Bosch CSG656BS1, tekst van de handleiding
Pagina's 51–61 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 41–50verder op pagina 62 →
Pagina 51
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Toebehoren/vormen Inschuif- Verwar- Temperatuur in Stoom-in-hoogte mingsme- °C / grillstand tensiteit thode | Duur in min. |
|---|---|---|
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm 1 7 170-180 1 | 80-90 |
| Lamszadel met been***** | Rooster 1 7 180-190 - | 40-50 |
| Lamszadel met been***** | Open vorm 1 7 200-210* 1 | 25-30 |
| Lamskotelet*** | Rooster 2 3 - | 12-18 |
| Worsten | ||
| Grillworsten | Rooster 2 3 - | 10-20 |
| Weense worstjes | Stoombak 2 80 - | 14-18 |
| Witte worst | Stoombak 2 80 - | 12-20 |
| Vleesgerechten | ||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm 1 7 170-180 - | 70-80 |
| Gehaktbrood, 1 kg Open vorm 1 190-200 1 * voorverwarmen ** Bij aanvang ca. 100 ml vloeistof in de vorm bijvoegen; watertank moet tijdens het bedrijf worden bijgevuld *** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen **** na 2/3 van de totale tijd keren ***** zonder keren | 70-80 | |
| Tips voor het braden, stoven en grillen | ||
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. | |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. | |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. | |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. | |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. | |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten. Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe. | |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Pagina 52
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
De vis hoeft niet gekeerd te worden.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Stomen
Met de functie stomen wordt de vis behoedzamer bereid en blijft bijzonder mals.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig. Wanneer u meerdere gelijk grote stukken gebruikt, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Vis hoeft niet gekeerd te worden.
Gebruik de stoombak met gaatjes, maat XL, en plaats de braadslede eronder. U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op het rooster plaatsen.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid met folie af.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Pizzastand
- • Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
Pagina 53
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht Vis | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Stoom-intensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 1 | 7 | 170-190 | - | 20-30 |
| Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forel | Braadslede | 1 | 7 | 170-180 | 2 | 15-20 |
| 160-170 | - | 5-10 | ||||
| Vis, gestoomd, heel 300 g, bijv. forel | Stoombak | 2 | 80-90 | - | 15-25 | |
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Rooster | 1 | 7 | 170-190 | - | 30-40 |
| Vis, gestoomd, heel 1,5 kg, bijv. kabeljauw | Stoombak | 2 | 80-90 | - | 35-50 | |
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 2 | 1* | - | 15-25 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoomd | Stoombak | 2 | 80-100 | - | 10-16 | |
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 2 | 3 | - | 18-22 | |
| Vis, diepvries | ||||||
| Vis, heel 300 g, bijv. forel | Stoombak | 2 | 80-100 | - | 20-25 | |
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 1 | 210-230 | - | 25-40 | |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 7 | 220-240 | - | 35-45 |
| Visfilet, gegratineerd | Open vorm | 1 | 7 | 200-220 | 2 | 35-45 |
| Vissticks (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 220-240 | - | 10-20 | |
| Visgerechten | ||||||
| Visterrine Terrinevorm * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen | 1 | 70-80 | - | 45-80 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
Groente, bijgerechten en ei
Hier vindt u gegevens voor het stomen van verse en diepvriesgroente, aardappelen, rijst, granen en eieren. Bovendien krijgt u ook informatie over het bakken van bijv. diepvries-patates frites.
Stomen
Gebruik alleen originele toebehoren. Plaats bij het stomen in de stoombak met gaatjes, maat XL, altijd de braadslede eronder. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen.
Stomen op één niveau
Gebruik de in de insteltabellen aangegeven inschuifhoogtes.
Stomen op twee niveaus
Stomen op twee niveaus is uitstekend geschikt om gelijktijdig bijv. broccoli en aardappels te bereiden. Bij verschillende bereidingstijden het levensmiddel met de kortere bereidingstijd er later inschuiven.
- Rooster en opgehangen stoombak, maat S, met en/ of zonder gaatjes: hoogte 3
- Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte 2
Vormen
Wanneer u vormen gebruikt, plaats deze dan op het rooster of in de stoombak met gaatjes plaatsen, maat XL.
De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Bij dikke vormen worden de bereidingstijden langer.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid met folie af.
