naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB78A4581, tekst van de handleiding

Oven · Siemens · 35 pagina's in het Nederlands · pdf: 40 pagina's, 1,2 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 20

Pagina 20

Vanaf de titel; het begin van pagina 20 staat in de pdf.

Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.

Storingstabel

Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk Voor u getest in onze kookstudio. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

ã=Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.

StoringMogelijke oorzaak Aanwijzing/oplossing
Het apparaat werkt nietZekering defect. Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is.
In de statusregel verschijnt “Tijd instellen“. De weergegeven tijd is onjuist. In het rechterinstelbereik staat “Taal kiezen“.Stroomonderbreking. Stel de juiste tijd in met de draaiknop en druk op de toets 0. De ingestelde taal wordt na een stroomonderbreking niet gewijzigd.
De ovendeur kan niet worden geopend. In de statusregel staat “Tijd instellen". De weergegeven tijd is onjuist. In het rechterinstelbereik staat “Taal kiezen“. Het symbool wordt weergegeven.Stroomonderbreking tijdens de Stel de juiste tijd in met de draaiknop en druk op zelfreiniging. de toets 0. De ingestelde taal wordt na een stroomonderbreking niet gewijzigd. Wacht tot de binnenruimte is afgekoeld. Het symbool verdwijnt. U kunt de ovendeur openen.
De oven warmt niet op of de verwarmingsmethode kan niet worden ingesteld.Verwarmingsmethode niet Nog een keer instellen. herkend.
De oven warmt niet op. In de statusregel staat “Demo".De oven bevindt zich in de Schakel de zekering in de zekeringenkast uit en na demomodus. ca. 20 seconden weer in. In de volgende 2 minuten de toets vier seconden lang ingedrukt houden tot de tekst “Demo“ verdwijnt.
In de statusregel verschijnt “automatische uitschakeling“.De automatische uitschakeling is Druk op een willekeurige toets. De tekst verdwijnt. geactiveerd. De oven schakelt U kunt opnieuw instellen.
zichzelf uit.
Foutmeldingen met E Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan contact op met Wordt op het display een foutmelding met E weergegeven, druk de klantenservice.
dan op de toets 0. Hiermee wordt de foutmelding gewist. Het Bij de volgende foutmeldingen kunt u het probleem zelf kan voorkomen dat u vervolgens de tijd opnieuw moet instellen. oplossen.
FoutmeldingMogelijke oorzaak Aanwijzing/oplossing
E011Een toets is te lang ingedrukt of is Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of de beklemd geraakt. toetsen schoon zijn. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding aanhoudt.
E115De temperatuur in de oven is te De ovendeur vergrendelt. Wacht tot de hoog. binnenruimte is afgekoeld. Met de toets 0 wist u de foutmelding.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Pagina 21

Ovenlamp aan het plafond vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 12V-halogeenlampen, 10 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok!

Zekering in de meterkast uitschakelen.

Linkerovenlamp vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 12V-halogeenlampen, 10 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok!

Zekering in de meterkast uitschakelen.

Glazen afscherming

Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E­nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.

Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.

E­nummer en FD­nummer

Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E­nr. FD-nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Pagina 22

Energie­ en milieutips

Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.

Energie besparen

tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.

Milieuvriendelijk afvoeren

Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro­ en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.

Automatische programma's

Met de automatische programma's gaan geraffineerde stoofgerechten, sappig gebraden vlees en smakelijke eenpansgerechten u heel gemakkelijk af. U hoeft hierbij niet te keren en te bedruipen en de binnenruimte blijft schoon.

Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van het vlees en de grootte en soort van de vormen of het servies. Maak gebruik van pannenlappen wanneer u het gerecht uit de oven neemt. De vorm is heel heet. Opgelet bij het openen van de vorm, er komt hete stoom vrij.

Vormen

De automatische programma's zijn alleen geschikt voor het braden en bakken in open vormen, met uitzondering van gegratineerde ham. Gebruik alleen vormen met een goed sluitend deksel. Neem ook de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.

Geschikte vormen

Wij raden het gebruik van hittebestendige vormen (tot 300 °C) aan, van glas of glaskeramiek. Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadslede van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren. Gebruikt u braadsledes van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.

Ongeschikte vormen

Vormen van licht, glanzend aluminium, ongeglazuurde klei en vormen van kunststof of met kunststof handgrepen zijn niet geschikt.

Grootte van de vorm

Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.

Programma's Gewichtsbereik in kg

Gerecht voorbereiden

Gebruik vers of diepvriesvlees. Wij bevelen vers vlees op koelkasttemperatuur aan.

Gebruik een geschikte vorm.

Weeg het verse of diepvriesvlees, het gevogelte of de vis. Gedetailleerde aanwijzingen vindt u in de betreffende tabellen. Om in te stellen dient u het gewicht te weten.

