naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB78A4581, tekst van de handleiding

Pagina's 24–33 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 12–23verder op pagina 34 →

Pagina 24

Programma's Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegen Instelgewicht

Varkensvlees
Halsstuk, vers, zonder been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, vers, met been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, diepvries, zonder been*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, diepvries, met been*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Koteletten, vers, met been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Lendestuk, vers0,5-2,5jaGewicht van het vlees
Rollade, vers0,5-3,0jaTotaalgewicht
Braadstuk met korstje, vers bijv. buik0,5-3,0neeGewicht van het vlees
Braadstuk met korstje, vers bijv. schouder0,5-3,0neeGewicht van het vlees
Gehakt*0,3-3,0neeTotaalgewicht
Casselerrib met been, vers0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, garen1,0-4,0watGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, gratineren*1,0-4,0neeGewicht van het vlees
Lams­ en schapenvlees
Stel bij braadstukken en bouten het gewicht van het vlees, bij gehakt het totaalgewicht in.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Lamsvlees
Lamsbout, vers, zonder been, doorbakken0,5-2,5watGewicht van het vlees
Lamsbout, vers, geen been, medium0,5-2,5neeGewicht van het vlees
Lamsbout, vers, met been, doorbakken0,5-2,5watGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakken*0,5-2,0watGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, geen been, medium*0,5-2,0neeGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, met been, doorbakken*0,5-2,0watGewicht van het vlees
Gehakt*0,3-3,0neeTotaalgewicht
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Schapenvlees
Schapenvlees, vers bijv. schouder0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Schapenvlees, diepvries* bijv. schouder0,5-2,0jaGewicht van het vlees
WildbraadWanneer u meerdere hazenboutenklaarmaakt, stelt u het
Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in karnemelk, wijn of azijn marineren.gewicht van de zwaarste bout in. Konijn kunt u ook voor de bereiding totaalgewicht in.in porties verdelen. Stel het
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Wildbraad
Hertenvlees, vers bijv. schouder, borst0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Hertenvlees, diepvries* bijv. schouder, borst0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Reebout, vers, zonder been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Reebout, diepvries*, zonder been0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Hazenbout, vers, met been0,3-0,6jaGewicht van de zwaarste bout

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

24

Pagina 25

Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Hazenbout, diepvries*, met been0,3-0,6ja Gewicht van de zwaarste bout
Wild zwijn, vers bijv. schouder, borst0,5-3,0ja Gewicht van het vlees
Wild zwijn, diepvries* bijv. schouder, borst0,5-2,0ja Gewicht van het vlees
Konijn, vers0,5-3,0ja Gewicht van het vlees
Vis
U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten.
Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen.
Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter.
Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen.
Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Vis
Forel, vers, stoven*0,3-1,5ja Totaalgewicht
Forel, vers, bakken*0,3-1,5nee Totaalgewicht
Snoekbaars, vers, stoven*0,5-2,0ja Totaalgewicht
Snoekbaars, vers, bakken*0,5-2,0nee Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, stoven*0,5-2,0ja Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, bakken*0,5-2,0nee Totaalgewicht
Karper, vers, stoven*0,8-2,0ja Totaalgewicht
Karper, vers, bakken*0,8-2,0nee Totaalgewicht
Gehakt
Gebruik alleen vers gehakt.
Stel het totaalgewicht van het gehakt in.
U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Gehakt
van vers rundvlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
van vers varkensvlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
van vers lamsvlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
van vers gemengd vlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
Eenpansgerecht
U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren.
Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken.
Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: Aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe.
Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente.
Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in.
Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Eenpansgerecht
met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vlees0,3-3,0ja Gewicht van het vlees
met groente bijv. vegetarisch eenpansgerecht0,3-3,0ja Totaalgewicht
Goulash0,3-3,0ja Gewicht van het vlees
Rollades0,3-3,0ja Gewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

Programma kiezen en instellen

Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor diepvries kalfsvlees, mager, 1,3 kg.

De eerste programmagroep en het eerste programma verschijnen.

!

! # $

/ .

*

% 0

* !

! # $

% 1

&0

* !

! # $

% 1

&0

! # $

*

#

. 2 &

&0

Voor het gekozen programma verschijnt een voorgesteld gewicht.

* #

! # $

. 2 &

! .

