - 8Snijd de kool in reepjes.
koolrabi500 g900 W7 - 9Snijd de koolrabi in blokjes.
prei500 g900 W7 - 8Snijd de prei in stukjes van 2 cm.
rode kool500 g900 W8 - 10Verwijder de stronk en de nerf. Snijd de kool in reepjes. Voeg 2 - 4 eetlepels water toe.
snijbonen500 g900 W7 - 8Voeg 2 eetlepels water toe.
spinazie500 g900 W5 - 7Meer dan 500 g is te volumineus. Kook in dat geval in een pan.
spruitjes500 g900 W7 - 8Voeg 3/4 dl water toe.
witlof500 g900 W7 - 8Leg de struikjes met de dikke delen naar de buitenkant.
witte kool500 g900 W8 - 9Gebruik alleen verse kool. Verwijder de nerf. Snijd de kool in reepjes en voeg 2 - 4 eetlepels water toe.
worteltjes500 g900 W7 - 8Gebruik alleen jonge worteltjes. Voeg 2 eetlepels water toe en eventueel een klontje boter.
gepocheerde appel (6 helften)500 g900 W4 - 5Schil de appels, halveer ze en verwijder het klokhuis. Leg ze in een cirkel op de schaal. Voeg eventueel suikerstroop, kaneel en rozijnen toe.
champignons smoren250 g900 W2 - 3Maak de champignons met een vochtig doekje schoon. Smoor de champignons eventueel met wat boter en een fijngesnipperd uitje. Snijd grote champignons in plakken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Pagina 16: zie Storingen hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Pelgrim magnetron