Kruid het vlees. Diepvriesvlees kruidt u op dezelfde manier als vers vlees.

Bij veel gerechten dient vloeistof te worden toegevoegd. Doe zoveel vloeistof in de vorm dat de bodem ca. ½ cm bedekt is. Staat er “wat“ vloeistof in de tabel, dan zijn 2-3 eetlepels meestal toereikend. Bij vloeistof “ja“ mag het rustig meer zijn. Neem de aanwijzingen voor en in de tabellen in acht.

Sluit de vorm af met een deksel. Plaats hem op hoogte 2 op het rooster.

Bij enkele gerechten is het niet mogelijk de eindtijd op een later tijdstip te zetten. Deze gerechten zijn aangeduid met een ster*.

Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

Programma's

Gevogelte

Leg het gevogelte met de kant van de borst naar boven in de braadslede. Gevuld gevogelte is ongeschikt.

Bij meerdere kippenbouten stelt u het gewicht van de zwaarste in. De bouten moeten ongeveer even zwaar zijn.

Voorbeeld: 3 kippenbouten van 300 g, 320 g en 400 g. Stel 400 g in.

Maakt u twee even zware kippen klaar in een braadslede, stel dan evenals bij de bouten het gewicht van de zwaarste in.

Voeg aan kalkoenfilet royaal vloeistof toe, zodat hij sappig blijft.

Vloeistof toevoegen Instelgewicht

Gevogelte
Kip, vers*0,7-2,0neeGewicht van het vlees
Poularde, vers*1,4-2,3neeGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Pagina 23

Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Eend, vers*1,6-2,7neeGewicht van het vlees
Gans, vers*2,5-3,5neeGewicht van het vlees
Kalkoen, vers*2,5-3,5neeGewicht van het vlees
Kalkoenfilet, vers*0,5-2,5veelGewicht van het vlees
Bouten, vers bijv. kip-, eend-, gans-, kalkoenbout0,3-1,5neeGewicht van de zwaarste bout
Bouten, diepvries* bijv. kip-, eend-, gans-, kalkoenbout0,3-1,5neeGewicht van de zwaarste bout
Vlees
Doe zoveel vloeistof in de vorm als wordt aangegeven.
Rundvlees
Voeg aan stoofvlees voldoende vloeistof toe. U kunt ook marineervocht gebruiken.
Bij gekookt rundvlees moet zoveel vloeistof (water of bouillon) worden toegevoegd dat het vlees bijna bedekt is.
Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar boven.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Rundvlees
Stoofvlees, vers bijv. klapstuk, schouderstuk, gemarineerd vlees0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Stoofvlees, diepvries* bijv. klapstuk, schouderstuk, schouder0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Rosbief, vers, medium bijv. lendestuk0,5-2,5neeGewicht van het vlees
Rosbief, vers, kort gebakken bijv. lendestuk0,5-2,5neeGewicht van het vlees
Rosbief, diepvries, doorbakken* bijv. lendestuk0,5-2,0neeGewicht van het vlees
Gehakt*0,3-3,0neeTotaalgewicht
Gekookt rundvlees, vers0,5-2,5veelGewicht van het vlees
Kalfsvleesvorm doen en de schenkelschijvenerover verdelen. Vloeistof
Bij Osso buco royaal groente (selderij, tomaten, wortels) in de(bouillon) naar wens toevoegen.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Kalfsvlees
Braadstuk, vers, mager bijv. bovenbout, fricandeau0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Braadstuk, vers, doorregen bijv. nek, hals0,5-3,0watGewicht van het vlees
Braadstuk, diepvries, mager* bijv. bovenbout, fricandeau0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Braadstuk, diepvries, doorregen* bijv. nek, hals0,5-2,0watGewicht van het vlees
Schenkel met been, vers0,5-2,5jaGewicht van het vlees
Osso buco bijv. kalfsschenkelschijven met groente0,5-3,5jaGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Varkensvlees

Leg vlees met been zo in de braadslede dat de kant van het been naar beneden ligt.

Braadstuk met een korstje legt u met de korst naar boven in de vorm. Snijd het zwoerd voor de bereiding rastervormig in, zonder het vlees te beschadigen.

Ham met de vetlaag naar boven in de vorm leggen. De ham onafgedekt gratineren.

Stel bij braadstukken het gewicht van het vlees, bij rollades en gehakt het totaalgewicht in.