Wanneer u nu nog een keer de toets indrukt, gaat u naar het programma Individueel aanpassen. U kunt invloed op het resultaat van het programma uitoefenen. Zie Individueel aanpassen hierna.

Het programma start. Het verloop van de tijdsduur is te zien in de statusregel.

Het programma is afgerond

Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.

Programma afbreken

De toets ingedrukt houden tot 3D­hetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.

Informatie opvragen

Voor de start: de toets kort indrukken. Er worden verschillende soorten informatie bij de programma's weergegeven. Voor elke nieuwe informatie weer de toets kort indrukken.

De eindtijd op een later tijdstip zetten

Bij veel programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Zie het hoofdstuk Tijdfuncties.

Individueel aanpassen

Wanneer het bereidingsresultaat dat een programma oplevert niet aan uw voorstellingen beantwoordt, kunt u dit de volgende keer aan uw wensen aanpassen.

Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 t/m 6.

De toets indrukken en met de draaiknop het verlichte veld verplaatsen.

Naar links = bereidingsresultaat zwakker.

Naar rechts = bereidingsresultaat sterker.

Met de toets starten.

De tijdsduur voor het programma wordt gewijzigd.

Tips voor de automatische programma's

Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik.Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4.
Het vlees is goed, maar de jus is te donker.Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof.
Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig.Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof.
Het gerecht is te droog aan de bovenkant.Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit.Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel.
U wilt diepvriesvlees klaarmaken.Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden.
Het vlees is niet gaar genoeg of te doorbakken.Verander de volgende keer de instellingen. Aanwijzingen hiervoor vindt u in het hoofdstuk Automatische programma's, Individueel instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

Voor u in onze kookstudio uitgetest

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik 3D­hetelucht .

Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus

Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus

Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Bakvormen

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.

Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.

Tabellen

In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.

Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.

Verwarmingsmethoden:

Gebak in vormenVormHoogteVerwarming Temperatuur smethode in °CTijdsduur in minuten
Cake, eenvoudigKrans­/rechthoekige vorm2160-18050-60
3 cakevormen3+1140-16060-80
Cake, fijnKrans­/rechthoekige vorm2150-17060-70
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem3160-18020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen)Vorm vruchtentaartbodem2150-17020-30
Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen)Springvorm2150-17040-50
Bodem zandtaartdeeg met randSpringvorm1170-19025-35
Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg*Springvorm1160-18070-90

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.

Pagina 28

Gebak in vormen VormHoogte Verwarming smethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat2210-23030-40
Tulband Tulbandvorm2150-17060-70
Pizza, dunne bodem met weinig Pizzaplaat bedekking (voorverwarmen)2280-30010-15
Hartig gebak* Springvorm 2
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
170-19040-50
Verwarmingsmethoden: ■= hydrobakken
■ = 3D-hetelucht ■
■ = boven- en onderwarmte
= intensieve warmte
Gebak op de plaat ToebehorenHoogte Verwarming smethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Roerdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat2170-19020-30
3+1150-17035-45
Roerdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten
Braadslede + bakplaat
2170-19025-35
3+1140-16040-50
Gistdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat3170-19025-35
3+1150-17035-45
Gistdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten
Braadslede + bakplaat
3160-18040-50
3+1150-16050-60
Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat2170-19020-30
Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten3160-18050-60
Zwitserse vruchtentaart Braadslede2200-22040-50
Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat2160-18015-20
Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat2170-19025-35
Kerststol van 500 g bloem Bakplaat3160-18060-70
Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat3140-16090-100
Strudel, zoet Braadslede2190-21055-65
Pizza Bakplaat Braadslede + bakplaat2190-21025-35
3+1180-20040-50
Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede2280-30010-12
Börek Braadslede2180-20040-50
Verwarmingsmethoden: ■= boven- en onderwarmte
■ = 3D-hetelucht ■=hydrobakken
Klein gebak ToebehorenHoogte Verwarming smethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Koekjes Bakplaat3130-15015-25
Braadslede + bakplaat3+1130-15025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-15030-40
Sprits (voorverwarmen) Bakplaat3140-15030-40
Bakplaat3140-15025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-15030-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-14035-50
Bitterkoekjes Bakplaat2100-12030-40
Braadslede + bakplaat3+1100-12035-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1100-12040-50
Schuimgebak Bakplaat380-100100-150

