Siemens HB78A4581, tekst van de handleiding
Oven · Siemens · 35 pagina's in het Nederlands · pdf: 40 pagina's, 1,2 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 20
Pagina 20
Vanaf de titel; het begin van pagina 20 staat in de pdf.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk Voor u getest in onze kookstudio. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
ã=Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
| Storing | Mogelijke oorzaak Aanwijzing/oplossing |
|---|---|
| Het apparaat werkt niet | Zekering defect. Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| In de statusregel verschijnt “Tijd instellen“. De weergegeven tijd is onjuist. In het rechterinstelbereik staat “Taal kiezen“. | Stroomonderbreking. Stel de juiste tijd in met de draaiknop en druk op de toets 0. De ingestelde taal wordt na een stroomonderbreking niet gewijzigd. |
| De ovendeur kan niet worden geopend. In de statusregel staat “Tijd instellen". De weergegeven tijd is onjuist. In het rechterinstelbereik staat “Taal kiezen“. Het symbool wordt weergegeven. | Stroomonderbreking tijdens de Stel de juiste tijd in met de draaiknop en druk op zelfreiniging. de toets 0. De ingestelde taal wordt na een stroomonderbreking niet gewijzigd. Wacht tot de binnenruimte is afgekoeld. Het symbool verdwijnt. U kunt de ovendeur openen. |
| De oven warmt niet op of de verwarmingsmethode kan niet worden ingesteld. | Verwarmingsmethode niet Nog een keer instellen. herkend. |
| De oven warmt niet op. In de statusregel staat “Demo". | De oven bevindt zich in de Schakel de zekering in de zekeringenkast uit en na demomodus. ca. 20 seconden weer in. In de volgende 2 minuten de toets vier seconden lang ingedrukt houden tot de tekst “Demo“ verdwijnt. |
| In de statusregel verschijnt “automatische uitschakeling“. | De automatische uitschakeling is Druk op een willekeurige toets. De tekst verdwijnt. geactiveerd. De oven schakelt U kunt opnieuw instellen. zichzelf uit. |
| Foutmeldingen met E Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan contact op met Wordt op het display een foutmelding met E weergegeven, druk de klantenservice. dan op de toets 0. Hiermee wordt de foutmelding gewist. Het Bij de volgende foutmeldingen kunt u het probleem zelf kan voorkomen dat u vervolgens de tijd opnieuw moet instellen. oplossen. | |
| Foutmelding | Mogelijke oorzaak Aanwijzing/oplossing |
| E011 | Een toets is te lang ingedrukt of is Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of de beklemd geraakt. toetsen schoon zijn. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding aanhoudt. |
| E115 | De temperatuur in de oven is te De ovendeur vergrendelt. Wacht tot de hoog. binnenruimte is afgekoeld. Met de toets 0 wist u de foutmelding. |
Pagina 21
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 12V-halogeenlampen, 10 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming verwijderen. Hiervoor met de duimen de metalen strippen naar de zijkant drukken (Afbeelding A).
- 3. Lamp eruit trekken niet draaien (Afbeelding B). Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.
- 4. Glazen afscherming weer terugplaatsen. Hierbij met één kant inbrengen en de andere kant vast aandrukken. Het glas zit nu vast.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming verwijderen. De afscherming hiervoor met de hand van onderaf openen (Afbeelding A). Kan de glazen afscherming moeilijk worden verwijderd, gebruik er dan een lepel bij.
- 3. Lamp eruit trekken niet draaien (Afbeelding B). Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.
- 4. Glazen afscherming weer terugplaatsen. Let erop dat de welving in het glas zich aan de rechterkant bevindt. Het glas van boven inbrengen en aan de onderkant stevig aandrukken (Afbeelding C). Het glas zit nu vast.
Linkerovenlamp vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 12V-halogeenlampen, 10 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Pagina 22
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het
tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Automatische programma's
Met de automatische programma's gaan geraffineerde stoofgerechten, sappig gebraden vlees en smakelijke eenpansgerechten u heel gemakkelijk af. U hoeft hierbij niet te keren en te bedruipen en de binnenruimte blijft schoon.
