Siemens HB78A4581, tekst van de handleiding
Pagina's 24–33 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 12–23verder op pagina 34 →
Pagina 24
Programma's Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegen Instelgewicht
| Varkensvlees | ||||
|---|---|---|---|---|
| Halsstuk, vers, zonder been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Halsstuk, vers, met been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Halsstuk, diepvries, zonder been* | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Halsstuk, diepvries, met been* | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Koteletten, vers, met been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Lendestuk, vers | 0,5-2,5 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Rollade, vers | 0,5-3,0 | ja | Totaalgewicht | |
| Braadstuk met korstje, vers bijv. buik | 0,5-3,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Braadstuk met korstje, vers bijv. schouder | 0,5-3,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Gehakt* | 0,3-3,0 | nee | Totaalgewicht | |
| Casselerrib met been, vers | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Ham, vers, gepekeld, garen | 1,0-4,0 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Ham, vers, gepekeld, gratineren* | 1,0-4,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Lams en schapenvlees | ||||
| Stel bij braadstukken en bouten het gewicht van het vlees, bij gehakt het totaalgewicht in. | ||||
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht | |
| Lamsvlees | ||||
| Lamsbout, vers, zonder been, doorbakken | 0,5-2,5 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, vers, geen been, medium | 0,5-2,5 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, vers, met been, doorbakken | 0,5-2,5 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakken* | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, diepvries, geen been, medium* | 0,5-2,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, diepvries, met been, doorbakken* | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Gehakt* | 0,3-3,0 | nee | Totaalgewicht | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht | |
| Schapenvlees | ||||
| Schapenvlees, vers bijv. schouder | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Schapenvlees, diepvries* bijv. schouder | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Wildbraad | Wanneer u meerdere hazenbouten | klaarmaakt, stelt u het | ||
| Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in karnemelk, wijn of azijn marineren. | gewicht van de zwaarste bout in. Konijn kunt u ook voor de bereiding totaalgewicht in. | in porties verdelen. Stel het | ||
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht | |
| Wildbraad | ||||
| Hertenvlees, vers bijv. schouder, borst | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Hertenvlees, diepvries* bijv. schouder, borst | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Reebout, vers, zonder been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Reebout, diepvries*, zonder been | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Hazenbout, vers, met been | 0,3-0,6 | ja | Gewicht van de zwaarste bout | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
24
Pagina 25
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
|---|---|---|
| Hazenbout, diepvries*, met been | 0,3-0,6 | ja Gewicht van de zwaarste bout |
| Wild zwijn, vers bijv. schouder, borst | 0,5-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Wild zwijn, diepvries* bijv. schouder, borst | 0,5-2,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Konijn, vers | 0,5-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Vis U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten. Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen. Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter. | Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen. Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in. | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
| Vis | ||
| Forel, vers, stoven* | 0,3-1,5 | ja Totaalgewicht |
| Forel, vers, bakken* | 0,3-1,5 | nee Totaalgewicht |
| Snoekbaars, vers, stoven* | 0,5-2,0 | ja Totaalgewicht |
| Snoekbaars, vers, bakken* | 0,5-2,0 | nee Totaalgewicht |
| Kabeljauw, vers, stoven* | 0,5-2,0 | ja Totaalgewicht |
| Kabeljauw, vers, bakken* | 0,5-2,0 | nee Totaalgewicht |
| Karper, vers, stoven* | 0,8-2,0 | ja Totaalgewicht |
| Karper, vers, bakken* | 0,8-2,0 | nee Totaalgewicht |
| Gehakt Gebruik alleen vers gehakt. | Stel het totaalgewicht van het gehakt in. U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken. | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
| Gehakt | ||
| van vers rundvlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| van vers varkensvlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| van vers lamsvlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| van vers gemengd vlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| Eenpansgerecht U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren. Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken. Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: Aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe. | Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente. Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in. Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant. | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
| Eenpansgerecht | ||
| met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vlees | 0,3-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| met groente bijv. vegetarisch eenpansgerecht | 0,3-3,0 | ja Totaalgewicht |
| Goulash | 0,3-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Rollades | 0,3-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
Pagina 26
Programma kiezen en instellen
Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor diepvries kalfsvlees, mager, 1,3 kg.