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Pagina 29

Klein gebakToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
MuffinsRooster met muffinplaat3180-20020-25
2 roosters met muffinplaten3+1160-18025-30
Deeg van bijv. soesjesBakplaat2210-23030-40
BladerdeeggebakBakplaat3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1170-19035-45
GistdeeggebakBakplaat3190-21020-30
Braadslede + bakplaat3+1160-18025-35
Brood en broodjesVerwarmingsmethoden:
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is.
Giet nooit water in de hete oven.
■ = 3D-hetelucht
■ = hydrobakken
Brood en broodjesToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Gistbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2300 2005 30-40
Zuurdeegbrood van kg bloemBraadslede2300 2008 35-45
Plat rond broodBraadslede230010-15
Broodjes (niet voorverwarmen)Bakplaat3200-22020-30
Broodjes van gistdeeg, zoetBakplaat3180-20015-20
Braadslede + bakplaat3+1150-17020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Tips voor het bakken

U wilt bakken volgens uw eigen recept.Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Het gebak zakt in.Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.
Het gebak is te droog.Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D­hetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Pagina 30

Vlees, gevogelte, vis

Vormen

U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.

Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit

Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.

Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.

Opgaven in de tabellen:

Vorm zonder deksel = open

Vorm met deksel = gesloten

Zet de vorm altijd midden op het rooster.

Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Braden

Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.

Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.

Grillen

Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.

Gril altijd in een gesloten oven.

Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.

Zout de steaks pas na het grillen.

Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.

Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.

De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.

Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.

Vlees

Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.

Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.

Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.

Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.

Verwarmingsmethoden:

Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte Verwarming Temperatuur Tijdsduur vormen smethode in °C, in minuten grillstand

Rundvlees
Gestoofd rundvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kggesloten2200-220100
2190-210120
2180-200140
Runderfilet, medium1,0 kg 1,5 kgopen2210-23060
2200-22080
Rosbief, medium1,0 kgopen14220-24060
Steaks, 3 cm dik, mediumRooster + braadslede5+1315
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2190-210110
2180-200130
2170-190150
Kalfsschenkel1,5 kgopen2210-230140
Varkensvlees
Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk)1,0 kg 1,5 kgopen14190-210120
14180-200150
2,0 kg14170-190170

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Pagina 31

VleesGewichtToebehoren en vormenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Braadstuk met zwoerd (bijv. schouder)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen1 4190-210130
1 4180-200160
1 4170-190190
Varkensfricandeau500 gRooster + braadslede3+1 4230-24030
Varkensvlees, mager1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2200-220120
2190-210140
2180-200160
Casselerrib met been1,0 kggesloten2210-23070
Steaks, 2 cm dikRooster + braadslede5+1315
Varkensmedaillons, 3 cm dikRooster + braadslede5+1310
Lamsvlees
Lamszadel met been1,5 kgopen2 4190-21060
Lamsbout zonder been, medium1,5 kgopen1 4160-180120
Wildbraad
Reerug met been1,5 kgopen2200-22050
Reebout zonder been1,5 kggesloten2210-230100
Wild zwijn1,5 kggesloten2180-200140
Hertenvlees1,5 kggesloten2180-200130
Konijn2,0 kggesloten2220-24060
Gehakt
Gebraden gehaktvan 500 g vleesopen1 4180-20080
Worstjes
WorstjesRooster + braadslede4+1315
Gevogelte
De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels weglopen.in.Zo kan het vet
ongevuld, panklaar gevogelte.
Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren.
Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, sinaasappelsap.
Verwarmingsmethoden:
■ = boven- en onderwarmte
■ 4 = circulatiegrillen
■ = grill, groot
u het tegen het zout water of
GevogelteGewichtToebehoren en vormenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Kip, heel1,2 kgRooster2 4220-24060-70
Poularde, heel1,6 kgRooster2 4210-23080-90
Kip, gehalveerdper stuk 500 gRooster2 4220-24040-50
Stukken kipper stuk 150 gRooster3 4210-23030-40
Stukken kipper stuk 300 gRooster3 4210-23035-45
Kipfiletsper stuk 200 gRooster3330-40
Eend, heel2,0 kgRooster2 4190-210100-110