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van het vlees en de grootte en soort van de vormen of het servies. Maak gebruik van pannenlappen wanneer u het gerecht uit de oven neemt. De vorm is heel heet. Opgelet bij het openen van de vorm, er komt hete stoom vrij.
Vormen
De automatische programma's zijn alleen geschikt voor het braden en bakken in open vormen, met uitzondering van gegratineerde ham. Gebruik alleen vormen met een goed sluitend deksel. Neem ook de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.
Geschikte vormen
Wij raden het gebruik van hittebestendige vormen (tot 300 °C) aan, van glas of glaskeramiek. Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadslede van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren. Gebruikt u braadsledes van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.
Ongeschikte vormen
Vormen van licht, glanzend aluminium, ongeglazuurde klei en vormen van kunststof of met kunststof handgrepen zijn niet geschikt.
Grootte van de vorm
Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.
Programma's Gewichtsbereik in kg
Gerecht voorbereiden
Gebruik vers of diepvriesvlees. Wij bevelen vers vlees op koelkasttemperatuur aan.
Gebruik een geschikte vorm.
Weeg het verse of diepvriesvlees, het gevogelte of de vis. Gedetailleerde aanwijzingen vindt u in de betreffende tabellen. Om in te stellen dient u het gewicht te weten.
Kruid het vlees. Diepvriesvlees kruidt u op dezelfde manier als vers vlees.
Bij veel gerechten dient vloeistof te worden toegevoegd. Doe zoveel vloeistof in de vorm dat de bodem ca. ½ cm bedekt is. Staat er “wat“ vloeistof in de tabel, dan zijn 2-3 eetlepels meestal toereikend. Bij vloeistof “ja“ mag het rustig meer zijn. Neem de aanwijzingen voor en in de tabellen in acht.
Sluit de vorm af met een deksel. Plaats hem op hoogte 2 op het rooster.
Bij enkele gerechten is het niet mogelijk de eindtijd op een later tijdstip te zetten. Deze gerechten zijn aangeduid met een ster*.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
Programma's
Gevogelte
Leg het gevogelte met de kant van de borst naar boven in de braadslede. Gevuld gevogelte is ongeschikt.
Bij meerdere kippenbouten stelt u het gewicht van de zwaarste in. De bouten moeten ongeveer even zwaar zijn.
Voorbeeld: 3 kippenbouten van 300 g, 320 g en 400 g. Stel 400 g in.
Maakt u twee even zware kippen klaar in een braadslede, stel dan evenals bij de bouten het gewicht van de zwaarste in.
Voeg aan kalkoenfilet royaal vloeistof toe, zodat hij sappig blijft.
Vloeistof toevoegen Instelgewicht
| Gevogelte | |||
|---|---|---|---|
| Kip, vers* | 0,7-2,0 | nee | Gewicht van het vlees |
| Poularde, vers* | 1,4-2,3 | nee | Gewicht van het vlees |
Pagina 23
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht |
|---|---|---|---|
| Eend, vers* | 1,6-2,7 | nee | Gewicht van het vlees |
| Gans, vers* | 2,5-3,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Kalkoen, vers* | 2,5-3,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Kalkoenfilet, vers* | 0,5-2,5 | veel | Gewicht van het vlees |
| Bouten, vers bijv. kip-, eend-, gans-, kalkoenbout | 0,3-1,5 | nee | Gewicht van de zwaarste bout |
| Bouten, diepvries* bijv. kip-, eend-, gans-, kalkoenbout | 0,3-1,5 | nee | Gewicht van de zwaarste bout |
| Vlees Doe zoveel vloeistof in de vorm als wordt aangegeven. Rundvlees Voeg aan stoofvlees voldoende vloeistof toe. U kunt ook marineervocht gebruiken. | Bij gekookt rundvlees moet zoveel vloeistof (water of bouillon) worden toegevoegd dat het vlees bijna bedekt is. Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar boven. | ||
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht |
| Rundvlees | |||
| Stoofvlees, vers bijv. klapstuk, schouderstuk, gemarineerd vlees | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Stoofvlees, diepvries* bijv. klapstuk, schouderstuk, schouder | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Rosbief, vers, medium bijv. lendestuk | 0,5-2,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Rosbief, vers, kort gebakken bijv. lendestuk | 0,5-2,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Rosbief, diepvries, doorbakken* bijv. lendestuk | 0,5-2,0 | nee | Gewicht van het vlees |
| Gehakt* | 0,3-3,0 | nee | Totaalgewicht |
| Gekookt rundvlees, vers | 0,5-2,5 | veel | Gewicht van het vlees |