- 1. De toets indrukken.
De eerste programmagroep en het eerste programma verschijnen.
!
! # $
/ .
*
% 0
- 2. Met de draaiknop de programmagroep kiezen.
* !
! # $
% 1
&0
- 3. De toets indrukken en met de draaiknop het programma kiezen.
* !
! # $
% 1
&0
- 4. Bij een deel van de programma's kunt u nog meer differentiëren, bijv. bij kalfsvlees in “mager vlees“ of “doorregen braadstuk“. Druk op de toets en maak een keuze met de draaiknop.
! # $
*
#
. 2 &
&0
- 5. De toets indrukken.
Voor het gekozen programma verschijnt een voorgesteld gewicht.
- 6. Met de draaiknop het gewicht instellen. De programmaduur wordt in de statusregel weergegeven.
* #
! # $
. 2 &
! .
Wanneer u nu nog een keer de toets indrukt, gaat u naar het programma Individueel aanpassen. U kunt invloed op het resultaat van het programma uitoefenen. Zie Individueel aanpassen hierna.
- 7. De toets indrukken.
Het programma start. Het verloop van de tijdsduur is te zien in de statusregel.
Het programma is afgerond
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.
Programma afbreken
De toets ingedrukt houden tot 3Dhetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.
Informatie opvragen
Voor de start: de toets kort indrukken. Er worden verschillende soorten informatie bij de programma's weergegeven. Voor elke nieuwe informatie weer de toets kort indrukken.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij veel programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Zie het hoofdstuk Tijdfuncties.
Individueel aanpassen
Wanneer het bereidingsresultaat dat een programma oplevert niet aan uw voorstellingen beantwoordt, kunt u dit de volgende keer aan uw wensen aanpassen.
Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 t/m 6.
De toets indrukken en met de draaiknop het verlichte veld verplaatsen.
Naar links = bereidingsresultaat zwakker.
Naar rechts = bereidingsresultaat sterker.
Met de toets starten.
De tijdsduur voor het programma wordt gewijzigd.
Tips voor de automatische programma's
| Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik. | Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4. |
| Het vlees is goed, maar de jus is te donker. | Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof. |
| Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof. |
| Het gerecht is te droog aan de bovenkant. | Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen. |
| Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit. | Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel. |
| U wilt diepvriesvlees klaarmaken. | Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden. |
| Het vlees is niet gaar genoeg of te doorbakken. | Verander de volgende keer de instellingen. Aanwijzingen hiervoor vindt u in het hoofdstuk Automatische programma's, Individueel instellen. |
Pagina 27
Voor u in onze kookstudio uitgetest
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.