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Pagina 32

Gevogelte GewichtToebehoren en vormenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Eendenborst per stuk 300 gRooster3 4240-26030-40
Gans, heel 3,5-4,0 kgRooster2 4170-190120-140
Ganzenbouten per stuk 400 gRooster3 4220-24040-50
Kalkoen, heel 3,0 kgRooster2 4180-20080-100
Kalkoenrollade 1,5 kgopen1 4200-220110-130
Kalkoenfilet 1,0 kggesloten2180-20080-90
Kalkoenbout 1,0 kgRooster2 4180-20090-100
VisVerwarmingsmethoden:
Keer visstukken na van de tijd.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.
Voeg bij de visfilet voor het stoven een paar eetlepels vloeistof toe.
■ = boven- en onderwarmte
■ 4 = circulatiegrillen
■ = grill, groot
Vis GewichtToebehoren en vormenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Vis, heel per stuk ca. 300 g 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgRooster2220-25
Rooster2 4200-22045-55
Rooster2 4190-21060-70
gesloten2190-21070-80
Viskotelet, 3 cm dikRooster3220-25
Visfiletgesloten2210-23025-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Tips voor het braden en grillen

Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel.Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan.
Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is?Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig.
Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand.Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand.Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig.Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe.
Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp.Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Langzaam garen

Langzaam garen, dat op een hele lage temperatuur gebeurt, is de ideale gaarmethode voor alle zachte stukken vlees die rosé of medium moeten zijn. Het vlees blijft heel sappig en wordt boterzacht.

U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden.

32 Aanwijzingen

Pagina 33

Geschikte vormen2.Wat vet sterk verhitten in een pan. Het vlees aan alle kanten, ook aan de uiteinden, goed aanbraden en direct in de
Gebruik een ondiepe vorm, bijv. een serveerschaal van porselein of een glazen braadpan zonder deksel.voorverwarmde vorm doen.
vorm met het vlees weer in de oven plaatsen en langzaam
Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.3.De garen. Voor het meeste vlees is een temperatuur van 80 °C
Instellenideaal.
1.Kies de verwarmingsmethode Langzaam garen en stel een temperatuur tussen de 70 en 90 °C in.Tabel
Voor het langzaam garen zijn alle zachte delen van gevogelte,
De oven voorverwarmen en daarbij de vorm meeverwarmen.rund, kalf, varken en lam geschikt. De tijden voor het langzaam garen zijn afhankelijk van de dikte en kerntemperatuur van het vlees.
Gerecht Gewicht HoogteVerwarming Temperatuur Aanbraadtijd Tijd voor het smethode in °C in minuten langzaam garen in uren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

Gevogelte
Kalkoenfilet1000 g2806-74-5
Eendenborst*300-400 g2803-52-2½
Rundvlees
Runderbraadvlees (bijv. heupstuk), 6-7 cm dikca.1,5 kg2806-74½-5½
Runderfilet, heelca.1,5 kg2806-75-6
Rosbief, 5-6 cm dikca.1,5 kg2806-74-5
Heupstukken, 3 cm dik2805-780-110 Min.
Kalfsvlees
Kalfsbraadvlees (bijv. bovenbout), 6-7 cm dikca.1,5 kg2806-75-6
Kalfsfiletca. 800 g2806-73-3½
Varkensvlees
Mager varkensbraadvlees (bijv. lendestuk), 5-6 cm dikca.1,5 kg2806-75-6
Varkenshaas, heelca. 500 g2806-72½-3
Lamsvlees
Lamsrugfilet, heelca. 200 g2805-61½-2

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

* Voor een knapperig vel braadt u de eendenborst na het langzaam garen kort in de pan.

Tips voor het langzaam garen

Het langzaam gegaarde vlees is niet zo Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te heet als vlees dat op de gebruikelijke voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen.

manier is gebraden.

U wilt langzaam gegaard vlees Zet na het langzaam garen de temperatuur weer op 70 °C. Kleine stukken vlees kunnen warmhouden. maximaal 45 minuten, grote stukken tot 2 uur worden warmgehouden.

Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast

Plaats de vormen altijd op het rooster.

Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.

De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.

Gerecht Toebehoren en vormen

Verwarmingsmethoden:

Hoogte

Verwarming Temperatuur smethode in °C, grillstand

Tijdsduur in minuten

Ovenschotels
Ovenschotel, zoetOvenschaal2180-20050-60
SouffléOvenschaal2180-20035-45
Portievormpjes2200-22025-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

← pagina's 12–23verder op pagina 34 →Inhoud