| Kalfsvlees | vorm doen en de schenkelschijven | erover verdelen. Vloeistof | |
| Bij Osso buco royaal groente (selderij, tomaten, wortels) in de | (bouillon) naar wens toevoegen. | ||
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht |
| Kalfsvlees | |||
| Braadstuk, vers, mager bijv. bovenbout, fricandeau | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Braadstuk, vers, doorregen bijv. nek, hals | 0,5-3,0 | wat | Gewicht van het vlees |
| Braadstuk, diepvries, mager* bijv. bovenbout, fricandeau | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Braadstuk, diepvries, doorregen* bijv. nek, hals | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees |
| Schenkel met been, vers | 0,5-2,5 | ja | Gewicht van het vlees |
| Osso buco bijv. kalfsschenkelschijven met groente | 0,5-3,5 | ja | Gewicht van het vlees |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Varkensvlees
Leg vlees met been zo in de braadslede dat de kant van het been naar beneden ligt.
Braadstuk met een korstje legt u met de korst naar boven in de vorm. Snijd het zwoerd voor de bereiding rastervormig in, zonder het vlees te beschadigen.
Ham met de vetlaag naar boven in de vorm leggen. De ham onafgedekt gratineren.
Stel bij braadstukken het gewicht van het vlees, bij rollades en gehakt het totaalgewicht in.
23
Pagina 24
Programma's Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegen Instelgewicht
| Varkensvlees | ||||
|---|---|---|---|---|
| Halsstuk, vers, zonder been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Halsstuk, vers, met been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Halsstuk, diepvries, zonder been* | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Halsstuk, diepvries, met been* | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Koteletten, vers, met been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Lendestuk, vers | 0,5-2,5 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Rollade, vers | 0,5-3,0 | ja | Totaalgewicht | |
| Braadstuk met korstje, vers bijv. buik | 0,5-3,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Braadstuk met korstje, vers bijv. schouder | 0,5-3,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Gehakt* | 0,3-3,0 | nee | Totaalgewicht | |
| Casselerrib met been, vers | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Ham, vers, gepekeld, garen | 1,0-4,0 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Ham, vers, gepekeld, gratineren* | 1,0-4,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Lams en schapenvlees | ||||
| Stel bij braadstukken en bouten het gewicht van het vlees, bij gehakt het totaalgewicht in. | ||||
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht | |
| Lamsvlees | ||||
| Lamsbout, vers, zonder been, doorbakken | 0,5-2,5 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, vers, geen been, medium | 0,5-2,5 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, vers, met been, doorbakken | 0,5-2,5 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakken* | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, diepvries, geen been, medium* | 0,5-2,0 | nee | Gewicht van het vlees | |
| Lamsbout, diepvries, met been, doorbakken* | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees | |
| Gehakt* | 0,3-3,0 | nee | Totaalgewicht | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht | |
| Schapenvlees | ||||
| Schapenvlees, vers bijv. schouder | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Schapenvlees, diepvries* bijv. schouder | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Wildbraad | Wanneer u meerdere hazenbouten | klaarmaakt, stelt u het | ||
| Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in karnemelk, wijn of azijn marineren. | gewicht van de zwaarste bout in. Konijn kunt u ook voor de bereiding totaalgewicht in. | in porties verdelen. Stel het | ||
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Instelgewicht | |
| Wildbraad | ||||
| Hertenvlees, vers bijv. schouder, borst | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Hertenvlees, diepvries* bijv. schouder, borst | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Reebout, vers, zonder been | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Reebout, diepvries*, zonder been | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees | |
| Hazenbout, vers, met been | 0,3-0,6 | ja | Gewicht van de zwaarste bout | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
24
Pagina 25
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
|---|---|---|
| Hazenbout, diepvries*, met been | 0,3-0,6 | ja Gewicht van de zwaarste bout |
| Wild zwijn, vers bijv. schouder, borst | 0,5-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Wild zwijn, diepvries* bijv. schouder, borst | 0,5-2,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Konijn, vers | 0,5-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Vis U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten. Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen. Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter. | Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen. Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in. | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
| Vis | ||
| Forel, vers, stoven* | 0,3-1,5 | ja Totaalgewicht |
| Forel, vers, bakken* | 0,3-1,5 | nee Totaalgewicht |
| Snoekbaars, vers, stoven* | 0,5-2,0 | ja Totaalgewicht |
| Snoekbaars, vers, bakken* | 0,5-2,0 | nee Totaalgewicht |
| Kabeljauw, vers, stoven* | 0,5-2,0 | ja Totaalgewicht |
| Kabeljauw, vers, bakken* | 0,5-2,0 | nee Totaalgewicht |
| Karper, vers, stoven* | 0,8-2,0 | ja Totaalgewicht |
| Karper, vers, bakken* | 0,8-2,0 | nee Totaalgewicht |
| Gehakt Gebruik alleen vers gehakt. | Stel het totaalgewicht van het gehakt in. U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken. | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
| Gehakt | ||
| van vers rundvlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| van vers varkensvlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| van vers lamsvlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| van vers gemengd vlees* | 0,3-3,0 | nee Totaalgewicht |
| Eenpansgerecht U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren. Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken. Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: Aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe. | Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente. Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in. Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant. | |
| Programma's | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen Instelgewicht |
| Eenpansgerecht | ||
| met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vlees | 0,3-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| met groente bijv. vegetarisch eenpansgerecht | 0,3-3,0 | ja Totaalgewicht |
| Goulash | 0,3-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
| Rollades | 0,3-3,0 | ja Gewicht van het vlees |
Pagina 26
Programma kiezen en instellen
Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor diepvries kalfsvlees, mager, 1,3 kg.
- 1. De toets indrukken.
De eerste programmagroep en het eerste programma verschijnen.
!
! # $
/ .
*
% 0
- 2. Met de draaiknop de programmagroep kiezen.
* !
! # $
% 1
&0
- 3. De toets indrukken en met de draaiknop het programma kiezen.
* !
! # $
% 1
&0
- 4. Bij een deel van de programma's kunt u nog meer differentiëren, bijv. bij kalfsvlees in “mager vlees“ of “doorregen braadstuk“. Druk op de toets en maak een keuze met de draaiknop.
! # $
*
#
. 2 &
&0
- 5. De toets indrukken.
Voor het gekozen programma verschijnt een voorgesteld gewicht.
- 6. Met de draaiknop het gewicht instellen. De programmaduur wordt in de statusregel weergegeven.
* #
! # $
. 2 &
! .
Wanneer u nu nog een keer de toets indrukt, gaat u naar het programma Individueel aanpassen. U kunt invloed op het resultaat van het programma uitoefenen. Zie Individueel aanpassen hierna.
- 7. De toets indrukken.
Het programma start. Het verloop van de tijdsduur is te zien in de statusregel.
Het programma is afgerond
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.
Programma afbreken
De toets ingedrukt houden tot 3Dhetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.
Informatie opvragen
Voor de start: de toets kort indrukken. Er worden verschillende soorten informatie bij de programma's weergegeven. Voor elke nieuwe informatie weer de toets kort indrukken.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij veel programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Zie het hoofdstuk Tijdfuncties.