Bereidingstijd en hoeveelheid
De bereidingstijden bij het stomen zijn afhankelijk van de stuksgrootte, maar onafhankelijk van de totale hoeveelheid. Bij een grotere totale hoeveelheid, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig. Wanneer u meerdere gelijk grote stukken gebruikt, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Houd u aan de stuksgrootten die in de insteltabel worden aangegeven. Bij kleinere stukken is de bereidingstijd korter en bij grotere stukken langer. De kwaliteit en graad van rijpheid hebben ook invloed op de bereidingstijd. Daarom zijn de aangegeven instelwaarden slechts richtlijnen.
Pagina 54
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Verspreid de levensmiddelen altijd gelijkmatig in de vormen. Als de hoogte van de lagen verschillend is, wordt het bereidingsresultaat ongelijkmatig. Zorg ervoor dat de hoogte van drukgevoelige levensmiddelen in de bak beperkt blijft. Wordt het te hoog, dan kunt u beter twee bakken gebruiken.
Rijst en granen
Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhouding toe. Bijv. betekent 1:1,5 per 100 g rijst 150 ml vloeistof toevoegen.
Bakken en grillen
Gebruik alleen originele toebehoren.
Bereiden op één niveau
Gebruik de in de insteltabellen aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt eigen recepten gebruiken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Grill, groot
- • Pizzastand
- • Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
| Gerecht Groente, vers | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Stoom-intensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Artisjokken, heel, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 30-35 | ||
| Bloemkool, heel, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 25-35 | ||
| Broccoliroosjes stomen | Stoombak | 2 | 100 | 6-9 | ||
| Groene bonen stomen | Stoombak | 2 | 100 | 18-25 | ||
| Wortelen in plakjes stomen | Stoombak | 2 | 100 | 10-20 | ||
| Koolrabi in plakken, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 20-25 | ||
| Prei in ringen, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 6-9 | ||
| Maïskolven stomen | Stoombak | 2 | 100 | 30-40 | ||
| Rode bietjes, heel, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 43-50 | ||
| Witte asperges, heel, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 7-15 | ||
| Spinazie stomen | Stoombak | 2 | 100 | 2-3 | ||
| Courgettes, in plakken, stomen | Stoombak | 2 | 100 | 3-4 | ||
| Groente, diepvries | ||||||
| Spinazie | Stoombak | 2 | 100 | 15-25 | ||
| Bloemkool | Stoombak | 2 | 100 | 5-8 |
Pagina 55
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Stoom-intensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Groene bonen | Stoombak | 2 | 100 | 6-10 | ||
| Broccoli | Stoombak | 2 | 100 | 6-7 | ||
| Erwten | Stoombak | 2 | 100 | 3-10 | ||
| Wortelen | Stoombak | 2 | 100 | 4-6 | ||
| Spruitjes | Stoombak | 2 | 100 | 5-10 | ||
| Gemengde groente, 1 kg | Stoombak | 2 | 100 | 10-15 | ||
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 3 | 3 | 10-15 | ||
| Groenteflan stomen | Portievormen | 1 | 100 | 50-70 | ||
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 1 | 160-180 | 45-60 | ||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 2 | 180-190 | 1 | 40-50 | |
| Aardappels in de schil, heel | Stoombak | 2 | 100 | 35-45 | ||
| Gekookte aardappels, gekwart | Stoombak | 2 | 100 | 20-25 | ||
| Balletjes | Stoombak | 2 | 95 | 20-25 | ||
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | 200-220 | 20-30 | ||
| Kartoffeltaschen, gevuld (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | 190-210 | 15-25 | ||
| Gehaktballetjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 15-25 | ||
| Patates frites (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 190-210 | 20-30 | ||
| Patates frites, 2 niveaus (tussentijds keren) | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 200-220 | 30-40 | ||
| Rijst | ||||||
| Basmatirijst, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 20-30 | ||
| Rijst met lange korrel, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 20-30 | ||
| Natuurrijst, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 35-45 | ||
| Parboiled rijst, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 15-20 | ||
| Risotto, 1:2 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 25-35 | ||
| Granen | ||||||
| Couscous, 1:1 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 6-10 | ||
| Gierst heel, 1:2,5 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 25-35 | ||
| Polenta/maïsgriesmeel, 1:5 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 20-45 | ||
| Gerst, 1:2,5 | Vlakke vorm | 1 | 80-100 | 35-45 | ||
| Groene linzen, 1:2 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 35-50 | ||
| Witte bonen, voorgeweekt, 1:2 | Vlakke vorm | 1 | 100 | 65-75 | ||
| Griesmeelballetjes | Stoombak | 2 | 95 | 6-10 | ||
| Ei | ||||||
| Eiergelei van 2 eieren | Open vorm | 1 | 80 | 14-16 | ||
| Eieren, hardgekookt | Stoombak | 2 | 100 | 9-11 | ||
| Eieren, zachtgekookt | Stoombak | 2 | 100 | 6-8 |
Pagina 56
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Dessert
Met uw apparaat kunt u heel eenvoudig verschillende desserts bereiden.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1. 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 5. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Rijstepap klaarmaken
- 1. Rijst wegen en 2,5-voudige hoeveelheid melk toevoegen.