Verwarmingsmethoden:
- = 3D-hetelucht
- = boven- en onderwarmte
- = hydrobakken
- = intensieve warmte
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwarming Temperatuur smethode in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | |
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 3 | 160-180 | 20-30 |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen) | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 |
| Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen) | Springvorm | 2 | 150-170 | 40-50 |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | 160-180 | 70-90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
Pagina 28
| Gebak in vormen Vorm | Hoogte Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat | 2 | 210-230 | 30-40 |
| Tulband Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 60-70 |
| Pizza, dunne bodem met weinig Pizzaplaat bedekking (voorverwarmen) | 2 | 280-300 | 10-15 |
| Hartig gebak* Springvorm 2 * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | 170-190 | 40-50 | |
| Verwarmingsmethoden: ■ | = hydrobakken | ||
| ■ = 3D-hetelucht ■ ■ = boven- en onderwarmte | = intensieve warmte | ||
| Gebak op de plaat Toebehoren | Hoogte Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roerdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | |
| Roerdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 |
| 3+1 | 140-160 | 40-50 | |
| Gistdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat | 3 | 170-190 | 25-35 |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | |
| Gistdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten Braadslede + bakplaat | 3 | 160-180 | 40-50 |
| 3+1 | 150-160 | 50-60 | |
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 |
| Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten | 3 | 160-180 | 50-60 |
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede | 2 | 200-220 | 40-50 |
| Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat | 2 | 160-180 | 15-20 |
| Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 |
| Kerststol van 500 g bloem Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 |
| Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat | 3 | 140-160 | 90-100 |
| Strudel, zoet Braadslede | 2 | 190-210 | 55-65 |
| Pizza Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 190-210 | 25-35 |
| 3+1 | 180-200 | 40-50 | |
| Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede | 2 | 280-300 | 10-12 |
| Börek Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 |
| Verwarmingsmethoden: ■ | = boven- en onderwarmte | ||
| ■ = 3D-hetelucht ■ | =hydrobakken | ||
| Klein gebak Toebehoren | Hoogte Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes Bakplaat | 3 | 130-150 | 15-25 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 |
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 25-35 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 |
| Bitterkoekjes Bakplaat | 2 | 100-120 | 30-40 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 |
| Schuimgebak Bakplaat | 3 | 80-100 | 100-150 |
Pagina 29
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Muffins | Rooster met muffinplaat | 3 | 180-200 | 20-25 |
| 2 roosters met muffinplaten | 3+1 | 160-180 | 25-30 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 2 | 210-230 | 30-40 |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 25-35 | |
| Brood en broodjes | Verwarmingsmethoden: | |||
| Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is. Giet nooit water in de hete oven. | ■ = 3D-hetelucht ■ = hydrobakken | |||
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 5 30-40 |
| Zuurdeegbrood van kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 8 35-45 |
| Plat rond brood | Braadslede | 2 | 300 | 10-15 |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 200-220 | 20-30 |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 180-200 | 15-20 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Pagina 30
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
Verwarmingsmethoden:
- = boven- en onderwarmte
- 4 = circulatiegrillen
- = grill, groot
Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte Verwarming Temperatuur Tijdsduur vormen smethode in °C, in minuten grillstand
| Rundvlees | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 2 | 200-220 | 100 | |
| 2 | 190-210 | 120 | ||||
| 2 | 180-200 | 140 | ||||
| Runderfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 60 | |
| 2 | 200-220 | 80 | ||||
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open | 1 | 4 | 220-240 | 60 |
| Steaks, 3 cm dik, medium | Rooster + braadslede | 5+1 | 3 | 15 | ||