23

Pagina 24

Programma's Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegen Instelgewicht

Varkensvlees
Halsstuk, vers, zonder been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, vers, met been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, diepvries, zonder been*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, diepvries, met been*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Koteletten, vers, met been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Lendestuk, vers0,5-2,5jaGewicht van het vlees
Rollade, vers0,5-3,0jaTotaalgewicht
Braadstuk met korstje, vers bijv. buik0,5-3,0neeGewicht van het vlees
Braadstuk met korstje, vers bijv. schouder0,5-3,0neeGewicht van het vlees
Gehakt*0,3-3,0neeTotaalgewicht
Casselerrib met been, vers0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, garen1,0-4,0watGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, gratineren*1,0-4,0neeGewicht van het vlees
Lams­ en schapenvlees
Stel bij braadstukken en bouten het gewicht van het vlees, bij gehakt het totaalgewicht in.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Lamsvlees
Lamsbout, vers, zonder been, doorbakken0,5-2,5watGewicht van het vlees
Lamsbout, vers, geen been, medium0,5-2,5neeGewicht van het vlees
Lamsbout, vers, met been, doorbakken0,5-2,5watGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakken*0,5-2,0watGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, geen been, medium*0,5-2,0neeGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, met been, doorbakken*0,5-2,0watGewicht van het vlees
Gehakt*0,3-3,0neeTotaalgewicht
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Schapenvlees
Schapenvlees, vers bijv. schouder0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Schapenvlees, diepvries* bijv. schouder0,5-2,0jaGewicht van het vlees
WildbraadWanneer u meerdere hazenboutenklaarmaakt, stelt u het
Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in karnemelk, wijn of azijn marineren.gewicht van de zwaarste bout in. Konijn kunt u ook voor de bereiding totaalgewicht in.in porties verdelen. Stel het
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Wildbraad
Hertenvlees, vers bijv. schouder, borst0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Hertenvlees, diepvries* bijv. schouder, borst0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Reebout, vers, zonder been0,5-3,0jaGewicht van het vlees
Reebout, diepvries*, zonder been0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Hazenbout, vers, met been0,3-0,6jaGewicht van de zwaarste bout

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

24

Pagina 25

Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Hazenbout, diepvries*, met been0,3-0,6ja Gewicht van de zwaarste bout
Wild zwijn, vers bijv. schouder, borst0,5-3,0ja Gewicht van het vlees
Wild zwijn, diepvries* bijv. schouder, borst0,5-2,0ja Gewicht van het vlees
Konijn, vers0,5-3,0ja Gewicht van het vlees
Vis
U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten.
Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen.
Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter.
Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen.
Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Vis
Forel, vers, stoven*0,3-1,5ja Totaalgewicht
Forel, vers, bakken*0,3-1,5nee Totaalgewicht
Snoekbaars, vers, stoven*0,5-2,0ja Totaalgewicht
Snoekbaars, vers, bakken*0,5-2,0nee Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, stoven*0,5-2,0ja Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, bakken*0,5-2,0nee Totaalgewicht
Karper, vers, stoven*0,8-2,0ja Totaalgewicht
Karper, vers, bakken*0,8-2,0nee Totaalgewicht
Gehakt
Gebruik alleen vers gehakt.
Stel het totaalgewicht van het gehakt in.
U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Gehakt
van vers rundvlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
van vers varkensvlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
van vers lamsvlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
van vers gemengd vlees*0,3-3,0nee Totaalgewicht
Eenpansgerecht
U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren.
Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken.
Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: Aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe.
Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente.
Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in.
Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant.
Programma'sGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegen Instelgewicht
Eenpansgerecht
met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vlees0,3-3,0ja Gewicht van het vlees
met groente bijv. vegetarisch eenpansgerecht0,3-3,0ja Totaalgewicht
Goulash0,3-3,0ja Gewicht van het vlees
Rollades0,3-3,0ja Gewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

Programma kiezen en instellen

Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor diepvries kalfsvlees, mager, 1,3 kg.

De eerste programmagroep en het eerste programma verschijnen.

!

! # $

/ .

*

% 0

* !

! # $

% 1

&0

* !

! # $

% 1

&0

! # $

*

#

. 2 &

&0

Voor het gekozen programma verschijnt een voorgesteld gewicht.

* #

! # $

. 2 &

! .

Wanneer u nu nog een keer de toets indrukt, gaat u naar het programma Individueel aanpassen. U kunt invloed op het resultaat van het programma uitoefenen. Zie Individueel aanpassen hierna.

Het programma start. Het verloop van de tijdsduur is te zien in de statusregel.

Het programma is afgerond

Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.

Programma afbreken

De toets ingedrukt houden tot 3D­hetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.

Informatie opvragen

Voor de start: de toets kort indrukken. Er worden verschillende soorten informatie bij de programma's weergegeven. Voor elke nieuwe informatie weer de toets kort indrukken.

De eindtijd op een later tijdstip zetten

Bij veel programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Zie het hoofdstuk Tijdfuncties.