- 2. Rijst en melk max. 2,5 cm hoog in een schaal vullen. Voor grotere hoeveelheden kunt u ook de braadslede gebruiken.
- 3. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 4. Na het garen doorroeren.
De resterende melk wordt snel opgezogen.
Compote
Weeg de vruchten af, voeg ca. van de hoeveelheid water toe. Naar smaak suiker en kruiden toevoegen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Crème caramel en crème brûlée
Vul de vormpjes tot 2-3 cm hoog met het mengsel. Plaats de vormpjes direct in de stoombak met gaatjes, maat XL. Een waterbad is niet nodig. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid af met folie.
Bij vormpjes van zeer dik materiaal kan een langere bereidingstijd nodig zijn.
Gestoomde knoedels
Bereid het gistdeeg volgens uw recept zonder bereidingstijd. Leg de gevormde knoedels in een ingevette, stoombak met gaatjes, maat XL, en laat ze rijzen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Stomen
- • Deegrijsstand
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / bereidingsstand | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Crème brûlée | Portievormen | 1 | 85 | 20-30 | |
| Crème caramel | Portievormen | 1 | 85 | 25-35 | |
| Gestoomde knoedels | Braadslede | 1 | 100 | 25-30 | |
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | 1 | 300-360 | |
| Rijstepap, 1:2,5 | Braadslede | 1 | 100 | 35-45 | |
| Vruchtencompote | Braadslede | 1 | 100 | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 56)
Menu garen
In uw apparaat kunt u complete menu's met behoud van de eigen smaak en het eigen aroma tegelijkertijd garen.
Plaats de gerechten met de langste bereidingstijd eerst in de binnenruimte en zet de overige gerechten er daarna op het juiste tijdstip erbij. Zo zijn ze alle tegelijkertijd klaar.
Stomen
De totale bereidingstijd wordt bij het menugaren met stoom wat langer, omdat bij het openen van de deur telkens wat stoom ontsnapt en het apparaat opnieuw opgewarmd moet worden.
Neem de aanwijzingen in de desbetreffende paragrafen in dit hoofdstuk in acht:
- De opwarmtijd varieert afhankelijk van de grootte en het gewicht van de spijzen
- De bereidingstijd is onafhankelijk van de grootte
- Stoombestendige vormen gebruiken
- Soufflé met folie afdekken
- De braadslede altijd op hoogte 1 plaatsen
Pagina 57
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Inschuifhoogtes van de accessoires
Schuif de accessoires altijd in de aangegeven volgorde naar binnen:
- Hoogte 3: rooster met stoombak, grootte S
- Hoogte 2: stoombak, grootte XL
- Hoogte 1: braadslede
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Stomen
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Zalmfilet, diepvries | Stoombak zonder gaatjes, maat S | 3 | 100 | 20 | |
| Broccoli | Stoombak met gaatjes, maat XL | 2 | 100 | 9 | |
| Gekookte aardappels, gekwart | Stoombak met gaatjes, maat S | 3 | 100 | 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)
Eco-verwarmingsmethoden
Hetelucht Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal.Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij hete lucht Eco tussen 125-250 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor verschillende gerechten. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht Eco
- • Boven- en onderwarmte Eco
Pagina 58
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Gebak in vormen | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake in de vorm | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 140-160 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 140-160 | 20-40 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170 | 25-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 50-60 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | 65-75 | |
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-180 | 25-35 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 150-170 | 20-35 | |
| Klein gebak | |||||
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 160-180 | 15-30 | |
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150-160 | 25-35 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-50 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 35-45 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | 15-30 | |
| Sprits | Bakplaat | 2 | 140-150 | 25-40 | |
| Klein gistgebak | Bakplaat | 1 | 150-160 | 30-40 | |
| Brood & broodjes | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 1 | 200-210 | 35-45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 240-250 | 20-25 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vlees | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180-190 | 120-140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-220 | 140-160 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 170-180 | 110-130 | |
| Vis | |||||
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 25-35 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 45-55 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 15-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten
Algemeen ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden.
- Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden.
- Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. Bakken Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C.
Pagina 59
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
|---|---|
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. Met hete lucht max. 170 °C. Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 59)
Langzaam garen
Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.
Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 1 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.
Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 10 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
Aanbevolen instelwaarden
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Langzaam garen
| Gerecht Gevogelte | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, rosé, à 300 g | Open vorm | 1 | 6-8 | 95* | 45-60 | |
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken | Open vorm | 1 | 4 | 120* | 45-60 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, doorbakken | Open vorm | 1 | 6-8 | 120* | 100-130 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 130-180 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 45-70 | |
| Rundvlees | ||||||
| Gebraden rundvlees (heupstuk), 6- 7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm | 1 | 6-8 | 100* | 150-190 | |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 90-120 | |
| Rosbief, 5-6 cm dik | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 120-180 | |
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 85* | 40-60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 59)
* voorverwarmen
Pagina 60
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Kalfsvlees | Vormen | Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 100-130 |
| Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 150-210 |
| Kalfsfilet, heel, 800 g | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 70-120 |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 80* | 40-60 |
| Lamsvlees | |||||
| Lamszadels, zonder been, à 200 g | Open vorm | 1 | 4 | 85* | 30-45 |
| Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebonden * voorverwarmen | Open vorm | 1 | 6-8 | 95* | 120-180 |
| Tips voor het langzaam garen | |||||
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. | ||||
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
Drogen
Met 4D-hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het drogen:
- 1 rooster: hoogte 2
- 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- 4D hetelucht
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|---|---|---|
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g) | Rooster | 2 | 80 | 4-7 | |
| Steenvruchten (pruimen) | Rooster | 2 | 80 | 8-10 | |
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd | Rooster | 2 | 80 | 4-7 | |
| Paddenstoelen in plakjes | Rooster | 2 | 60 | 6-8 | |
| Kruiden, schoongemaakt | 1-2 Roosters | - | 60 | 2-6 |
Pagina 61
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Inmaken, en uitpersen
Uw apparaat is ook geschikt voor inmaken en uitpersen.
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Tip: Voor het reinigen van de flessen kunt u de functie ontsmetten gebruiken.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met , 1 of 1 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.
Fruit: de vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente: de groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Zet de flessen zó in de stoombak met gaatjes, maat XL, dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
De apparaatdeur na de aangegeven bereidingstijd weer openen. De inmaakpotten pas uit de binnenruimte nemen wanneer ze volledig afgekoeld zijn.
Veeg daarna de binnenruimte droog.
Uitpersen
Het kleinfruit voor het uitpersen in een kom doen en suiker toevoegen. Minstens een uur laten staan, zodat het sap er kan intrekken.
Het kleinfruit in de bak met gaatjes, maat XL, doen en op hoogte 2 inschuiven. Voor het opvangen van het sap, de braadslede eronder plaatsen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Na de bereidingstijd het kleinfruit in een doek doen en de rest van het sap uitpersen.
Veeg daarna de binnenruimte droog.
Aanbevolen instelwaarden
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente en voor het uitpersen van fruit. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van 1 liter.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Stomen
| Gerecht Inmaken | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Groente, bijv. wortelen | Inmaakpotten 1 liter + stoombak XL | 1 | 100 | 30-120 | |
| Steenvruchten, bijv. kersen, pruimen | Inmaakpotten 1 liter + stoombak XL | 1 | 100 | 25-30 | |
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbeien | Inmaakpotten 1 liter + stoombak XL | 1 | 100 | 25-30 | |
| Uitpersen | |||||
| Frambozen | Stoombak | 2 | 100 | 30-45 | |
| Rode bessen | Stoombak | 2 | 100 | 40-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
Flesjes ontsmetten en hygiëne
U kunt met uw apparaat heel eenvoudig vormen en babyflesjes ontsmetten. Deze manier komt overeen met de gebruikelijke wijze van uitkoken.
Flesjes ontsmetten
De flesjes altijd direct na het drinken schoonmaken met een flessenborstel. Vervolgens in de vaatwasmachine reinigen.
Zet de flesjes zó in de stoombak met gaatjes, maat XL, dat ze elkaar niet raken. Start het programma “Ontsmetten”. Maak het apparaat na het ontsmetten