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 2 | 190-210 | 110 | |
| 2 | 180-200 | 130 | ||||
| 2 | 170-190 | 150 | ||||
| Kalfsschenkel | 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 140 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk) | 1,0 kg 1,5 kg | open | 1 | 4 | 190-210 | 120 |
| 1 | 4 | 180-200 | 150 | |||
| 2,0 kg | 1 | 4 | 170-190 | 170 |
Pagina 31
| Vlees | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Braadstuk met zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 4 | 190-210 | 130 |
| 1 4 | 180-200 | 160 | |||
| 1 4 | 170-190 | 190 | |||
| Varkensfricandeau | 500 g | Rooster + braadslede | 3+1 4 | 230-240 | 30 |
| Varkensvlees, mager | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 2 | 200-220 | 120 |
| 2 | 190-210 | 140 | |||
| 2 | 180-200 | 160 | |||
| Casselerrib met been | 1,0 kg | gesloten | 2 | 210-230 | 70 |
| Steaks, 2 cm dik | Rooster + braadslede | 5+1 | 3 | 15 | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik | Rooster + braadslede | 5+1 | 3 | 10 | |
| Lamsvlees | |||||
| Lamszadel met been | 1,5 kg | open | 2 4 | 190-210 | 60 |
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg | open | 1 4 | 160-180 | 120 |
| Wildbraad | |||||
| Reerug met been | 1,5 kg | open | 2 | 200-220 | 50 |
| Reebout zonder been | 1,5 kg | gesloten | 2 | 210-230 | 100 |
| Wild zwijn | 1,5 kg | gesloten | 2 | 180-200 | 140 |
| Hertenvlees | 1,5 kg | gesloten | 2 | 180-200 | 130 |
| Konijn | 2,0 kg | gesloten | 2 | 220-240 | 60 |
| Gehakt | |||||
| Gebraden gehakt | van 500 g vlees | open | 1 4 | 180-200 | 80 |
| Worstjes | |||||
| Worstjes | Rooster + braadslede | 4+1 | 3 | 15 | |
| Gevogelte De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op | Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels weglopen. | in.Zo kan het vet | |||
| ongevuld, panklaar gevogelte. Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren. Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren. | Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, sinaasappelsap. Verwarmingsmethoden: ■ = boven- en onderwarmte ■ 4 = circulatiegrillen ■ = grill, groot | u het tegen het zout water of | |||
| Gevogelte | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
| Kip, heel | 1,2 kg | Rooster | 2 4 | 220-240 | 60-70 |
| Poularde, heel | 1,6 kg | Rooster | 2 4 | 210-230 | 80-90 |
| Kip, gehalveerd | per stuk 500 g | Rooster | 2 4 | 220-240 | 40-50 |
| Stukken kip | per stuk 150 g | Rooster | 3 4 | 210-230 | 30-40 |
| Stukken kip | per stuk 300 g | Rooster | 3 4 | 210-230 | 35-45 |
| Kipfilets | per stuk 200 g | Rooster | 3 | 3 | 30-40 |
| Eend, heel | 2,0 kg | Rooster | 2 4 | 190-210 | 100-110 |
Pagina 32
| Gevogelte Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Eendenborst per stuk 300 g | Rooster | 3 4 | 240-260 | 30-40 |
| Gans, heel 3,5-4,0 kg | Rooster | 2 4 | 170-190 | 120-140 |
| Ganzenbouten per stuk 400 g | Rooster | 3 4 | 220-240 | 40-50 |
| Kalkoen, heel 3,0 kg | Rooster | 2 4 | 180-200 | 80-100 |
| Kalkoenrollade 1,5 kg | open | 1 4 | 200-220 | 110-130 |
| Kalkoenfilet 1,0 kg | gesloten | 2 | 180-200 | 80-90 |
| Kalkoenbout 1,0 kg | Rooster | 2 4 | 180-200 | 90-100 |
| Vis | Verwarmingsmethoden: | |||
| Keer visstukken na van de tijd. Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler. Voeg bij de visfilet voor het stoven een paar eetlepels vloeistof toe. | ■ = boven- en onderwarmte ■ 4 = circulatiegrillen ■ = grill, groot | |||
| Vis Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
| Vis, heel per stuk ca. 300 g 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | Rooster | 2 | 2 | 20-25 |
| Rooster | 2 4 | 200-220 | 45-55 | |
| Rooster | 2 4 | 190-210 | 60-70 | |
| gesloten | 2 | 190-210 | 70-80 | |
| Viskotelet, 3 cm dik | Rooster | 3 | 2 | 20-25 |
| Visfilet | gesloten | 2 | 210-230 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Langzaam garen
Langzaam garen, dat op een hele lage temperatuur gebeurt, is de ideale gaarmethode voor alle zachte stukken vlees die rosé of medium moeten zijn. Het vlees blijft heel sappig en wordt boterzacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden.
32 Aanwijzingen
- Gebruik alleen vers vlees. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak.
- Grote stukken vlees hoeven niet gekeerd te worden.
- Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten.
- Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit. Dit betekent niet dat het rauw of minder gaar is.
- Wanneer u een vleessaus wilt hebben, gaar het vlees dan in een gesloten vorm. Let er echter op dat de bereidingstijden korter worden.