Individueel aanpassen

Wanneer het bereidingsresultaat dat een programma oplevert niet aan uw voorstellingen beantwoordt, kunt u dit de volgende keer aan uw wensen aanpassen.

Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 t/m 6.

De toets indrukken en met de draaiknop het verlichte veld verplaatsen.

Naar links = bereidingsresultaat zwakker.

Naar rechts = bereidingsresultaat sterker.

Met de toets starten.

De tijdsduur voor het programma wordt gewijzigd.

Tips voor de automatische programma's

Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik.Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4.
Het vlees is goed, maar de jus is te donker.Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof.
Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig.Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof.
Het gerecht is te droog aan de bovenkant.Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit.Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel.
U wilt diepvriesvlees klaarmaken.Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden.
Het vlees is niet gaar genoeg of te doorbakken.Verander de volgende keer de instellingen. Aanwijzingen hiervoor vindt u in het hoofdstuk Automatische programma's, Individueel instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

Voor u in onze kookstudio uitgetest

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik 3D­hetelucht .

Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus

Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus

Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Bakvormen

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.

Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.

Tabellen

In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.

Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.

Verwarmingsmethoden:

Gebak in vormenVormHoogteVerwarming Temperatuur smethode in °CTijdsduur in minuten
Cake, eenvoudigKrans­/rechthoekige vorm2160-18050-60
3 cakevormen3+1140-16060-80
Cake, fijnKrans­/rechthoekige vorm2150-17060-70
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem3160-18020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen)Vorm vruchtentaartbodem2150-17020-30
Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen)Springvorm2150-17040-50
Bodem zandtaartdeeg met randSpringvorm1170-19025-35
Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg*Springvorm1160-18070-90

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.

Pagina 28

Gebak in vormen VormHoogte Verwarming smethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat2210-23030-40
Tulband Tulbandvorm2150-17060-70
Pizza, dunne bodem met weinig Pizzaplaat bedekking (voorverwarmen)2280-30010-15
Hartig gebak* Springvorm 2
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
170-19040-50
Verwarmingsmethoden: ■= hydrobakken
■ = 3D-hetelucht ■
■ = boven- en onderwarmte
= intensieve warmte
Gebak op de plaat ToebehorenHoogte Verwarming smethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Roerdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat2170-19020-30
3+1150-17035-45
Roerdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten
Braadslede + bakplaat
2170-19025-35
3+1140-16040-50
Gistdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat3170-19025-35
3+1150-17035-45
Gistdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten
Braadslede + bakplaat
3160-18040-50
3+1150-16050-60
Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat2170-19020-30
Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten3160-18050-60
Zwitserse vruchtentaart Braadslede2200-22040-50
Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat2160-18015-20
Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat2170-19025-35
Kerststol van 500 g bloem Bakplaat3160-18060-70
Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat3140-16090-100
Strudel, zoet Braadslede2190-21055-65
Pizza Bakplaat Braadslede + bakplaat2190-21025-35
3+1180-20040-50
Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede2280-30010-12
Börek Braadslede2180-20040-50
Verwarmingsmethoden: ■= boven- en onderwarmte
■ = 3D-hetelucht ■=hydrobakken
Klein gebak ToebehorenHoogte Verwarming smethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Koekjes Bakplaat3130-15015-25
Braadslede + bakplaat3+1130-15025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-15030-40
Sprits (voorverwarmen) Bakplaat3140-15030-40
Bakplaat3140-15025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-15030-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-14035-50
Bitterkoekjes Bakplaat2100-12030-40
Braadslede + bakplaat3+1100-12035-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1100-12040-50
Schuimgebak Bakplaat380-100100-150

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Pagina 29

Klein gebakToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
MuffinsRooster met muffinplaat3180-20020-25
2 roosters met muffinplaten3+1160-18025-30
Deeg van bijv. soesjesBakplaat2210-23030-40
BladerdeeggebakBakplaat3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1170-19035-45
GistdeeggebakBakplaat3190-21020-30
Braadslede + bakplaat3+1160-18025-35
Brood en broodjesVerwarmingsmethoden:
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is.
Giet nooit water in de hete oven.
■ = 3D-hetelucht
■ = hydrobakken
Brood en broodjesToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Gistbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2300 2005 30-40
Zuurdeegbrood van kg bloemBraadslede2300 2008 35-45
Plat rond broodBraadslede230010-15
Broodjes (niet voorverwarmen)Bakplaat3200-22020-30
Broodjes van gistdeeg, zoetBakplaat3180-20015-20
Braadslede + bakplaat3+1150-17020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Tips voor het bakken

U wilt bakken volgens uw eigen recept.Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Het gebak zakt in.Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.
Het gebak is te droog.Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D­hetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Verder lezen op pagina 3Inhoud

Meer handleidingen: Siemens oven