Individueel aanpassen
Wanneer het bereidingsresultaat dat een programma oplevert niet aan uw voorstellingen beantwoordt, kunt u dit de volgende keer aan uw wensen aanpassen.
Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 t/m 6.
De toets indrukken en met de draaiknop het verlichte veld verplaatsen.
Naar links = bereidingsresultaat zwakker.
Naar rechts = bereidingsresultaat sterker.
Met de toets starten.
De tijdsduur voor het programma wordt gewijzigd.
Tips voor de automatische programma's
| Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik. | Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4. |
| Het vlees is goed, maar de jus is te donker. | Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof. |
| Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof. |
| Het gerecht is te droog aan de bovenkant. | Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen. |
| Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit. | Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel. |
| U wilt diepvriesvlees klaarmaken. | Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden. |
| Het vlees is niet gaar genoeg of te doorbakken. | Verander de volgende keer de instellingen. Aanwijzingen hiervoor vindt u in het hoofdstuk Automatische programma's, Individueel instellen. |
Pagina 27
Voor u in onze kookstudio uitgetest
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.
Verwarmingsmethoden:
- = 3D-hetelucht
- = boven- en onderwarmte
- = hydrobakken
- = intensieve warmte
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwarming Temperatuur smethode in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | |
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 3 | 160-180 | 20-30 |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen) | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 |
| Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen) | Springvorm | 2 | 150-170 | 40-50 |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | 160-180 | 70-90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
Pagina 28
| Gebak in vormen Vorm | Hoogte Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat | 2 | 210-230 | 30-40 |
| Tulband Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 60-70 |
| Pizza, dunne bodem met weinig Pizzaplaat bedekking (voorverwarmen) | 2 | 280-300 | 10-15 |
| Hartig gebak* Springvorm 2 * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | 170-190 | 40-50 | |
| Verwarmingsmethoden: ■ | = hydrobakken | ||
| ■ = 3D-hetelucht ■ ■ = boven- en onderwarmte | = intensieve warmte | ||
| Gebak op de plaat Toebehoren | Hoogte Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roerdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | |
| Roerdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 |
| 3+1 | 140-160 | 40-50 | |
| Gistdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat | 3 | 170-190 | 25-35 |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | |
| Gistdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten Braadslede + bakplaat | 3 | 160-180 | 40-50 |
| 3+1 | 150-160 | 50-60 | |
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 |
| Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten | 3 | 160-180 | 50-60 |
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede | 2 | 200-220 | 40-50 |
| Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat | 2 | 160-180 | 15-20 |
| Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 |
| Kerststol van 500 g bloem Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 |
| Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat | 3 | 140-160 | 90-100 |
| Strudel, zoet Braadslede | 2 | 190-210 | 55-65 |
| Pizza Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 190-210 | 25-35 |
| 3+1 | 180-200 | 40-50 | |
| Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede | 2 | 280-300 | 10-12 |
| Börek Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 |
| Verwarmingsmethoden: ■ | = boven- en onderwarmte | ||
| ■ = 3D-hetelucht ■ | =hydrobakken | ||
| Klein gebak Toebehoren | Hoogte Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes Bakplaat | 3 | 130-150 | 15-25 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 |
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 25-35 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 |
| Bitterkoekjes Bakplaat | 2 | 100-120 | 30-40 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 |
| Schuimgebak Bakplaat | 3 | 80-100 | 100-150 |
Pagina 29
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Muffins | Rooster met muffinplaat | 3 | 180-200 | 20-25 |
| 2 roosters met muffinplaten | 3+1 | 160-180 | 25-30 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 2 | 210-230 | 30-40 |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 25-35 | |
| Brood en broodjes | Verwarmingsmethoden: | |||
| Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is. Giet nooit water in de hete oven. | ■ = 3D-hetelucht ■ = hydrobakken | |||
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 5 30-40 |
| Zuurdeegbrood van kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 8 35-45 |
| Plat rond brood | Braadslede | 2 | 300 | 10-15 |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 200-220 | 20-30 |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 180-200 | 15-20 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Verder lezen op pagina 3Inhoud