- Om te controleren of het vlees gaar is, gebruikt u een braadthermometer. Er dient een kerntemperatuur van 60 °C gedurende minstens 30 minuten te worden aangehouden.
Pagina 33
| Geschikte vormen | 2.Wat vet sterk verhitten in een pan. Het vlees aan alle kanten, ook aan de uiteinden, goed aanbraden en direct in de |
| Gebruik een ondiepe vorm, bijv. een serveerschaal van porselein of een glazen braadpan zonder deksel. | voorverwarmde vorm doen. |
| vorm met het vlees weer in de oven plaatsen en langzaam | |
| Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster. | 3.De garen. Voor het meeste vlees is een temperatuur van 80 °C |
| Instellen | ideaal. |
| 1.Kies de verwarmingsmethode Langzaam garen en stel een temperatuur tussen de 70 en 90 °C in. | Tabel |
| Voor het langzaam garen zijn alle zachte delen van gevogelte, | |
| De oven voorverwarmen en daarbij de vorm meeverwarmen. | rund, kalf, varken en lam geschikt. De tijden voor het langzaam garen zijn afhankelijk van de dikte en kerntemperatuur van het vlees. |
| Gerecht Gewicht Hoogte | Verwarming Temperatuur Aanbraadtijd Tijd voor het smethode in °C in minuten langzaam garen in uren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
| Gevogelte | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kalkoenfilet | 1000 g | 2 | 80 | 6-7 | 4-5 |
| Eendenborst* | 300-400 g | 2 | 80 | 3-5 | 2-2½ |
| Rundvlees | |||||
| Runderbraadvlees (bijv. heupstuk), 6-7 cm dik | ca.1,5 kg | 2 | 80 | 6-7 | 4½-5½ |
| Runderfilet, heel | ca.1,5 kg | 2 | 80 | 6-7 | 5-6 |
| Rosbief, 5-6 cm dik | ca.1,5 kg | 2 | 80 | 6-7 | 4-5 |
| Heupstukken, 3 cm dik | 2 | 80 | 5-7 | 80-110 Min. | |
| Kalfsvlees | |||||
| Kalfsbraadvlees (bijv. bovenbout), 6-7 cm dik | ca.1,5 kg | 2 | 80 | 6-7 | 5-6 |
| Kalfsfilet | ca. 800 g | 2 | 80 | 6-7 | 3-3½ |
| Varkensvlees | |||||
| Mager varkensbraadvlees (bijv. lendestuk), 5-6 cm dik | ca.1,5 kg | 2 | 80 | 6-7 | 5-6 |
| Varkenshaas, heel | ca. 500 g | 2 | 80 | 6-7 | 2½-3 |
| Lamsvlees | |||||
| Lamsrugfilet, heel | ca. 200 g | 2 | 80 | 5-6 | 1½-2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
* Voor een knapperig vel braadt u de eendenborst na het langzaam garen kort in de pan.
Tips voor het langzaam garen
Het langzaam gegaarde vlees is niet zo Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te heet als vlees dat op de gebruikelijke voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen.
manier is gebraden.
U wilt langzaam gegaard vlees Zet na het langzaam garen de temperatuur weer op 70 °C. Kleine stukken vlees kunnen warmhouden. maximaal 45 minuten, grote stukken tot 2 uur worden warmgehouden.
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Plaats de vormen altijd op het rooster.
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
Gerecht Toebehoren en vormen
Verwarmingsmethoden:
- = 3D-hetelucht
- = boven- en onderwarmte
- 4 = circulatiegrillen
Hoogte
Verwarming Temperatuur smethode in °C, grillstand
Tijdsduur in minuten
| Ovenschotels | ||||
|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 180-200 | 50-60 |
| Soufflé | Ovenschaal | 2 | 180-200 | 35-45 |
| Portievormpjes | 2 | 200-220 | 25-30 |